terug
Uit: India Nu 140 (nov-dec 2002)



Van All India Film tot films voor NRI's

Is de populariteit van Bollywood
ook die van de Indiase Film?



Stills uit de film Kabhi Khushi Kabhie Gham.... "It's all about loving your parents"
De kreet Bollywood geniet de laatste jaren een toenemende populariteit in én buiten India. Volgend Marijke Vos, liefhebber en kenner van de Indiase Film, betreft deze groeiende populariteit - die wel enige nuance behoeft - voornamelijk Indiërs die wonen in de grote steden of buiten het moederland. Dit heeft te maken met de veranderende thematiek: Indiase films worden in rap tempo moderne grote-stadfilms.

Een gesprek over India komt steevast uit bij de film. Zelfs een absolute India-leek glimlacht dan verheugd en zegt met een steels lachje: Bollywoodfilms, dat zijn toch die zoete films waarin iedereen op de raarste momenten in gezang uitbarst? Is de populariteit van Bollywood die van de Indiase film of bekt de kreet Bollywood op zichzelf al lekker genoeg om een hype te veroorzaken?

De insiders - Hindostanen, Chinezen, Russen en (andere) Aziaten, Afrikanen en de mensen afkomstig uit de Arabische wereld en Iran - halen hun schouders op en grijnzen wat ongemakkelijk bij het etiket 'Bollywood'. Ze kennen de Indiase film, ze zijn er mee opgegroeid. En dat was lang voordat het Westen de kreet Bollywood bedacht. Ze bewonderen dezelfde muziek, waarbij de hits uit de jaren vijftig nog steeds even populair zijn als muziek van A.R. Rahman uit de hedendaagse blockbusters. Jong en oud bewonderen dezelfde helden: Amitabh Bachchan staat na ruim dertig jaar nog steeds op nummer één, ook bij jongens van net twintig. Inmiddels verenigt deze ster de status van Clint Eastwood, Sean Connery en Marlon Brando in één persoon. De lijfwachten van Mubarak vergeten hun president om een handtekening van de filmheld te krijgen bij diens bezoek aan Egypte. In Zuid-Afrika, Londen en New Vork zitten de stadia bomvol om Amitabh te zien. Dit was tien jaar geleden zo, en daarin is niets veranderd, zij het dat jonge sterren als Shah Rukh Khan, Hritik Roshan en Aishwarya Ray erbij gekomen zijn.


Schijn van doorbraak

Wat is er dan met de outsiders in Europa en in het bijzonder in Nederland gebeurd? Neemt de belangstelling voor de Indiase film echt toe? In Nederland wordt al ruim twaalf jaar van alles gedaan om de Indiase cinema op de kaart te zetten. Sinds dit gebeurt onder de noemer Bollywood heeft het de schijn van een heuse doorbraak. Maar de aandacht van de Nederlandse pers lijkt voornamelijk oppervlakkig en gaat mank onder platitudes, vooringenomenheid en - wat liefhebbers het meest irriteert - onwetendheid. Nog steeds blijkt dat weinig autochtone Nederlanders een hele Indiase film hebben uitgekeken. Waar dat dankzij de toegankelijkheid van de NPS op Nederland 3 vorig jaar toevallig wel is gebeurd, blijken de reacties van kijkers opvallend te verschillen met de vooringenomenheid van de media, die het woord 'Bollywood' vooral spottend in de mond nemen.

Het KIT Tropentheater (voormalig Soeterijn) organiseert sinds 1990 filmfestivals gewijd aan de Indiase film. Vanaf het begin staat hierbij de veelzijdigheid en verscheidenheid van de Indiase cinema centraal: van de eerste speelfilm Raja Harishchandra (1913) van Phalke tot en met tophits als Guru Dutts Kaagaz Khe Phool, Kamal Amrohi's Pakeezah, Manmohan Desai's Amar Akbar Anthony en recent Lagaan - art- en commerciële films wisselen elkaar af. Waarschijnlijk is er geen land ter wereld waar zo'n variëteit aan genres en thema's bestaat als in India. Daarbij vergeleken is de filmindusrie in Amerika een flauw aftreksel.

Niet alleen in het KIT Tropentheater zijn Indiase films te zien. Het Filmmuseum en het Hindostaanse Film Festival organiseren sinds een paar jaar Indiase filmweken. De kabelnetwerken in de grote steden tonen hindifilms en satellietontvangers maken het mogelijk om op de buis dag en nacht Indiase filmkanalen te ontvangen. De hindoe-omroep OHM besteedt op zondagen regelmatig aandacht aan de filmhistorie of andere aan film gerelateerde onderwerpen. Ook autochtone Nederlanders blijken daar graag langs te zappen.

