print terug/back

PERSBERICHT

4 maart 1987



Evaluatierapport EG/Wereldbank bepleit:

Geen zuivel meer naar India


India zou - zeker voorlopig - geen zuivelprodukten meer uit de EG of andere landen moeten importeren. Dergelijke importen kunnen in de huidige situatie van groeiende inheemse voorraden, schade toebrengen aan de coöperatieve zuivelindustrie.

Dat is de belangrijkste conclusie uit een tot nu toe nog niet gepubliceerd rapport van een evaluatie-missie, welke afgelopen zomer in opdracht van de Europese Commissie en de Wereldbank het nationale Indiase zuivelontwikkelingsprogramma Operatie Vloed heeft onderzocht.
India heeft tussen 1970 en 1985 voor Operatie Vloed grote hoeveelheden gratis melkpoeder en boterolie van de EG ontvangen, met een waarde van ruim 1,3 miljard gulden tegen wereldmarktprijzen.

Binnenkort moet de Europese Gemeenschap, mede op basis van het onlangs gereed gekomen evaluatie-rapport, een beslissing nemen over het al dan niet voortzetten van de zuivelhulp aan India. Al in 1985 heeft India de EG verzocht om de zuivelhulp weer met vijf jaar te verlengen. Op 6 december 1986 berichtte de gerenommeerde Indiase krant 'Economic Times' echter dat nieuwe zuivelhulp voor Operatie Vloed volgens hoge ambtenaren van de EG zo goed als uitgesloten is. De evaluatie-missie schrijft zelf in haar rapport:
"In ieder geval is een moratorium op de import van zuivelprodukten meer dan passend. Leveranties van melkpoeder en boterolie zouden alleen plaats moeten vinden als en op het moment dat een aanzienlijk en gedocumenteerd tekort optreed".
Het feit dat de Indiase regering toch nieuwe zuivelhulp vraagt heeft waarschijnlijk vooral financiële redenen. De doorverkoop van de zuivelprodukten aan de Indiase melkfabrieken levert de organisaties die Operatie Vloed uitvoeren grote sommen geld op. Met dit geld wordt onder meer de melkprijs voor de stedelijke consument gesubsidieerd.

In december 1985 ging de Landelijke India Werkgroep (LIW) van start met de campagne 'Melk India Niet Uit', waarin wordt gepleit voor een snelle afbouw van de EG-zuivelhulp aan India én van de veevoerimporten uit dat land. Met dit veevoer zou India drie tot vijf keer zoveel melk kunnen produceren dan het tot nu toe jaarlijks via de zuivelhulp kreeg. Dat gebeurt onder meer niet omdat de zuivelhulp de melkprijs in India drukt en de import van veevoer uit India in de EG leidt tot prijsstijging van dat produkt. Voor Indiase melkproducenten wordt het daardoor onrendabel om hun vee beter te voeden. Het doorbreken van deze vicieuze cirkel van zuivelhulp en veevoerimporten staat daarom in de aktie "Melk India Niet Uit" centraal.

Aanvankelijk zou de EG in de eerste helft van 1986 beslissen over het Indiase verzoek om nieuwe meerjarige zuivelhulp. Een positieve beslissing werd toen nog verwacht, omdat de EG zich dikwijls zeer lovend over Operatie Vloed had uitgesproken. Het projekt werd zelfs als model voor andere ontwikkelingslanden aangeprezen.
In maart 1986 maakte Europees Commissaris Claude Cheysson echter bekend dat over het Indiase verzoek pas een beslissing genomen zou worden, nadat het projekt uitgebreid zou zijn geëvalueerd. Ook zou India geen extra jaarlijkse toewijzing van zuivelhulp meer krijgen, zoals in 1984 en 1985 was gebeurd. De meerjarenspraak voor het leveren van gratis melkpoeder en boterolie liep oorspronkelijk tot en met 1983, waarna de hulp zichzelf overbodig zou hebben gemaakt.
Tegelijk met het voorlopig stopzetten van de zuivelhulp en het uitstel van nadere beslissingen daarover, publiceerde de Europese Commissie een tussenrapport over Operatie Vloed. De toon daarvan is nog steeds overwegend positief, maar voor het eerst werden ook een aantal zwakke kanten van het programma genoemd. Zo wordt erkend dat in sommige gevallen zuivelhulp concurreert met de Indiase melkproducenten. Ook zou Operatie Vloed laag 'scoren' op melkproduktieverhoging en relatief te veel geld steken in het bouwen van melkfabrieken. Teveel zou verder zijn beloofd wat betreft de invloed van het programma op 'sociale transformatie'.

