terug
Uit: India Nu 158 (nov-dec 2005)











Grens van 3 miljoen bezoekers overschreden

Toerisme in Gods eigen land


In 1951 werd India bezocht door 17.000 toeristen uit het buitenland. In 1980 stond de teller op 1,25 miljoen. Vorig jaar was het dan zover. Eindelijk overschreed het aantal buitenlandse bezoekers aan India voor het eerst de grens van drie miljoen. De grootschalige mediacampagne die de Indiase overheid sedert enkele maanden in binnen- en buitenland voert - een campagne waarbij via de pakkende slogan Incredible India! wordt gewezen op de veelzijdigheid van het Zuid-Aziatische land - blijkt zijn vruchten af te werpen. Een grondige analyse van de Indiase toeristenindustrie.

Kort na de onafhankelijkheid (1947) was er nauwelijks sprake van toerisme naar en in India. Het land moest na het vertrek van de Britten zijn infrastructuur en economie volledig reorganiseren, en het koos daarbij voor de strategie van economisch protectionisme en vergaande staatsinvloed. De Indiase planeconomie ontbeerde de prikkels van de vrijemarkteconomie, waardoor de infrastructuur van de toeristische sector geruime tijd ondermaats bleef. Anderzijds waren ook Europa en andere delen van de wereld na 1945 vooraleerst bezig met de wederopbouw en reorganisatie van de eigen staten en economieŽn. Voor het maken van een snoepreisje naar India hadden maar weinigen de liquide middelen.

In 1951 trokken niet meer dan 17.000 buitenlanders naar India. Een decennium later, in 1960, was dit aantal gestegen tot 123.000, en in 1970, tijdens de hoogtijdagen van de flower power en het culttoerisme van de westerse hippies, stond de teller op 280.000. De generatie westerlingen die eind jaren zestig, begin jaren zeventig naar India trok, bracht de mystiek, de spiritualiteit en de pluriforme cultuur van India onder de aandacht van grote groepen thuisblijvers, met als gevolg dat het land zich in gestaag toenemende belangstelling uit het Westen mocht verheugen. De welvaart en de reismogelijkheden namen in het Westen in de jaren zeventig sterk toe, waardoor steeds meer Indiafielen ook de middelen kregen om Bharat met een bezoek te vereren. Naarmate de bezoekersaantallen stegen, kwam de toeristische sector in India langzaam tot ontwikkeling. Maar pas in 1991 kreeg de Indiase toeristenindustrie de impuls die zij nodig had om te kunnen uitgroeien tot een cruciaal segment van de nationale economie. In juni 1991 werd namelijk, na ruim veertig jaar, de Indiase planeconomie eindelijk ingeruild voor een vrijemarkteconomie. Dit resulteerde in een toename van het aantal initiatieven in de private sector, buitenlandse investeringen (met name door multinationals en NRI's (Non-Resident Indians)), in tal van infrastructurele projecten (aanleg en verbreding van wegen, verbetering van luchthavens en uitbreiding van de air connectivity, bouw van bruggen en dammen, en natuurlijk legio projecten binnen de horeca). Het Indiaas toerisme kwam na 1991 tot voorheen ongekende bloei. De gunstige politiek-economische ontwikkelingen in zowel binnen- als buitenland vertalen zich duidelijk in de aantallen bezoekers aan India in de afgelopen drie decennia: 1,25 miljoen in 1980, 1,7 miljoen in 1990, 2,1 miljoen in 1995, 2,6 miljoen in 2000. En sinds vorig jaar dus meer dan drie miljoen. Overigens vallen deze cijfers in het niet bij de jaarlijkse aantallen Indiase toeristen en reizigers in eigen land: rond de 300 miljoen. Deze groep domestic tourists and travellers bestaat echter niet louter uit vakantiegangers in de feitelijke zin des woords maar ook uit binnenlandse zakenreizigers, pelgrims, weekendrecreanten en wat dies meer zij.

