terug
Uit: India Nu 79 (jul-aug 1992)


Vuile Diplomatie

Betrekkingen met Pakistan bereiken opnieuw dieptepunt



Goed zijn de betrekkingen tussen India en Pakistan nooit geweest. Vanaf de onafhankelijkheid was er voortdurend sprake van onderling wantrouwen, enkele malen uitmondend in oorlog. De regeringsperiode van Benazir Bhutto leverde enige normalisering van de Indo-Pakistaanse verhoudingen op, maar dat was van korte duur. De Indiase en Pakistaanse legers liggen al jarenlang tot de tanden toe bewapend tegenover elkaar bij de scheidslijn in Kashmir, en India wantrouwt Pakistan wat betreft het nucleaire programma en de rol die Islamabad speelt in de spanningen in de Indiase gedeeltes van de Punjab en Kashmir. In een dergelijke situatie betekent elk (diplomatiek) incident een grote hoeveelheid olie op het vuur.

Eind mei werd de 45-jarige Indiase politieofficier Rajesh Mittal in Islamabad door Pakistaanse agenten van de Inter Services Intelligence (ISI) in een auto gesleurd, geblinddoekt en meegenomen voor verhoor. Dat is de Indiase versie van het verhaal. Mittal zelf voegde eraan toe dat hij gedwongen werd een bekentenis te ondertekenen waarin stond dat hij 'politiek gevoelige documenten' had willen kopen. Mittal zou daarbij gemarteld zijn. De Pakistaanse variant van het incident luidt uiteraard heel anders. De ISI-agenten zouden Mittal op het spoor gekomen zijn, en hem hebben betrapt toen deze de gevoelige informatie van een ISI-agent wilde kopen.


Agent 007

Beide verhalen lijken zo weggelopen te zijn uit een James Bond-film, maar helaas is dit soort incidenten schering en inslag in de Indo-Pakistaanse betrekkingen. Enige tijd geleden werden in India een aantal Pakistani gearresteerd op verdenking van spionage. Een afdeling van het Indiase Ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde dat ze de actie tegen Mittal ziet als een Pakistaanse vergelding van de arrestaties. Tegelijkertijd maakte een andere afdeling van hetzelfde ministerie melding van een grote samenzwering die op touw zou zijn gezet door de Pakistaanse president Ishaq Khan - een havik die pertinent tegen elke Indo-Pakistaanse toenadering is - om de Pakistaanse president Nawaz Sharif in verlegenheid te brengen op momenten dat het vredesproces weer op gang dreigt te komen.

Wat hier ook van waar moge zijn, de tegenactie van India kwam snel. Twee Pakistaanse consuls, Mahmood Endrabi en Zafarul Hasan, konden hun koffers pakken, waarop Pakistan reageerde met beschuldigingen aan het adres van Delhi wegens martelingen van gearresteerde Pakistani.


Gevolgen

De onverkwikkelijke affaire-Mittal lijkt weer eens een bewijs van de stelling dat de relatie tussen de beide landen zelfs op de beste momenten feitelijk niets anders behelst dan het voortzetten van de oorlog, alleen dan met andere middelen. Het wantrouwen tussen beide landen is zo diep geworteld dat bij het minste of geringste het antagonisme opvlamt.
De grens wordt in zo'n geval onmiddellijk gesloten en de kranten staan bol van de polemische retoriek. De koude oorlog tussen de supermachten mag dan voorbij zijn, is Zuid-Azië woedt er nog steeds een. En gezien het nucleaire potentieel van beide landen is dat niet alleen een zorgelijke ontwikkeling voor beide landen zelf en hun bevolkingen, maar voor de gehele Internationale Gemeenschap.
Die heeft echter tot nu toe nauwelijks gerept over een eventuele grootscheepse internationale bemiddelingspoging. Kennelijk moeten de landen elkaar eerst letterlijk in de haren vliegen.

XXX

(Dit artikel is gebaseerd op informatie uit India Today)




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 juli 2008