terug
Uit: India Nu 122 (november-december 1999)


Vrouwenrechten

Vrouwen maken van vakbond SEWA invloedrijke beweging


De letters in de naam van vrouwenvakbond SEWA vormen samen de afkorting van Self-Employed Women's Association. Tegelijkertijd betekent het woord 'sewa' zoiets als 'dienst'. Dit verwijst naar het feit dat de leden van SEWA met hun arbeid een grote - maar miskende en ondergewaardeerde - bijdrage leveren aan de Indiase economie en samenleving. SEWA is in 1972 opgericht door Ela Bhatt als vakbond voor vrouwen die werken voor de vele textielfabrieken van Ahmedabad. In de 28 jaar van haar bestaan is SEWA uitgegroeid tot meer dan een vrouwenvakbond. Het is een beweging geworden waar meer dan driehonderdduizend vrouwen deel van uitmaken. De leden komen uit de steden, maar ook van het platteland. Een gesprek met de Indiase juriste Pratibha Pandya, sinds 1987 verbonden aan SEWA.

Ahmedabad is de grootste stad in de West-Indiase deelstaat Gujarat. De plaats is bekend door Mahatma Gandhi (die er in een ashram leefde en werkte), maar ook vanwege de textielindustrie. Ahmedabad is het 'Manchester van India'. Van oudsher zijn de lokale textielarbeiders er georganiseerd in de Textile Labour Association, de oudste en grootste vakbond voor textielarbeiders in India. De vrouwelijke vleugel van deze vakbond, opgericht in 1954, richtte zich met haar welzijnswerk in eerste instantie vooral op de vrouwen en dochters van de mannelijke arbeiders. Ela Bhatt voelde dat hier iets niet klopte: de vakbond beschermde maar één derde van de textielarbeiders door wetten en sociale zekerheid. Twee derde van de textielarbeiders viel hierbuiten. Het ging daarbij om dagloners, thuiswerkers en de 'koeriers' die de textiel van de groothandel, fabriek en markt naar de klanten toebrachten. De overgrote meerderheid van deze arbeiders bestond uit vrouwen.
  Na een gesprek met verschillende vrouwen op hun werkplek vroeg Bhatt deze vrouwen - die buiten een formele werkgever-werknemersrelatie vallen - zich te organiseren binnen SEWA. Zo konden ook zij hun stem laten horen en opkomen voor hun belangen. Daarnaast werd een spaar- en kredietprogramma gestart waar vrouwen kleine bedragen konden sparen. Vrouwen hoefden zich alleen te legitimeren met een pasfoto en vingerafdruk. Een bedrag van 1 roepie (vijf cent) was al genoeg om te kunnen sparen. Na een politiek conflict met de textielbond van de fabriek, werd SEWA in 1981 een onafhankelijk geregistreerde vakbond en organisatie.


Kwetsbare positie

In een aantal zinnen schetst Pandya de situatie van de vrouwelijke doelgroep en leden van SEWA. De self-employed vrouwen maken ongeveer 93% uit van de beroepsbevolking in India in de ongeorganiseerde, informele sector. Self-employment betekent dat deze vrouwen op eigen gelegenheid een inkomen proberen te verdienen. Door het inzetten van hun arbeidskracht of door het opzetten van zelfstandige handel. Omdat zij formeel niet in dienst zijn van een werkgever ontvangen zij geen regelmatig loon en kunnen ze geen aanspraak maken op arbeidswetgeving of op enige vorm van sociale zekerheid. In deze kwetsbare positie hebben zij vaak te maken met uitbuiting door tussenhandelaren en geldschieters. Dat veel vrouwen te vinden zijn in de informele sector heeft onder meer te maken met de socialisatie van meisjes vanaf hun geboorte, met het niet op juiste waarde schatten van meisjes en vrouwen en hun arbeid binnen- en buitenshuis, en met een hiermee samenhangend gebrek aan educatie en vaardigheidstrainingen. "Toch staat zo'n vijftig procent van de vrouwen aan het hoofd van het huishouden", stelt Pandya. "Dit betekent dat zij verantwoordelijkheid dragen voor het inkomen en het overleven van het huishouden. Soms doordat hun echtgenoot overleden is, maar vaak omdat hij werkloos of gehandicapt is, of omdat hij zijn inkomen niet afstaat aan het huishouden."
  De meeste van deze vrouwen zijn in te delen in drie groepen: thuiswerksters, straatverkoopsters, en handarbeidsters of dienstverleensters. Thuiswerksters zijn vrouwen die beedies (Indiase sigaretten) rollen, kledingstukken of potten maken of weven. Meestal krijgen zij betaald per eenheid afgewerkt product. Dit laatste geldt trouwens ook voor vrouwen die in de kledingfabrieken werken. Straatverkoopsters van groente, fruit, kleding of bijvoorbeeld huishoudelijke artikelen, gaan met hun waren - die zij vervoeren in manden, op hun hoofd of in een kar - langs de straten. Of ze werken vanuit een marktstalletje op straat. Onder de categorie handarbeidsters en dienstenverleners vallen vrouwen die bijvoorbeeld in de bouw werken, op het land, als huishoudster of als wasvrouw. Voor al deze vrouwen geldt dat overleven een dagelijks terugkerend gevecht tegen armoede betekent.


