terug
Uit: India Nu 117 (jan-feb 1999)


Weduwen in India

Een sociaal en seksueel doodvonnis


Vrouwen in India verkeren nog altijd in een erg ondergeschikte positie. Dat geldt zeker voor weduwen. In de loop der eeuwen is hun sociale uitsluiting diep verankerd geraakt in het maatschappelijk leven. Tradities bepalen het lot van de weduwen. "Is er echt geen ontkomen aan, aan deze onderdrukkende, patriarchale ideologie?" vraagt xxx zich af. Een indringende reportage uit de Noord-Indiase stad Varanasi.

Het is nog donker als ze met haar kannetje water en wat losse afrikaantjes vanaf de kant van de rivier weer omhoog klimt over de ghats, de trappen langs de Ganges. Bij Tulsi Ghat doet ze een gebed bij de sati stone, een steen die gemaakt is ter herdenking van een weduwe die levend is meeverbrand op de crematie van haar echtgenoot. Zelf is ze een getrouwde vrouw. Dat blijkt duidelijk uit de helrode streep in haar scheiding, haar glazen armbanden en haar teenringen. Ik blijf wat langer zitten en zie dat er na haar nog meer vrouwen en mannen volgen die eer betuigen bij de steen, een beeldhouwwerkje van zo'n dertig centimeter breed, vijftig centimeter hoog en een beeltenis van een naast elkaar staande man en vrouw.
  Langs de ghats van Varanasi kom je ze vaak tegen, die sati stones. Soms is het echt zoeken, als ze verscholen liggen achter een theestalletje, onder houtstapels op de crematieghats, of ingebouwd zijn in een muur van een woonhuisje. Ze zien er ook niet allemaal hetzelfde uit, maar vaak zie je wel een man en een vrouw afgebeeld. Niet allemaal worden ze even intensief gebruikt voor puja's. De meesten echter vertonen sporen van offerandes, variŽrend van een stip gekleurd poeder op de voorhoofden, tot wat afrikaantjes of natte plekken als gevolg van het besprenkelen met Gangeswater. Wat bezielt mensen om sati (de dood door verbranding tijdens een openbaar spektakel) te vereren?


Holy sati

Als je, zoals ik de afgelopen dagen, 's ochtends vroeg regelmatig in de buurt van deze gedenkstenen te vinden bent, en vooral langer blijft zitten, dan raak je aan de praat met mensen. En krijg je, in eerste instantie ongevraagd, informatie over wat de steen is. "This is because of sati, you know. Very holy." Als ik nog langer blijf zitten en probeer te begrijpen waarom de steen vereerd wordt, worden de discussies pas echt interessant. De brahmaanse priester, die zich voortdurend in het gesprek wil mengen, en het al snel groeiende groepje omstanders, roepen allemaal door elkaar.
  Een deel van de met name Engels sprekende mannelijke omstanders lijkt de verering te willen afzwakken. Ik zou er niet in geïnteresseerd moeten zijn en me er niet te veel mee bezig moeten houden, want het gaat hier immers om een praktijk die niet alleen zeer sporadisch voorkwam, maar allang uitgebannen is. Als ik als videshi (buitenlandse) teveel aandacht op sati vestig, zou ik vooral op sensatie belust zijn. En op het bezorgen van een slechte naam aan India. Voor je het weet zijn sommigen zelfs een beetje boos vanwege mijn interesse. Het levend verbranden van weduwen mag dan relatief weinig voorgekomen zijn, het vereren van sati als ideaal gebeurt dagelijks en door veel mensen. Hier draag ik met mijn vragen en studie niets aan bij. Ik wil het wel begrijpen.


Dood of leven

Volgens de Indiase geschriften hadden vrouwen bij het overlijden van hun echtgenoot de keuze: óf men werd weduwe, óf men werd dit niet. Dit lijkt onmogelijk, want hoe kun je nou besluiten om geen weduwe te worden op het moment dat je echtgenoot sterft? Dit is een automatisch gevolg, zou je zeggen. Toch boden de hindoe-geschriften hier een oplossing in de vorm van sati. Een vrouw in India is pas weduwe wanneer haar man gecremeerd is. Een vrouw die kiest voor sati, voor het levend meeverbrand worden op de crematie van haar echtgenoot, maakt daarbij een volgens veel hindoes bewuste keuze om geen weduwe te worden.

