terug
Uit: India Nieuwsbrief 31 (aug-sep 1984)



4000 jaar Indiase gezondheidszorg

DE VERSCHILLENDE INDIASE SYSTEMEN

AYURVEDA betekent 'kennis van het leven'. Het veronderstelt dat lichaam en geest een eenheid vormen. De mens wordt opgevat als totaliteit van drie lichaamssappen (tridosa), zeven weefselsoorten (saptadhatu) en drie soorten afscheidingen (trimala). Volgens de Ayurveda is er sprake van gezondheid indien er evenwicht bestaat tussen deze verschillende funkties.

UNANI-TIBB is een Arabisch systeem dat zich ontwikkelde uit oude Griekse geneeskunst. Het baseert zich op de vier levenssappen-theorie (bloed, slijm, gele en zwarte gal) van Hippokrates. Deze levensstromen zijn verwant met het karakter van een persoon: bloed is warm en vochtig, slijm vochtig en koud, gele gal heet en droog en zwarte gal is koud en droog.
Geneesmiddelen worden samengesteld op grond van het temperament van de patiënt. Iedereen beschikt over een unieke levenssappen-constitutie. Elke verandering ervan leidt tot wisselingen in de gezondheid. Het individu beschikt over krachten om schommelingen te corrigeren. De Hakim (arts) dient het immuniteitsproces te bevorderen, door de ziekte te bestrijden met middelen die een tegenovergestelde werking hebben. De patiënt zal daardoor in de toekomst beter beschermd zijn. Voor het stellen van de diagnose voelen de artsen zeer uitgebreid de pols.

SIDDHA is een systeem gebaseerd op Ayurvedische principes en wordt voornamelijk in Tamil Nadu en Kerala gepraktiseerd.

HOMEOPATHIE is een methode die door Hahnemann (begin 19e eeuw) werd ontdekt en gebaseerd is op het principe dat ziekte geneest als gevolg van het toedienen van middelen in zeer sterke verdunningen, die in een meer geconcentreerde vorm de verschijnselen van de ziekte teweegbrengen. De homeopathie is niet geïnteresseerd in de oorzaken, maar in de symptomen van de ziekte. De arts dient zodoende zoveel mogelijk de individuele gesteldheid van de patiënt te betrekken bij de diagnostisering.

Traditionele geneeskunde op dood spoor?



De ontdekking in 1897 van manuscripten in Centraal-Azië en de bewerking ervan door Hoernle, bevestigde dat de geneeskunde India's oudste wetenschap is. De Indiase geneeskunde ontwikkelde zich vanuit een magisch-religieus tot een materialistisch perspektief wat betreft de oorzaken van de ziekten. De materialistische zienswijze van artsen bracht hen in konflikt met de religieuze kasten, een nog steeds bestaand fenomeen in India.

De magisch-religieuze zienswijze vindt men vooral in de vier Veda's (1500 v. Chr.) In één van de geschriften - de Atharva Veda - staan de eerste verborgen aanwijzingen over hoe men zich tegenover allerlei ziekten en natuurrampen kan behoeden. In de eeuwen erna ontstaat dan langzamerhand de Ayurvedische geneeskunde.

Het oudste, magische nivo van heelkunde komt nog voornamelijk bij de stammen voor. (foto: Linda Stone)

De ontwikkeling van de magisch-religieuze bezweringen tot rationele therapie betekende ook een konflikt van de medici met de heersende klasse der Brahmanen. Deze laatsten predikten over bovennatuurlijkheid en mystifikatie van de natuur. Het ter diskussie stellen van hun wereldbeeld door de geneeskundigen, betekende een uitholling van de macht van de priesterkaste. De veroordeling van artsen door de geestelijkheid is te vinden in allerlei geschriften en strekt zich uit tot in de 13e eeuw. Aanvankelijk verweet men de artsen zelfs hun demokratische gezindheid!