India wordt bezocht door mensen van velerlei nationaliteit. Het mag ons Nederlanders vervullen met enige trots dat wij op een riante elfde plaats in de Indiase 'bezoekers-top-15' staan. Het betreft hier een gemiddelde classificatie op grond van bezoekersaantallen per nationaliteit, gemeten over een periode van twintig jaar (1981-2001). Begin jaren tachtig trokken jaarlijks tussen de 10.000 en de 15.000 Nederlanders naar India, en inmiddels (sinds 1995) zijn het ertussen de 40.000 en 50.000 per jaar. De top-3 van het internationale toerisme naar India wordt gevormd door Groot-BrittanniŽ (300.000-400.000 bezoekers per jaar); de VS (250.000-350.000 per jaar) en Sri Lanka (100.000-130.000 per jaar). De classificatie van Sri Lanka is ietwat gechargeerd: menig Tamil uit het noorden van de eilandstaat trekt in het kader van familiebezoek, werk of studie naar het naburige Tamil Nadu of andere delen van Zuid-India. Van toerisme in de gebruikelijke zin des woords is in dat geval niet echt sprake. Gelet op de omvangrijke hindoestaanse diaspora in Groot-BrittanniŽ en de VS verdienen ook de aantallen 'toeristen' uit deze twee landen enige nuance. India wordt verder vooral bezocht door reizigers en toeristen uit Frankrijk, Canada, Japan, Duitsland, MaleisiŽ, AustraliŽ, Singapore, ItaliŽ, Nepal, IsraŽl en Zuid-Korea. Het Indiase aandeel in het mondiale toerisme lijkt percentueel zowel qua bezoekersaantallen als qua inkomsten stevig verankerd. Tussen 1992 en 2001 lag het percentage India-gangers jaarlijks op 0,34 ŗ 0,39 procent van de mondiale toeristen- en reizigersstroom. De inkomsten die India in diezelfde periode uit het toerisme wist te genereren, bedroegen jaarlijks 0,64-0,67 procent van het wereldtotaal. Naar verhouding spenderen bezoekers aan India dus veel geld. Gezien het prijspeil kan gevoeglijk worden aangenomen dat bezoekers aan India niet zozeer meer geld uitgeven per dag dan toeristen in andere landen, als wel langer op de plek van bestemming verblijven.


  Van backpacker naar groepsreiziger

Behalve meer toeristen is India in de afgelopen drie decennia ook een ander type toerist gaan trekken. De traditionele backpacker, rond 1970 het meest voorkomende soort westerse reiziger in India, heeft steeds meer terrein moeten prijsgeven aan dit nieuw type toerist: de groepsreiziger. De solistische rugzakker waart nog wel rond in India, maar hij wordt meer en meer verdreven door deze nieuwe, rijkere groepstoerist. Diverse factoren spelen een rol bij de opmars van de groepsreiziger. Allereerst zijn zowel de backpacker van de jaren zestig en zeventig, alsook de groepsreizigervan nu, karakteristieke exponenten van hun eigen tijd: in de progressieve jaren zestig en zeventig stonden zaken als persoonlijke vrijheid, non-conformisme, maatschappijkritiek, het op zoek gaan naar andere (niet-westerse) waarheden en werkelijkheden hoog in het vaandel van het progressieve deel van de mensheid. Het werd door velen als wezenlijk voor de persoonlijke groei gezien om een paar maanden op de bonnefooi te gaan rondtrekken in een ver buitenland. Rond 1970 genoot met name de route van Istanbul naar Kathmandu, de zogenaamde Hippy Trail, een legendarische reputatie: elke zichzelf respecterende hippie droomde ervan om over land via de OriŽnt en India naar het Dak van de Wereld te trekken. Zodoende raakte India overspoeld met vrijgevochten soloreizigers uit het Westen. In de huidige tijd hebben de waarden uit die jaren plaats moeten ruimen voor meer functionele, conservatieve en neoliberale waarden. Het wordt door de maatschappij niet langer als mťrite beschouwd om een halfjaar te gaan 'niksen' in Verweggistan. In vergelijking met de huidige groepsreiziger, die op 'efficiŽnte' wijze reist volgens vaste schema's en patronen, en die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk wil 'zien en beleven', was de historische backpacker natuurlijk een homo ludens zonder weerga. De gemiddelde leeftijd van de toerist van toen en die van nu speelt eveneens een rol bij de opmars van de groepsreiziger en het echec van de backpacker. Waren het rond 1970 overwegend jongeren die naar India trokken, tegenwoordig reizen ook de veertigers en vijftigers en de nog ouderen er lustig op los. Deze leeftijdscategorie kiest veelal voor het gemak en het comfort van de groepsreis. Het sterk toegenomen reisbudget van de gemiddelde toerist uit het Westen maakt eveneens dat steeds vaker wordt gekozen voor een reis in georganiseerd verband.

