terug
Uit: India Nu 164 (nov-dec 2006)




Unilever verovert Indiase platteland

Ontwikkelingsproject Shakti : Verlicht eigenbelang


Hindustan Lever, de Indiase dochter van Unilever, steunt arme plattelandsvrouwen in India door hen in te schakelen als verkopers van verzorgingsproducten van het bedrijf. Het Shakti-project loopt inmiddels zes jaar en de berichten vanuit de multinational zijn positief. Maar een onafhankelijk onderzoek naar de resultaten van het project voor de deelnemende vrouwen heeft nog niet plaatsgevonden. Student ontwikkelingsstudies Bart Loman ging daarom op onderzoek uit.


Een verkoopster van het Shaktiproject poseert trots voor een reclameposter met stralende Shaktiverkoopsters en hun producten

Het Shakti-project klinkt als een bewonderenswaardige manier van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een grote multinational die aan ontwikkelingswerk doet in India. Maar het project doet echter ook veel wenkbrauwen fronsen: Hindustan Lever, dochteronderneming van gigant Unilever, die het opeens goed voorheeft met Indiase vrouwen? Daar moet iets achter zitten! Het bedrijf heeft namelijk in het verleden flinke deuken in haar imago opgelopen door schandalen in verband met kinderarbeid en milieuverontreiniging.


  Toegang tot het platteland

Hindustan Lever verbergt het belang van het bedrijf bij het Shakti-project totaal niet. Sehgal, de directeur van New Ventures & Marketing Services van Hindustan Lever, noemt het Shakti-project bijvoorbeeld enlightened self-interest ('verlicht eigenbelang'). Het project zorgt voor een win-win situatie, gunstig voor zowel de Indiase vrouwen als het bedrijf zelf. Naast de verbetering van de marginale positie van de vrouwen, wordt het imago van Hindustan Lever namelijk behoorlijk opgevijzeld. Dat is echter niet het belangrijkste. Hindustan Lever krijgt ook toegang tot de rurale markt, waar hun producten nog vrijwel niet verkocht worden. Je zou kunnen denken: is die rurale markt de moeite waard voor de multinational? Daar wonen toch vrijwel alleen maar mensen, die weinig tot niets te besteden hebben? Niets is minder waar: deze markt heeft juist een enorm potentieel. De Indiase Economic Times schat dat Hindustan Lever's doelgroep in de rurale markt jaarlijks zo'n 35 miljard euro te besteden heeft. Zeker in een tijd waar de winst in de stedelijke marktsegmenten afneemt door de grote concurrentie, is deze rurale markt veelbelovend. Op het platteland zijn namelijk nog geen noemenswaardige concurrenten aanwezig. Een efficiŽnt logistiek systeem om de producten in de afgelegen plattelandsdorpjes te verkopen, ontbrak echter nog. Het Shakti-project bracht uitkomst: Indiase rurale vrouwen zouden in de dorpjes de producten van Hindustan Lever aan de man kunnen brengen met behulp van microkrediet.


