terug
Uit: India Nu 183 (jan-feb 2010)






India bindt strijd aan met maoïsten

Opstand wordt burgeroorlog



Het bescheiden, bijna timide voorkomen van premier Manmohan Singh staat in schril contrast met zijn vastberadenheid in de harde strijd die hij voert tegen - wat hij noemt - de grootste bedreiging voor de staatsveiligheid van India: de maoïsten. Die strijd wordt steeds harder. En de goede afloop voor de Indiase regering is alles behalve zeker.

Aanhanger CPI (bron: Revsa)

Het gaat de opstandelingen voor de wind. Van een lokale links-extremistische opstand in de plaats Naxalbari in West-Bengalen in 1967, heeft het zich ontwikkeld tot de Communistisch-Maoïstische Partij van India, CPI (Maoist), een machtige organisatie die als doel heeft de nationale regering omver te werpen. De rebellen opereren voornamelijk in de deelstaten Jharkhand, Bihar, Andhra Pradesh, Chhattisgarh, Madhya Pradesh, Maharashtra en West-Bengalen. Maar hun macht strekt zich uit tot in zeker veertien deelstaten in India. In sommige gebieden hebben zij de lokale overheid vrijwel geheel vervangen door eigen bestuursstructuren. Vanuit deze machtsbases voeren de maoïsten aanvallen uit op leger, politie en overheidsinstanties. Ontvoeringen, moorden, ontsporing of kaping van treinen, afpersen van zakenmensen en politici: veel gebeurtenissen halen in India zelfs de voorpagina’s niet meer, omdat ze zo veelvuldig voorkomen. De aanvallen die wel de landelijke media halen, zijn steeds groter en spectaculairder.
In juni 2009 verbood de Indiase regering de CPI (Maoist) als een terreurorganisatie waardoor politie vergaande bevoegdheden kreeg om bijvoorbeeld verdachten op te pakken. Maar nadien is er nog weinig rust gekomen of zicht op een nederlaag van de maoïsten. In september 2009 zei premier Manmohan Singh op een bijeenkomst van politiechefs van verschillende deelstaten dat India de strijd tegen de maoïsten aan het verliezen is.


  Onveilig

De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. De economische groei die India doormaakt, zelfs ten tijde van de mondiale kredietcrisis, kan afzwakken. Het is niet goed voor het aanzien van India, dat zichzelf graag ziet als een wereldmacht in wording, dat het verwikkeld is in een dergelijk intern gewapend conflict. Buitenlandse bedrijven zouden kunnen afzien van investeringen in het land als de onrust voortduurt en steeds ernstiger vormen aanneemt.
Ook regionaal zijn de gevolgen groot. Nationale en internationale bedrijven zullen niet investeren in gebieden waar het onveilig is. Ook kunnen de vele delfstoffen (steenkool, ijzer, bauxiet) in de getroffen gebieden niet ontgonnen worden omdat het er te gevaarlijk is. Dat zal de landelijke armoede op het platteland in stand houden. Voor een deel zal dit de bevolking ontvankelijk houden voor steun aan de maoïsten die pretenderen de armoede te bestrijden. Deels ook dwingen de maoïsten steun af door terreur te zaaien onder de burgerbevolking en haar zo min of meer te gijzelen. Zolang het onrustig blijft in deze gebieden, is er weinig zicht op welvaartsgroei en houdt armoede stand. Onderhandelingen hebben steeds de voorkeur gehad van de Indiase overheid. Maar telkens is gebleken dat de maoïsten onderhandelingen en wapenstilstanden gebruikten om zich te hergroeperen. Een diplomatieke aanpak lijkt geen uitweg te bieden uit deze negatieve spiraal.


  Operation Green Hunt

Hoewel India niet zit te wachten op een burgeroorlog in het hart van het land, realiseerde de berekenende econoom Singh zich dat de belangen te groot zijn om verder af te wachten. Bovendien heeft hij zich mogelijk laten inspireren door de overwinning van het Sri Lankaanse leger op de Tamil Tijgers door oorlogvoering met zware middelen. Een harde confrontatie met de maoïsten lijkt onvermijdelijk om hen te verslaan.
Hierop lanceerde de regering in het najaar

Maoïstische strijders in India (bron: Revsa)
van 2009 ‘Operation Green Hunt’ in het district Bastar van de deelstaat Chhattisgarh - het episch centrum van de strijd tussen maoïsten en de Indiase overheid. Het is voor het eerst in de Indiase geschiedenis dat leger en politie samen ingezet worden om een interne opstand te bestrijden. Van een weliswaar zich uitbreidend maar toch lokaal conflict, is de maoïstische opstand nu geëvolueerd tot een totale burgeroorlog. De huidige strategie is erop gericht de maoïsten eerst militair te verslaan. Pas daarna wordt weer verder gepraat en wordt de lokale bevolking betrokken bij de ontwikkeling van hun leefgebieden om hen te laten meedelen in de Indiase welvaartsgroei. Vanwege het grote gebied waarin de maoïstische opstandelingen actief zijn en hun bekwaamheid om zich ongemerkt te verplaatsen, maakt India zich op voor een harde en jarenlange strijd.