Voor de Indiase economie is de opmars van de groepsreiziger een zegen. De backpacker van weleer bleef weken tot maanden in den lande, maar hij had nauwelijks een cent te verteren. Hij sliep in de goedkoopste hotelletjes en at het goedkoopste voedsel. Hij veroorloofde zich geen enkele luxe en ondernam nauwelijks enige de lokale middenstand ten goede komende activiteit (zijn mogelijke manoeuvres binnen de softdrugsector uitgezonderd). De groepsreiziger van nu daarentegen is een wandelende goudmijn voor de Indiase schatkist en de middenstand. Niet alleen slaapt de groepsreiziger in duurdere hotels dan de historische rugzakker, ook eet hij in betere restaurants, koopt meer souvenirs en is bereid om gretig geld neer te tellen voor kameelexcursies, tijgersafari's, traditionele dansvoorstellingen en andere speciaal voor buitenlanders georganiseerde activiteiten. Het toerisme is inmiddels een van de belangrijkste pijlers van de Indiase economie. Jaarlijks worden er via het toerisme miljarden roepies in de Indiase economie gepompt: 170 miljard in 2003, oftewel drieenhalfmiljard euro. Het toerisme is daarnaast ook erg belangrijk voor de werkgelegenheid: meer dan twintig miljoen IndiŽrs verdienen hun brood in de toeristensector, en een veelvoud van dit aantal is werkzaam in sectoren die indirect van het toerisme profiteren.


  Toerisme, authenciteit en commercie

Door de toeristische infrastructuur te verbeteren en de marketing en PR van het product India te verfijnen, hoopt de Indiase overheid het toerisme nog beter te kunnen positioneren als aanjager van de eigen economie. Dit lijkt aardig te lukken, getuige bijvoorbeeld het succes van de Incredible India! campagne. Toch zitten er ook keerzijden aan de almaar toenemende stroom toeristen uit het buitenland. Zo dreigen sommige delen van India hun authenticiteit te verliezen, of hebben ze deze inmiddels voor een groot deel verloren. De kusten van Goa, het pelgrimsoord Pushkar, Khajuraho, Kovalam, Manali en de Kulu-vallei: nog maar tien, twintig jaar geleden waren al deze locaties van een ongereptheid die anno 2005 niet valt te bevatten. Er zijn nu kolossen van hotels verrezen,
In vergelijking met de huidige groepsreiziger, die op efficiŽnte wijze reist volgens vaste schema's en patronen, en die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk wil zien en beleven, was de historische backpacker natuurlijk een homo ludens zonder weerga
Italiaanse restaurants, cybercafes, winkels en uitgaansgelegenheden. De couleur locale van veel Indiase toeristenoorden is onherstelbaar aangetast en vaak is er tevens sprake van ernstige schade aan het milieu en uitholling van de Indiase waarden en normen. Een ander nadeel van de toegenomen stroom buitenlanders is de verzakelijking en verruwing van het contact tussen de toerist en het legioen IndiŽrs dat werkzaam is in de informele tertiaire sector: souvenirverkopers, riksjarijders, schoenpoetsers, professionele bedelaars, enzovoorts. Binnen deze sector van de marginalen wordt op onverhulde wijze gepoogd de rijke toerist geld uit de zak te kloppen. In Agra hebben de riksjarijders inmiddels een zeer slechte naam opgebouwd, doordat velen van hen steevast 'verdwalen' en vervolgens een exorbitant hoge ritprijs durven vragen. Bij de ghats in Pushkar wordt de buitenlandse toerist belaagd door brahmanen en nep-brahmanen die ongevraagd een puja-ritueel verrichten in ruil voor een forse som geld. De agressieve souvenirverkopers bij de grote Indiase bezienswaardigheden (waaronder Red Fort, Taj Mahal, Fatehpur Sikri) drijven met hun aanhoudend gedram menig toerist tot wanhoop. Maar ook op subtielere wijze troggelt menig IndiŽr de buitenlander zijn geld af. In bijna alle winkels en op bijna alle bazaars worden ridicule prijzen gevraagd voor kunstnijverheidsproducten en waardeloze kitsch. De toerist dingt fors af en denkt een koopje te hebben geslagen, maar hij beseft nauwelijks met wat voor onderhandelingsmarge de Indiase commerciant het spel van loven en bieden begint. Ter illustratie: reisleiders van buitenlandse gezelschappen krijgen tot wel 35 procent commissie indien hun groep een bepaalde winkel bezoekt. Voor riksjarijders, taxichauffeurs en lokale gidsen gelden vergelijkbare, zij het iets minder lucratieve commissieregelingen. Ook bij hotels en restaurants krijgen zij vaak commissie. Ritten per driewieler of automobiel voeren in de Indiase toeristencentra door dit alles zelden linea recta naar de gewenste bestemming, vaak gaat de rit met een of meer onverwachte stops bij een 'bevriende' winkelier of horeca-exploitant gepaard. De klopjacht op de geldbuidel van de buitenlander neemt in de toeristenoorden steeds groteskere vormen aan. Het is een verademing om op plekken te komen waar het massatoerisme zich nog niet heeft doen gelden.