  Forse eigen bijdrage

Er is ondertussen al veel onderzoek gedaan naar het project, met name naar de zakelijke kant. Zo is gebleken dat het Shakti-project in 2004 al kostendekkend was en het doel om een omvangrijk verkoopnetwerk op te zetten ruimschoots werd gehaald. Het project dient vaak als succesvol voorbeeld van een nieuwe vorm van armoedebestrijding, waarin het bedrijfsleven een actieve rol speelt. Opvallend genoeg ontbrak enig onafhankelijk onderzoek naar de Indiase vrouwen zelf. Claims van Hindustan Lever bleken vooral gebaseerd te zijn op de persoonlijk indrukken van het eigen management, zogenaamd anecdotal evidence. Hierdoor rijst de vraag: Welke vrouwen zijn liet dan eigenlijk die met het project meedoen? En, hoeveel belang hecht Hindustan Lever daadwerkelijk aan het verbeteren van de marginale positie van deze vrouwen? Voor zijn opleiding ontwikkelingsstudies verrichtte Bart Loman onderzoek naar de vrouwen van het Shakti-project. Het onderzoek beperkte zich tot het Madurai district in Tamil Nadu. De resultaten zijn daarom niet representatief voor heel India, maar geven wel een goede indruk van het project. Net als in andere delen van India, selecteert Hindustan Lever in dit district de vrouwen uit Self Help Groups. Dit zijn groepen van tien tot vijftien vrouwen, die regelmatig bij elkaar komen, samen geld sparen en uit de armoede proberen te komen. Vaak beginnen ze bijvoorbeeld gezamenlijk een bedrijfje. Hindustan Lever zoekt contact met deze
"Opmerkelijk was dat het project alleen beschikbaar was voor vrouwen die ook een relatief forse eigen financiŽle bijdrage konden leveren. Omgerekend moesten vrouwen zo'n veertig euro aan eigen geld inleggen om een speciale lening van 160 euro te krijgen"
groepen via lokale ontwikkelingsorganisaties en vraagt of er vrouwen geÔnteresseerd zijn in het Shakti-project. Tijdens het onderzoek viel al snel op dat Hindustan Lever vaak niet de allerarmsten selecteerde voor het project. Zo hadden veel vrouwen een sociaal of economisch bevoorrechte positie. Zij waren bijvoorbeeld de leider van hun Self Help Group of regelden de financiŽle administratie ervan. Ook hadden sommigen al een baan bij de lokale ontwikkelingsorganisatie. Hierdoor hadden zij twee voordelen. Ten eerste hadden ze vaak al kennis van financiŽle administratie, wat noodzakelijk was voor het project. Ten tweede kwamen ze door hun positie als ťťn van de eersten te weten over het project en konden zich er al voor aanmelden. Opmerkelijk was ook dat het project alleen beschikbaar was voor vrouwen die ook een relatief forse eigen financiŽle bijdrage konden leveren. Omgerekend moesten vrouwen zo'n veertig euro aan eigen geld inleggen om een speciale lening van 160 euro te krijgen. Voor het totale bedrag van tweehonderd euro werden vervolgens producten van Hindustan Lever bij de vrouwen thuis afgeleverd. In enkele gevallen was het zelfs zo dat de familie het gehele bedrag financierde en de lening dus niet noodzakelijk was. Uit deze resultaten bleek dat sociaal en economisch gezien de Shakti-vrouwen een zekere voorsprong hadden op andere rurale vrouwen. Dit is niet ongewoon bij dit soort projecten. Vergelijkbare microkredietprogramma's hebben al vaker als kritiek gekregen dat ze niet de allerarmsten bereiken. Het Shakti-project blijkt daar geen uitzondering op te zijn.


  Succesvolle verkoopcijfers: veel respect

Hoewel het project alleen bestemd zou zijn voor vrouwen bleek het in de realiteit vaak een familieproject; vooral de echtgenoot hielp mee met het zware werk - zoals het sjouwen van de producten - als de vrouw huis-aan-huis de verkoop deed. Het lokale Shakti-management was zich hier wel van bewust, maar maakte geen bezwaar. De vrouwen gaven namelijk aan dat het werk lichamelijk erg zwaar was. De hulp van familieleden was dus erg gewenst en hielp het familie-inkomen te vergroten. Daarbij was het lokale Hindustan Lever management natuurlijk ook gebaat bij het halen van hoge verkoopcijfers. Nadeel hiervan was dat het effect van het project op de sociale situatie van de vrouwen verminderde.
De verkoopsters waren erg tevreden over het project. Ze verdubbelden hun inkomen vaak tot ongeveer ťťn euro per dag. Een toename in inkomen staat echter niet gelijk aan een verbetering
Een Shaktidealer op weg naar haar werk



Het Shakti-project

[Shakti = kracht (Hindi)]

Het Shakti-project werd zes jaar geleden gelanceerd in India door Hindustan Lever, de Indiase dochteronderneming van Unilever. Het principe van het project is vrij eenvoudig: Hindustan Lever neemt arme rurale Indiase vrouwen in dienst als verkoopsters van Hindustan Lever's producten in plattelandsdorpjes. Deze vrouwen worden door Hindustan Lever geselecteerd en krijgen vervolgens een startkapitaal (via microkrediet) waarmee ze de verzorgingsproducten van Hindustan Lever kunnen inkopen. Vervolgens verkopen de vrouwen het (voornamelijk huis-aan-huis) in hun eigen plattelandsregio. Het gaat met name om zakjes shampoo, zeep en wasmiddel. Momenteel zijn er zo'n 25 duizend vrouwen die deelnemen aan het project. Hindustan Lever claimt het project als een ontwikkelingsproject met als doel de sociale en economische positie van arme plattelandsvrouwen in India te verbeteren. Professionele voorlichtingsfolders laten zien dat het leven van de vrouwen een positieve wending neemt door het project.

