terug

Terugblik op de conferentie 'Onderwijs Werkt Beter', Haagse Hogeschool, 26 mei 1999


Werkende kinderen naar school:
'Geen prioriteit maar een obsessie'

De Landelijke India Werkgroep, FNV en Novib organiseerden aan de vooravond van de ILO besprekingen over een nieuwe verdrag tegen kinderarbeid de conferentie 'Onderwijs Werkt Beter'. Organisaties uit India, Burkina Faso en Brazilië tonen aan dat onderwijs werkt in de strijd tegen kinderarbeid.

Kinderen hebben recht op basisonderwijs. Daar is iedereen het over eens. Maar mag een kind daarnaast ook werken? Sylvia Borren, de nieuwe directeur van Novib en voorzitter van de conferentie 'Onderwijs Werkt Beter' legt deze vraag voor aan de gastsprekers uit India, Burkina Faso en Brazilië.

Shantha Sinha is voorzitter van de MV Foundation uit Andra Pradesh. Haar opvatting: "Alle kinderen moeten naar school. Maar onze ervaring is dat als je ze toestaat om daarnaast twee uurtjes te werken, die twee uurtjes er al snel drie worden, dan vier, dan zeven... Op het laatst werken ze alleen nog maar. Het streven moet zijn: geen werk maar onderwijs."

Voorzitter Benoît Ouaba van de Association Tin Tua denkt er anders over. "Als je bij ons in Burkina Faso zegt dat kinderen niet mogen werken, wordt je niet gehoord. Men denkt eerder andersom. Onderwijs? Best, zolang 't het werk maar niet belemmert. Maar volgens mij is het ook goed dat een leerling van tijd tot tijd het land bewerkt. Anders krijgt hij een bureaucratische houding van: ach, ik heb gestudeerd, ik hoef mijn handen niet vuil te maken."

Wil hij of moet hij werken?
De heer Cristovam Buarque van Bolsa Escola neemt een middenpositie in. Aan de keuze van onderwijs en/of werk gaan volgens hem een aantal vragen vooraf. Hoeveel uur werkt het kind en hoe oud is hij? Wíl hij of móét hij werken? Werkt hij voor zichzelf of voor een baas? En: werkt hij om Nike-schoenen te máken of te kópen? "Maar hoe dan ook, geen kind mag worden gedwongen om te werken."

Drie verschillende antwoorden op één vraag. Niet verwonderlijk, want de gastsprekers hebben een verschillende aanpak van hetzelfde probleem: kinderarbeid die de ontplooiing van het kind in de weg staat. Waarin verschilt dan die aanpak?

India: 'School is het startpunt van sociale verandering'
Shantha Sinha: "In India is de drop-out van kinderen vooral het gevolg van de drop-out van onderwijzers. Een leraar hoort er van negen tot drie te zijn. Maar vanwege bijbaantjes en een weinig inspirerende werkomgeving, bijvoorbeeld te grote klassen, zijn ze vaak afwezig. De regering trekt te weinig geld uit voor het aanstellen van voldoende onderwijzers." Volgens Sinha houden ouders hun kinderen niet vanwege armoede thuis, maar omdat de kwaliteit van het onderwijs zo slecht is. Daarom zoekt MV Foundation de dialoog met werkgevers, ouders, onderwijs en de overheid. Zo wordt werkgevers bijvoorbeeld gevraagd om lid te worden van het Village Education Committee. Ze verplichten zichzelf om geen kinderen in dienst te nemen. Ook zijn inmiddels duizenden onderwijzers actief in het Teachers Forum van MV Foundation. De leden zetten zich actief in om werkende kinderen op school te krijgen en het onderwijs te verbeteren. Oudere kinderen die altijd hebben gewerkt, volgen via de MV Foundation een 'brugklas' om hun leerachterstand te overbruggen. "Want", zegt Shantha Sinha, "school is het startpunt van sociale verandering en geeft arme mensen kans op gelijkheid en ontwikkeling." De MV Foundation heeft er inmiddels voor gezorgd dat 80.000 kinderen naar school kunnen. De lokale overheid en de Wereldbank hebben de succesvolle 'brugklas-methode' overgenomen.