De campagne 'Melk India Niet Uit' van de Landelijke India Werkgroep is zeker mede van invloed geweest op het besluit van de Europese Commissie om Operatie Vloed eerst nog eens grondig te evalueren, alvorens beslissingen te nemen over voortzetting van de zuivelhulp. Veel organisaties en deskundigen uit India, Nederland en andere EG-landen lieten de LIW weten de aktie in grote lijnen te steunen. Ook de Algemene Leden Vergadering van alle bij de EG geregistreerde Niet-Gouvernementele Organisaties, ongeveer 600 in totaal, nam in april 1986 een resolutie aan waarvan de aanbevelingen voor een belangrijk deel aansluiten bij de aktiepunten van de LIW.

Ook de bevindingen van de recente evaluatie-missie sluiten grotendeels aan bij de analyse van Operatie Vloed en de EG-zuivelhulp, zoals deze is te vinden in het eind 1985 door de LIW gepubliceerde boek 'India als melkkoe van de EG'.
Zo wordt de kwaliteit van de resultaten van het programma door de missie "erg ongelijk en variërend van zeer bevredigend tot teleurstellend" genoend. Ook wordt geconstateerd dat het heel moeilijk is gebleken om juist de arme melkveehoud(st)ers te bereiken en dat de consumptie van melk zeer ongelijk over de huishoudens in India is verdeeld. De evaluatie-missie vindt de coöperatieve aanpak van de zuivelsector een goede keus, maar merkt tevens op dat deze nogal van bovenaf wordt opgelegd en vaak niet is aangepast aan lokale omstandigheden. Volgens de missie heeft het kruisfokprogramma van Indiase koeien met westerse melkveerassen gefaald en moet het beleid vooral gericht worden op het genetisch verbeteren van de inheemse melkveerassen.
Wat betreft de positie van vrouwen - meestal degenen die voor het vee zorgen - in de zuivelsector, zegt het missierapport: "... de mannelijke dominantie in organisatie en de uitvoering van het Operatie Vloed programma is een aspekt waarin dit programma zich niet onderscheid van veel andere Indiase programma's. Er zijn indicaties voor het gevaar dat - nu de melkveehouderij meer publieke status krijgt en meer geldinkomen binnenbrengt - vrouwen minder van de voordelen daarvan zullen profiteren".
De evaluatie-missie is van mening dat met name de technische aspekten van bijvoorbeeld melkinzameling, melkverwerking en transport competent en effektief worden aangepakt. De geconstateerde tekortkomingen van Operatie Vloed betreffen vooral de beperkte mate waarin het programma bijdraagt aan 'de strijd tegen de armoede op het platteland'.

Juist vanwege die veronderstelde bijdrage aan armoedebestrijding is Operatie Vloed sterk geprezen. Nog op 1 oktober vorig jaar heeft prins Claus de Wateler Vredesprijs van de Carnegie Stichting uitgereikt aan de initiatiefnemer van Operatie Vloed: Dr. V. Kurien. Prins Claus noemde dit programma toen "een van de meest veelbelovende ontwikkelingsprojekten die het leven van honderden miljoenen mannen, vrouwen en kinderen in India kan veranderen". Tijdens het staatsbezoek aan India in januari 1986 bracht prins Claus samen met koningin Beatrix een bezoek aan het projekt.
In Nederland zijn twee keer kamervragen over de zuivelhulp aan India gesteld (13-12-'85 en 9-10-'86). Met name de antwoorden op de eerste serie vragen, waarop door de vragenstellers van de PPR een half jaar moest worden gewacht, wijken sterk af van de resultaten van de recente evaluatie-missie van de Europese Commissie en de Wereldbank.

Artikel Economic Times (6 december 1986): http://www.indianet.nl/a861206.html.

Resolutie NGO General Assembly (22-24 April, 1986): http://www.indianet.nl/resngo.html.

Aktiemanifest campagne 'Melk India Niet Uit': http://www.indianet.nl/melkman.html.
Voor voorlopige resultaten van de campagne, zie NIO Kroniek (augustus/september 1986): http://www.indianet.nl/a8608.html.



Landelijke India Werkgroep - 14 augustus 2003