terug

BRIEF

aan het Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, n.a.v. een klacht m.b.t. het gedrag van bedrijven die voetballen importeren uit India
(20 juni 2001).


ref0620foot.ncp
Utrecht, 20 juni 2001


Aan: Nationaal Contact Punt voor de
     OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen
     t.a.v. mevrouw J. Baljeu
     Ministerie van Economische Zaken
     Postbus 20101
     2500 EC Den Haag



Geachte mevrouw Baljeu,

Bij deze wil de Landelijke India Werkgroep een klacht aan het NCP voorleggen met betrekking tot het gedrag van een aantal Nederlandse en op de Nederlandse markt opererende bedrijven die voetballen uit India importeren.

Ruim een jaar geleden publiceerde de Landelijke India Werkgroep het rapport 'The Dark Side of Football - Child and adult labour in India's football industry'.
  In het rapport (inmiddels in uw bezit) wordt, onderbouwd door onderzoek en gesprekken met een groot aantal betrokkenen, aangetoond dat de Indiase producenten van voetballen en hun buitenlandse opdrachtgevers in strijd handelen met een aantal arbeidsnormen die contractueel zijn vastgelegd tussen de FIFA, via haar toenmalige licentie-organisatie ISL, en de betreffende buitenlandse bedrijven.
  Op basis van hetzelfde rapport kan ook worden geconcludeerd dat de arbeidsverhoudingen waaronder Indiase voetballen veelal worden gemaakt in strijd is met diverse bepalingen van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. Het betreft onder meer de volgende aspecten van de Richtlijnen:

  • het niet respecteren van bestaand beleid in landen waarin bedrijven werkzaam zijn, (dit betreft onder meer het niet uitbetalen van het minimumloon dat middels lokale regelgeving is vastgelegd);
  • het recht op vertegenwoordiging door vakbonden of andere werknemersvertegenwoordigers alsmede het recht op onderhandelingen met de werkgever;
  • het bieden van faciliteiten om de totstandkoming van doeltreffende arbeidsovereenkomsten te vergemakkelijken en het in staat stellen van vertegenwoordigers van werknemers om te onderhandelen over collectieve arbeidsovereenkomsten en kwesties in de verhouding tussen werknemer en werkgever;
  • het bijdragen aan effectieve afschaffing van kinderarbeid;
  • het nemen van doeltreffende maatregelen om de gezondheid en veiligheid van de werknemers in hun werkomgeving te waarborgen.
De OESO Richtlijnen vragen bedrijven om hun leveranciers en onderaannemers, ook degenen buiten de OESO lidstaten, 'waar mogelijk te stimuleren' om in hun onderneming gedragsregels toe te passen die verenigbaar zijn met de richtlijnen.
  Naar onze mening is dat niet het geval bij de importeurs van Indiase voetballen. Formeel zullen ongetwijfeld de contractuele arbeidsnormen van de FIFA aan de onderaannemers worden gecommuniceerd. 'Waar mogelijk te stimuleren' houdt echter veel meer in, mede omdat de Richtlijnen ook aan bedrijven vragen 'doelmatige zelfreguleringsmechanismen en beheerssystemen te ontwikkelen en toe te passen, die een relatie van wederzijds vertrouwen bevorderen tussen de ondernemingen en de samenleving waarin zij actief zijn.' Uit beide bepalingen in de Richtlijnen volgt dat bedrijven het procedureel en materieel voor hun onderaannemers mogelijk moeten maken om de inhoudelijke bepalingen van de Richtlijnen na te leven. Dat betekent bijvoorbeeld nadere afspraken tussen afnemer en leverancier over naleving en controle op die bepalingen en een inkoopprijs die naleving mogelijk maakt. Zeker in een markt waar opdrachten wordt gegeven voor producten met door de afnemer bepaalde specificaties, is het mogelijk afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die in overeenstemming zijn met de Richtlijnen. Dat geldt te meer voor grote afnemers.