Het belang van de Indiase geneeskunst ligt in haar analytische methode: zoals direkte observatie van natuurfenomenen en de verwerking van empirische gegevens. Deze materialistische oriëntatie leidde tot een 'tegenideologie' tegen de gevestigde magisch-religieze denkbeelden. De invloed van de Ayurvedische geneeskunde reikt ver. Zo nam Alexander de Grote Indiase artsen in dienst tijdens zijn veldtocht tot aan de Indus, omdat zij veel bedrevener waren dan hun Griekse kollega's op het gebied van de slangenbetenbestrijding. De Indiërs deden rond het jaar nul al aan plastische chirurgie. Zo werden afgehouwen ledematen vaak met veel succes weer aan het lijf gezet.


Avicenna tussen de twee grote klassieke artsen Galenus en Hippokrates.
De Indiase medische traditie vond grote navolging in landen als Tibet, Sri Lanka en Burma. Bijzonder groot is de bijdrage aan de Perzische en Arabische geneeskunde. Avicenna (Ibn Sina 980-1037) is er ongetwijfeld door beïnvloed en via hem de westerse geneeskunde. Deze kennisoverdracht zou al eerder in de Griekse tijd plaats hebben gevonden. Zo zijn Indiase-Griekse woordovereenkomsten te vinden in de Materia Medica van Dioskorides. Ook andere overeenkomsten wijzen op wederzijdse beïnvloeding.


    Ayurveda: Caraka en Sushruta

De Ayurvedische geschriften zouden enige bibliotheken kunnen vullen. Vele ervan zijn familiebezit en worden angstvallig bewaard zodat buitenstaanders de receptuur niet over kunnen nemen. De bekendste geschriften zijn ongetwijfeld de Caraka en de Sushruta. De Caraka (ca. 100 A.D.) behandelt onderwerpen als de farmacologie, voedsel, diëtiek, enige ziekten, geneesmethoden, verhouding medici-kwakzalvers, fysiologie en filosofie. De Sushruta (ca. 400 A.D.) behandelt de oorsprong en onderverdeling van de geneeskunde, opleiding, therapeutische substanties en diëtiek. Het boek stelt chirurgie en wondverpleging als belangrijkste tak van de heelkunde. Er wordt uitvoerig ingegaan op de technieken, pathologie, anatomie, embryologie, therapie, toxologie, ophthalmologie en hygiëne.

De Sushruta Samhita, ayurvedisch manuscript uit de vierde eeuw.

De invloed van de Indiase geneeskunde op andere Aziatische kulturen hangt samen met de verbreiding van het boeddhisme. Tussen 500 en 1000 waren boeddhistische universiteiten als Takshashila en Nalanda (Bihar) de centra in Azië om geneeskunde te studeren. Zo kwamen er studenten uit China, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten. In de achtste eeuw woonden er alleen al in Nalanda zo'n 10.000 professoren, studenten en monniken. Er was zelfs een negen verdiepingen tellende bibliotheek. Beide universiteiten werden vernietigd bij de invasie van de moslims. Met de verovering van de Moghuls in 1236 van Noord-India, komt ook de Unani-geneeskunde er tot bloei. De invloed op de Ayurveda blijkt uit het metalenonderzoek (zoals mercurium en kwik) dat een doorbraak betekende in de traditionele behandelingsmethode. Na deze tijd zijn er geen echte nieuwe ontwikkelingen meer te bespeuren.
Een hernieuwde belangstelling voor deze geneeskunde aan het begin van deze eeuw leidde tot de oprichting van de Benares Hindu University (Varanasi) en van het Ayurvedische en Unani College in Delhi. Momenteel onderricht men in 99 colleges deze geneeskunde, die door 225.00 personen wordt uitgeoefend. Er bestaan 242 Ayurvedische ziekenhuizen en 12.000 apotheken. In de Ayurvedische geneeskunde beschikt men over 8.000 standaard-recepten.


