terug
Utrecht, 19 november 1999

OPEN BRIEF



Geachte premier Kok en minister Herfkens,

Uw komende bezoek aan India valt in een periode dat deze 'grootste democratie ter wereld' grote veranderingen doormaakt en ook Nederland zijn relatie met India opnieuw vorm geeft. Daarover wil de Landelijke India Werkgroep (LIW) u graag een aantal vragen en aanbevelingen voorleggen.
Tegelijkertijd vindt uw bezoek plaats op een moment dat een cycloon in de deelstaat Orissa heeft geleid tot menselijke tragedie van ongekende omvang. Deze tragedie zal nog jaren het toch al precaire bestaan van miljoenen arme mensen in deze deelstaat uiterst moeilijk maken.

Allereerst willen wij u vragen om uw medeleven met de slachtoffers van deze ramp tot uitdrukking te brengen in maximale steun van de Nederlandse regering aan de getroffen bevolking. Dergelijke steun is een onmisbare aanvulling op de betrokkenheid van veel mensen in Nederland die, ondanks het ontbreken van een gezamenlijke publieksactie op de televisie, via particuliere organisaties hebben bijgedragen aan de leniging van de eerste nood. In het bijzonder moet daarbij gewezen worden op de ongeveer 170.000 mensen tellende hindoestaanse (hindoes, moslims en christenen) gemeenschap in Nederland die, overwegend afkomstig uit Suriname, hun 'roots' in India hebben liggen. Zij hebben direct na de ramp via tal van lokale acties geld ingezameld voor Orissa en dit via HIMOS (Hindoe- en Moslimorganisatie voor Ontwikkelingssamenwerking) en CORDAID doorgesluisd naar een samenwerkingsverband van zeshonderd particuliere hulporganisaties in Orissa. Temidden van alle ellende is het een hoopvol teken dat de particuliere hulporganisaties hun activiteiten coördineren via dit samenwerkingsverband, waaraan bijvoorbeeld ook Novib en Kerken in Actie bijdragen.

Een van de grote veranderingen die India momenteel doormaakt is het groeiende verzet van de kastelozen (of Dalits zoals ze zichzelf noemen) tegen het verwerpelijke fenomeen van 'onaanraakbaarheid' en tegen kastenstelsel zelf. In een door hindoes uit hogere kasten gedomineerde samenleving worden de ruim 200 miljoen Dalits nog altijd economisch, sociaal en politiek gediscrimineerd. Wettelijk is dit verboden en er is zelfs een beleid van positieve discriminatie in bijvoorbeeld de aanstelling van ambtenaren en de reservering van plaatsen in het hoger onderwijs. In de praktijk zijn veel Dalits echter nog steeds rechteloos. Bijvoorbeeld omdat zij door vrees van hogere kasten voor 'besmetting', geen gebruik mogen maken van gemeenschappelijke voorzieningen als de dorpspomp. Nog steeds doen Dalits het meest smerige, zware en slechtbetaalde werk. Hun kinderen worden vaak gediscrimineerd op school en Dalits die zich verzetten tegen hun ondergeschikte positie zijn het slachtoffer van vele vormen van geweld.
De Dalit-beweging heeft sinds de onafhankelijkheid aan zelfbewustzijn en invloed gewonnen. De huidige 'National Campaign on Dalit Human Rights', waaraan een groot aantal organisaties uit heel India deelneemt, is daarvan een belangrijke uiting. Zij beschouwen de achterstelling en discriminatie van Dalits als een vorm van voortdurende en structurele schending van de rechten van de mens. Daarom pleiten zij voor een veel actiever beleid van de Indiase regering tegen kastendiscriminatie, waaronder betere bescherming tegen kastengeweld, een doelmatiger beleid van positieve discriminatie, teruggave van afgenomen land en meer financiële middelen voor sociale ontwikkeling en basisbehoeften.
Zij dringen er ook op aan dat de internationale gemeenschap de schending van de rechten van Dalits erkent als schending van mensenrechten. Om dat laatste te concretiseren zouden de Verenigde Naties een speciale rapporteur of werkgroep rond 'onaanraakbaarheid in Azië' moeten aanstellen en stappen moeten ondernemen om kastendiscriminatie op te nemen in het V.N. verdrag tegen rassendiscriminatie.
Op 10 december a.s., de dag waarop de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens werd aangenomen door de V.N., zal de 'Campaign for Dalit Human Rights' miljoenen handtekeningen aanbieden aan de Indiase regering. In Nederland willen een zevental kerkelijke en niet-kerkelijke organisaties binnenkort 12.000 handtekeningen aanbieden aan de Indiase Ambassadeur in Nederland, om via hem de Indiase regering te laten weten dat wij de 'demands' van de Indiase Dalit-campagne onderschrijven.
Wij vragen ook u om tijdens uw bezoek aan India de schending van de rechten van de Dalits aan de orde te stellen bij de Indiase autoriteiten. Tevens verzoeken wij u om deze kwestie na uw bezoek aan de orde te stellen in de Europese Unie en bij de geëigende organen van de Verenigde Naties.

