print terug

Antwoord van minister Van der Hoeven (Economische Zaken), mede namens de minister van Buitenlandse Zaken,

op

Schriftelijke vragen [30 oktober 2007] van de leden Gesthuizen (SP) en Ortega-Martijn en Voordewind (CU) aan de minister van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken over de handelsmissie naar India.

22 november 2007


Vraag 1
Heeft de Indiase minister van handel Kamel Nath uw delegatie aangesproken op het onderwerp kinderarbeid in India en de kritiek van onder andere de Landelijke Werkgroep India betiteld als 'onterechte verwijten' en de foto's over dit onderwerp beschreven als 'gefabriceerd en vals'?1 Zo neen, wat heeft de minister wel gezegd? Heeft de Indiase minister u hierbij ook verwijten gemaakt? Zo ja, welke?

Vraag 2
Hebt u na de toespraak van de Indiase minister van handel nog gesproken over het vˇˇrkomen van kinderarbeid in India? Zo ja, wat was de inhoud van dit gesprek? Zo neen, waarom niet? Hebt u hierbij een duidelijk standpunt verkondigd dat kinderarbeid door u wordt afgekeurd? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 1 en 2
In het gesprek met Minister Nath heeft het accent met name gelegen op de ontwikkelingen met betrekking tot enerzijds SKK en LIW en anderzijds het Indiase bedrijf FFI, een aangelegenheid waarin geen sprake is van kinderarbeid. Kinderarbeid is met name aan de orde geweest in het gesprek van Minister Verhagen met de Indiase Minister of State Sharma.
Zie hiervoor ook de antwoorden op de vragen van het lid Gesthuizen van 27 september jl.2 In deze antwoorden is kort verslag gedaan van het staatsbezoek aan India en het gesprek met de Indiase Minister van Handel.


Vraag 3
Klopt het dat u voorafgaand aan dit gesprek hebt aangedrongen op het niet uitspreken van de Nederlandse zorgen over kinderarbeid in India en dat de motivatie hiervoor was dat dit de handelsmissie zou kunnen bedreigen?3 Zo neen, kan de minister van Economische Zaken dan aangeven wat is hier wel over gezegd?

Vraag 4
Hoe verhouden uw uitlatingen zich tot de oproep van de Kamer om kinderarbeid in India tegen te gaan?

Vraag 5
Hoe verhouden uw uitspraken zich tot de doelstelling van het kabinet om in bijzonder bij handelsmissies invloed aan te wenden en zodoende te komen tot meer maatschappelijk verantwoord ondernemen?

Antwoord 3, 4 en 5
Ik heb, voorafgaand aan het staatsbezoek, laten weten dat ik het belang van MVO en de zorgen die er leven hieromtrent bij het Nederlandse publiek en de Tweede Kamer, ter sprake zou brengen bij mijn Indiase collega. Daarbij heb ik aangegeven de rechtsorde in India te respecteren en niet te treden in een geschil tussen private partijen. Ik ben het gesprek met Minister Nath dan ook aangegaan vanuit het gezamenlijke belang dat India en Nederland aan MVO hechten. Dit gezamenlijke belang werd door de Indiase Minister van Handel in mijn gesprek met hem bevestigd. Zo benadrukte hij dat het tegengaan van kinderarbeid ook voor de Indiase overheid een punt van zorg is en dat de goede reputatie van Indiase ondernemingen op dit terrein hem dierbaar is. De dialoog met India over MVO (o.a. bij de komende economische missie van de Staatssecretaris) zal op deze voet worden voortgezet.


1 zie De Telegraaf, 25 oktober 2007
2 zie Antwoorden op kamervragen Gesthuizen (6 november 2007)
3 zie NOS 8 uur Journaal, dinsdag 23 oktober 2007, en NOS 8 uur Journaal, woensdag 24 oktober 2007




Landelijke India Werkgroep - 11 januari 2008