1962:

OORLOG MET CHINA


In 1962 brak er oorlog uit tussen China en India om de huidige Indiase noordoostelijke deelstaat Arunachal Pradesh. India leed een vernederende nederlaag, die het in zijn verhouding met China nooit te boven is gekomen.

De oorsprong van het conflict ligt in de 19e eeuw, toen zowel Brits-Indië als China aanspraak maakten op het gebied. In 1914 hadden de Britten in een een-tweetje met Tibet de grens tussen Brits-Indië en Tibet vastgelegd. Deze grens, naar de Britse onderhandelaar McMahon-linie genoemd, liep over de allerhoogste bergtoppen van de Himalaya. Alles ten zuiden daarvan viel toe aan India, alles ten noorden ervan aan Tibet. Maar de Chinezen, die ook vóór ze Tibet in 1959 annexeerden daar al veel invloed uitoefenden, vonden dat Tibet geen recht had zelfstandig een grens te bepalen. Ze stelden dat een deel van het gebied ten zuiden van de McMahon-linie historisch bij Tibet hoorde – zij noemden het dan ook Zuid-Tibet – en dus bij China.

De spanning tussen India en China liep op toen Jawaharlal Nehru in 1959 de gevluchte dalai lama Tenzin Gyatso onderdak bood, en tegelijk Indiase militairen stationeerde langs de McMahon-linie. In 1960 opperde de Chinese premier Zhou Enlai informeel dat China de aanspraak op ‘Zuid-Tibet’ zou laten varen als India het westelijker, bij Kashmir gelegen Aksai Chin zou opgeven. Zhou Enlai en Nehru werden het niet eens. In 1962 vestigden de Indiase strijdkrachten een voorpost ten noorden van de McMahon- linie, waarna China soldaten ten zuiden van de lijn posteerde. Bij korte schermutselingen kwamen tientallen soldaten om. Overleg tussen Zhou Enlai en Nehru haalde niets uit. Daarop stuurde president Mao Zedong legerdivisies naar Tibet, die op 20 oktober 1962 aanvielen. Na vier dagen van hevige gevechten gaf Zhou Enlai bevel niet verder op te rukken. Nieuwe onderhandelingen leverden niets op; op 14 november braken opnieuw gevechten uit. De tanks van het gedisciplineerde Chinese leger reden zonder noemenswaardige tegenstand van de gedesorganiseerde Indiërs de bergen af, tot ze bijna aan de zuidelijke grens van het huidige Arunachal Pradesh stonden. Om een nog grotere nederlaag te voorkomen, voelde India zich genoodzaakt hulp te vragen aan de Verenigde Staten. Toen John Kennedy een vliegdekschip naar de Golf van Bengalen stuurde, kondigde Zhou Enlai een eenzijdig staakt-het-vuren af. De Chinezen trokken zich terug achter de McMahon-linie en gaven buitgemaakte voertuigen, wapens en krijgsgevangenen terug.

Het traumatische voor India was niet zozeer dat de Chinezen hen hadden verslagen, maar dat zij zelf totaal geen partij waren geweest en Amerikaanse dreiging nodig hadden gehad. De machtsverhoudingen op het continent waren voorgoed duidelijk. China maakt nog altijd aanspraak op ‘Zuid- Tibet’, maar in 2005 ondertekenden de Indiase en Chinese regering een verdrag om grensgeschillen voortaan op vreedzame wijze op te lossen. Tot op de dag van vandaag is langs de grens tussen Arunachal Pradesh en China een grote Indiase legermacht gestationeerd.

xxx


terug
Kinderarbeid & Onderwijs
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 10 juni 2014