terug
Uit: India Nu 96 (jul-aug 1995)


Vrouwen- en kinderhandel

Opgesloten met een cobra



In 1982 werd het dertienjarige Nepalese meisje Tulasa Thapa uit haar ouderlijk huis in Kathmandu ontvoerd en voor vijfduizend roepees (± ƒ 300,-) verkocht aan een bordeel in Kamathipura, Bombay. Tulasa, die nog niet in de puberteit was, werd gedwongen om met minimaal drie klanten per dag seks te bedrijven. Zij werd daarna nog tweemaal doorverkocht aan bordeelhouders. Nu is Tulasa een geestelijk en lichamelijk gebroken vrouw. Haar lichaam is verwoest door syfilis, gonorroe, genitale wratten en tuberculose. Gekluisterd aan een rolstoel slijt Tulasa haar dagen in Kathmandu.

In Aziatische landen neemt prostitutie, vrouwen- en kinderhandel steeds meer toe. Prostitutie is in deze landen geen nieuw verschijnsel, wèl heeft het zich de laatste decennia enorm vercommercialiseerd en uitgebreid. Deze situatie geldt ook in India. Duizenden vrouwen worden naar de stedelijke gebieden in India verhandeld en gedwongen onder mensonterende omstandigheden in smerige bordelen te leven en dagelijks met vele mannen seks te bedrijven. Tevens worden vele Indiase vrouwen over de landsgrenzen in de prostitutie te werk gesteld. Het gaat hierbij niet alleen om volwassen vrouwen; steeds meer jonge meisjes (en jongens) worden tot prostitutie gedwongen.
De vraag naar zeer jonge prostituées blijft op wereldniveau stijgen en de handel op internationaal niveau neemt dan ook razendsnel toe. Het ronselen van kinderen voor prostitutie is, evenals de handel in vrouwen, een winstgevende zaak voor criminele organisaties die steeds professioneler opereren. Het vervolgen van de daders wordt daardoor steeds moeilijker. Het lijkt dan ook niet waarschijnlijk dat binnen afzienbare tijd een einde komt aan de wantoestanden in de handel in vrouwen en kinderen. Er raken steeds meer landen bij betrokken en de slachtoffers worden over steeds grotere afstanden verhandeld. Veertien procent van het aantal slachtoffers dat zich tussen 1992 en 1994 in Nederland bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel aanmeldde was afkomstig uit Azië.
Aanvankelijk bestond in de seksindustrie een duidelijke scheiding tussen de 'vraaglanden' (Europa) en de 'aanbodlanden' (Derde Wereld). In de huidige situatie is er sprake van een wederzijdse 'handelsstroom'. In tegenstelling tot voorheen is er nu ook een uitstroom van niet-westerse vrouwen en kinderen die naar Europa en Derde Wereldlanden worden verhandeld èn van niet-westerse mannen die naar andere landen in de Derde Wereld gaan om hun seksuele behoeften te bevredigen. Daarnaast is er een toename van klanten (vooral uit Europa, maar ook steeds meer uit de Derde Wereld) en niet-westerse prostituées. De vroegere aanbodlanden zijn nu vraaglanden geworden.

Illustraties uit Voices, sept. '94.
In Zuid-Azië is er een toename van het aantal hill-tribe vrouwen (waaronder Tamangs uit Nepal) dat in de Bombayse seksindustrie werkt. Thailand, dat van oudsher een grote seksindustrie heeft, is nu zo'n vraagland geworden. Tevens is er een toename van de handel in vrouwen en kinderen uit China, Burma, Laos en Cambodja.