Burkina Faso: 'Gealfabetiseerde mensen zien het belang van onderwijs'
'Laat ons onszelf ontwikkelen', is de betekenis van Tin Tua in het Gourmantchéma. En juist in deze lokale taal schuilt het succes van deze organisatie in het oosten van Burkina Faso. "We begonnen met alfabetisering voor volwassenen in hun eigen taal", legt Benoît Ouaba uit. "Dan blijkt dat gealfabetiseerde mensen, in tegenstelling tot ongeschoolden, wél het belang van onderwijs inzien. Ouders verzochten ons om ook voor hun kinderen schooltjes te starten." Dit was hard nodig, want vier van de tien Burkinese kinderen gaan niet naar school. Bij Tin Tua leren kinderen volgens dezelfde methode als de volwassenen: eerst in de eigen taal, dan pas in het Frans. De opgedane kennis wordt onmiddellijk in praktijk gebracht. Trots verwijst voorzitter Ouaba naar Laabaali, het tijdschrift dat Tin Tua uitgeeft en 'het enige blad in lokale taal dat tien jaar lang ononderbroken is verschenen'. De artikelen verspreiden onder andere agrarische kennis en de recepten zorgen voor meer en snellere genezingen.

Brazilië: 'Geen tijd om mensen ideologisch te overtuigen'
"Het idee is simpel", begint Cristovam Buarque van Bolsa Escola. "Je betaalt arme gezinnen een beurs van US$130 per kind per maand. Zij moeten hiervoor aan twee voorwaarden voldoen: al hun kinderen tussen de zeven en veertien jaar gaan naar school. En ten tweede: de kinderen missen niet meer dan twee lesdagen per maand." Zo, aldus de voormalig gouverneur van de deelstaat Brasilia, creëer je inkomen, voorkom je kinderarbeid en creëer je banen, namelijk de mother job: de beurs gaat naar de moeders. Niet alleen als blijk van waardering voor hun zware dagtaak, maar ook om hun rol in de economie te vergroten. Cristovam: "We hebben geen tijd om mensen ideologisch te overtuigen. Al te veel werkgevers hebben Braziliaanse kinderen hun jeugd ontnomen." De studiebeurzen blijken kinderen inderdaad van de werkvloer te houden. Al vijftigduizend kinderen gaan nu naar school en het uitvalspercentage bedraagt slechts 0,2%, tegenover het landelijk gemiddelde van 7,2%! Het systeem is betaalbaar, volgens Cristovam. De deelstaten kunnen bijdragen. En kwijtschelding van 3% van de buitenlandse schuld van Brazilië (in totaal US$ 69 miljard alleen al aan rente) volstaat om alle kinderen naar school te sturen. Hij roept de aanwezigen op om bij hun regering, de Wereldbank en de Europese Unie te pleiten voor kwijtschelding van schulden ten behoeve van basisonderwijs.

Geen prioriteit maar een obsessie
De werkwijze van Association Tin Tua, Bolsa Escola en MV Foundation mag verschillen, maar de gastsprekers ontdekken ook veel parallellen. Volgens alle drie de gastsprekers is basisonderwijs een overheidstaak. Maar nationale regeringen kunnen het niet alleen. Ze kunnen veel leren van de ervaringen van particuliere organisaties. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. En goede scholen creëren de vraag naar onderwijs, voorkomen kinderarbeid en bieden kinderen een toekomst. Natuurlijk moet er dan wel werk zijn voor opgeleide mensen. "Maar", zegt Shantha Sinha, "goed opgeleid en werkloos is nog altijd beter dan ongeschoold en werkloos. Alleen onderwijs biedt perspectief op ontsnapping uit de armoede." Cristovam Buarque voegt eraan toe: "Alle kinderen naar school, dit moet geen prioriteit zijn, maar een obsessie."