Een tweede grote verandering die zich sinds 1991 in India voltrekt is de liberalisering van de economie en de toenemende deelname van India aan de wereldeconomie. De gedetailleerde staatsbemoeienis met het bedrijfsleven was inderdaad een blok aan het been van India's economische ontwikkeling geworden.
Een groot probleem is echter dat de ontwikkeling van de particuliere sector zonder een gelijktijdig effectief overheidsbeleid op het gebied van arbeidsvoorwaarden, sociale zorg en milieu, de al bestaande sociale ongelijkheid en milieudegradatie nog verder vergroot. Dit leidt ook tot een toenemende marginalisatie van onder andere de Dalits en de Adivasi (inheemse volken).
In de door u te bezoeken deelstaat Gujarat - een van de drie deelstaten waarop Nederland zijn hulp gaat concentreren - is bijvoorbeeld sprake van een snelle industrialisatie met zeer omvangrijke schadelijke gevolgen voor het milieu, de volksgezondheid en de overlevingskansen van boeren en vissers. Het Indian People's Tribunal, een panel van juristen en deskundigen op het gebied van gezondheid, landbouw en chemie, concludeerde afgelopen maart in een rapport dat grootschalige vervuiling van het grondwater plaatsvindt waardoor een groot aantal mensen in hun bestaan bedreigd wordt. Tegelijk constateerden zij dat zelfs tegen de meest zichtbare en grofste overtredingen van de (milieu)wetten niet wordt opgetreden en dat de getroffen mensen geen toegang tot informatie daarover hebben noch mogelijkheden om hun klachten kenbaar te maken. Gujarat is ook 'berucht' vanwege 's werelds grootste scheepssloperij in Alang, waar jaarlijks honderden schepen - deels afkomstig uit Nederland, waaronder recent de 'Karel Doorman' - worden ontmanteld op een manier die uit het oogpunt van arbeidsomstandigheden, veiligheid en milieubescherming door minister Netelenbos 'zeer ongewenst' werd genoemd.

Verder is Gujarat het toneel van een van de meest omstreden megaprojecten in India: de gigantische Sardar Sarovar dam in de rivier de Narmada. Deze dam maakt deel uit van een programma van dertig grote en honderden kleine dammen in die rivier. De Sardar Sarovar dam zal een groot gebied onder water zetten, waardoor tussen de 200.000 (officiële schatting) en een half miljoen mensen - vooral Adivasi - van huis en haard worden verdreven. De Wereldbank heeft zich in 1993 uit het project teruggetrokken, omdat de rehabilitatie van de 'ontheemden' - om het zacht uit te drukken - niet goed was geregeld. U zult daaraan, mevrouw Herfkens, als betrokken ex-bewindvoerder van de Wereldbank nog levendige herinneringen hebben.
Onlangs heeft het Indiase Hoogste Gerechtshof een bouwstop die sinds 1995 van kracht was, ongedaan gemaakt. Daardoor zijn, omdat de dam nu met acht meter verhoogd mag worden, opnieuw grote gebieden onder water komen te staan. Dit zal een nieuwe stroom 'ontwikkelingsvluchtelingen' naar de stedelijke krottenwijken op gang brengen. De gerenommeerde mensenrechtenorganisatie PUDR heeft afgelopen augustus namelijk geconstateerd dat de rehabilitatie van grote groepen ontheemden nog verre van geregeld is. Er is geen geschikt land om hen een nieuw bestaan te bieden en duizenden mensen dreigen daar alleen al op korte termijn het slachtoffer van te worden. Overigens is inmiddels gebleken dat gedecentraliseerd waterbeheer en kleinere projecten een veel beter alternatief vormen voor de uiterst kostbare en destructieve Sardar Sarovar dam.
De regering van Gujarat heeft tot nu alle protesten en alternatieven genegeerd. Dat geldt ook voor andere dammen en enkele grote havenprojecten waartegen door vissers, boeren en dorpsbewoners is geprotesteerd. Geheimhouding van informatie en de overtreding van wettelijke voorschriften zijn daarbij eerder regel dan uitzondering.
Nederland is in het verleden via de Wereldbank nauw betrokken geweest bij het Sardar Sarovar project. Verder geeft Nederland hulp aan Gujarat vanwege het veronderstelde 'goede beleid en goede bestuur' in die deelstaat. Daarom vragen wij u om met de regering en niet-gouvernementele organisaties in Gujarat een discussie aan te gaan over de gevolgen voor mens en milieu van het gevolgde ontwikkelingsbeleid. Een gesprek is eveneens op zijn plaats over het beleid van de huidige hindoe-nationalistische regering ten aanzien van minderheden als christenen en moslims. Een deel van de achterban van de BJP regering is nauw betrokken bij aanvallen op deze minderheden. De regering wordt een laks beleid verweten in het aanpakken van de schuldigen.
Op basis van dergelijke gesprekken met overheid en maatschappelijke organisaties moet worden bezien hoe, en wellicht of, Nederland op zinnige wijze met ontwikkelingsgelden kan bijdragen aan een meer sociale en milieubeschermende ontwikkeling van Gujarat.