    Unani-Tibb

Het systeem van de antieke Griekse geneeskunde (o.a. Hippokrates) werd in de bloeitijd van de Arabische kultuur vernieuwd. Deze methode werd vooral door Avicenna's Canon wereldberoemd. Het boek werd tot in de late middeleeuwen in alle Europese opleidingen als standaardwerk gebruikt. In Avicenna's tijd (rond 1000) bood de universiteit van Baghdad aan uitstekende medische opleiding. Er doceerden professoren uit oost en west en zodoende ontstond een wederzijdse inspiratie. Met de verovering van Noord-India komt ook de Arabische geneeskunde in India in zwang, vooral bij de nu 70 miljoen moslims.
Momenteel praktiseren 26.000 Unani-artsen deze methode die in 19 hospitalen en in 900 geneesmiddelenwinkels wordt toegepast. Artsen kunnen een keuze maken uit omstreeks 3.000 standaardmiddelen.


    Siddha

Deze geneeskunde is gebaseerd op de principes van de Ayurveda. Het is een systeem dat vooral in Tamil Nadu en Kerala wordt gevonden. Zo'n 17.000 geneeskundigen passen deze methode toe in 457 ziekenhuizen. De patiënt kan geneesmiddelen kopen in één van de 1300 farmacieën en kiezen uit 2.000 verschillende middelen.


    Homeopathie

Deze methode werd door Samuel Hahnemann (1755-1843) in Duitsland ontwikkeld en is gebaseerd op het principe dat men een ziektebeeld behandelt met een middel dat bij een gezond mens erop lijkende ziekteverschijnselen veroorzaakt ('Similia Similibus Curentur'). In India zijn er 100.000 praktiserende artsen en 61 homeopathisch geöriënteerde ziekenhuizen naast 1.300 apotheken.


Sortering en verwerking van geneeskruiden in Kanzikode. (foto: WHO)

    Overige systemen

Andere traditionele systemen van medische zorg zijn nature cure, yoga en de Tibetaanse geneeskunde.


    Recente geschiedenis

De hernieuwde belangstelling in India voor deze oude systemen kreeg vorm in 1827 door de oprichting van een afdeling Ayurvedische geneeskunde aan het Governmental Sanskrit College te Calcutta (destijds hoofdstad van Brits-India) en een Unani-afdeling. Deze fakulteiten liet de East India Company in 1833 sluiten en daarvoor in de plaats kwam het Calcutta Medical College voor allopathische (westerse) geneeskunde. Deze stap lijkt vooral ingegeven te zijn om de westerse geneeskunde en daardoor de overheersing van de westerse kultuur in India vorm te geven. Men zou dat nu een vorm van kultuur-imperialisme noemen. Want deze westerse geneeskunde bood in de 1e eeuw nog maar weinig meer dan aderlatingen. De Indiase geneeskunde bood in die tijd aanzienlijk meer moge1ijkheden tot behandeling. Engelse chirurgijns raadpleegden in die tijd dan ook

In deze fabriek in Kottakal worden ayurvedische medicijnen bereid. (foto: J.L. Nou, Parijs)
regelmatig lokale artsen.
Het belang van een betere gezondheidszorg was voor de bezetter van groot belang omdat er meer soldaten bezweken aan allerlei ziekten dan op het slagveld. Er waren ieder jaar zo'n 87 doden per 1000 soldaten. Dat cijfer daalde eerst rond de eeuwwisseling tot 6 per 1000. Vooral de oprichting van instituten voor tropische geneeskunde in Engeland, Frankrijk en Nederland verbeterden mede de algehele gezondheidssituatie in de koloniën.

Als reaktie op de sluiting van de eerste officiële scholen voor traditionele gezondheidszorg, richtten rijke Indiërs privé-scholen op. De oprichting van de Benares Hindu University is erg belangrijk in dit verband. In de loop van deze eeuw stelden allerlei regeringen kommissies in die de oprichting van scholen, colleges en instituten voor traditionele geneeskunde moesten begeleiden. Tijdens de Nagpur-sessie (1920) nam het Indian National Congress de volgende resolutie aan: 'Deze conferentie is van mening dat gezien de alom aanwezigheid en algemeen aanvaarde nuttigheid van de Ayurvedische en Unani-geneeskundige systemen in India, eerlijke en definitieve stappen ondernomen dienen te worden door de bevolking van dit land om scholen, ziekenhuizen en colleges voor onderricht en behandeling volgens deze traditionele systemen sterk te bevorderen.' Deze resolutie werd nogmaals onderschreven door het Working Committee of the Indian National Congress in 1938. Verschillende deelstaatregeringen gaven aan deze motie reeds gestalte door het openen van allerlei instellingen. Na de onafhankelijkheid brachten vele kommissies adviezen uit aan de regering, maar met weinig resultaat.

