terug
Uit: India Nieuwsbrief 54 (mei-jun 1988)



Vrije tijd, vermaak en
veranderende tijden in Benares



Benares staat iedere dag van het jaar garant voor een of meerdere culturele happenings. Er is altijd wel ergens in de stad een plek, een wijk, een tempel of een heilige plaats verlicht, versierd en bedolven onder straathandelaren, rivaliserende luidsprekerboxen en bovenal vrolijke mensen in uitgaansstemming.

Zitten ze straks ook achter de synthesizer?
(foto: D i l i p   S i n h a)

De belangrijkste aanleiding voor deze mela's zijn religieuze festivals waarvan er meer dan twintig door bijna alle Banarsi's gevierd worden. Maar ook de 'verjaardagen' van zeker zestig populaire hindoetempels en zo'n vijfentwintig moslim-begraafplaatsen en de tientallen Ramlila's en Krishnalila's (de verhalen van de hindoegoden Rama en Krishna, opgevoerd in episodes gedurende vijftien tot twintig opeenvolgende avonden) brengen veel mensen op de been. En 'veel' kan oplopen tot een half miljoen.

Wat wil je, denk je dan al vlug. Benares is misschien wel hét belangrijkste hindoecentrum van Noord-India, de woonplaats van Shiva, de spil van het universum. Hier sterven garandeert bevrijding uit de cyclus van geboorte en wedergeboorte. Tegelijkertijd is de stad een belangrijk centrum van de volks-islam, heel zichtbaar aanwezig in de vorm van vele eeuwenoude moskeeën en tombes, spiksplinternieuwe theologische hogescholen en bovenal in vijfentwintig procent van haar inwoners.


    Vermaak, show en spektakel

Toch schuilt er een addertje onder het gras. De relatie met religie is weliswaar heel duidelijk aanwezig: oog in oog komen met een godheid in welke vorm dan ook (darshan) en een eredienst (puja of namaaz) vormen bijna altijd een onderdeel van het geheel, en alle festijnen zijn uitingen van een continue, sterk religieus getinte traditie. Maar vermaak, show en spektakel (tamasha) zijn overduidelijk de dominante ingrediënten. Deelnemers aan een festijn zullen dan ook vol mondig beamen dat dit goed vermáák (manoranjan) is: zinnestrelend, plezierig en niet verplicht. En ze zullen vertellen dat religieuze (dharmik) activiteiten wat anders zijn. Die zijn ook goed, maar eerder doelmatig en voorgeschreven dan feestelijk.

Natuurlijk is er ook slecht vermaak. Dat staat niet in de traditie, is niet creatief, maar meer een oppervlakkige imitatie die geest en lichaam corrumpeert. Oudere deelnemers verwijzen dan al vlug naar bioskoopbezoek en het lezen van pulplectuur.
Hoe Banarsi's zich in hun vrije tijd graag goed vermaken is bij alle mela's, met hier en daar een kleine variatie, zichtbaar aanwezig: darshan doen, speciale melasnacks eten en rondslenteren door een zo schitterend mogelijk opgesmukte nacht temidden van een zo groot mogelijke menigte, wat het gevoel van vrijheid dat van lichtjes, geuren en geluiden uitgaat, alleen nog maar versterkt. Of luisteren naar populaire muziek, quawwali en ghazal, stijlen die alom bekend zijn door hun filmische varianten, of birha, een meer lokaal genre.

Mensen die niet deelnemen zullen dan ook over de onbezorgde overgave aan deze plezierige zaken beginnen als je ze vraagt naar de reden van hun thuisblijven. Want voor hen, de geschoolden en zelfbewust modernen - en hier komt het addertje tevoorschijn - is het niet-deelnemen aan de activiteiten van het ongeletterde gewone volk één van de uitingen van hun identiteit. Voor deze elite van deze traditionele stad in één van de meest achtergebleven gebieden van de natie, staat volkscultuur gelijk aan bijgeloof, onwetendheid en hedonisme, en daarmee wil men niet geïdentificeerd worden.

Wat is hier aan de hand? De situatie is niet altijd zo geweest. Tot in de veertiger jaren waren de feesten voor iedereen. De welgestelden verkregen maatschappelijk aanzien door hun ruime materiële bijdragen aan mela's, lila's en tempelfeesten. Ze droegen bij aan de luister ervan door hun aanwezigheid. Tijdens Holi - een festival dat in uitzinnigheid nog het meest te vergelijken is met ons carnaval, en waarbij de sociale rollen gedurende één dag omgedraaid worden - ondergingen de notabelen hun pek-met-veren-behandeling en de speciaal op hen gecomponeerde schunnige liedjes gelaten, want zo'n rituele omkering van de gewone hiërarchie was ook voor henzelf een noodzakelijke demonstratie van hun aanzien.

De eerste decennia vormden wat dat betreft een tussenfase waarin de elite zich terugtrok uit activiteiten die hen in de Victoriaans-christelijke ogen van de Britten associeerde met al wat cultuurloos en primitief heette, zoals dansende prostituée's of de uitspattingen van Holi. Voor mela's die volledig afhankelijk waren van hun financiële en fysieke aanwezigheid betekende dat het einde.
De legendarische Burhva Mangal is daar een voorbeeld van. Drie dagen en nachten ankerden de raja en iedereen die het zich kon veroorloven hun grote boten, gedecoreerd met bloemen en lichtjes, op de Ganga. Ze lieten meisjes dansen en zingen voor hun gasten, voor alle anderen die tussen het feestgewoel door roeiden of hun boot aan de hunne vastgelegd hadden en voor de stadsbewoners die op de trappen van de ghats samengestroomd waren.
De processie van het demonenleger uit de episode van de 'Chaitganj-Ramlila' bestaat tegenwoordig uit allerlei tableaux vivants die een nacht lang door de wijk Chaitganj trekt en honderdduizenden bezoekers op de been brengt, maar begon oorspronkelijk als een rituele omkering van de alledaagse hiërarchische verhoudingen. "De gecorrumpeerde lila van de wereld werd getoond in naam van de lila van de Heer", zoals een lokale krant het begin deze eeuw uitdrukte. Het was een show van 'pervers' gedrag en obscene taal. In de tussenfase echter probeerde de elite waar mogelijk hervormingen door te voeren en gaf ze een nationalistische inhoud aan voorheen 'onbehoorlijke' vertoningen. De processie werd een spektakel van nationalistische propaganda: Moeder India in ketenen, Subash Chandra Bose gevangen, Mahatma Gandhi enzovoort.