Geïntegreerde aanpak

SEWA's strategie is het organiseren van vrouwen in hun individuele en collectieve strijd voor werk, inkomen, voedsel en sociale zekerheden, en het versterken van het zelfvertrouwen van vrouwen, zodat zij zelfstandig richting kunnen geven aan hun eigen ontwikkeling, aldus Pandya. Zowel strijd als gevecht moeten overigens niet letterlijk worden opgevat. SEWA en haar leden hangen het Gandhiaanse gedachtengoed aan. Geweldloosheid is hierin de aangewezen methode voor het bestrijden van sociale onrechtvaardigheid en de problemen van vrouwen in de maatschappij. Ook Gandhi's boodschap over economische onafhankelijkheid lijkt SEWA op het lijf geschreven: economische onafhankelijkheid en zelfstandigheid is immers dé manier om politieke en sociale onafhankelijkheid voor vrouwen te verkrijgen. Maar dit is wel een langzaam en moeilijk proces met vele tegenslagen en problemen. Hoe stimuleert SEWA dit proces?
  Het verhaal van Uma, die lid wil worden van SEWA, mag exemplarisch heten. Uma werkt in een kledingfabriek met zo'n 400 tot 500 arbeiders. Haar echtgenoot is werkloos vanwege de sluiting van de textielfabriek waar hij zijn arbeid verrichtte. Officieel werkt Uma in de fabriek van half negen 's ochtends tot half zeven 's avonds. In de praktijk komt het echter vaker voor dat zij dagen maakt van wel negentien uur, om zo een opdracht op tijd af te krijgen. Voor dit overwerk krijgt ze niet betaald. Ze ontvangt slechts een vast stukloon per afgewerkt product. Gemiddeld verdient ze elke maand zo'n 900 roepies. Dit terwijl een minimumloon is vastgesteld van 1900 roepies. Hoewel zij heeft gehoord dat er wetten zijn die haar en de andere fabrieksarbeiders naast het minimumloon recht geven op een identiteitskaart, op een bonus voor overwerk en op andere tegemoetkomingen, krijgt ze niet eens het geldende minimumloon. Hoe kan ze dan denken aan die andere wettelijke rechten?
  "Iedere zelfstandig werkende vrouw kan lid worden van SEWA door de jaarlijkse contributie van vijf roepies te betalen", zegt Pandya. "De leden kiezen iedere drie jaar vanuit de groepleiders in hun midden de afgevaardigden van de arbeidsraad. Die kiezen op hun beurt weer het uitvoerende comité van 25 leden. Dit comité vertegenwoordigt alle beroepen en handelsactiviteiten van de leden." In Uma's geval kan de vakbond haar belangen behartigen door druk uit te oefenen op de werkgever voor het betalen van het minimumloon, het bijhouden van het aantal gewerkte uren en het verkrijgen van een identiteitskaart. Deze kaart geeft werknemers het recht gebruik te maken van bepaalde sociale voorzieningen en de mogelijkheid zwangerschapsverlof op te nemen. In het geval van de beedie-rollende thuiswerksters geldt dat ze dankzij de onderhandelingen van SEWA met overheid en werkgevers nu beschermd worden door de Beedie en Sigaarwerkerswet. Zij krijgen hierdoor sinds kort het minimumloon uitbetaald. Dit betekent dat ze zo'n 25 roepies ontvangen per 1000 beedies. Een stijging van 8 roepies ten opzichte van de 17 die ze eerder ontvingen. "Onderhandelen, het beïnvloeden van beleid en wetgeving, en het lobbyen bij overheden en werkgevers zijn belangrijk, maar niet de enige activiteiten van SEWA", verzekert Pandya. "Er zijn programma's gericht op de gezondheid van vrouwen en kinderen, op het verbeteren van de leefomgeving en de toegang tot huisvestiging, en op het proberen te veranderen van wetten zodat een huis bijvoorbeeld op naam van de vrouw kan komen. Ook zijn de meeste zelfstandig werkende vrouwen georganiseerd in een van de vele coöperaties."
  Een voorbeeld van zo'n coöperatie is te vinden in Banaskantha, een van de droge woestijngebieden in Noord-Gujarat met een gebrek aan water, en vele families die migreren op zoek naar werk. De Indiase regering startte in dit gebied een programma om door middel van putten en pompen water te leveren. Dit programma was niet voldoende, want in het gebied waren weinig manieren waren om een inkomen te verdienen. SEWA speelde hierop in door vrouwen te organiseren rondom lokale creatieve vaardigheden (zoals borduurwerk) en zorgde ervoor dat de vrouwen dit werk konden verkopen. "Dit is een voorbeeld van de geïntegreerde aanpak die we bepleiten", licht Pandya toe. "Het is niet alleen water, maar ook werk dat prioriteit heeft. Daarnaast spelen huisvesting en gezondheid een belangrijke rol."


