![]()
|
|
Westers afval
FNV Mondiaal en FNV Bondgenoten steunen samen met de Internationale Metal Federation (IMF) Indiase vakbonden in hun strijd voor betere werkomstandigheden. Half september nodigden zij Rane en Patel uit in Nederland. Naast vergaderingen over een ‘Train-the-Trainers’-programma, bezochten de Indiase vakbondsleden de metaalfabriek
in IJmuiden – sinds kort in handen van het Indiase bedrijf Tata – en scheepswerf IHC
Merwede. Daar ontmoetten zij kaderleden van FNV Bondgenoten om ideeën uit te wisselen
over vakbondsopbouw en veiligheid op de werkplek. ‘We leven in een globaliserende
wereld’, licht Wilma Roos van FNV Mondiaal het belang van het bezoek
toe. ‘Voor werknemers is het belangrijk om internationaal te denken, verbondenheid
te zoeken en te kijken op welke manier we elkaar kunnen ondersteunen.’
Dit wordt onder de kaderleden breed
gedragen. Bertus Kamps: ‘Het afval komt
uit onze rijke westerse wereld, waar we
goede leefomstandigheden hebben. Dat
zou daar ook zo moeten zijn. We kunnen op
zijn minst financiële ondersteuning geven.’
Henk Korthof maakte zich al jarenlang
sterk voor het opnemen van budget voor internationale
solidariteit in de CAO. ‘Ik heb
drie pogingen gedaan dit op de agenda te
krijgen en het is gelukt. Nu geven we voor
de vijfde keer geld aan het project.’
Sommige kaderleden hebben de scheepssloperijen
in India zelf bezocht. De situatie
is nauwelijks te vergelijken met die in
Nederland. Daarom vindt Bert Zonneveld
van Tata Steel het zo belangrijk om
de Indiase gasten rond te leiden door de
fabriek. ‘Ik wil laten zien hoe het ook kan
qua veiligheid, en wat wij hier verdienen.
Ik hoop dat de mensen daar voor zichzelf
gaan opkomen.’
Zien, voelen, ruiken
Toch zijn er ook kritische geluiden. ´Deze
bezoeken kosten geld, dat kunnen we beter
daar besteden’, vindt kaderlid Jan Hofman.
René de Zeeuw was eerder ook sceptisch,
maar een bezoek aan India overtuigde hem
van de meerwaarde van persoonlijk contact.
‘Zien, voelen en ruiken geeft toch een
ander beeld. Ik was onder de indruk dat we
hebben kunnen helpen met kleine dingen
die voor het project heel belangrijk zijn. Dit
motiveert mij om mijn activiteiten in Nederland
voort te zetten. En onze bezoeken
worden daar erg gewaardeerd.’ ‘Voor ons
is het ook steeds een afweging waar we
het budget aan besteden’, zegt Mario van
de Luytgaarden van FNV Mondiaal. ‘Maar
juist door deze bezoeken creëren we meer
bewustwording en kunnen we meer mensen
bereid krijgen om dit project te steunen.’
Rane benadrukt dat de scheepsslopersvakbonden
dankzij deze internationale steun
in korte tijd veel hebben kunnen bereiken:
gratis drinkwater op de werkplek, veiligheidsmaterialen,
loonafspraken, medische
hulp en schadevergoeding bij ongelukken.
Basale regelingen die in Nederland
vanzelfsprekend zijn. ‘Maar,’ waarschuwt
hij, ‘we moeten zorgen dat de werkomstandigheden
in de hele regio verbeteren,
anders verschuift het probleem naar landen
als Bangladesh en Pakistan, waar de positie
van slopers nog slechter is.’
Inwisselbaar
Tijdens bedrijfsbezoeken worden de
verschillen in veiligheid met de omstandigheden
op de Indiase sloperijen pijnlijk
duidelijk. Henrik Diderich van IHC Merwede
geeft een presentatie over het uitgebreide
veiligheidsprotocol dat het bedrijf gebruikt.