Kinderprostitutie

Met de liberalisering van de handelspolitiek in de Derde Wereld gaat een explosie van prostitutie gepaard. Toerisme groeit uit tot een grote industrie. Naast prostitutie door volwassenen tiert kinderprostitutie ook in India welig. Er wordt geschat dat op dit moment zo'n 400.000 prostituées beneden de 16 jaar werkzaam zijn in India. Ook het sekstoerisme heeft de vraag naar jonge meisjes en jongens schrikbarend doen toenemen, vooral prostituées die nog maagd zijn èn de puberteit nog niet hebben bereikt, zijn zeer in trek.
Om aan deze vraag te voldoen worden jonge dochters van arme landloze families uit de dorpen (met name uit de staten Karnataka en Maharashtra) door ronselaars naar de stad gelokt met de valse belofte van een baan, een huwelijk of simpelweg ontvoerd. Een andere methode is de meisjes met drugs in aanraking te brengen en verslaafd - en dus afhankelijk van de ronselaar - te maken. Eveneens komt het voor dat de meisjes door de ouders aan bordeelhouders worden verkocht. Wanneer meisjes uit arme gezinnen wegens geldgebrek van huis worden gestuurd, belanden zij uit geldnood uiteindelijk veelal in de prostitutie.
De meisjes worden niet zelden gedwongen meerdere malen per dag seks te bedrijven met mannen. Om hun weerstand te breken worden ze dagen achtereen geestelijk en lichamelijk mishandeld, verkracht en uitgehongerd. In een recente studie over de handel in Nepalese vrouwen naar India wordt een variant van deze afschuwelijke methoden beschreven; een veertienjarig meisje, dat drie weken lang weigerde om met mannen naar bed te gaan, werd samen met een cobra opgesloten in een donkere ruimte. Het meisje zat twee dagen verstijfd van angst in de kamer. Uiteindelijk gaf ze toe aan de eisen van de pooier.
In de grotere steden in India vindt prostitutie openlijk en op grote schaal plaats. In Calcutta, Bombay, Madras, Hyderabad, Delhi en Bangalore bestaat een bloeiende handel in vrouwen en kinderen. Er zijn echter weinig cijfers beschikbaar over het totale aantal meisjes en vrouwen dat in India als prostituée werkt. Bij Indiase autoriteiten heeft onderzoek naar het aantal prostituées tot nu toe geen prioriteit.
Volgens Sanlaap, een Indiase niet-gouvernementele organisatie (ngo) die tussen 1990 en 1994 onderzoek verrichtte in de rosse buurten van Calcutta, ontbreken vaak exacte cijfers en gegevens. De meerderheid van de betrokken vrouwen weigert om over het werk te praten of vertelt uit zelfbescherming niet de hele waarheid. Sanlaap schat het aantal prostituées dat werkzaam is in de genoemde grote steden tussen de 70.000 en en 100.000.


Tempelbruiden

Bij de historische ontwikkeling van prostitutie in India spelen devadasis een belangrijke rol. De naam devadasis wordt vaak abusievelijk als synoniem voor prostituées gebruikt. Van oudsher haalden priesters en feodale heren in de zuidelijke staten Maharashtra en Karnataka arme dorpsmeisjes naar hindoetempels om hen te wijden aan de godin Yellama. De meisjes leefden in de hindoetempels, als bruid van de godheid van de desbetreffende tempel. Aanvankelijk hielden de tempelbruiden de tempels schoon en dansten en zongen zij bij ceremonies. In ruil voor deze diensten kregen zij een deel van de rijkdom (in de vorm van grond en geld) uit de tempels.
In de loop der tijden werd het 'leveren' van seksuele diensten een vanzelfsprekend onderdeel van de plichten van de devadasis en werd het devadasis-systeem een vorm van prostitutie. Opmerkelijk is dat in vroeger tijden vanuit de Indiase samenleving niet op deze vrouwen werd neergekeken, dit in tegenstelling tot de reactie op de hedendaagse prostituées. Op grond van het 'heilige karakter' van deze seksuele 'diensten' werden de praktijken waar de tempelbruiden bij betrokken waren goedgekeurd.
Door armoede gedwongen boden steeds meer ouders uit de lagere kaste hun dochters aan de tempels aan. Pooiers - altijd op zoek naar meisjes uit de dorpen voor prostitutiewerk - haalden deze meisjes uit de tempels naar de stedelijke bordelen. Zij deden het voorkomen alsof deze handel nog steeds een religieuze kwestie was, de meisjes waren immers tempelbruiden. Ouders protesteerden dan ook niet.
Ondanks het huidige verbod op devadasis (in 1982 werd de Devadasis Prohibition of Dedication Act ingevoerd) zet het systeem zich in de praktijk nog altijd voort; de ceremonies met de devadasis hebben zich nu naar kleinere tempels of naar het huis van de priester verplaatst. Maar de overheid grijpt niet in; in 1991 was nog geen enkel geval van devadasis bij de wet geregistreerd. De vrouwen waar het om gaat zijn ondanks het ingevoerde verbod op de devadasis-rituelen nauwelijks bij machte zich aan hun situatie te ontworstelen.