De laatste tijd verschijnen vaker artikelen en bijlagen in dagbladen (bijvoorbeeld Het Parool naar aanleiding van een ster die Nederland bezoekt of van een filmprogramma. Columnist Anil Ramdas schrijft vanuit India voor NRC Handelsblad regelmatig over thematiek of populariteit van de nieuwste Indiase films (Lagaan, Devdas) en de populariteit van hun wereldwijde sterren (Amitabh, Rekha). Noodgedwongen doet hij dat in zijn column, omdat de NRC-kunstredactie er geen grotere plaats voor in wil ruimen: de Indiase film valt nog steeds niet onder cultuur. Typisch 'witte' tijdschriften als Vrij Nederland en Elegance wijden artikelen aan het fenomeen. Kortom, op een of andere manier moet je wel met Bollywood in aanraking komen.


Nieuw type familiefilm

Maar wint de Indiase film nu werkelijk aan populariteit (en bij wie dan wel)? Ja, absoluut! En dat heeft alles te maken met een grotere toegankelijkheid van de recente Indiase films. Die toegankelijkheid geldt zowel de inhoud en vorm van de films, als de distributie en marketing. De verklaring daarvoor is te vinden in de grote groep non-residential Indians (NRI's) in met name de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In deze landen bestaat een gigantisch afzetgebied van mensen die graag de band met het moederland aanhouden en daar ook rijkelijk in investeren.'

Tot tien jaar geleden speelde een groot deel van de films zich af op het Indiase platteland. De tegenstelling platteland-stad (India-het Westen, goed-slecht) was onderwerp van veel populaire films, en herkenbaar voor iedereen. Maar deze 'all-India film', gericht op het bijeenhouden van het multi-etnische, multi-religieuze India, is langzamerhand achterhaald. Aanvankelijk kwam de vijand van buiten: de voormalig kolonisator, de verdorven westerling. Tot Amitabh Bachchan als de angry young man, midden jaren zeventig, de vijand in India zelf ging aanvechten, de corrupte overheid en het politieapparaat. Begin jaren negentig, nadat India de grenzen had opengegooid voor handel en de consumptiemaatschappij floreerde onder een well-to-do-middenklasse, ontstond er een nieuw fenomeen film. Een type film die het uiteenvallen van de extended

Jaya Bachchan en (echtgenoot) Amitabh Bachchan in Kabhi Khushi Kabhie Gham....
family
en het wel en wee van de gegoede, consumerende middenklasse tot thema kreeg. Dit blijkt duidelijk uit de onderwerpen: kinderen die in het buitenland wonen, discussies over het gearrangeerde huwelijk, leven in een vreemde omgeving, de relatie ouders-kinderen en de dreigende ondermijning van het vaderlijk gezag. Voor menig boer op het Indiase platteland is deze thematiek niet meer te volgen, maar voor de moderne stadsbewoner in India, Amerika of Nederland is zij heel herkenbaar.

Niet alleen de verhaalinhoud, ook de vertelstructuur en de vorm hebben een verandering ondergaan. De films zijn grote-stadsfilms geworden, die voor een deel met het oog op de NRI-markt buiten India gemaakt worden. De verhaallijnen zijn duidelijk, flashbacks beperkt en er zijn geen langzame, poëtische gedeeltes meer. In plaats daarvan worden de films gekenmerkt door veel vaart, snelle cuts. Dat maakt ze makkelijker te volgen voor de zapgeneratie en tevens toegankelijker voor het westerse publiek.


Nieuwe fans?

De Amerikaanse markt heeft ervoor gezorgd dat er een snel groeiende dvd-handel in Indiase films op gang kwam. Deze dvd's zijn eenvoudig te bestellen via internet en hebben - last but not least - Engelse ondertitels. Deze maken het voor een niet-Hindi-sprekend publiek een stuk makkelijker de film te volgen. Eindelijk begrijpen ook wij waar de dialogen over gaan en wat er in de liedjes wordt gezongen. Via de distributeurs in Dubai was dat in de Arabische wereld allang mogelijk. Nu mag ook het Westen ervan meeprofiteren.

De populariteit, ook buiten India, van een klein aantal films, vergoedt echter niet de talloze flops en keiharde verliezen van het gros van de films in India zelf. Een tiental reguliere bioscopen in Central-London draait dagelijks (niet ondertitelde) voorstellingen voor een vrijwel puur Indiaas/Pakistaans publiek. Ook in Amsterdam is op dit moment een experiment gaande: tot en met december is een zaal in Calypso gehuurd waar elke avond vanaf 21.00 uur een Indiase film draait. Sommige zijn ondertiteld, de meeste niet. Maar het publiek dat er op afkomt, heeft geen enkele moeite met de taal. De Indiase film blijkt nog steeds heel goed zonder het westerse Bollywoodpubliek te kunnen. De enkele niet-hindostaanse geïnteresseerde vindt zijn weg wat gemakkelijker dan vroeger, maar om nu te spreken van hordes nieuwe fans...?

Marijke de Vos

Marijke de Vos programmeert sinds 1990 Indiase films (Cinema India) in het KIT Tropentheater.
Ook adviseerde zij het Filmmuseum en de NPS bij hun programma's over Indiase films.


terug
begin document
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 11 februari 2014