Het welzijn van werknemers lijkt hier hoogste
prioriteit. ‘Het is een win-win situatie; als
werknemers met meer plezier en toewijding
werken, levert dat de werkgever geld op.’
Bovendien riskeert het bedrijf hoge boetes
als overheidsregels overtreden worden.
In India zagen werkgevers arbeidskrachten
meer als inwisselbaar. ‘Niemand bekommerde
zich om de slopers’, vertelt Rane.
‘Scheepssloperijen vallen onder de verantwoordelijkheid
van verschillende ministeries
en de wetgeving was niet eenduidig.’ De
eigenaren van scheepssloperijen konden zo
steeds door de mazen van de wet glippen.
De wetgeving is inmiddels verbeterd, maar
uitvoering en handhaving blijven problematisch.
Toch is Rane positief: ‘Nog steeds
proberen werkgevers hun verantwoordelijkheid
te ontlopen, maar nu we vakbonden
hebben, kunnen ze niet meer om ons heen.
Als het echt niet anders kan, staken we.’
Train de trainer
Maar het probleem ligt niet alleen bij de
overheid en de werkgever, zegt Patel. Het
gedrag van de werknemers zelf is ook bepalend
voor de veiligheid op de sloperijen,
meent hij. ´Je moet je ogen en oren openhouden
tijdens het werk, je bewust zijn van
de gevaren, anders kan iemand sterven.´ Hij
heeft hoge verwachtingen van de training
voor veiligheidstrainers die ze nu samen met
FNV en de IMF aan het ontwikkelen zijn.
In het voorjaar van 2012 vertrekt kaderlid
Joop van Oord naar India om met het
‘Train-the-Trainers’-programma te starten.
De veiligheidstraining is gemaakt voor analfabeten
en gaat uit van goedkope, simpele
sheets met afbeeldingen en het mondeling
delen van ervaringen. ‘Het voornaamste is
een discussie op gang brengen. Dan hoor je
wat de problemen zijn, wat er nodig is. Lezen
kan niet iedereen, praten wel’, legt Van
Oord uit. Maar ook dan spelen taalbarrières
een rol, vertelt Patel. ‘De scheepsslopers
komen uit verschillende delen van India
en spreken verschillende talen.’ Daarom
richt de training zich in eerste instantie
op vijftien trainers uit het hogere kader,
die naast Hindi of Engels ook een andere
Indiase taal spreken. Deze trainers kunnen
vervolgens op de sloperijen van Mumbai en
Alang groepen werknemers in hun eigen
taal instrueren.
Doorbraak
Joop van Oord werkte jarenlang in de
scheepsbouw en beseft als geen ander dat
het belangrijk is om te weten hoe een schip
is gebouwd om bij ontmanteling risico’s te
minimaliseren. ‘Het is mogelijk om schepen
veilig te ontmantelen,’ zegt Van Oord,
‘maar het kost tijd. We pakken het stap voor
stap aan. Soms kan simpele kennis iemands
leven redden.’ Ook het duurzaam bouwen
van schepen kan veel leed voorkomen. Half
september organiseerde Matsuzaki Kan van
de IMF een conferentie voor zowel scheepsbouwers
als scheepsslopers. Meer dan 45
vakbondsmedewerkers uit vijftien landen
gingen in gesprek over strategische verbinding
tussen bouw en sloop. ‘We willen middels
een sociale dialoog scheepsbouwers
aanspreken op hun solidariteitsgevoel’,
zegt Matsuzaki. Samenwerking ziet hij als
essentieel om de gehele keten van bouw
tot sloop te verduurzamen en de situatie op
scheepssloperijen te verbeteren. Rane was
ook aanwezig bij de besprekingen en voelde
zich gehoord. ‘We moeten scheepsbouw en
ontmanteling zien als een en dezelfde branche.
De conferentie was een doorbraak.’
|
terug
|
MVO
| HOME Landelijke India Werkgroep
|
tijdschrift INDIA NU
|
Landelijke India Werkgroep - 7 november 2011