De opkomst van de westerse geneeskunde en haar krachtige middelen als antibiotica, en het vertrek van de Britten in 1947, ontwrichtte de gezondheidszorg grotendeels. Allerlei burokraten kregen nu hoge funkties terwijl zij eigenlijk minder geschikt waren. De opkomende farmaceutische industrie en de westers opgeleide artsen, die een hechte lobby wisten te vormen, beïnvloedden regeringsbeslissingen steeds meer ten nadele van de traditionele systemen.

Mede gestimuleerd door de geringe prijs van traditionele geneeskruiden onderzoekt het India Council of Medical Research (opgericht in 1911) in samenwerking met de Unesco de werkzame bestanddelen van deze medicijnen. (foto: CNRS)
Toch genieten de traditionele geneeskundigen het vertrouwen van de plattelandsbevolking (600 miljoen mensen), omdat zij deel uitmaken van hun leefgemeenschap. Zij behandelen met succes de meeste gewone aandoeningen, die zo'n 80% van alle ziekten vormen. Veel succes wordt ook bereikt op het gebied van de chronische klachten, allergieën en psychosomatische ziekten. De behandeling is veel goedkoper dan die van westers opgeleide artsen. Dit komt doordat zij zelf vaak hun medicijnen samenstellen en daarbij gebruikmaken van plaatselijk verkrijgbare geneeskrachtige kruiden. Zelfs de Wereld Gezondheidsraad is voorstander van het inschakelen van deze deskundigen bij de gezondheidszorg, vooral in afgelegen streken. Ondanks al deze positieve aspekten wordt deze geneeskunde vaak ondergewaardeerd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de voorgenomen uitgaven voor de gezondheidszorgsektor (1980-81) waarbij 'Indian systems of medicine and homeopathy' slechts tien van de zeventig miljoen gulden ontvangen als een bijdrage in de Central Schemes (centrale regeringsplannen). In het zesde vijfjarenplan (1980-85) is deze budgetonderverdeling niet uitgewerkt.
Ondersteuning van deze geneeskundige systemen dient niet te gebeuren op grond van nostalgische ideeën, maar omdat ze een groot kultuur-historisch erfgoed vertegenwoordigen en omdat ze de ziekten vanuit een andere optiek benaderen waarbij de gehele mens centraal staat.

XXX

Groeiende westerse invloed



De westerse gezondheidszorg deed tijdens de koloniale periode pas goed haar intrede in India. De bekende Indiase medicus Prof. Banerji zegt hierover in een interview het volgende:
"Vóór de Britten hier kwamen stond de Indiase gezondheidszorg op een hoog peil, hoewel ze wel over haar hoogtepunt heen was. Maar ze hoefde toch beslist niet onder te doen voor de uit Engeland geïmporteerde gezondheidszorg. Britse artsen leerden hier bijvoorbeeld hoe ze neuskorrekties konden uitvoeren. De westerse gezondheidszorg was toen natuurlijk niet zo ver ontwikkeld als nu. De Britten brachten hun gezondheidszorg hier om de Britten fit te houden zodat ze India konden onderdrukken. De Britten brachten hun gezondheidszorg niet naar India om de lokale bevolking er van te laten genieten. De westerse gezondheidszorg was de zorg van de onderdrukker. De dokter van de onderdrukker heeft natuurlijk wel veel prestige, vandaar dat de Indiase bovenlaag steeds meer de westerse gezondheidszorg bezocht. De traditionele Indiase gezondheidszorg raakte steeds meer onderontwikkeld omdat de beste krachten wegens financiële voordelen naar de westerse zorg werden gezogen. Bovendien was er sprake van een wereldwijde stormachtige ontwikkeling van de westerse medische wetenschap."