SEWA-bank

De SEWA-bank is in 1974 opgericht om de vrouwen tegemoet te komen in hun behoefte aan kapitaal, werkbezit en een plek om geld te sparen. Al is het maar een paar roepies per week. De bank is een veiliger plek voor spaargeld dan thuis, want veel echtgenoten zijn verslaafd aan alcohol (illegaal verkregen of gestookt, want Gujarat is een 'drooggelegde' staat) en gebruiken daarvoor al het geld dat ze kunnen vinden. Via de SEWA bank hebben vrouwen voor een jaarlijks bedrag van zestig roepies ook een levensverzekering, een arbeidsverzekering en een weduwenverzekering. Pandya gelooft overigens niet in een polis tegen verkrachting, zoals de General Insurance Company in maart van dit jaar in India wilde lanceren (zie ook India Nu 119). "Verzekeringsbanken zullen niet gemakkelijk geld uitkeren aan verkrachte vrouwen. Ze willen een bewijs van de misdaad. Zowel ziekenhuis- als politieonderzoek en het vertellen van het hele verhaal zal extra psychologische stress voor deze vrouwen met zich mee brengen. Daarbij moeten ze ook nog rekening houden met de mogelijkheid dat de verkrachter het ziekenhuis of de politie omkoopt. Vrouwen moeten zich er bewust van worden dat verkrachting en mishandeling een misdaad zijn en geen normaal iets. Ze moeten getraind worden tegen geweld."
  Een training over omgaan met geweld kan mogelijk een plaats vinden binnen het trainings- en scholingsprogramma van SEWA, gericht op het voortzetten van het werk van de organisatie en haar leden door een nieuwe generatie. De beweging SEWA heeft haar doel namelijk nog lang niet bereikt. Nog steeds is de relatie tussen mannen en vrouwen ongelijk, en hangen veel problemen van vrouwen samen met klasse of kaste. Denk maar aan dowry (het geven van een verplichte bruidsschat), geweld tegen vrouwen, het ongelijk behandelen van zonen en dochters. Al deze problemen resulteren onder andere in een gebrek aan zelfrespect en zelfvertrouwen bij vrouwen.
  Samenwerken met de regering helpt om de problemen van vrouwen op alle fronten onder de aandacht te brengen. Pandya: "Maar de Indiase regering is een veel te bureaucratisch apparaat. Een beweging als SEWA kan de armste vrouwen beter bereiken." Uit wat Pandya vertelt, blijkt dat het bij SEWA niet alleen gaat om het bereik, maar tevens om de manier van uitvoering. Een uitvoering die uitgaat van de kracht van vrouwen. Of, zoals SEWA-oprichtster Ela Bhatt ooit opmerkte: "We not only want a piece of the pie. We also want to choose the flavour, and know how to make it ourselves." (We willen niet alleen een stuk van de taart. We willen ook de smaak kiezen, en weten hoe we hem zelf moeten maken).

xxx




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 26 november 1999