terug
Uit: India Nu 189 (jan-feb 2011)






Obama in India

Goed voor de handel, maar VN-zetel nog onzeker



De Amerikaanse president Barack Obama bezocht eind 2010 op zijn rondreis langs Aziatische democratieŽn ook India. Obamaís twee belangrijkste agendapunten: zoveel mogelijk handelscontracten afsluiten en een gemeenschappelijke buitenlandse politiek formuleren. Het eerste lukte, maar het tweede lag een stuk ingewikkelder.

President Barack Obama en premier Manmohan Singh in Hyderabad House, New Delhi (foto: R e u t e r s)


Obama kon wel een succes gebruiken. Amerika blijft maar kampen met een kwakkelende economie, stijgende werkloosheid en een steeds luidere roep om de financiŽle crisis nu eens goed aan te pakken. Ook politiek staat Obama steeds meer onder druk. Kort voor zijn vertrek naar AziŽ leed hij een nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen voor het Amerikaanse congres, waarbij de Democraten de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden (Lagerhuis) verloren. Deze nederlaag werd gezien als een motie van wantrouwen jegens het beleid van de Amerikaanse president. Obama ging dus op tournee door AziŽ als een beschadigde president van een supermacht op zijn retour. Er stond daarom veel op het spel voor hem.


  Handelscontracten

India gaf Obama wat hij nodig had: succes. De president sloot voor bijna tien miljard dollar aan handelscontracten af met de Indiase premier Manmohan Singh, volgens Obama goed voor ruim vijftigduizend arbeidsplaatsen in Amerika. Als een van de snelst groeiende en grootste economieŽn van AziŽ, met een almaar groter en welvarender wordende middenklasse, is de Indiase markt zeer interessant voor Amerika. Daarom reisden directeuren van meer dan tweehonderd grote Amerikaanse bedrijven met Obama mee. Zelden had een Amerikaanse president zoín grote handelsdelegatie bij zich bij een staatsbezoek aan India.
De Amerikaanse bedrijven in Obamaís handelsdelegatie zullen onder meer geavanceerde wapentechnologie, moderne landbouwmachinerie en Harley Davidson-motoren leveren aan India. Voor kritische vragen over bijvoorbeeld uitputting van de bodem, met erosie en verwoestijning als gevolg, en het gebrek aan biodiversiteit bij eerdere grootschalige landbouwprojecten en samenwerkingsverbanden met Amerikaanse bedrijven, was - in elk geval openbaar - geen plaats. India wilde vooruit op de ingeslagen weg van economische en technologische ontwikkeling. En Amerika wilde handelscontracten binnenhalen.
Het staatsbezoek was een feest van beleefdheden. Naar goed Indiaas gebruik bood de gastheer de gast wat hij wilde, in dit geval eerbetoon en handelscontracten. En naar goed diplomatiek gebruik overlaadde de Amerikaanse president Obama gastheer Singh met complimenten over de diepgewortelde democratische principes van de Indiase samenleving en de voortvarende wijze waarop het land de economie stuurt met grote groeicijfers als gevolg. Een voorbeeld voor de wereld, aldus Obama.


  VN-veiligheidsraad

Dat er veel handelscontracten werden afgesloten was geen verrassing. Veel ingewikkelder lag overeenstemming op gebied van buitenlandse politiek. India wil al lange tijd permanent lid worden van de VN-veiligheidsraad. Het is ook opmerkelijk dat het als op ťťn na volkrijkste land op aarde nog geen permanent lid van de

Het echtpaar Obama bij het mausoleum van Humayun, New Delhi
veiligheidsraad is. Alleen Amerika, China, Engeland, Frankrijk en Rusland zijn permanent lid van de VN-veiligheidsraad. Verandering van die samenstelling ligt voor alle vijf de leden bijzonder gevoelig. Uitbreiding lijkt wel mogelijk, maar de vijf leden zijn het er over eens dat eventuele nieuwkomers geen vetorecht mogen krijgen. Binnen die context steunt Amerika India als toekomstig permanent lid van de VN-veiligheidsraad. Dat deed het bij monde van de Amerikaanse president Obama tijdens zijn staatsbezoek. Voor India was Obamaís steunbetuiging meer dan welkom. Het land hunkert naar mondiale erkenning van de economische en technologische groei die het doormaakt. India voelt zich in het verlengde van de buitenlandse overheersingen door islamitische Mogol-vorsten en daarna het Britse imperium nog altijd een ondergeschoven kindje op het wereldtoneel. Maar India wil niet alleen erkenning; het wil ook concrete vertaling daarvan in mondiale politieke organen zoals de VN-veiligheidsraad. Deze erkenning en zitting als permanent lid in de VN-veiligheidsraad zal India niet zomaar krijgen. Obama stelde tijdens zijn staatsbezoek aan India duidelijk dat het land in ruil voor realisatie van deze ambitie belangrijke offers moet brengen.


