terug

De FIFA, de KNVB en de voetbalclubs:
'fair play' zonder grenzen?


Geschiedenis

In 1995 verschenen de eerste berichten in de pers over omvangrijke kinderarbeid in de Pakistaanse voetbalindustrie. De internationale federatie van voetbalbonden (FIFA), waarvan ook de KNVB lid is, en de wereldfederatie van de sportgoederenindustrie (WFSGI) werden door de internationale vakbeweging (IVVV) benaderd om daar gezamenlijk actie tegen te ondernemen. Aanvankelijk was de FIFA niet erg toeschietelijk. Een tv-documentaire over kinderarbeid in de Pakistaanse voetbalindustrie bracht schot in de zaak. Zo liet de KNVB in een brief aan de FNV - lid van de IVVV - weten dat er 'absoluut geen sprake mag zijn van gebruikmaking van kinderarbeid' als bedrijven het logo van de FIFA of de UEFA (de Europese voetbalbonden) gebruiken.

Op 3 september 1996 liet de FIFA in een persbericht met trots weten dat zij het met de internationale vakbeweging eens was geworden over een gedragscode voor de productie van voetballen en andere producten. Volgens de overeenkomst zouden alle producten waarvoor een licentie van de FIFA/UEFA nodig is, onder behoorlijke arbeidsomstandigheden geproduceerd moeten worden. Zo mag er geen sprake zijn van gedwongen arbeid, kinderarbeid en van discriminatie van de werknemer op basis van geslacht, ras, godsdienst etc. De werknemers hebben het recht om zich te organiseren en gezamenlijk met de werkgever te onderhandelen. Verder moeten ze minimaal een inkomen ontvangen dat nodig is om in de eerste levensbehoeften te voorzien, zo mogelijk een vaste aanstelling krijgen en niet gedwongen worden om meer dan 48 uur per week te werken. De arbeidsomstandigheden moeten veilig en hygiënisch zijn.
Fabrikanten moeten niet alleen zorgen dat deze zaken in hun eigen fabrieken in orde zijn, maar ook bij alle toeleveranciers aan wie werk wordt uitbesteed. Veel voetballen worden namelijk, via tussenpersonen van de fabrikant, thuis of in kleine werkplaatsen gemaakt. Er werden in 1996 ook principe-afspraken gemaakt over de uitvoering van én controle op de gedragscode. Zo moeten bedrijven allerlei gegevens over de werknemers bijhouden, waaronder de gewerkte uren en uitbetaalde lonen. Ook moeten ze de FIFA van informatie voorzien en inspectie op elk gewenst moment toestaan. Tenslotte werden het IVVV en de FIFA het er over eens dat er een 'effectief onafhankelijk inspectiesysteem' zou moeten worden opgezet. Zo'n systeem was er nog niet, maar zou moeten worden ontwikkeld.


Atlanta Overeenkomst

Het bleek te mooi om waar te zijn. De sportgoederenindustrie was niet gecharmeerd van de afspraken die de FIFA met de vakbeweging had gemaakt. Onder druk van de Wereldfederatie van Sportgoederenbedrijven (WFSGI) en een aantal grote bedrijven, veelal ook sponsors van de FIFA, besloot de FIFA de overeenkomst niet te tekenen.
Toch moest er wat gebeuren want bedrijven kwamen steeds meer onder druk te staan van campagnes door actiegroepen en aanhoudende negatieve publiciteit. In februari 1997 werd daarom in Atlanta (USA) een overeenkomst getekend om kinderarbeid uit de Pakistaanse voetbalindustrie te weren. Bij de overeenkomst waren betrokken: de WFSGI, de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), Unicef, de Amerikaanse regering en de Kamer van Koophandel van Sialkot (de Pakistaanse 'voetbalstad'). De internationale vakbeweging werd buiten de overeenkomst gehouden. Daarnaast kwam de WFSGI in juli 1997 zelf met een vrijwillige modelgedragscode. Het betrof een sterk afgezwakte versie van de oorspronkelijke FIFA-code. De FIFA-code was daarmee feitelijk van de baan, hoewel het persbericht waarin de code wordt aangekondigd nog steeds op de FIFA website is te vinden!