Petitie
Tot slot van de conferentie presenteert Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep een petitie aan de heer Joan Boer, plaatsvervangend directeur-generaal Internationale Samenwerking. Namens de organisators van de conferentie (LIW, FNV en Novib) vraagt Gerard Oonk de Nederlandse regering om:

  • verdubbeling van de ontwikkelingshulp voor basisonderwijs en voor programma's om werkende kinderen op school te krijgen. Dit betekent een verhoging van 4 naar 8%;

  • hulp aan ontwikkelingslanden bij de uitvoering van het ILO-verdrag tegen kinderarbeid, met de nadruk op goed onderwijs aan nu nog werkende kinderen;

  • een verbod op werk dat kinderen belet naar school te gaan. De regering zou moeten pleiten om dit op te nemen in het ILO-verdrag, dat nu alleen de ergste vormen van kinderarbeid verbiedt.

De heer Boer, die namens minister Herfkens reageerde, noemde de petitie 'een stap in een proces.' Het stimuleren van onderwijs is, meent hij, een van de belangrijkste facetten van armoedebestrijding. "Maar op alle verlangens in de petitie kan ik niet zomaar ja zeggen. Het gaat niet alleen om meer geld. Je moet over onderwijs langjarige afspraken maken met de hulpontvangende landen." Nu gebeurt dit in veertien van de negentien voorgestelde landen die bilaterale hulp zullen ontvangen, 'maar wellicht worden dat er meer.'

Boer: "Onderwijs is soms een deel van het probleem van kinderarbeid. Met slecht onderwijs blijft kinderarbeid een aantrekkelijk alternatief." De Nederlandse overheid weet nog veel te weinig van allerlei vormen van kinderarbeid, zoals huishoudelijk werk en bonded labour. "Pas als we meer weten, kunnen we gerichter kijken naar wat Nederland zou kunnen doen. Mede door uw petitie is kinderarbeid hoger op de politieke agenda gezet."

Namens de minister liet Boer weten dat landen die het nieuwe verdrag tegen de ergste vormen van kinderarbeid tekenen, kunnen rekenen op steun van de Nederlandse overheid. "We helpen nu bijvoorbeeld al de Bengalese regering om de wetgeving tegen kinderarbeid te verbeteren. En er zijn plannen om steun te geven aan vakbonden in Pakistan en de MV Foundation in India in hun strijd tegen kinderarbeid." Nederland zal volgens Boer echter niet pleiten voor uitbreiding van het verdrag tegen kinderarbeid. "Dat zou een brede ratificatie in de weg staan."

Onaanvaardbare cijfers

Wereldwijd verrichten 250 miljoen kinderen kinderarbeid. Dat is één op de vier kinderen. Bijna de helft van deze kinderen werkt fulltime of zelfs meer. Veel werk is 'onzichtbaar', vooral de arbeid van meisjes (in het huishouden, dienstverlening, informele sector).
Wereldwijd gaan 125 miljoen kinderen nooit naar school. Nog eens 150 miljoen kinderen maken de basisschool niet af. Deze 275 miljoen kinderen vormen een nieuwe generatie analfabeten. Twee derde van de kinderen die niet naar school gaan zijn meisjes. De meeste van deze kinderen belanden te vroeg in het arbeidsproces. Zij zullen niet ontsnappen aan de vicieuze cirkel van armoede en achterstelling.
De bovenstaande cijfers zijn onaanvaardbaar, omdat basisonderwijs de cirkel van armoede kan doorbreken. Kinderen hebben recht op basisonderwijs en op bescherming tegen kinderarbeid, zegt het Verdrag van de Rechten van het Kind. In het jaar 2015 zitten alle kinderen op school, zo is op diverse VN-Topconferenties afgesproken.
Het is ook haalbaar om werkende kinderen op school te krijgen. De organisaties MV Foundation, Bolsa Escola en Tin Tua leveren hiervoor het bewijs.




pagina KINDERARBEID

begin document

Landelijke India Werkgroep - 1 oktober 1999