De term sati komt uit het Sanskrit. Sat betekent zoveel als goedheid en sati verwijst niet zozeer naar de daad (de dood van een vrouw op de brandstapel van haar overleden echtgenoot), maar naar diegene die de daad uitvoert, de sati, de goede vrouw. Meestal worden zowel de actie als de vrouw met het begrip sati aangeduid. In de vroegste geschriften, de Veda's, de Brahmana's en de Upanishads (die gedateerd kunnen worden tussen 4000 en 1000 v. Chr.) vinden we geen verwijzingen naar het gebruik van sati en het was dus vrijwel zeker geen Vedische sanctie.
  De eerste referenties aan sati verschijnen rond 300 v. Chr. Het beroemde Indiase epos de Mahabharata, waarvan een belangrijk deel in deze periode werd geschreven, beschrijft een aantal voorvallen waarbij een echtgenote ervoor kiest om verbrand te worden op de brandstapel van haar man. Het vroegste historische geval van sati stamt uit 316 v. Chr. toen de beide vrouwen van generaal Keteus de brandstapel wilden beklimmen. Omdat de oudste van de twee echtgenotes een jong kind had, werd het alleen aan de jongste, nog kinderloze vrouw toegestaan de houtstapel te bestijgen en samen met haar man gecremeerd te worden. Griekse schrijvers schreven een ooggetuigeverslag.
  Nog steeds echter, beschouwden veel hindoes uit die tijd sati niet als ideaal. Zij gaven de voorkeur aan een ascetische levenswijze voor weduwen. Het was tussen 700 en 1100 na Chr. dat sterke voorvechters van sati veel aanhang kregen en het gebruik vooral in Noord-India en Kashmir sterk toenam. In de Middeleeuwen vertellen reizigers van gevallen waarin de echtgenote duidelijk onder dwang de brandstapel beklom. Zou een vrouw de brandstapel weigeren en weduwe worden, dan zou zij als een onaanraakbare behandeld worden, niet worden geaccepteerd binnen haar kaste en familie, en geen bezittingen hebben.


Weduwe in Varanasi
(foto: xxx)

  Toch is de schrijver A.S. Altekar, die een boek schreef over de positie van vrouwen in de hindoebeschaving, ervan overtuigd dat afgezien van deze beschrijvingen van dwang, de meeste vrouwen vrijwillig sati werden. Zijn eigen zus, Indirabai, besloot in 1946 zichzelf te verbranden, 24 uur nadat haar man was overleden, ondanks felle protesten van haar familieleden. Dit zag zij als haar plicht als toegewijd echtgenote. Altekar is ervan overtuigd dat verreweg de meeste vrouwen die een eind maakten aan hun leven op de brandstapel van hun echtgenoot, dit uit liefde deden. Deze vrouwen waren ervan overtuigd dat dit de beste oplossing was voor hun echtgenoten en henzelf. Dit is een interessant punt en een dilemma. Een dilemma, omdat ik het de sati's zelf niet meer kan vragen. Een interessant punt, omdat het gerechtvaardigd is om de vraag te stellen in hoeverre vrouwen in India, die in het algemeen weinig te zeggen hadden (en hebben) over wanneer en met wie ze gingen trouwen, over of ze onderwijs wilden krijgen, of ze seksuele gemeenschap met hun man wilden, of ze kinderen wilden en zo ja, hoeveel, of ze uit wilden gaan, en ga zo maar door, opeens inspraak leken te hebben, zelfs de keuze, bij beslissingen over leven en dood. Als de vrouwen de keuze voor sati al vrijwillig maakten, wat was dan de religieuze en sociale context van deze keuze?