Het probleem bij de westerse geneeskunde is dat ze zo individu-georiënteerd is in haar behandelwijze. In het algemeen wordt weinig aandacht besteed aan preventie. Maar preventieve gezondheidszorg heeft India juist zo hard nodig. De aanleg van een goede drinkwatervoorziening, het droogleggen van moerassen, het verbranden van vuilhopen en de aanleg van toiletten zijn van veel groter belang voor de gezondheid dan een anti-malariakampagne of een openhartchirurgie-kliniek, zoals die een jaar geleden in Delhi werd geopend. Vlak voor de onafhankelijkheid in 1947 aanvaardde de Congrespartij, in een anti-westerse houding, dan ook een motie die ervoor pleitte dat na de onafhankelijkheid de traditionele geneeskunde de voorkeur zou verdienen boven die van de westerse. De praktijk na 1947 bleek echter anders.


    Na de onafhankelijkheid

De vormgeving van het systeem van gezondheidszorg na de onafhankelijkheid werd bepaald door twee fundamentele politieke besluiten. Ten eerste werd het verschaffen van goede gezondheidszorg aan de massa van het volk een belangrijk politiek programmapunt. Ten tweede - en dit bleek in de praktijk van nog beslissender betekenis - wilde men dit bereiken zonder fundamentele veranderingen van het bestaande regeringsapparaat. De verantwoordelijkheid kwam te liggen bij het personeel van de Indiase Medische Dienst uit de Britse tijd en bij Brits georiënteerde Indiase artsen. Verder had de onafhankelijkheid nog twee ingrijpende gevolgen. Door het vertrek van de Britten kwamen niet zo bekwame ambtenaren snel op sleutelposities terecht, eenvoudig omdat ze al vele jaren meeliepen en er zeel veel plaatsen vrijkwamen. Door het strikt vasthouden aan regels van anciënniteit kwamen bovendien steeds meer mensen uit de kleine groep die in de jaren '30 tot '45 de dienst begonnen waren op sleutelposities, hoewel ze zelfs naar koloniale maatstaven niet erg bekwaam waren. Dit leidde tot een allesoverheersende middelmatigheid, waardoor veel jongeren moesten boeten als ze initiatief en verbeeldingskracht toonden in hun werk. Juist omdat ze zo weinig voor hun taak geschikt waren, gingen de westers georiënteerde geneeskundigen en ambtenaren er toe over grote aantallen buitenlandse deskundigen aan te trekken die een overheersende rol zouden gaan spelen in vrijwel elke sektor van de gezondheidszorg.

We zijn nu bezig over te schakelen op de produktie van alternatief gezondheidsvoedsel. (M. Harpur)

Dit proces werd nog versterkt door financiële steun vanuit het buitenland. Zo schonk de Rockefeller Foundation in de vijftiger jaren zo'n 40 miljoen gulden voor de oprichting van een 'Indian Institute of Medical Research', later omgedoopt tot All India Institute of Medical Sciences (New Delhi). Het is het ziekenhuis met het grootste prestige van India en heeft een speciale airconditioned afdeling waar de Indiase VIP's zich laten behandelen. Onlangs werd daar ook een afdeling voor openhartchirurgie geopend, waar Indiase assistenten van een beroemd hartspecialist uit Houston nu opereren voor bedragen die er niet om liegen. Deze afdeling werd gesticht vlak nadat President Zail Singh zo'n operatie in de VS had ondergaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Indiase medische kennis internationaal gezien zeker op een hoog peil staat. Maar dan moet niet vergeten worden dat het hierbij meestal gaat om een gezondheidszorg die bijna nooit ten goede komt aan de noden van de meerderheid van de bevolking. Zij kunnen de vaak dure geneesmiddelen niet betalen, zij kunnen geen dag missen (geen werk=geen inkomen) en krijgen vaak de minste behandeling in de ziekenhuizen.