Condooms, ach waarom?

Veel mannelijke klanten in de seksindustrie hebben een voorkeur voor jonge meisjes. Van oudsher is de gedachte hierachter dat men door seks met jongeren te bedrijven een verjongingsproces ondergaat. De Foundation for Children in Thailand stelt daarnaast dat, naarmate seks meer vercommercialiseerd is, mensen steeds meer bizarre vormen van seksuele bevrediging zoeken. Kinderprostitutie is daar een vorm van.
In de huidige situatie willen mannen seks met jonge meisjes (en jongens) mede omdat men denkt dat men bij jonge prostituées minder kans heeft door het HIV-virus besmet te worden. Het gevolg is dat in vele gebieden de slachtoffers van AIDS steeds jonger worden èn dat het gevaar van besmetting met het HIV-virus groeit omdat de klant zelf vaak reeds drager van het virus is. Mede omdat kinderprostitutie in India enorm toeneemt, grijpt ook AIDS in hoog tempo om zich heen.
Bovendien willen veel prostituées zich niet laten testen omdat ze bang zijn voor het dubbele stigma: hoer èn besmet met AIDS. Wanneer bekend wordt is dat een prostituée AIDS heeft wordt ze zonder meer uit het bordeel gegooid. De familie in het geboortedorp vangt deze - in hun ogen 'gevallen vrouw' - evenmin op voor verdere verzorging. Een prostituée met AIDS is dus dubbel slachtoffer.
Het verhaal van Leela

'Ik kom uit een dorp vlakbij Bangalore, in de provincie Karnataka. Mijn stiefmoeder bracht mij naar Bombay onder het vooIWendsel dat we een reis gingen maken. Zij verkocht mij aan een bordeel in Bandra. Het was er allemaal zo smerig. Ik kon er niet tegen maar ik werd vastgehouden. Ik kon niet uit het bordeel, waar kon ik trouwens naar toe? Ik kende de taal van de mensen in Bombay niet en ik was nog erg jong. Op een dag deed de politie als routine-klus een inval in het bordeel. De bordeelhouder betaalde de borgtocht en wij moesten terug naar het bordeel. Ik zei tegen de politierechter dat ik niet terug wilde en dat hij zijn eigen dochter maar eerst aan het bordeel moest verkopen. Er werd besloten dat ik naar Asha Sadan, een tehuis voor jonge vrouwen in moeilijkheden, zou worden gebracht. Daar heb ik een jaar met pl~er gewoond. VelVOlgens werd ik opgenomen in een tehuis voor geestelijk gehandicapte meisjes. Daarna moest ik als bediende bij de (vrouwelijk) instituutsarts en haar familie thuis gaan werken. Ik had het goed bij de dokter ik werd als een familielid behandeld. Op een dag waren de dokter en haar moeder van huis. De vader van de dokter kwam dronken thuis en verkrachtte mij. Samen met de buurvrouw ben ik naar het politiebureau gegaan om een klacht in te dienen. De dokter was naderhand erg boos op mij en zei: "Heeft mijn vader niet genoeg geld om zich een betere hoer te kunnen veroorloven?" Ik werd teruggestuurd naar Bombay. Ik dacht dat ik weer naar Asha Sadan zou gaan, maar ik werd verkocht aan een bordeel aan de Grand Road in Bombay. Daar werd ik gek, elke keer als ik die klanten zag komen. Ik kreeg ernstige vormen van geslachtsziekten. In het ziekenhuis waar ik werd behandeld smeekte ik de dokter om mij uit dat hoerenleven te bevrijden. De dokter nam contact op met de vrouwen politie. Toen ik hersteld was werd ik overgebracht naar het tehuis voor meisjes in moeilijkheden. Ze hebben me goed behandeld in Asha Sadan, maar ik word bij tijden zo kwaad en dan kan ik mezelf niet in de hand houden. Ik ben niet gek maar als ik denk aan al die klanten die op me afkomen, dan wil ik alles kapot maken of zelfmoord plegen." Na zo'n aanval heeft de directie van Asha Sadan Leela naar de JAPU (Juvenile Aid Police Unit) het bureau van de inspecteur van de vrouwen politie gebracht. Aanvankelijk zou Leela onder de hoede van een politiearts geplaatst worden en wu een onderzoek en behandeling geregeld worden. Kort daarna is Leela echter naar een ~chiatrische inrichting CNergebracht. Dit was de gemakkelijkste opl~ing en kon eenvoudigweg gebeuren omdat een deskundige (cursivering red.) Leela schiwf~ noemde met su´cidale en homicidale neigingen.