  De politiek van toerisme

Het toerisme in India is niet gelijkmatig gespreid over het hele land. Er zijn steden en deelstaten die veel populairder zijn dan andere. Zo wordt het noorden van India vaker bezocht dan het zuiden: circa zestig procent van de buitenlanders bezoekt het noorden, veertig procent het zuiden. Dit is niet geheel verwonderlijk, want in het noorden liggen de belangrijkste attracties van het land: hoofdstad New Delhi, de Taj Mahal, de ghats van Varanasi, de forten en paleizen van Rajasthan, de wandel- en trekgebieden in de Himalaya. In Zuid-India zijn vooral de stranden van Goa en de backwaters van Kerala in trek. Sommige nauwelijks bezochte delen van India danken hun geringe populariteit aan de restricties die de toerist door het door New Delhi gehanteerde permit-beleid ondervindt: diverse staten in het noordoosten, de Lakhadiven, de Andaman-eilanden. Andere delen van India worden gemeden vanwege sporadische guerrilla-activiteiten: Jammu and Kashmir (exclusief boeddhistisch Ladakh), de recent geformeerde deelstaten Jharkhand en Chhatisgarh, delen van Orissa
De couleur locale van veel Indiase toeristenoorden is onherstelbaar aangetast en vaak is er tevens sprake van ernstige schade aan het milieu en uitholling van de Indiase waarden en normen
en andermaal de staten in het noordoosten. En dan zijn er natuurlijk ook nog die delen van India die toeristisch oninteressant zijn: het landschappelijk monotone Bihar en het geÔndustrialiseerde Haryana zijn twee voorbeelden van regio's die de veeleisende 21e-eeuwse toerist eenvoudigweg te weinig te bieden hebben. Nemen we twee populaire bestemmingen in Zuid-India nader onder de loep, dan zien we het nationale beleid ten aanzien van het toerisme duidelijk weerspiegeld in de regionale politiek. In strandparadijs Goa (circa 200.000 buitenlandse bezoekers per jaar) wordt het accent gelegd op 'kwalitatieve verbetering van de infrastructuur en op snelle en moderne reclame- en PR-methoden'. 'Ik geloof in concrete actie, niet in praatjes', aldus het van pro-activisme getuigende adagium van Goaans minister van Toerisme Francisco Xavier Pacheco in een interview met Tourism India. In Kerala is de overheid minstens zo assertief. Volgens Keralaans minister van Toerisme Oommen Chandy stoelt de economie in Kerala grotendeels op het toerisme en zal toerisme fungeren als hŤt ontwikkelingsmodel voor de deelstaat. Ter benadrukking van de groeipotentie van Kerala orakelt Chandy: 'Als bestemmingen zoals Singapore door de mens zijn gecreŽerd, dan is Kerala een Gods creatie'. Erg origineel is deze hyperbool overigens niet. Kerala wordt in Indiase publicitaire uitgaven vaker dan eens van het predikaat God's own country voorzien, en de uiterst groene en waterrijke deelstaat verwierf in het recente verleden diverse malen de prestigieuze, jaarlijks door de Indiase overheid toegekende titel van Best Tourism State. De aanleg van een nieuwe luchthaven bij Kannur is slechts een van de vele ambitieuze infrastructurele initiatieven die in Kerala worden ontplooid om het toerisme verder te stimuleren. Getracht wordt het reeds bestaande aanbod (Kovalam, backwaters, Ayurvedische therapiecentra, hill stations) uit te breiden met nieuwe producten (bijvoorbeeld het recente eco-project Thenmala) en ook geheel nieuwe vormen van toerisme te ontwikkelen (waaronder 'medisch toerisme voor Golf-Arabieren' en 'ornithologisch toerisme'). Tegelijkertijd wordt het reeds bestaande product geperfectioneerd. Zo organiseert de Kerala Tourism Development Organization cursussen 'Spoken English' voor hotel personeel dat zijn kennis van de Engelse taal wil vergroten. De cursisten leren niet alleen de fijne kneepjes van het Engels, maar en passant wordt hen geleerd hoe op correcte wijze om te gaan met Engelssprekende hotelgasten.

