terug
Uit: India Nu 161/162 (mei-aug 2006)




Interview met anti-globaliste Vandana Shiva:

'De economische groei in India is gebaseerd op vernietiging van de armen'


Vandana Shiva (1952, Dehra Dun) is natuurkundige, schrijfster, activiste. Shiva begon haar activistische loopbaan in de jaren zeventig met de Chipko-beweging, waarin ze streed voor het behoud van de Himalaya-bossen. In 1982 richtte ze de Research Foundation for Science, Technology and Ecology op. Navdanya (zie tekst) is hier een zeer succesvol voorbeeld van. In 1993 ontving Shiva de Right Livelihood Award, een prijs die wereldwijd bekend staat als de 'alternatieve nobelprijs'. Inmiddels is Vandana Shiva een van de bekendste gezichten van de wereldwijde anti-globaliseringsbeweging.

Vandana Shiva is een veel gehoorde naam in de wereld van milieuactivisten en anti-globalisten. Het Westen heeft het volgens haar goed mis wanneer het redeneert dat globalisering en liberalisering de armoede de wereld uit zullen helpen. Tijdens het Nederland Sociaal Forum, dat afgelopen mei in Nijmegen gehouden werd, was Vandana Shiva een van de belangrijkste sprekers. India Nu sprak met haar over haar visie op de economische groei in India en de zoektocht naar alternatieven.


India wordt gezien als een van de snelst groeiende economien ter wereld. Wat is uw visie op deze ontwikkeling?

'Naar mijn mening is het India waarin ik leef niet een India dat groeit, maar een India dat krimpt. Voor de armen groeit de economie niet. We hebben een ernstige crisis in India als het gaat om de armen, die steeds meer van hun land, water en andere hulpbronnen verliezen. Sinds de onafhankelijkheid hebben bijvoorbeeld vijftien miljoen mensen hun land verloren aan stuwdammen. Dit betekent dat elke druppel water deel uit gaat maken van een wereldwijde economie. En dat water komt niet zomaar ergens vandaan. De mensen die daar uiteindelijk de prijs voor betalen zijn de adivasi (tribalen), de boeren en de plattelandsgemeenschappen. Voor hen is dit geen ervaring van groei, maar van totale vernietiging. Hun land wordt weggenomen om plaats te maken voor staalfabrieken, elektriciteitscentrales en voor de uitbreiding van de steden. Dit gebeurt met het grootste geweld. De economische groei is gebaseerd op vernietiging van de armen in India.'

De economische groei in India gaat volgens u ten koste van de armen. Kunt u dit uitleggen aan de hand van een praktijkvoorbeeld?

'Ik geef je een voorbeeld aan de hand van de boeren in India. Tenslotte werkt zo'n zeventig procent van de Indiase bevolking in de agrarische sector. Indiase boeren lijden dagelijks verlies door de dalende prijzen in de landbouwsector. In de tussentijd nemen westerse bedrijven, zoals het Amerikaanse chemiebedrijf Monsanto, dat wereldwijd zaden en gewassen verkoopt, de gehele markt van zaden en gewassen over. Monsanto geeft bijvoorbeeld veel advertenties uit waarin staat vermeld dat hun genetisch gemanipuleerd katoen zou leiden tot een verdubbeling van de oogst. Veel kleine boeren hebben zich daarom over laten halen om het veel duurdere zaad van Monsanto te kopen. Het gewas bleek echter niet bestand tegen ziektes en plagen en na een aantal misoogsten liepen de schulden zo hoog op dat sommige boeren zelfs hun nieren moesten verkopen. Duizenden boeren in India hebben
Dus als mensen meer geld uitgeven, vervolgens schulden opbouwen, en uiteindelijk hun nieren moeten verkopen, dan wordt dat gezien als economische groei
inmiddels zelfmoord gepleegd vanwege onbetaalbare schulden zoals in dit voorbeeld. De economische wereld noemt de groeiende verkoop van pesticiden in India een succes. Maar in werkelijkheid voltrekt zich op het Indiase platteland een enorme ramp. Dus als mensen meer geld uitgeven, vervolgens schulden opbouwen, en uiteindelijk hun nieren moeten verkopen of zelfmoord plegen, dan wordt dat gezien als economische groei.'

Wie hebben er volgens u dan wl voordeel van de economische groei in India?

'Ten eerste de multinationals, die, omdat zij naar India komen, besparen op alle kosten. Het is om deze reden dat de westerse IT-industrie naar India is gekomen. Op deze manier besparen zij 30 miljard dollar per jaar aan arbeidsloon door Indirs een lager salaris te betalen. Ten tweede zijn er de Indiase bedrijven die samenwerken met deze multinationals. Het eerdergenoemde Amerikaanse chemieconcern Monsanto heeft bijvoorbeeld een partner in elk ander vergelijkbaar bedrijf in India.'