(Uit: Geen tranen maar woede, Vrouwenstrijd in Azië, 1985.)

De organisatie Population Services International (PSI) probeert sinds een aantal jaar prostituées er toe te bewegen condooms te gebruiken tijdens hun werk. De strijd van PSI begint enigszins resultaat te boeken. Veel prostituées, vaak pas twaalf, dertien jaar oud, staan onverschillig tegenover besmetting met het HIV-virus. Omdat het leven voor hen weinig te bieden heeft, verloopt dit proces uiterst traag.


Wetgeving

De Indiase regering poogt aan de hand van een aantal wetten de positie van prostituées te beschermen en de orde rond prostitutie te handhaven. In 1982 werd om deze reden de Devadasis Prohibition of Dedication Act aangenomen en in 1986 kwamen daar de Immoral Traffic in Persons Prevention Act, de Juvenile Justice Act en de Child Marriage Restraint Act bij.
Omdat de handel in vrouwen en meisjes zich steeds meer op internationaal niveau uitbreidt, biedt bovengenoemde wetgeving te weinig bescherming aan vrouwen en kinderen in de prostitutie. De opvang en begeleiding van prostituées in India is in feite in handen van enkele ngo's. Indiase autoriteiten laten het op dit gebied vrijwel geheel afweten. Verscheidene ngo's werken in de rosse buurten in India met bewustwordingsprogramma's om aspecten van de prostitutieproblematiek onder de aandacht van de gemeenschap te brengen. Ook zorgen ngo's voor slaapplaatsen en scholingsprojecten voor prostituées. De organisaties krijgen bij hun activiteiten steun van buitenlandse donoren.
In Karnataka werd een project opgezet met als doel te voorkomen dat kinderen van prostituées eveneens in de prostitutie terecht komen, hetgeen zeer vaak gebeurt. Bij dit project waren zeshonderd kinderen uit twintig dorpen betrokken.
De organisatie PRERANA heeft een soortgelijk project in de rosse buurt van Kamathipura, Bombay. Daarnaast poogt PRERANA prostituées en de verdere gemeenschap bewust te maken van het belang van het gebruik van condooms ter bescherming tegen geslachtsziekten en AIDS. Met alfabetisering- en onderwijsprogramma's en opvangcentra probeert PRERANA de situatie van prostituées in Kamathipura te verbeteren.