Het begrip 'waar mogelijk te stimuleren' uit de Richtlijnen staat nog extra haaks op het werkelijke gedrag van de voetbalimporteurs omdat veel bedrijven in het kader van het contract met de FIFA de verplichting zijn aangegaan om er voor te zorgen dat onderaannemers zich aan de afgesproken arbeidsnormen houden. Het niet nakomen daarvan is contractbreuk en daarom onder meer strijdig met een van de algemene beginselen van de Richtlijnen: 'goede beginselen van ondernemingsbestuur te ondersteunen en te handhaven, en deze in de praktijk toe te passen'.

Naar aanleiding van het bovengenoemde rapport heeft het Nederlandse bedrijf Rucanor besloten om de banden met haar Indiase leverancier (Mayor & Company) te verbreken omdat - volgens hun schrijven - 'onze invloed op het handelen van Mayor and Company minimaal is'. Mayor and Company is niet alleen de grootste Indiase voetbalexporteur, maar houdt volgens onze bevindingen ook een deel van haar productie buiten de mede door de FIFA gefinancierde inspectie, die wordt uitgevoerd door het bedrijf SGS. De Firma ********, onder meer leverancier van Aldi, importeert nog wel voetballen van het Indiase Mayor & Company. Zij hebben vorig jaar positief op het rapport gereageerd en Mayor gevraagd om een reactie. Deze reactie bestond alleen uit een verwijzing naar de onafhankelijke monitoring door SGS van mogelijke kinderarbeid in de voetbalindustrie. SGS houdt zich echter niet bezig met controle van de andere contractuele arbeidsnormen.
  Adidas Benelux, ook een belangrijke afnemer van Mayor & Company, heeft vorig jaar niet gereageerd op het aan haar gestuurde rapport.

Niet alleen Nederlandse bedrijven of bedrijven met een vestiging en forse afzetmarkt in Nederland als Adidas importeren van voetballen uit India. Dat doen ook Mitre, de Britse marktleider op het gebied van voetballen, het Duitse Uhlsport en het Italiaanse Mondo. Een volledige lijst van deelnemers aan het FIFA Ball Quality Programme, waaraan ook de arbeidsnormen bij productie van voetballen zijn verbonden, vindt u op www.fifa.com/development/licensees_E.html.

Het rapport 'The Dark Side of Football' is vorig jaar naar de FIFA gestuurd die - naast de bedrijven met een FIFA licentie - een speciale verantwoordelijkheid draagt voor naleving van haar contractuele afspraken. De FIFA noemde 'The Dark Side of Football' in een brief aan de LIW een 'comprehensive report' and beloofde nadere studie en follow-up met hun partners, met name de 'World Federation of Sporting Goods Industry (WFSGI). Een jaar na deze belofte is nog niets van de FIFA en/of de WFSGI vernomen over uitvoering van de arbeidsnormen in de contracten, behalve mededelingen dat ze druk bezig zijn met hun kinderarbeidprogramma in India en dat de WFSGI nieuwe 'guidelines' heeft welke onderdeel zijn van de contracten tussen FIFA en hun licentiehouders.

Wij vragen u om:

  • het optreden van Nederlandse en op de Nederlandse markt opererende sportgoederenimporteurs te toetsen aan de Richtlijnen waar het hun aankopen van voetballen in India betreft;
  • NCP's uit landen waar importeurs van de Indiase voetballen hun hoofdvestiging hebben bij deze toetsing te betrekken en van hen een zelfde inspanning te vragen waar het bedrijven betreft die niet op de Nederlandse markt opereren;
  • uw onderzoek uit te breiden naar belangrijke productielanden als Pakistan en China, gezien de rol en verplichtingen die bedrijven en andere branche-gerelateerde actoren (FIFA, WFSGI e.d.) wereldwijd zijn aangegaan en het wereldwijde karakter van de Richtlijnen zelf.
Vooral uit China worden steeds meer voetballen en andere sportartikelen geïmporteerd zonder dat er sprake is van enige vorm van transparantie over de omstandigheden waaronder deze producten worden gemaakt. Wat betreft Pakistan wil ik graag verwijzen naar de brief van de IVVV en het daar genoemde onderzoek van een Pakistaanse vakbond.

Wij zien uw reactie met veel belangstelling tegemoet,

Met vriendelijke groet,



Gerard Oonk
coördinator Landelijke India Werkgroep




pagina KINDERARBEID

begin document

Landelijke India Werkgroep - 26 juni 2001