terug
Uit: India Nu 116 (nov-dec 1998)


Kernwapens en binnenlandse politiek

Een politieke bom


De buitenlandse mediacommentaren die volgden op de Indiase kernproeven van mei van dit jaar spraken veelvuldig over de 'hindoebom' en de realisatie van een lang gekoesterde droom van de regerende BJP. Deze hindoenationalistische partij heeft er nooit twijffel over laten bestaan dat India een kernwapenmogendbeid moest worden. Waarnemers wezen bet nationaal chauvinisme van de BJP aan als hoofdmotief voor de kernproeven. Maar hoe kon een partij, die op nog geen vierde van de totaal uitgebrachte stemmen kan rekenen, de kernproeven uitvoeren zonder te worden teruggefloten? In het onderstaande artikel zoekt xxx het antwoord op deze vraag in de grote politieke veranderingen die zich sinds het einde van de jaren tachtig in India hebben voltrokken.

Een opvallend verschijnsel binnen de huidige Indiase politiek is de toenemende versplintering. Dit heeft alles te maken met de neergang van de Congrespartij. Meer dan veertig jaar oefende de Congrespartij, onder leiding van de Nehru-Gandhi-dynastie, een allesoverheersende invloed uit op de Indiase politiek. Het befaamde 'Congressysteem' zorgde er tijdens de Nehruperiode voor dat lokale leiders, die konden rekenen op de steun van hun eigen achterban, de Congrespartij een overweldigende meerderheid bezorgden op nationaal niveau.
  Indira Gandhi zette evenwel de institutionele achteruitgang van de partij in door dit systeem doelbewust af te breken. Zij vormde de Congrespartij om van een goed georganiseerde, gedecentraliseerde partij naar een sterk gecentraliseerde, gepersonaliseerde partij. Hierdoor werd de partijbasis zeer klein. Noch Rajiv Gandhi, noch Narasimha Rao besteedden voldoende aandacht aan deze organisatorische aftakeling. De moord op Indira en vervolgens op Rajiv Gandhi leverde de Congrespartij een tijdelijk politiek voordeel op, maar kon de teloorgang van de meer dan honderd jaar oude partij niet tegenhouden. De groeiende corruptie die in het midden van de jaren negentig het blazoen van de partij verder bezoedelde, betekende haar definitieve neergang.
  Het einde van de dominante positie van de Congrespartij ging gepaard met het stijgend succes van regionale en kastepartijen. Vooral door de sterke opkomst van regionale partijen is in India de klemtoon van het nationale naar het regionale, niveau verschoven. Meer dan een kwart van alle zetels in het huidige parlement wordt nu ingenomen door regionale partijen. Deze partijen onderscheiden zich van nationale partijen door hun klemtoon op het regionaal nationalisme en de culturele identiteit, het taalkundig verzet tegen het Hindi, een politiek engagement voor grotere regionale autonomie en uiteraard hun grote belangstelling voor specifieke deelstaatkwesties. Belangrijke regionale partijen in India zijn onder meer Akali Dal in Punjab, Dravida Munnetra Kazhagam en All-India Anna-DMK (AIADMK) in Tamil Nadu en Telugu Desam in Andhra Pradesh.
  Niet alleen regionale partijen, maar ook zogenaamde kastepartijen kennen een toenemend succes. De kastekwestie is altijd een belangrijke factor geweest in de Indiase politiek. Het verschil met vroeger is evenwel dat die nu door partijen zoals de Bahujan Samaj Party (BSP) en de Samajwadi Party (SP) tot ideologie wordt verheven.