Strafbaar

Bijna twee eeuwen van koloniale en seculiere regering hebben sati haar religieuze context officieel ontnomen: sati is nu een strafbaar feit. De onderliggende religieuze waarden zijn echter niet verdwenen, zoals je hier aan de ghats van Varanasi dagelijks om je heen kunt zien. De sati gedenkstenen worden aanbeden door vrouwen die straks, als hun man eerder zou sterven, een ascetisch en celibaat leven tegemoet gaan. Sociaal en seksueel vast doodverklaard: de rest volgt vanzelf.
  De promiscue natuur die vrouwen volgens de hindoegeschriften zouden bezitten is het gevolg, aldus deze teksten, van een slecht karma. Vrouwen worden als het ware met deze natuur gestraft. Om toch aan hun rol van devoot echtgenote toe te komen, moet de overspelige natuur van vrouwen onderdrukt worden. In een ideale hindoesamenleving is het daarom van het grootste belang dat een meisje jong trouwt. Een menstruerend meisje dat niet getemd wordt door een huwelijk en moederschap vormt een bedreiging voor haar familie, haar kaste en de hindoesamenleving. Vooral binnen het huwelijk en als moeder krijgt een vrouw haar identiteit. De vrouw staat symbool voor het in stand houden van de morele orde van de samenleving, met name bij de brahmanen. Onbeschermde weduwen vormen om die reden een groot gevaar. In het ideale wereldbeeld van orthodoxe hindoes zouden er daarom geen weduwen bestaan. In de echte wereld zijn ze er natuurlijk wel: in India zo'n 33 miljoen.
  De hindoetraditie heeft hier een aantal oplossingen voor bedacht. Een weduwe krijgt in eerste instantie de schuld van het eerder overlijden van haar echtgenoot, ongeacht de doodsoorzaak. Zij zou namelijk volgens de traditie eerder hebben moeten sterven dan haar echtgenoot. Een goede echtgenote zal nooit weduwe worden omdat ze haar man nooit alleen zal laten, ook niet in de dood. Zij sterft eerder of wordt sati. De weduwe vertegenwoordigt daarom meer dan wie dan ook de spanning tussen de ideale wereld (een beeld gecreëerd door mannen) en de manifestatie daarvan in het gewone, dagelijkse leven. Een weduwe staat symbool voor de onmogelijkheid om de gewone wereld perfect te maken. En daar wordt ze voor gestraft. Daarom wordt zij ritueel en ideologisch gemarginaliseerd.
  De 'grote' mannelijke denkers in de Indiase geschiedenis hebben er veel aan gedaan om weduwen te stigmatiseren, onder andere door hun uiterlijk aan banden te leggen. Wanneer de echtgenoot van een vrouw overlijdt, worden haar glazen armbanden volgens de voorschriften gebroken. Vaak gebeurt dit op een hardhandige manier tegen de zijkant van de lijkbaar. Een handeling die vernederend is en ook als zodanig ervaren wordt. Ook de teenringen worden afgedaan wanneer de vrouw een weduwe wordt. De ringen, die bij veel Indiase bruiden omgedaan worden tijdens de huwelijksceremonie, symboliseren haar gerichtheid op het huis van haar geboorte en op het huis van haar toekomstige echtgenoot. Zij benadrukken haar tweeledige status van echtgenote en zuster. Vaak dragen de vrouwen twee ringen aan iedere voet: één voor de echtgenoot en één voor de broer. Wanneer de echtgenoot of een broer sterft, wordt een set verwijderd. Veel vrouwen uit de brahmanenkaste dragen helemaal geen teenringen meer als de echtgenoot sterft.


Uitgesloten

Een ander uiterlijk kenmerk, waaraan je weduwen hier in Varanasi nog steeds regelmatig kunt herkennen, is het kaalscheren van het hoofd. Historisch gezien is dit van recente origine, het werd pas rond 1200 na Chr. een gewoonte. Het onderliggende motief was duidelijk: het uiterlijke voorkomen van een weduwe moest in overeenstemming zijn met het (door mannen opgelegde) ideaal van afzweren (sannyasa). Het kaalscheren, zo werd gedacht, zou een ascetische sfeer om haar heen scheppen, hetgeen nodig werd geacht voor haar 'keuze' een celibatair leven te lijden. De schoonheid van haar gezicht werd aangetast zodat zij minder aandacht van mannen zou krijgen. Een weduwe met lang haar, zo staat in de geschriften, is een gevaar voor de zielenrust van haar man. Lang haar zou haar echtgenoot in de andere wereld aan haar binden en daarmee zou zijn reis naar verlossing bemoeilijkt worden.
  Een andere, vooral in de Punjab veel gehoorde reden dat weduwen hun hoofd kaal moeten scheren, is dat iedere druppel water die op haar hoofd valt, de ziel van haar echtgenoot zo vaak zal vervuilen als zij haren op haar hoofd heeft. Weinig liefhebbende echtgenotes wilden dat op hun geweten hebben. Aan het eind van de vorige eeuw realiseerden hervormers uit vooral Maharashtra zich echter, dat het kaalscheren van met name jonge weduwen meer kwaad dan goed deed: een weduwe werd op die manier zeer gemakkelijk als onbeschermde vrouw herkend door mannen met kwade bedoelingen.