Refererend aan de terroristische aanslagen op de VS in 2001 en de negatieve gevolgen voor het toerisme in India en de periferie, sprak voormalig Indiaas premier Vajpayee op een toeristische conferentie in New Delhi (2003), de volgende woorden: 'Terwijl terrorisme een voedingsbodem van intolerantie en arrogantie is, geeft toerisme juist de ruimte aan de ontwikkeling van tolerantie en empathie. (...) Terrorisme probeert muren van haat op te trekken tussen de verschillende gemeenschappen. Toerisme breekt die muren juist af. (...)'. Na 11 september 2001 kende de Indiase toeristenindustrie een korte maar serieuze inzinking: van september 2001 tot september 2002 daalde het aantal buitenlandse bezoekers met de maand. De terugval over heel 2002 bedroeg 6,92 procent. Vanaf oktober 2002 hervatte het toerisme zich echter. De confrontatie met het internationale terrorisme lijkt in India vooralsnog in het voordeel van het toerisme beslecht. Illustratief in dit verband zijn de bezoekersaantallen in Jammu and Kashmir (J&K), de deelstaat die sinds de Indiase onafhankelijkheid het meest geassocieerd wordt met terrorisme. In toeristisch rampjaar 2002 trokken een luttele 18.000 reizigers (IndiŽrs plus buitenlanders) naar J&K. Een jaar later had de sector zich hersteld en was er sprake van een royale vertienvoudiging van het aantal toeristen in J&K (ongeveer 200.000). Overigens ondervond niet elk deel van India de gevolgen van 11 september in 2002 in gelijke mate; in sommige staten was er slechts sprake van lichte stagnatie, en Kerala noteerde zelfs een opmerkelijke, zeer forse groei van meer dan tien procent.

Ondanks mogelijke toekomstige incidentele tegenslagen en ondanks het handjevol structurele negatieve effecten op andere segmenten van de Indiase samenleving, lijkt de groei van de Indiase toeristenindustrie door te zullen zetten. India maakt zich op voor de volgende mijlpaal: vier miljoen buitenlandse bezoekers per jaar. Hopelijk zullen de IndiŽrs zich in toenemende mate laten inspireren door de veelbelovende woorden die Vajpayee aan het eind van zijn speech in New Delhi sprak: '[Wij] verwelkomen u met dezelfde gastvrijheid die al onze gasten in onze Indiase traditie ten dele valt en welke perfect wordt uitgelegd in een Sanskriet gezegde: Atihi Devo Bhava - Als een gast arriveert, denk dan dat een god zijn intrede heeft gedaan".

xxx
xxx (39) is freelance reisjournalist en reisleider.
Hij heeft gewerkt voor de ANWB, reisblad Voyager en vier Nederlandse reisorganisaties.
In de afgelopen tien jaar bezocht hij India verschillende malen.
Hij schreef een reisgids over Noord-India (ANWB, 1996)
en begeleidde voor Lito en Koning Aap enkele reizen door Rajasthan, Uttar Pradesh en Madhya Pradesh.


Voor dit artikel is gebruik gemaakt van recente onderzoekscijfers van o.a: het Indiase Department of Tourism (2004); World Tourism Organization; Reservebank of India (2001); Economic Review (2003); www.tourismofindia.com, www.thehoot.org/ready.asp en www.keralatourism.org.


terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 27 oktober 2006