  ‘Strijd voor de armen’

Singh heeft twee scenario’s van buurlanden waar interne opstanden recent tot een eind zijn gekomen. In Nepal hebben de maoïstische rebellen de strijd gewonnen, het koningshuis afgeschaft en zijn zij een integraal onderdeel geworden van het politieke bestel. In Sri Lanka hebben de Tamil Tijgers hun opstand verloren en zijn zij aan de onderhandelingstafel overgeleverd aan de goede wil van de regering. Welk van beide scenario’s in India realiteit zal worden, is niet te zeggen. Overeenkomst tussen de opstanden in Nepal en Sri Lanka is dat ze zijn ontstaan in landelijke gebieden waar rebellen streden voor de zwakke positie van arme mensen. In beide situaties ging het om guerrillaoorlogen, waarbij opstandelingen moeilijk te traceren waren, zich gemakkelijk onzichtbaar konden maken tussen de burgerbevolking en zich snel konden verplaatsen.
Maar verder zijn er vooral veel verschillen tussen beide opstanden. Zo was de strijd in Sri Lanka een etnisch-religieuze en die in Nepal een politieke. In Sri Lanka waren de Tamil-rebellen actief in een specifiek gebied: het noorden en - in mindere mate - het oosten. Op spectaculaire aanslagen in Colombo na, breidden zij hun invloedsgebied niet veel verder uit. In Nepal waren de maoïsten aanvankelijk vooral actief in de bergen, maar breidde de opstand zich steeds meer uit naar het laagland en de steden. In Sri Lanka hadden de rebellen veel contacten met andere rebellengroeperingen in andere landen, en ook met de geheime dienst van bijvoorbeeld Pakistan.


  Steun China

Ook de Nepalese maoïsten hadden veel contact met andere rebellengroeperingen. Maar hun belangrijkste, stille bondgenoot was een andere, veel machtigere. Zij hadden steun, of in elk geval geen tegenwerking van Nepals machtige noorderbuur: China. Dat had er direct belang bij om via een maoïstisch regime meer invloed in Nepal, en daarmee op regionaal rivaal India te krijgen. Een zichtbaar teken voor de goede band tussen Nepals maoïsten en China was de eerste buitenlandse reis van de Nepalese premier Prachanda, na afschaffing van het koningshuis en installatie van Nepals eerste maoïstische regering. Hij vertrok naar China en werd aldaar ontvangen met veel egards.
Op grond van deze verschillen lijken er voor India meer overeenkomsten met de burgeroorlog in Nepal dan die in Sri Lanka. Dat biedt ongunstige perspectieven voor India, maar het put hoop uit het effect van de strategie van keiharde oorlogvoering in Sri Lanka. Daar gaat India nu ook toe over.


  Bepalende rol

Mogelijk zal de rol van China bepalend zijn. Het land spreekt zich niet openlijk uit voor of tegen de opstandelingen. Maar ideologisch zijn de maoïsten wel verbonden met China. Het kan nauwelijks toeval zijn dat de maoïsten zo machtig hebben kunnen worden in India. China heeft groot belang bij een instabiele rivaal als India, die de handen vol heeft aan een binnenlands conflict. Het maakt China’s positie in Azië alleen maar sterker. Openlijk steun uitspreken voor de maoïsten zal het niet doen. China heeft geen belang bij een openlijk conflict met India. Maar India openlijk steunen tegen de opstandelingen als gebaar van goede wil, doet het ook niet. Daar heeft het geen belang bij. Bovendien wil China zelf ook niet dat andere landen zich bemoeien met Chinese interne aangelegenheden. India zou het aanbod ook niet accepteren, om internationaal gezichtsverlies te voorkomen.
Het tweede decennium van de 21ste eeuw zal voor India op het binnenlandse toneel in het teken staan van een burgeroorlog die steeds harder wordt, in steeds meer delen van het land. China zal daarin niet openlijk maar wel indirect een belangrijke partij zijn, zoals het dat in Nepal ook is geweest. Wat dat betreft had premier Singh beter kunnen kiezen voor de codenaam ‘Operation Red Hunt’.

xxx



terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 29 januari 2010