terug

Fototentoonstelling

Van katoenzaad tot zomerkatoentje

Er gaat heel wat aan vooraf voordat wij, in Nederland, een T-shirt of overhemd voor een schappelijk prijsje in de winkels kunnen kopen. Deze tentoonstelling brengt het traject van de aanplant van katoen tot het overhemd in de Nederlandse schappen in beeld.

Samenstelling: LIW, 1995; 21 kleurenfoto's (30x45cm) met tekst, op 8 panelen van maquettekarton (70x100cm) met aluminium rand (gewicht per paneel 900 gr.); in houten kist, totaal gewicht 25kg.


Huurprijs: € 22,40 per week, voor iedere extra dag € 2,70; voor 1 maand: € 78,50, voor 2 maanden € 134,50.


(De tekstvlakken in onderstaande voorbeelden zijn relatief groter dan op het origineel....)

PANEEL 1:

Katoenzaad-produktie

1.
Op deze plantage vlak bij het dorp Khotakota in Zuid-India wordt katoenzaad geteeld. Gemiddeld werken er 100 meisjes en enkele mannen en jongens op een plantage. Meisjes tussen de 6 en 15 jaar zijn de goedkoopste arbeidskrachten. Ze krijgen 9 roepies per dag. Jongens werkzaam in deze sector krijgen 12 roepies, vrouwen 15 roepies en mannen 25 roepies. Ook het onderscheid tussen mannen- en vrouwenwerk wordt al vroeg gemaakt.
VAN
KATOENZAAD
TOT
ZOMERKATOENTJE

Het leven van een luchtig zomerkatoentje begint bij de katoenzaadproduktie. Er gaat heel wat aan vooraf voordat wij hier in Nederland onze mini-jurkjes of overhemden voor een schappelijk prijsje bij de grote warenhuizen kunnen kopen.


2.
De zaden moeten van goede kwaliteit zijn. Vooral voor de export is een perfecte kwaliteit belangrijk. Om een hoge kwaliteit te waarborgen wordt de kruisbestuiving van de planetn met de hand gedaan. Volgens de manager van deze plantage is deze taak bij uitstek geschikt voor meisjes: "Jonge meisjes werken hard, ze hebben van die fijne handen en het is ook makkelijk dat ze niet hoeven bukken".

PANEEL 2:


Katoenproduktie

3.
Het katoengewas is gevoelig voor ziektes en insektenplagen. De boeren willen geen enkel risico lopen met hun oogst en maken overmatig en vaak ondeskundig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Hoewel beknd is dat dit de kans op longaandoeningen en huidziekte vergroot, zijn de boeren niet zo bezorgd over de schadelijke gevolgen voor de arbeid(st)ers: "De Indiase pesticiden zijn van zulke slechte kwaliteit, dat zelfs de insekten er niet van sterven, laat staan de kinderen".



4.
India staat op de vierde plaats van de wereldranglijst van katoenproducenten. Katoen is éé van de belangrijkste handelsgewassen in India. Katoenzaad is een belangrijke basis voor spijsolie en eiwitrijke voedselprodukten, maar het gewas wordt voornamelijk als textielprodukt verbouwd. Katoenpluksel is de belangrijkste grondstof voor de textielindustrie.

PANEEL 3:
Vezelverwerking

5.
De scheiding van vezel en zaad, het ontpitten, gaat mechanisch. De verkregen vezels worden in de fabriek tot grote balen geperst.
6.
In de spinfabriek worden van de balen katoen eerst dikke lonten getrokken. Een serie spinmachines levert een steeds dunnere draad op die uiteindelijk wordt getwijnd tot stevig garen.
7.
De garens worden voor het verven gebleekt. Dit maakt het katoen poreus, zodat de verf er later goed in kan dringen en de katoen een diepe kleur krijgt.

PANEEL 4:
8.
De strengen krijgen vervolgens meerdere verfbaden totdat ze de gewenste kleur hebben. Het drogen van de kleurrijke strengen gebeurt buiten, in de zon.