De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking met India is sinds juni dit jaar, als onderdeel van de herziening van het landenbeleid, op een nieuwe leest geschoeid. De Tweede Kamer heeft voortzetting van de bilaterale ontwikkelingsrelatie toen kritisch onder de loep genomen. De meeste fracties waren op grond van de voornaamste criteria, goed beleid en goed bestuur, van mening dat de centrale regering van India onvoldoende scoorde op deze criteria. De Kamer ging echter wel akkoord met 'bilaterale' hulp aan twee of drie deelstaten die wel aan de criteria zouden voldoen. Op basis daarvan werden de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh en Kerala geselecteerd. Verder liet u, minister Herfkens, onlangs weten dat de regering in New Delhi wel bij het Nederlandse hulpprogramma betrokken blijft, want 'door de federale structuur blijft overleg met de centrale overheid vooralsnog geboden'.
De LIW is van mening dat Nederland op een onverantwoorde en moeilijk te begrijpen manier omgaat met de belangrijke ontwikkelings- en politieke relatie met India. Allereerst is het niet uit te leggen dat op basis van de criteria goed beleid en bestuur wél de deelstaatregering van Gujarat, maar niet de centrale regering in aanmerking komt voor een bilaterale samenwerkingsrelatie. Zowel voor de centrale regering als voor veel deelstaten, waaronder Gujarat, geldt dat er veel is aan te merken op de kwaliteit van beleid en bestuur. Corruptie, schending van mensenrechten, matig of slecht functionerend bestuur, omvangrijke kinderarbeid en (schuld)slavernij en een zeer zwak sociaal beleid zijn niet speciaal terug te voeren op de centrale regering. Even vaak wordt goed centraal beleid door de deelstaatregeringen gefrustreerd.

De beperkingen van de selectiecriteria goed bestuur en beleid komen in het geval van India scherp naar voren. Goed (dan wel slecht) beleid zijn in de meeste landen een kwestie van gradatie en meer of minder lichte grijstinten. India is daarop geen uitzondering. Afhankelijk van 'de hoogte van de lat' is het daarom zowel mogelijk om India's bestuur en beleid als 'goed' of 'slecht' te kwalificeren. De LIW is van mening dat voor een bilaterale ontwikkelingsrelatie een minimum aan bestuurs- en beleidskwaliteit aanwezig moet zijn, hetgeen iets anders is dan verlenen van het predikaat 'goed beleid en bestuur'. Wij zijn overigens van mening dat India, in vergelijking met veel andere ontwikkelingslanden, aan dat minimumcriterium voldoet.
Onze conclusie is dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking met een drietal Indiase deelstaten geen vervanging kan en mag zijn van de bilaterale ontwikkelingsrelatie met India, maar daar integraal deel van moet uitmaken. Het is zeer terecht en legitiem om de vraag van overheden en maatschappelijke organisaties in de deelstaten centraal te stellen bij de invulling van de hulprelatie. Béter bestuur en beleid gericht op armoedebestrijding moet wat ons betreft daarbij de hoofddoelstelling zijn.
Het is echter even noodzakelijk om de Indiase centrale overheid als een vanzelfsprekende partner te zien in de relatie met de deelstaten. Wij vragen u daarom de Indiase centrale regering tijdens uw bezoek duidelijk te laten weten dat Nederland de bilaterale ontwikkelingsrelatie met India, en niet alleen met de drie deelstaten, wil voortzetten. Verder vragen wij u dit standpunt ook in de Kamer uit te dragen bij de begrotingsbehandeling van ontwikkelingssamenwerking/Buitenlandse Zaken.