De IVVV nam aanvankelijk genoegen met de 'Atlanta Overeenkomst'. Zij achtte het een belangrijke stap vooruit dat de Amerikaanse regering en een aantal grote bedrijven - gewoonlijk geen grote supporters van de ILO - nu diezelfde ILO nodig hadden om iets aan het gevoelige onderwerp kinderarbeid te doen. De hele discussie rond kinderarbeid gaf de ILO namelijk veel meer status en steun dan zij lange tijd had gehad. Verder verwachtte de IVVV dat de 'Atlanta Overeenkomst' ook in India uitgevoerd zou worden. De 'alleen kinderarbeid' benadering werd voor het moment op de koop toe genomen, in de hoop dat later ook de arbeidsomstandigheden van de volwassenen bespreekbaar zouden worden.


Van code naar contract

In 1998 is de IVVV opnieuw met de FIFA en haar marketing organisatie ISL (International Sports and Leisure) gaan praten over het opnemen van de oorspronkelijke FIFA-code in de contracten die de ISL afsluit met licentiehouders. Het gaat om contracten met bedrijven die de naam of het logo van de FIFA en/of UEFA gebruiken of op andere wijze contractueel aan hen gebonden zijn, bijvoorbeeld via toernooien als Euro 2000.
Eén soort contract betreft alleen voetballen die het logo van FIFA, UEFA of een door hen georganiseerd evenement - bijvoorbeeld Euro 2000 - dragen. Dit contract valt onder het zogenoemde 'FIFA Bal Quality Programme' dat de kwaliteit van voetballen garandeert. De volgende sociale voorwaarden zijn nu in het contract opgenomen:
  • de tekst van de WFSGI-modelgedragscode;
  • een verwijzing naar de vijf fundamentele arbeidsnormen van de ILO (verbod op kinderarbeid en dwangarbeid, gelijke kansen en behandeling van alle werknemers en het respecteren van het recht op organisatie en collectief onderhandelen);
  • de afspraak dat aan leveranciers en tussenpersonen uitbestede productie in 'elke fase van het productieproces' onder de werking van code valt;
  • de verplichting om mee te doen met het 'Sialkot programma' of 'een soortgelijk programma in andere landen dat voorziet in inspectie van het productieproces door onafhankelijke inspecteurs'.


Problemen

Opmerkelijk is dat de FIFA in een notitie van maart 2000 als probleem signaleert dat de goedkope 'weggeefballen' ('premiums') die door sponsors worden besteld bij andere bedrijven, soms door 'ongecontroleerde producenten' worden gemaakt. Deze sponsors hebben volgens dezelfde FIFA-notitie wel het recht om bijvoorbeeld het Euro 2000 logo op de ballen te zetten.
Het gebruik maken van deze 'ongecontroleerde producenten' is duidelijk strijdig met het FIFA/ISL contract. Daarin staat namelijk dat ook de goedkope weggeefballen die de naam van de opdrachtgever/sponsor en het evenement dragen, alleen besteld mogen worden bij bedrijven die voldoen aan de bovengenoemde contractvoorwaarden.

Een ernstig probleem is ook dat voor andere producten dan voetballen - zoals kleding, schoenen en een veelheid aan voetbal 'merchandise' - een ander contract geldt. Daarin staat alleen dat de model gedragscode van de WFSGI moet worden uitgevoerd. Alle andere voorwaarden die wel voor voetballen gelden ontbreken.

De IVVV meent dat middels de FIFA/ISL contracten een deel van haar wensen vervuld zijn. Tegelijk meent de IVVV dat de verplichtingen in de WFSGI-modelcode veel te vaag zijn geformuleerd (zie vergelijking FIFA-code en WFSGI-code). Ernstig is ook dat in de modelcode de verplichting ontbreekt om contractuele afspraken onafhankelijk te laten controleren en verifiëren. De IVVV dringt er bij de FIFA op aan om de ILO bij een dergelijk programma te betrekken. De FIFA vindt het echter onrealistisch om van de ILO te verwachten dat zij dit doet. De 'Governing Body' van de ILO (regeringen, werkgeversorganisaties en vakbonden) zou daarover moeten beslissen. Verder meent de FIFA dat alle betrokken regeringen daar mee akkoord zouden moeten gaan en merkt vervolgens op: 'We moeten toegeven dat we nog ver verwijderd zijn van dat doel'.