Weven

9.
India is een textielland met traditie. het weversvak wordt er vanouds beoefend. In de straten van de traditionele textielstad Madurai worden dagelijks scheringen gespannen voor het geweven van de meters lange sari's, het dagelijkse kledingstuk van de Indiase vrouwen.


10.
In vele dorpen in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu is weven een 'huisindustrie'. In bijna ieder huis staan meerdere weefgetouwen en het gehele gezin werkt mee.

PANEEL 5:
11.
De families moeten de gekochte garens zelf op klossen spoelen. Dit behoort veelal tot de taken van de kinderen en vrouwen. Hoewel de vrouw ook veel van het weefwerk doet, wordt ze niet als weefster beschouwd. De man is de traditionele wever en hij wordt ook door een tussenhandelaar betaald voor het produkt. Een groot deel van de opbrengst van de stoffen komt bij deze tussenhandelaren terecht.
12.
India kent ook een grootschalige weefindustrie. Toen de arbeid in Engeland te duur werd, bouwden de Engelsen in de koloniale tijd textielfabrieken in India. Na de onafhankelijkheid, in 1947, zijn deze fabrieken overgegaan in de handen van de Indiase elite.
13.
De textielfabrieken besteden veel werk uit met name aan de zogenaamde 'powerloom' bedrijfjes. Dit zijn kleine bedrijven met electrisch aangedreven weefgetouwen. De lonen liggen hier lager dan in de fabrieken. Maar door de scherpe concurrentie en stijgende prijzen voor garens en verf hebben zowel de kleine 'powerloom' bedrijven als de handwevers moeite om hun hoofd boven water te houden.

PANEEL 6:

De confectie-industrie

14.
Evenals de arbeid(st)ers in de katoenteelt, de vezelverwerking en de textielindustrie, behoren ook de confectie-arbeid(st)ers en hun families tot de armen van India. Het loon van alle werkende familieleden is niet voldoende om een behoorlijke woning te betalen.



15.
De stad Tirupur in de deelstaat Tamil Nadu is hét centrum van de confectie-industrie in India. In talloze fabriekjes werken mannen, vrouwen en kindeen voor de export van kleding naar de grote warenhuizen in het westen. Zelfs hele jonge kinderen vanaf 8 jaar werken al full-time in de fabrieken.

PANEEL 7:


Vier generaties in de confectie-industrie:
van grootmoeder tot kleinkind

16 t/m 19.
In de ateliers en in de sloppenwijken in Delhi werken jonge meisjes, tieners, hun moeders en grootmoeders voor de confectie-industrie: slecht betaald thuiswerk zonder enige vorm van zekerheid.

PANEEL 8:

Uw zomerkatoentje!

20.
85% van de katoen die in India wordt geteeld wordt in de textiel- en kledingindustrie verwerkt. Een gedeelte van deze produktie gaat als lungi, sari of huishoudtextiel over de Indiase toonbank.
21.
Er wordt ook veel geëxporteerd. Nederland importeert jaarlijks voor ongeveer 220 miljoen aan textiel - met name kleding - uit India. We kopen het vooral omdat het zo lekker goedkoop is en toch aan zonze kwaliteitseisen voldoet. Hoe kan dit terwijl de produktielijn van katoenzaad tot kleding zo arbeidsintensief is? Het antwoord is eenvoudig: arbeid in India is goedkoop en er worden geen grote investeringen voor voorzieningen voor arbeid(st)ers gedaan. Onze koopjesjacht draagt bij aan een steeds scherpere concurrentiestrijd op de kledingmarkt en daarmee aan de uitbuiting van de arbeid(st)ers in India in de hele keten van katoenzaad tot kledingstuk.
Landelijke India Werkgroep
Mariaplaats 4
3511 LH Utrecht
tel 030-2321340
fax 030-2322246

Foto's:
Marianne Hesselmans (1,2),
Jolanda van de Grint (16 t/m 19),
Fair Trade Organisatie,
Schone Kleren Overleg,
Landelijke India Werkgroep.

Met dank aan Fair Trade Organisatie en de NCO.




Landelijke India Werkgroep - 1 juli 2005