Kinderarbeid en de belangrijkste remedie daartegen, behoorlijk dagonderwijs voor elk kind tot minstens 14 jaar, zijn onderwerpen die ons inziens niet op de agenda met uw Indiase gesprekspartners mogen ontbreken. Het jongstleden juni door de ILO unaniem in Genève aangenomen conventie tegen de ergste vormen van kinderarbeid biedt daarvoor een uiterst belangrijke nieuwe impuls.
De Indiase premier Mr. Atal Behari Vajpayee heeft begin deze maand in een gesprek met een delegatie van voormalig 'bonded child labourers' en kinderarbeidactivisten, onder leiding van Mr. Kailash Satyarthi van de 'South Asian Coalition on Child Servitude', aangegeven dat India van plan is de conventie te tekenen. Tevens liet hij weten dat zijn regering streeft naar gratis, toegankelijk en verplicht basisonderwijs voor alle kinderen.
Het uitvoeren van deze belofte zal van de centrale en deelstaatregeringen, gezien de omvang van het probleem, nog enorme inspanningen vergen. Het gestelde doel is op termijn ongetwijfeld bereikbaar, maar alleen als basisonderwijs een veel grotere politieke én budgetaire prioriteit krijgt.
In sommige deelstaten, bijvoorbeeld in Andhra Pradesh, lijkt die bereidheid tot het aanpakken van de gecombineerde problemen van kinderarbeid en geringe deelname aan het basisonderwijs sterk te groeien. In Andhra Pradesh hebben enkele particuliere organisaties, waaronder de MV Foundation, in de praktijk laten zien dat armoede geen onoverkomelijke belemmering is om kinderarbeid uit te bannen en alle kinderen goed dagonderwijs te bieden. Dit doen zij met name door het bestaande schoolsysteem te verbeteren met betrokkenheid van de hele gemeenschap. De deelstaatregering heeft inmiddels delen van die aanpak overgenomen. In een gesprek met een delegatie van de Algemene Onderwijsbond (AOb) en de LIW heeft de Minister van Onderwijs van A.P. onlangs laten weten interesse te hebben in schaalvergroting van deze praktijkgetoetste aanpak van verbetering van basisonderwijs en bestrijding van kinderarbeid.
Gezien de beslissing van de Nederlandse regering om kinderarbeid als 'dwarsdoorsnijdend thema' een plaats te geven in de ontwikkelingssamenwerking met India, ligt het ons inziens voor de hand om in het kader van de consultaties die over de sectorbenadering plaats vinden te informeren naar mogelijke samenwerking op dit gebied.

De derde grote verandering in India en de hele Zuid-Aziatische regio is veroorzaakt door de kernproeven die India en vervolgens Pakistan hebben uitgevoerd. Het behoeft geen betoog dat daardoor de onveiligheid in zowel de regio als wereldwijd sterk is vergroot. Deze kernproeven dreigen te leiden tot een nucleaire wapenwedloop die een groot beslag gaat leggen op de schaarse middelen die voor ontwikkeling en armoedebestrijding gebruikt zouden moeten worden. De wapenwedloop zelf drijft de bestaande spanningen tussen India en Pakistan op en de recente strijd rond Kargil heeft laten zien dat beide landen regelmatig gevaarlijk dicht op de rand van een grote, en wellicht zelfs nucleaire, militaire confrontatie staan.
De LIW steunt daarom het wapenembargo dat door Nederland is ingesteld. Wij menen dat een ruimere interpretatie van het wapenembargo op zijn plaats zou zijn als India (en Pakistan) hun nucleaire programma verder gaan uitbouwen. Dat dit laatste mogelijk het geval is blijkt uit antwoorden van uw regering op kamervragen waarin gewag wordt gemaakt van de recent door de Indiase nationale veiligheidsraad uitgebrachte ontwerp-nucleaire doctrine waarin 'ambitieuze plannen werden uiteengezet voor een zogenoemde nucleaire triade', mogelijk inclusief onderzeeboten met nucleaire wapens.
In dat licht dringen wij er bij u op aan om de Indiase regering te laten weten dat Nederland in internationaal verband gaat pleiten voor een ruimer wapenembargo als deze nucleaire doctrine door de Indiase regering wordt overgenomen.
Nederland zou in dat geval ook zelf moeten besluiten om niet alleen 'strategische wapens' maar ook dienstverleningsovereenkomsten voor militaire doeleinden onder het wapenembargo te brengen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij grote de bouw- en baggeropdracht van Ballast Nedam voor de aanleg van een nieuwe marinehaven te Karwar, die te zijner tijd ook door kernonderzeeërs als thuisbasis zal worden gebruikt.

Wij wensen u een vruchtbaar bezoek aan India toe en horen na het bezoek graag nader over de bevindingen en resultaten van uw reis.


Hoogachtend,


G.J.B. Oonk,
namens de Landelijke India Werkgroep



begin pagina

Landelijke India Werkgroep - 19 november 1999