Vermaak aan het hof (litho van L. Haghe, 1841)
Vanaf de vijftiger jaren hield de processie op de maatschappelijke situatie ideologisch te dramatiseren. Er worden nu zo'n vijftig tot honderd ensceneringen vertoond waarvan de balanceeracts (laga's) het populairst zijn. Meestal stellen de scênes goden voor in allerlei fantastische stunts van kracht en behendigheid: Hanuman balanceert Rama en Laxman op zijn armen, Sita op zijn staart en zichzelf op een ronddraaiend wiel. Soms ook zijn het pure cirkuskunsten zonder zelfs het extra van een kostuum. Daarnaast wordt de optocht nog bevolkt door opgetuigde dieren, dansers, acteurs en muzikanten, die Chaitganj in combinatie met de onvoorstelbare hoeveelheid toeschouwers voor de duur van één nacht in een tot leven gekomen spektakelfilm veranderen.
Van dit spektakel kun je hoogstens zeggen dat het een indirecte uitdrukking is van het dagelijkse leven van de deelnemers. De symbolen van de oude orde zijn visueel aanwezig, maar ontdaan van hun vermogen een door allen gedeelde betekenis op te roepen. De symbolen van de nieuwe orde schitteren door hun niet-betrokkenheid. Voor zover ze al aanwezig zijn is dat als VIP op het balkon van het politiebureau. De maatschappelijke realiteit wordt niet meer gedramatiseerd in de processie maar in de scheiding tussen processie en machthebbers.


    Het goede leven

Als je er door een historische bril naar kijkt is dat het opvallendste kenmerk van de meeste culturele happenings in Benares. Wat vroeger uitingen waren van een door hoog en laag gedeelde Banarsi-cultuur, is tegenwoordig steeds meer beperkt tot de lagere klassen, de ongeletterden. In zekere zin wordt daarmee ook een hele levensstijl uit het domein van de 'officiële cultuur verwijderd. De visie op het goede leven die ten grondslag lag aan de mela's vormde namelijk ook de basis van voor buitenstaanders minder zichtbare vormen van vrijetijdsbesteding.

Nu we de overstap maken van organisatorische veranderingen en sociale waardering van de mela's naar veranderingen in de onderliggende levensstijl en -visie, moet er een kanttekening geplaatst worden. Hoewel vrouwen wel deelnemen aan sommige van de beschreven gebeurtenissen, of aan onderdelen daarvan, heeft de visie op het goede leven in Benares een andere inhoud voor mannen dan voor vrouwen. Wat die visie betreft zijn klasse- en opleidingsverschillen belangrijker dan religie- en kasteverschillen, maar vallen in het niet bij de verschillen tussen de sexen.

Worstelen op de nadere oever.
(foto: D i l i p   S i n h a)
Die minder zichtbare vormen van vrijetijdsbesteding beperken zich dan ook tot Banarsi mannen. Zíj maken bijvoorbeeld uitstapjes naar de onbebouwde overkant van de Ganga en houden zich dan bezig met lichaamsgerichte activiteiten als jezelf en je kleren wassen, je darmen in de vrije natuur legen, krachtoefeningen doen en het traditioneel genotmiddel van Benares, bhang (een marihuana-preparatie) toebereiden. Een ander voorbeeld is de lichaamscultuur zoals die beoefend wordt in akhara's, clubs voor body-building, gewichtheffen en worstelen. Daarnaast zijn er nog vele groepen die eens of meerdere keren per week samenkomen om te zingen.
Het is een visie waarin begrippen als plezier, onbezorgdheid, spel en persoonlijke voorkeur centraal staan; waarin het lichaam kern van en ingang tot een heel complex van opvattingen is over dieet, rust, gezondheid en mentaal evenwicht. Tijd moge geld zijn, maar er is toch bovenal tijd om te werken, aan de godheid te wijden, of je te ontspannen al naar gelang het seizoen (mausam) en je persoonlijke passie (shauk).
Het is een filosofie van de vrijheid bijna, een soort werelds equivalent van het ascetisch ideaal; een levensvisie en -stijl die uiteindelijk steeds meer is komen te staan voor een onproductieve liefde voor het nietsdoen van het gewone volk. Het is bijvoorbeeld opvallend dat de filmindustrie van Bombay - toch verder geenszins geneigd de traditionele hindoe-waarden te denigreren - het je rijk voelen zonder geld te bezitten en de essentie van het leven in onnutte zaken als een maximum aan tijd voor goed vermaak te zoeken, bij voorkeur aan een gaonwala toekent, de stereotyp domme boer van het platteland.

Natuurlijk is dit slechts één aspect van de vele culturele veranderingen die het gezicht en het hart van Benares bepalen. Ik heb slechts willen betogen dat hetgeen je als buitenstaander ziet aan "traditioneel" cultureel spektakel niet alleen een andere vorm heeft dan vroeger, maar ook een andere inhoud.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 11 augustus 2009