Veel weduwen die ik tegenkom en spreek op de ghats van Varanasi laten de sindhura (rode poeder in de haarscheiding), de kumkuma (de rode stip op het voorhoofd), de glazen armbanden en teenringen weg. Ook gaan zij veel gekleed in witte of andere sobere sari's. Het rood van de kumkuma wordt regelmatig vervangen door een witte streep of punt op het voorhoofd. Deze vibhuti symboliseert de as van de brandstapel. De meeste vrouwen hebben nog wel haar, vaak echter kort geknipt. Orthodoxe bewoners van de stad, nemen nog steeds geen voedsel of water aan van een weduwe. Ook worden zij niet uitgenodigd voor feestelijke bijeenkomsten en puja's. Hun aanwezigheid zou een gevaar inhouden. Een smet op de reinheid van de familie.
  Het is duidelijk dat het aan banden leggen van het uiterlijk van een weduwe een publiek symbool is. Door alles wat een getrouwde en seksueel actieve vrouw als versiering gebruikt (kumkuma, sindhura, rode sari's, glazen armbanden, sierlijk lang haar etc.) als taboe te beschouwen voor een vrouw die haar echtgenoot verliest, sterft een weduwe, hoe jong ook, alvast een seksuele dood. Door vervolgens haar fysieke aanwezigheid bij zo'n beetje alle belangrijke sociale gebeurtenissen als verontreinigend en bedreigend te bestempelen, sterft zij ook alvast een sociale en rituele dood. Geen wonder dat veel van de weduwen waarmee ik spreek, aangeven dat zij wachten op hun (fysieke) dood. Dat lijkt het enige wat er nog voor hen over blijft.


Schrikbeeld

Verwarrend vind ik ze, die gesprekken met weduwen. Ik heb medelijden, heel vaak. Maar ik kan ze tegelijkertijd heel moeilijk als slachtoffer zien. Want waarom, in hemelsnaam, gaan ze mee in dit systeem. Is er echt geen uitweg? Waarom overheerst er zo'n gelatenheid? Is er echt geen ontkomen aan, aan deze onderdrukkende, patriarchale ideologie? Als je wilt pleiten voor een verbetering in de positie van weduwen, een reden waarom 1999 is uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Ouderen, moet je eerst begrijpen wat er aan de hand is. Veel weduwen zijn natuurlijk slachtoffer. Slachtoffers van een religieuze en culturele ideologie. Slachtoffers van mannen die hun macht en status (al dan niet bewust) ontlenen aan het onderdrukken van vrouwen. Aan de basis hiervan ligt een religieuze ideologie die stelt dat de belangrijkste taak van vrouwen, het dienen van hun mannen is. En dat dóen vrouwen, al eeuwenlang. Daar werken ze zelf aan mee. En dat dienen, dat gaat door na de dood van hun echtgenoot. Voor de zielenrust van hun man. Een weduwe moet het leven van een asceet leven, met dat verschil dat het niet voor een individuele bevrijding bedoeld is, maar voor de zielenrust en bevrijding van haar gestorven echtgenoot. Houdt een weduwe zich hier niet aan, zal haar man in de hel belanden. Is het niet godgeklaagd? De chamar meisjes uit de kaste der harijans in de wijk dicht bij mijn huis, trouwen voor hun eigenlijke huwelijk symbolisch met een boom. Zodat zij nooit weduwe zullen worden. Dat is voor meisjes van zo'n tien, twaalf jaar al een schrikbeeld. En de sati stone, een klein stukje verderop, wordt dagelijks vereerd, besprenkeld met heilig water en afrikaantjes. Door vrouwen met veel rinkelende armbanden en een helrode sindhura.
  Bij de crematieghat van Manikarnika sprak in vanmorgen een weduwe die daar al ruim tien jaar wacht tot het moment komt dat ze zelf aan de beurt is. Dagelijks bedelt ze in de buurt van de brandstapels. Ze hoopt dat ze snel verenigd zal worden met haar echtgenoot. Haar god. Dat gaat gebeuren, want ze heeft zich voorbeeldig gedragen. Precies zoals ze het wilden, de mannen die deze gekte bedacht hebben. Filosofen werden ze genoemd. Of sociaal hervormers. Grote geesten van de Indiase geschiedenis.

xxx




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 oktober 1999