Vakbonden en niet-gouvernementele organisaties kunnen wel zelf klachten naar voren brengen. Zo heeft de Pakistaanse 'All Pakistan Federation of Labour' onlangs een rapport uitgebracht over de slechte arbeidsomstandigheden in Sialkot. Ook publiciteit is een beproefd middel om bedrijven die de contractuele afspraken schenden aan hun verplichtingen te herinneren. Een groot probleem blijft echter het ontbreken van een bepaling in de 'FIFA/ISL-contracten' over het uitbetalen van een leefbaar loon, zoals die wel in de oorspronkelijke FIFA-code stond. In Pakistan en India zijn de lonen laag, vaak zelf ruim onder het officiële minimumloon. Ook grote bedrijven als Adidas, Nike en Reebok verplichten zich niet tot het uitbetalen van een 'leefbaar loon'.
De IVVV is wél tevreden over de inhoud van gedragscode die is overeengekomen met het organisatiecomité van de Olympische Spelen in Sydney (SOCOG) en het Sydney Paralympic Organizing Committee. Daarin wordt een 'leefbaar loon' toegezegd. Het probleem is opnieuw dat er geen onafhankelijk controle-systeem is, al heeft SOCOG contractueel wel het recht om te inspecteren. Een klacht over een producent van sportkleding in Fiji op basis van de code leidde onlangs wel tot verbetering van de arbeidsomstandigheden bij de producent.

In India is inmiddels door exporteurs zelf een stichting opgezet - de Sport Goods Foundation of India - om kinderarbeid uit te bannen. De FIFA betaalt de onafhankelijke controle naar kinderarbeid door het bedrijf SGS. In strijd met de contracten tussen FIFA/ISL wordt echter niets gedaan aan het feit dat de lonen ver beneden het wettelijk minimumloon liggen (voor meer informatie: zie "India maakt nog geen 'schone voetballen'"). De ILO is als controleur door de Indiase regering buiten de deur gehouden.


Gedragsregels voor alle sportgoederenbedrijven

Bedrijven die sportartikelen maken zonder vermelding van naam of logo van de FIFA, de UEFA of een van hun activiteiten, vallen natuurlijk buiten de bepalingen van de code. Meestal gaat het daarbij juist om goedkope (promotie)ballen en andere producten die bijvoorbeeld met zelf verzonnen namen associaties oproepen met bijvoorbeeld Euro 2000. Het kan daarbij gaan om bedrijven die ook voor andere producten geen FIFA-licentie gebruiken. Het kan echter ook bedrijven betreffen die maar voor een deel van hun productie gebruik van maken van een FIFA/ISL licenties.
Daarom zouden álle bedrijven voor hun gehele productie een gedragscode moeten hebben die minimaal even goed is als de oorspronkelijke FIFA code en onafhankelijk wordt gecontroleerd.


De FNV, Fair Trade Organisatie, de Landelijke India Werkgroep, het Schone Kleren Overleg en Unicef doen een dringend beroep op:

FIFA/UEFA

  • de met de IVVV overeengekomen oorspronkelijke 'FIFA-code' te ondertekenen en uit te voeren en deze te laten opnemen in de licentiecontracten van de ISL;
  • er voor te zorgen dat er een onafhankelijk controlesysteem voor naleving van die code komt én zich in te zetten voor actieve betrokkenheid daarbij van de ILO;
  • de huidige contracten van de FIFA (en hun marketing organisatie ISL) met alle voetbalimporteurs zo snel mogelijk in daden om te zetten;
  • het beleid van de FIFA en ISL ten aanzien van haar licentiehouders duidelijk te communiceren naar de nationale voetbalbonden en hen bij de uitvoering daarvan te betrekken.
Sportgoederenbedrijven
  • een gedragscode te hanteren die minstens de kwaliteit heeft van FIFA code - zoals het Eerlijk Handels Handvest voor Kleding of de modelcode van de IVVV - en die onafhankelijk wordt gecontroleerd.
KNVB en aangesloten voetbalclubs
  • de volledige FIFA-code (plus daadwerkelijke onafhankelijke controle) op te nemen in de contracten die zij sluiten met sponsors en andere licentiehouders;
  • zich actief in te zetten om samen met andere voetbalbonden, FIFA en UEFA de FIFA code zo snel mogelijk in de praktijk te brengen.


Utrecht, mei 2000
Meer informatie:    Landelijke India Werkgroep
Mariaplaats 4
3511 LH Utrecht
tel. 030-2321340
fax. 030-2322246
e-mail: info@indianet.nl
website: www.indianet.nl


terug

begin document