BJP-doorbraak

Maar het meest opmerkelijke fenomeen van de jaren negentig is ongetwijfeld de definitieve doorbraak van het hindoenationalisme in het Indiase politieke landschap. Het hindoenationalisme stond gedurende zo'n dertig jaar politiek zeer zwak. In de jaren tachtig echter begon de Bharatiya Janata Party (BJP) aan een merkwaardige opgang. Ze stak uiteindelijk in 1998 (in zetelaantal èn percentage stemmen) de Congrespartij voorbij en werd de grootste partij van het land.
  Een gedeeltelijke verklaring voor de sterke opkomst van het hindoenationalisme is te vinden in de paradox van een meerderheid niet een minderheidscomplex. Op het moment dat de moslimgemeenschap in India tekenen vertoonde van toegenomen zelfvertrouwen en sterker begon deel te nemen aan het Indiase zakelijke en politieke leven, vond de visie dat de hindoes in een niet-hindoe wereld bedreigd en geïsoleerd werden vlotter ingang. Aangezien hindoes voornamelijk in India wonen, in tegenstelling tot christenen en moslims, staat voor de BJP hindoenationalisme gelijk met Indiaas nationalisme.
  Het succes van de BJP kan echter niet volledig verklaard worden.door een handige exploitatie van patriottische en religieuze gevoelens. De BJP is op nationaal niveau het enige goed georganiseerde alternatief voor de Congrespartij. De partij heeft een sterke onderlinge samenhang en een stevige partijdiscipline. Haar leiders zijn zeer bekwame sprekers. Bovendien kan de partij voor de mobilisatie van basismilitanten gebruik maken van de gedisciplineerde leden van het militaristische RSS. De verkiezingsslogan "Vote for a stable government and an able prime minister" heeft haar in de huidige onzekere politieke situatie, met een volledig verzwakte Congrespartij, geen windeieren gelegd.
  Maar bij het electorale succes van de BJP horen enkele belangrijke kanttekeningen. Hoewel de BJP tijdens de verkiezingen van 1998 dus zowel in zetelaantal als in stemmenpercentage de grootste partij werd, was haar vooruitgang minder spectaculair dan de jaren voordien. Bovendien was het behaalde resultaat verre van voldoende om op eigen kracht een regering te vormen. Dat relatief beperkte succes van de BJP heeft geografische en sociologische redenen. De BJP is vooral populair in de noordelijke Hindi-gordel en in het westen. Sociologisch gezien zijn het hoofdzakelijk de hogere kasten die voor de BJP stemmen. De BJP is bovendien oververtegenwoordigd in de stedelijke milieus. Door tijdens de laatste verkiezingen allianties aan te gaan met andere partijen, poogde zij deze beperkingen te overstijgen.
  Niettemin is het duidelijk dat de BJP in de verkiezingen van 1998 haar positie op het politieke strijdtoneel aanzienlijk heeft verstevigd. De BJP is er tevens in geslaagd zich bovenaan de Indiase politieke agenda te plaatsen. Het belangrijkste discussiepunt is niet meer, zoals voorheen, oppositie tegen of steun aan de Congrespartij. Men denkt nu pro of contra BJP.


Nucleaire lobby

Ballistische raketten Agni en Prithvi.
Beide zijn geschikt voor kernkoppen
De sterke politieke versplintering die het Indiase politieke landschap sinds het begin van de jaren negentig kenmerkt, heeft gezorgd voor de vorming van typisch Indiase coalities. Deze coalities worden geleid door politieke partijen die geen meerderheid hebben in het parlement. Ze kunnen enkel regeren met de steun van partijen die niet tot de regerende coalitie toetreden. Dit maakt de coalities vatbaar voor externe druk en heeft geleid tot zwakke regeringen.
  Zo leek de minderheidsregering van Narasimha Rao, die in 1991 aan de macht kwam, aanvankelijk niet enkel op het economische vlak, maar ook op het terrein van buitenlandse zaken en defensie bereid te zijn om de zaken vanuit een nieuw perspectief te bekijken. Een bewijs daarvan is de beslissing van Rao om samen met de Verenigde Staten een resolutie over het teststopverdrag (CTBT) te ondersteunen. Maar op het einde van 1995 begon de Indiase delegatie in de onderhandelingen over het CTBT het idee van een tijdschema voor wereldwijde ontwapening te verdedigen. Dit idee was weliswaar niet nieuw, maar werd voor de eerste maal aan het CTBT gekoppeld.
  Het hardere standpunt van de Rao-regering moet onder meer in verband gebracht worden met het groeiende besef van de Indiase nucleaire haviken dat het ondertekenen van het CTBT een ernstige rem zou zetten op de verdere ontwikkeling en perfectionering van het Indiase nucleaire wapen- en rakettenprogramma. Deze nucleaire haviken vonden steun voor hun vrees bij de BJP, de enige politieke partij die zich openlijk uitsprak voor een hervatting van nucleaire testen, het effectief uitoefenen van de nucleaire optie en het bouwen van nucleaire wapens. De BJP was ondertussen, na de verkiezingen van 1991, een belangrijke partij geworden, die niet zomaar over het hoofd kon worden gezien.
  In december 1995 lekte een rapport van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA uit over Indiase plannen voor een nieuwe nucleaire test. De internationale druk die door de Amerikaanse berichten ontstond, zorgde ervoor dat Rao besloot de testen af te lasten. Dat Rao aan die internationale druk toegaf, was natuurlijk koren op de molen van de nucleaire lobby en zorgde voor een intensief intern debat over het nucleaire beleid. Rao, die niet alleen voor de overleving van zijn regering afhankelijk was van de BJP, maar bovendien de steun voor zijn Congrespartij in een aantal deelstaatverkiezingen effectief had zien afbrokkelen, kon zich in een jaar van verkiezingen geen zwakke houding veroorloven. Er zat voor hem niets anders op dan ondubbelzinnig aan te tonen dat hij de nucleaire optie van zijn land onder geen enkele voorwaarde in het gedrang zou laten komen. De verstrakking van het Indiase standpunt tijdens de onderhandelingen over het teststopverdrag was het resultaat.
  Toen de CTBT-onderhandelingen in een definitieve fase waren aanbeland, had in India ondertussen een regeringswissel plaatsgevonden. De nieuwe coalitieregering van het United Front, onder leiding van Deve Gowda, won na de verkiezingen van april/mei 1996 het vertrouwen van het parlement, maar was daarbij afhankelijk van de steun van de Congrespartij. Het United Front was een tamelijk losse coalitie van veertien, overwegend regionale partijen. Het was duidelijk dat deze regering zich tijdens de onderhandelingen, en dit ondanks de groeiende druk van de internationale gemeenschap, geen toegeeflijke houding kon veroorloven. De UF-regering besloot dan ook het CTBT te verwerpen, en kon daarbij op grote binnenlandse steun rekenen (*).