  Iran

De groeiende Indiase economie heeft veel olie en gas nodig, die Iran snel kan en wil leveren tegen interessante tarieven. Amerika probeert Iran economisch en politiek juist te isoleren en zet daarbij bondgenoten onder druk om geen zaken meer te doen met dat land. Diverse grote Indiase bedrijven doen al geen zaken meer met Iran, onder druk van Amerika. Maar aan een algehele boycot wil India voorlopig niet denken. Het doet nu vooral via de Ďachterdeurí zaken met Iran en houdt zich in het openbaar stil over het land. Er is namelijk nog geen goed alternatief voor directe en goedkope olie- en gasleveranties aan India. Bovendien is samenwerking met Iran van strategisch belang voor India. Door samenwerking met Iran en de Afghaanse regering vormt India namelijk een ring om aartsrivaal Pakistan heen. Daarom is Iran behalve een economische, ook een belangrijke strategische partner voor India. Kort voor het bezoek van Obama aan India had de Indiase premier Singh een staatsbezoek aan Iran gepland. Om Obama niet teveel voor het hoofd te stoten, stelde Singh zijn staatsbezoek uit tot na het bezoek van de Amerikaanse president. Singh zal voorlopig zijn beleid handhaven om voortaan via de achterdeur zaken met Iran te doen, aangezien ook Amerikaís trouwe bondgenoot Zuid-Korea een belangrijke handelspartner is van Iran. En als Zuid-Korea al zaken kan doen met Iran, waarom India dan niet?


  China

Amerika probeert tegen beter weten in de groeiende macht van China waar mogelijk te beteugelen. Waar Amerika voorheen nog vrije toegang had tot de strategisch belangrijke en ís werelds drukst bevaren Zuid-Chinese Zee, krijgt China meer en meer zeggenschap in deze internationale wateren. Amerika probeert een ring van Ďdemocratische vriendení om China heen te vestigen, waarmee het Chinaís ambities in de internationale wateren hoopt te beperken. Obama wilde India deel maken van deze ring. Als grootste concurrent van China in AziŽ wilde India dat graag. Maar India vreesde ook de ware intenties van Washington: niet het inperken van Chinaís ambities, maar het in standhouden van de Amerikaanse hegemonie in AziŽ en de rest van de wereld. En als groeiende wereldmacht wil India juist zelf de eigen ambities verwezenlijken, en niet ondergeschikt blijven aan Amerikaanse belangen.


  Kashmir

Over Kashmir hebben Obama en Singh nauwelijks gesproken. Obama is er vanaf het begin van zijn presidentschap duidelijk over geweest: hij wil zich niet mengen in de twist tussen India en Pakistan over het omstreden gebied. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd: Afghanistan. Daarom is Obama gebaat bij rust in Kashmir, dat hij ziet als een serieuze afleiding voor India en Pakistan van hun bemoeienis in Afghanistan. Met rust in Kashmir kan hij de Pakistaanse regering overtuigen om troepen van de Indiase grens te verplaatsen naar het westen van het land om bases van Al Qaeda op Pakistaans grondgebied aan te vallen. Tegelijk kan hij bij rust in Kashmir India ertoe bewegen in Afghanistan zelf een belangrijker rol te spelen in het bestrijden van de Taliban en Al Qaeda. Het enige dat Obama daarom tijdens een persconferentie over Kashmir zei, was dat hij geen oplossing wil opleggen aan India en Pakistan, maar bereid is om eraan bij te dragen als beide landen daarom vragen.


  Pakistan

India is erg ongelukkig met de intensieve banden die Amerika met Pakistan heeft. Herhaaldelijk zijn links aangetoond tussen de Pakistaanse overheid en terroristische groeperingen die vanaf Pakistaans grondgebied in India opereren. Maar het Amerikaanse principe om niet met terroristen te praten en te onderhandelen, en hen aan te vallen, mag wijken in het geval van Pakistan. Want al decennia is Pakistan een cruciale strategische partner voor Amerika, als buurland van Afghanistan, India en China. Tegen een groep studenten in Mumbai, die uitleg wilden over de Amerikaanse samenwerking met Pakistan, dat op zijn minst onderdak verschafte aan de terroristen die in 2008 Mumbai aanvielen, zei Obama: ĎAls Pakistan onstabiel is, is dat slecht voor India.í Amerikaanse financiŽle steun en wapenleveranties aan Pakistan maken dat land stabiel en dat is goed voor India, is de redenatie. Daarmee verdedigde Obama op Indiase bodem zijn openlijke steun aan Indiaís aartsrivaal Pakistan.


  Diplomatieke blunder

De Indiase media bekritiseerden deze verklaring als schandelijk en leugenachtig. Schandelijk omdat je maar moet durven om nota bene in Mumbai openlijke steun aan Pakistan te verdedigen. Een diplomatieke blunder. En leugenachtig omdat de ware drijfveer achter de Amerikaanse steun aan Pakistan niet de gunst van een stabiel buurland voor India is, maar puur eigenbelang.
De onmachtige Pakistaanse regering kan zich alleen staande houden dankzij steun van Amerika. En Amerika krijgt op die manier veel macht over de Pakistaanse regering en daarmee zowel een springplank naar Afghanistan als een basis grenzend aan China. Bovendien stimuleert Amerika door steun aan Pakistan de wapenwedloop tussen dat land en India, wat weer gunstig is voor de Amerikaanse wapenindustrie die beide landen van een geavanceerd arsenaal voorziet.


  Grote offers?

In persconferenties prezen Obama en Singh elkaar in superlatieven. Van dissonanten zoals geuit in de Indiase media over de ware en conflicterende belangen werd openlijk met geen woord gerept. Met de vele onderlinge handelscontracten hebben beide landen goede resultaten kunnen boeken op economisch terrein. Maar op het gebied van een gemeenschappelijk buitenlandbeleid lagen de zaken veel gecompliceerder, en zijn nauwelijks concrete vorderingen gemaakt. Als India wil blijven rekenen op Amerikaanse steun voor een permanente zetel in de VN-veiligheidsraad, zal het grote offers moeten brengen met het buitenlandbeleid. India heeft nu de tijd om na te denken of het daartoe bereid is. Het antwoord is niet vanzelfsprekend een volmondig ja.

xxx




terug
MVO
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 27 januari 2011