van de positie van de vrouw. Daarom was in het onderzoek het begrip empowerment gebruikt als onderzoeksinstrument; in hoeverre zorgde het project voor meer controle en keuzevrijheid in het leven van de vrouwen? Konden ze bijvoorbeeld zelf bepalen hoe ze hun inkomen besteedden? En konden ze zich buitenshuis vrijer bewegen door het project? Dit soort vragen stonden centraal in het onderzoek. Wat opviel was dat deze vrouwen het inkomen voornamelijk aan het gezin besteedden. Veel meer dan haar echtgenoot, cijferde de vrouw zichzelf weg voor het belang van haar familie. Je zou kunnen zeggen dat de vrouwen wel zelf konden beslissen over het inkomen, zolang het maar naar het gezin ging. Sociaal gezien waren de veranderingen duidelijker. Het project zorgde er inderdaad voor dat vrouwen meer aanzien en respect kregen, zowel binnen het gezin als in de gemeenschap. Veel vrouwen waren trots en zelfverzekerder geworden. Daarnaast bleek dat sommige vrouwen ook anders gingen denken over bepaalde culturele zaken. Zo vertelden sommige vrouwen dat zij door het project het belangrijker vonden dat hun dochters een goede opleiding kregen. Deze zouden dan later ook soortgelijk werk kunnen doen en ook een eigen inkomen verdienen. Het project leek dus toch relatief succesvol te zijn voor de verkoopsters, zeker op sociaal gebied.


  Slechte verkoopcijfers: schulden

Er bleek echter toch wel een addertje onder het gras te zitten. Zolang de vrouwen goede verkoopcijfers lieten zien, was er steun vanuit Hindustan Lever. Als ze echter moeite hadden met verkopen, werd het een ander verhaal, wat vooral bleek uit de ervaringen van ex-verkoopsters. Het was moeilijk om ex-verkoopsters te vinden. Vaak heerste er schaamte onder de vrouwen omdat ze gefaald
"Zolang de vrouwen goede verkoopcijfers lieten zien was er steun vanuit Hindustan Lever. Als ze echter moeite hadden met verkopen liet het bedrijf zich van een andere kant zien. De vrouwen werden in de steek gelaten. Zo werd er geen voorraad meer aangeleverd. Ook werd het contact verbroken."
hadden. Het merendeel van de ex-verkoopsters had eenzelfde verhaal. Ze kregen wel de eerste voorraad producten aangeleverd, maar hadden veel moeite om deze te verkopen. Dit kwam omdat ze nog geen vaste klantenkring hadden, maar ook omdat soms hun familieomstandigheden problematisch waren. Een echtgenoot was bijvoorbeeld alcoholist of een kind zwaar gehandicapt. Hierdoor kregen ze weinig support van de familie en konden ze soms maar moeilijk de straat op gaan. De vrouwen zochten vervolgens hulp bij Hindustan Lever. In plaats van een oplossing te vinden, liet het bedrijf zich van een andere kant zien. De vrouwen werden in de steek gelaten. Zo werd er geen voorraad meer aangeleverd. Ook werd het contact verbroken. Tijdens het onderzoek bleken ook ineens mobiele nummers van het Shakti-management afgesloten te zijn. De ex-verkoopsters kwamen hierdoor diep in de schulden. Ze hadden een lening genomen voor het project, maar konden deze niet terugbetalen. De restvoorraad konden ze maar moeilijk verkopen. Veel dorpsbewoners vonden de producten op het eerste gezicht namelijk veel te duur. Daarbij kwam de houdbaarheidsdatum langzaam dichterbij, waardoor de ze de producten maar tegen verlies van de hand deden. Veel van de ex-verkoopsters hadden daardoor een schuld van tenminste 250 euro, die ook nog maandelijks opliep vanwege de rente.

Tot slot kunnen we ons afvragen of dit project nu echt bijdraagt aan armoedebestrijding. De vrouwen verdienen een inkomen namelijk vooral door het verkopen aan andere arme mensen. Hindustan Lever ontvangt natuurlijk ook winst op haar producten, waardoor het weinige geld dat aanwezig is in deze markt naar een grote rijke multinational gaat. Voornaamste vraag is dan ook: in hoeverre kan een project dat het geld aan onderste regionen van de consumentenmarkt onttrekt, daadwerkelijk een ontwikkelingsproject zijn?

Bart Loman

Bart Lomans scriptie (2006) is beschikbaar als pdf-document op http://www.student.ru.nl/b.loman/scriptie.pdf.



terug
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 18 december 2006