We horen ook voortdurend over de groeiende Indiase middenklasse. De opkomst van een grote Indiase middenklasse kan toch beschouwd worden als een gezonde sociaal-economische ontwikkeling?

'Er is geen opkomst van een Indiase middenklasse. De middenklasse die er voorheen was is er nog steeds, maar deze klasse is tot een consumerende klasse veranderd. De Indiase middenklasse geeft zijn geld nu uit aan allerlei luxe producten. De kinderen die vroeger schoenen van tweehonderd roepies droegen, dragen nu schoenen van tweeduizend roepies. Ik geloof niet dat meer consumeren gelijk staat aan vooruitgang of groei.'

U bent betrokken bij verschillende sociale bewegingen in India. Is er sprake van groeiend verzet of zijn mensen juist verheugd over de economische groeicijfers?

'Nee, het verzet tegen de economische ontwikkelingen in India groeit enorm. Toen ik mijn loopbaan als sociaal activiste in de jaren zeventig begon waren Indiase actiegroepen nog klein en marginaal. Vandaag de dag heb ik wel honderd exemplaren van mijzelf nodig om naar alle uitnodigingen te komen van actiegroepen vanuit het hele land. En ik zie het activisme groeien in India. Er is dus groot verzet, en er zijn twee typen verzet. Vroeger was er enkel het Gandhiaanse, het vredelievende verzet, maar inmiddels is er ook gewapend verzet. De regering treedt soms z gewelddadig op dat deze activisten zelf ook overgaan tot geweld. Zoals in Orissa, waar twaalf adivasi zijn doodgeschoten tijdens een protest tegen de overname van hun land door een staalfabriek. Strijd met behulp van geweld vindt dus plaats waar geen andere democratische opties zijn n waar bedrijven de macht van het leger en de politie gebruiken.'

Kunt u wat meer vertellen over uw eigen verzet en het oprichten van Navdanya?

'Ik heb Navdanya, wat negen zaden betekent, opgericht om een alternatief te bieden. Om te voorkomen dat vijf grote bedrijven de macht zouden krijgen over al onze zaden en al ons voedsel. Ik begon met het verzamelen van zaden. Nu heeft Navdanya zo ongeveer veertig zaadbanken in het land, waar lokale gemeenschappen hun eigen zadenvoorraad beheersen. We hebben daarnaast zo'n 300.000 boeren getraind om niet langer pesticiden te gebruiken maar om juist biologisch te boeren. Alles wat Indirs eten is nu beschikbaar in een biologische variant. Het oude idee dat biologisch voedsel enkel voor exportdoeleinden gebruikt kan worden, dat Indirs enkel besmet voedsel mogen eten en het Westen goed biologisch voedsel, is hiermee voorgoed afgedaan. Naast het zoeken naar alternatieven zijn we ook betrokken bij activisme en verzet. We hebben op deze manier enkele wetten en monopolies op zaden weten te stoppen.
Er is geen opkomst van een middenklasse. De middenklasse die er voorheen was is er nog steeds, maar deze klasse is in een consumerende klasse veranderd. Ik geloof niet dat meer consumeren gelijk staat aan vooruitgang of groei
We hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat er in de wet staat dat boeren een onvervreemdbaar recht hebben om hun eigen zaden te ontwikkelen en uit te wisselen. Net zoals Gandhi het eigen recht op zout afdwong van de Britten, dwingen wij nu het eigen recht op zaden af van multinationals.'

Het verzet groeit, maar tegelijkertijd zien we ook een groei in het consumentisme. Met name bij de middenklasse waar u het zelf net over had. Hoe gaat u om met deze tegenstellingen binnen uw eigen samenleving?

'Consumentisme is een ziekte. Je kunt het niet bestrijden door middel van preken. Je kunt niet tegen een verslaafde zeggen: "gebruik geen drugs". Je moet een alternatief bieden. Ik geef je een voorbeeld hoe we hier mee om zijn gegaan in het geval van Coca-Cola, een van de meest verslavende producten in de wereld. Een drankje met heel veel suiker en cafene, fosforzuren en tegenwoordig ook pesticiden. Toen ik begon te werken met vrouwen in Kerala om de Coca-Cola fabriek in Plachimada te stoppen hebben wij ook op het probleem van consumentisme aangepakt. We lieten de media en vooral jongeren weten dat het water in een Coca-Cola flesje toebehoort aan de gemeenschappen op het platteland. We hebben campagnes gevoerd over de macht van dit bedrijf, de corruptie en wat er precies in het drankje zit. In die periode hebben vierduizend scholen en universiteiten Coca-Cola en Pepsi van hun campusterreinen verwijderd. Vervolgens gingen we op zoek naar alternatieven en kwamen we terecht bij de vele traditionele Indiase drankjes die onze grootouders maakten. Een alternatief bieden, en een anticonsumentisme creren, leidt ertoe dat mensen opnieuw trots zijn op hun eigen eeuwenoude tradities.

xxx



terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 23 augustus 2006