De westerse geneeskunde is sterk in opkomst in India, ten koste van de traditionele geneeskunde. Hierbij moeten we echter niet vergeten dat de traditionele geneeskunde nog steeds een zeer belangrijke plaats inneemt in het huidige India. Volgens gegevens van de Indian Council for Medical Research is het aantal officieel geregistreerde artsen als volgt:
- Ayurvedische artsen
- Unani-artsen
- Homeopathische artsen
- Westers opgeleide artsen
ongeveer
      ,,
      ,,
      ,,
250.000
30.000
150.000
235.000
Het blijkt dat er dus nog steeds veel meer traditionele artsen zijn dan westers opgeleide. Daarbij komt dan nog dat de groep niet-erkende genezers, van wie velen trouwens hun aktiviteiten als bijbaan uitvoeren, een veelvoud vormt van de officieel geregistreerde artsen.


    Verschillen tussen westerse en traditionele geneeskunde

Goed dan, ik zal die afschuwelijke westerse drugs van je innemen als dat me zal redden. Maar denk niet dat ik het geloof in onze traditionele medicijnen verloren heb! (Laxman)

Wat zijn nu de verschillen tussen de westerse en traditionele geneeskunde?

De vooronderstellingen die aan het westers model ten grondslag liggen richten zich alleen op het lichaam en de lichaamsprocessen en stellen de genezing van het zieke lichaam centraal. De traditionele geneeskunde gaat er van uit dat de mens een eenheid van lichaam en ziel is. De therapie houdt zich daarom bezig met mentale processen (meditatie, oefening), eetgewoonten, gebruik van kruiden en schenkt ook veel aandacht aan preventieve werkingen. De door de traditionele geneeskunde gebruikte kruiden-geneesmiddelen zijn veel minder gevaarlijk dan de westerse chemische produkten en zijn bovendien veel goedkoper. Doordat India bovendien alle verschillende klimaatzones kent, beschikt het over genoeg kruidensoorten die vrijwel alle ziekten kunnen behandelen.

Een ander belangrijk verschilpunt is dat de dosering van traditionele geneesmiddelen door de arts op het individu afgestemd wordt terwijl de westerse geneeskunde bij de dosering voornamelijk uitgaat van de grootst gemene deler waaraan de patiënt zich maar moet aanpassen. Traditionele artsen vind je overal maar vooral op het platteland. Westers georiënteerde artsen houden zich daarentegen voornamelijk op in de steden of vertrekken na hun enorm dure opleiding naar het buitenland. Hun tarieven zijn veel hoger dan die van de traditionele artsen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de arme bevolking hoofdzakelijk de traditionele artsen bezoekt en de rijkere Indiërs de westers opgeleide artsen.

Een zeer belangrijk verschilpunt tenslotte is dat de traditionele geneeskunde sterk verweven is met de eeuwenoude hindu- en moslimkultuur, terwijl de westerse geneeskunde - gebaseerd op het Britse systeem - van een westers mensbeeld uitgaat.

Het grote dilemma van de gehele gezondheidszorg is en blijft echter dat preventie een eerste vereiste is om de gezondheid van de bevolking te verbeteren. De allerbelangrijkste voorwaarde daartoe is dat er voldoende voedsel, huisvesting en scholing gegeven wordt. Vervolgens dient men zich te koncentreren op zaken als een goede drinkwatervoorziening en een goede riool- en afvalverzorging. Dan pas komen de meer medisch getinte zaken
aan de orde als massale inentingskampagnes, betere eerstehulp voorzieningen en preventieve akties op het gebied van de volksgezondheid in verband met bepaalde ziekten als TBC, lepra, malaria en cholera.
En pas daarna zou men over de meer specifiek, individueel gerichte therapieën kunnen gaan nadenken, waarbij een zeer belangrijke plaats zou moeten worden ingeruimd voor de traditionele geneeskunde.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 4 juli 2014