Krachtdadige politiek

premier Vajpayee
Sinds 1996 volgt India, onder meer onder druk van de constant aan invloed winnende BJP, steeds meer haar eigen nucleaire koers. Met de komst van de eerste BJP-geleide coalitie is deze eigenzinnige koers sterker geworden dan ooit tevoren.
  De huidige BJP-coalitie trad aan op 18 maart 1998. Toen de nieuwe eerste minister, Vajpayee, het regeeraccoord voorstelde, trok vooral het hoofdstuk 'Nationale Veiligheid' de aandacht van de buitenlandse pers. Daarin stond dat de nucleaire politiek opnieuw zou worden bekeken, en dat, indien nodig voor de nationale veiligheid, de sedert lange tijd opengehouden nucleaire optie effectief zou worden uitgevoerd. Het is opvallend dat dit het enige hindoenationalistische programmapunt van betekenis is dat zijn weg heeft gevonden in het regeeraccoord.
  Een voor de hand liggende verklaring is te vinden in de samenstelling van de BJP-coalitie. Deze bestaat uit 14 partijen. Enkel de BJP is een nationale partij, terwijl de overige partijen regionale partijen zijn. Een aantal van deze regionale partijen steunt op de stem van de moslims. Het was dus vanzelfsprekend dat in een dergelijke coalitie de meest extreme hindoenationalistische programmapunten, die allemaal gericht zijn tegen de moslims, zouden sneuvelen. Aangezien de regionale partijen relatief weinig belangstelling hebben voor het buitenlands beleid, kon de BJP zich wel makkelijk profileren op het nucleaire agendapunt.
  De BJP-coalitie is net zoals haar voorganger (United Front) een zwakke coalitie, bestaande uit partijen met zeer heterogene standpunten, en bovendien afhankelijk van de steun van verschillende andere, kleine, maar eigenzinnige partijen. Vajpayee begreep dat hem bij het aantreden van zijn regering een moeilijke taak te wachten stond. Hij moet een zeer heterogene coalitie in goede banen leiden, en tegelijkertijd zorgen dat het eigen kiezerspubliek niet van de BJP vervreemdt.
  In haar jonge bestaan kende de regering al verschillende crisismomenten. Eind april, amper twee maanden na de vertrouwensstemming in het parlement leidden de aanhoudende problemen van Vajpayee met één van zijn coalitiepartners, de AIADMK uit de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu, in de Indiase pers tot speculaties over een nakende val van de coalitie. De zakenwereld van zijn kant morde over het gebrek aan duidelijkheid in het economische beleid van de BJP.
  Een krachtdadige nucleaire politiek, die bij de bevolking op grote steun kon rekenen, was één van de manieren om de regering te verstevigen en crises te bezweren. Bovendien kon de BJP op die manier de harde kern van haar aanhangers geruststellen, die verbolgen was over de toezeggingen die de partij aan haar regeringspartners op andere punten had gedaan. De nucleaire tests van 11 en 13 mei 1998 moeten gedeeltelijk in dit verband gezien worden. Veelzeggend was in ieder geval dat, toen Vajpayee naar aanleiding van de testen op 11 mei inderhaast een persconferentie bijeenriep, heel wat Indiase journalisten dachten dat hij het ontslag van zijn regering ging aankondigen.
  De BJP had haar beslissing om de bom te maken wellicht niet efficiënt kunnen verdedigen indien zij alleen door partijpolitieke en electorale motieven was ingegeven. Dat de BJP-coalitieregering met haar beslissing om over te gaan tot de kernexplosies van 11 en 13 mei 1998 politieke motieven op het oog had, valt niet te betwijfelen. Dat ze de stap daadwerkelijk heeft gezet, en daarbij op grote bijval kon rekenen, heeft echter ook te maken niet de grote unanimiteit omtrent deze kwestie over de partijgrenzen heen. Al vanaf de regering Rao stonden de wetenschappers klaar om, als eenmaal de definitieve go-ahead werd gegeven, binnen een termijn van een maand nucleaire testen uit te voeren.
  Vrees voor internationale reacties en de eventuele negatieve weerslag op de economie hielden de regeringen Rao, Gowda en Gujral echter tegen. En hoewel de kritiek van de oppositiepartijen na de eerste euforische reacties op de proeven toenam, richtte die zich voornamelijk op het gekozen tijdstip en op de enge politieke motieven van de BJP. De testen zelf werden zelden ter discussie gesteld. Zoals in India gebruikelijk in kwesties van buitenlandse politiek en veiligheid, plaatsten alle politieke partijen zich op één lijn.