Politie medeplichtig

Het dwingen van een persoon tot prostitutie is een vorm van slavernij en een schending van de mensenrechten. Handelaren die zich schuldig maken aan deze winstgevende handel worden vrijwel nooit opgespoord, vervolgd en gestraft.
Aangezien het in India niet uitzonderlijk is dat politiefunctionarissen (door handelaren) laten omkopen, seksueel misbruik maken van personen of zelfs actief deelnemen aan mensenhandel blijft het moeilijk deze wanpraktijken effectief aan te pakken. Een voorbeeld van bovengenoemde medeplichtigheid is de zaak die in augustus 1994 in Natpa, Bihar aan het licht kwam. Twee mannelijke studenten werden weken achtereen mishandeld en seksueel misbruikt door twee universitair docenten, een bankbewaker, twee lokale politici en een aantal politiefunctionarissen. Deze mannen bleken deel uit te maken van een professioneel netwerk dat studenten en werkzoekende jongens ronselde, seksueel misbruikte en verhandelde in de seksindustrie.


Hoog opgeleide prostituées

Maagdelijkheid van vrouwen is in de Indiase samenleving van grote waarde. De kans op een huwelijk is voor meisjes en vrouwen die verkracht zijn, gescheiden vrouwen en weduwen klein geworden. Een aantal van hen ziet geen andere mogelijkheid dan de prostitutie in te gaan om in hun onderhoud te voorzien.
Armoede wordt dan ook vaak als hoofdoorzaak van prostitutie en vrouwenhandel genoemd. De vraag naar prostituées - ofwel de aanwezigheid van klanten, handelaren en bordeelhouders - speelt echter een minstens zo grote rol. Tegenwoordig werken niet meer slechts de allerarmsten vrouwen uit de laagste kasten in de prostitutie. Jonge vrouwen die parttime als prostituée werken is een nieuwe ontwikkeling in India. Het gaat hierbij om huisvrouwen (en in enkele gevallen dienstmeisjes) van rond de twintig jaar die tippelen om het ontoereikende inkomen van de echtgenoot aan te vullen. De echtgenoot treedt veelal als pooier op en dwingt zijn vrouw tot prostitutie.
Daarnaast werken steeds meer vrouwelijke scholieren en studenten (rechtstreeks gedwongen of gelokt met materiële zaken) in de prostitutie. Zij werken als call-girl en werven hun klanten niet op straat. De vraag naar jonge hoog opgeleide call-girls is afkomstig van zeer rijke Indiase mannen èn van buitenlandse ondernemers in India. Met de invoering van de nieuwe markteconomie in India is deze vraag toegenomen.
Om het probleem van gedwongen prostitutie en vrouwen- en kinderhandel op te lossen moeten effectieve maatregelen (in de vorm van een preventieve wetgeving en strengere straffen) tegen ronselaars, handelaren, pooiers, bordeelhouders en klanten worden genomen. Daarnaast zijn maatregelen ter bestrijding van armoede en sociale ongelijkheid onontbeerlijk. Vrouwen die het slachtoffer van de seksindustrie zijn geworden zouden niet verstoten, maar opgevangen moeten worden door de gemeenschap. Tevens zouden landen samen moeten werken om de strijd met de internationale seksindustrie te bestrijden. Sinds kort worden in sommige Europese landen mannen die zich in het buitenland schuldig hebben gemaakt aan seks met minderjarigen of aan directe dan wel indirecte betrokkenheid bij vrouwen- of kinderhandel opgespoord en gestraft in het eigen land. Ook in Nederland wordt gekeken naar de mogelijkheden om iemand te veroordelen die, veelal in zijn vakantie, seks met minderjarigen heeft bedreven. Dit is een hoopvolle ontwikkeling.

XXX

Bronnen:

  • Geen tranen, maar woede. Vrouwenstrijd in Azië (Averbode: Altiora, 1987)
  • Indrani Sinha, 'Glow Worms Are Dancing: Women and Trafficking.' (Thailand, okt. 1994)
  • Vibha Puri, 'Overview of Prostitution in the ESCAP Region.' (Thailand, aug. 1991)
  • Nelleke van der Vleuten, 'SurVey on Traffic in Women'
  • Stichting Tegen Vrouwenhandel 'Schotten en Dwarsverbanden 1992-1994'
  • The Telegraph, Calcutta, augustus 1994
  • The Voice of People Awakening, juli 1994



begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 30 juni 2008