The day after...

Onmiddellijk na het uitvoeren van de testen kon de BJP op een verhoogde populariteit rekenen. Sommige politieke waarnemers spraken de vrees uit dat de BJP optimale winst zou slaan uit de euforie rond de kernproeven door het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Bij een dergelijk scenario twijfelde niemand aan een overweldigende meerderheid voor de BJP. Indien dat zou gebeuren, zou haar ware nationalistische gezicht wel eens naar boven kunnen komen, zo luidde de redenering.
  Voorlopig is van dit doemscenario geen sprake. Integendeel, de kritiek op de BJP-coalitie neemt toe. "Hundred days of just being there" kopte het Indiase tijdschrift India Today naar aanleiding van de eerste honderd regeringsdagen van de regering Vajpayee. Uit een op 24 juni uitgevoerde opiniepeiling blijkt wel dat de BJP-coalitie nog steeds voordeel haalt uit de euforie over de kernproeven en dat de persoonlijke populariteit van Vajpayee nog nooit zo groot was. Maar tegelijkertijd neemt de bezorgdheid bij de Indiase bevolking over de verslechterende economische situatie en de stabiliteit van de regering toe. Er worden vragen gesteld over de bekwaamheid van deze regering en over haar gebrek aan cohesie. Zes maanden na de kernproeven is het geruzie binnen de coalitie opnieuw toegenomen en blijkt vooral de AIADMK de achillespees te zijn. Als deze coalitiepartner zou besluiten om af te haken, heeft de BJP 27 zetels te kort om verder te regeren. De politieke situatie is dermate verslechterd dat een aantal oppositiepartijen, inclusief de communisten (!), de Congrespartij letterlijk smeken om deze incompetente regering ten val te brengen.
  Critici wijzen trouwens geregeld op parallellen tussen de recente Indiase kernproeven en de eerste kernproef in 1974. Indira Gandhi zou die proef gebruikt hebben om haar positie op te krikken. Maar ze mislukte in haar opzet. Op 26 juni 1975 riep ze de noodtoestand uit.

xxx

De auteur publiceerde eerder dit jaar het rapport 'Het nucleaire Beleid van India: Een onderzoek naar de verschuivingen in het Indiase nucleaire beleid sedert het einde van de Koude Oorlog' (Katholieke Universiteit Leuven, 1998). Dit artikel is een bewerkte en ingekorte versie van een bijdrage die eerder verscheen in 'India en de bom', Peleman, J. & C. Verschooten. IPIS-brochure nummer 112, Antwerpen 1998.

(*) De Indiase verwerping van het teststopverdrag (CTBT) kan echter niet volledig worden toegeschreven aan de gewijzigde interne politieke situatie. Zo lang er sprake is van discriminatie tussen nucleaire en niet-nucleaire landen, weigert India principieel mee te doen. Bovendien bestond reeds vroeger overeenstemming in India over de noodzaak om de nucleaire optie open te houden. De voortgang van de onderhandelingen over het CTBT maakte ook duidelijk dat India zwaar tilde aan haar lage status in internationale betrekkingen. Terwijl wel ernstig werd ingegaan op de bezwaren van China, kreeg India te horen dat ze de CTBT moest nemen of laten zoals het was. India's streven naar de status van grote mogendheden heeft beslist meegespeeld in de weigering van de regering in Delhi om het CTBT te ondertekenen. Zie: L.M. van der Mey. 'India tussen kernstopverdrag en bom.' In: Internationale Spectator, 51 (1), juni 1997, p. 31-35.




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 5 februari 2001