terug
Uit: India Nu 109 (sep-okt 1997)


Opinie

Niemand bekommert zich om meisjesarbeid


Als we de rapporten moeten geloven, werken er in India meer jongens dan meisjes. Deze statistieken zijn echter gebaseerd op een gebrekkige definiŽring van werk. Onbetaald huishoudelijk werk van meisjes blijft onzichtbaar. In de strijd tegen kinderarbeid valt eveneens de meeste eer te behalen bij het redden van jongens uit fabrieken. Ondertussen blijven meisjes de was doen. Volgens [de auteur] zijn meisjes dan ook de stiefkindjes in de campagne van de Landelijke India Werkgroep (LIW) tegen kinderarbeid.


werkende meisjes (foto: Unicef)
Steeds meer ontwikkelingslanden trekken het fenomeen kinderarbeid uit de zompige ruimte waar de taboes doorgaans verblijven, om in rapporten en notities te onthullen waar, in welke aantallen en onder welke omstandigheden hun kinderen werken. Met tabellen in de hand, denkt men het probleem goed te kunnen bestrijden. Maar statistieken en rapporten zijn vaak weinig betrouwbaar. Van de 30 landen rapporteerden 26 - waaronder India - dat binnen hun grenzen meer jongens dan meisjes werkzaam zijn. Aan zo'n uitkomst valt alleen te komen als de onbetaalde, reproductieve en/of informele taken van meisjes stelselmatig niet als werk worden aangemerkt.
Meisjes werken echter meer dan jongens; in aantallen, in uren, en ook - aangezien ze op jongere leeftijd beginnen - in jaren. Maar de nog steeds in leven zijnde mythe dat vrouwen zelden arbeid verrichten, heeft tentakels die zich uitstrekken naar meisjes. De mythe bestaat bij de gratie van een gebrekkige definitie van arbeid die huishoudelijke activiteiten, het verzorgen van kinderen en ander onbetaald werk eenvoudigweg buitensluit en zo onzichtbaar maakt.
Neem India. De onderzoekers die vaststelden dat over de periode 1980-1991 gemiddeld 13,5% van de Indiase jongens tussen de 10 en 14 jaar werkzaam waren, tegenover 10,3% van de meisjes, hebben hun kinderarbeiders vooral daar gezocht waar met name jongens gevonden zullen worden: in fabrieken, in de stad, op straat, in winkels. Bij het binnengaan van de kruidenierswinkel heeft men tegen het dienstmeisje van 11 dat net boodschappen kwam doen, waarschijnlijk gezegd: ga 's uit de weg, wij zijn op zoek naar kinderarbeiders.
De strijd tegen kinderarbeid wordt veelal gevoerd aan de hand van dezelfde gebrekkige definiŽring van werk. Hierdoor bestaat de verwrongen situatie dat meisjes, die de meeste uren maken, de minste beloning ontvangen en de meest marginale positie innemen op de arbeidsmarkt en daarbuiten, niet of nauwelijks bereikt worden door hulpprogramma's: het gevecht tegen kinderarbeid is vaak een gevecht tegen jongensarbeid.


Huisslavinnetjes

De gendered division of child labor heeft met verschillende culturele opvattingen te maken. In heel wat Aziatische en Afrikaanse culturen, waar het aanzien van een gezin staat of valt met de deugdelijkheid van de vrouwen, vormt een vrouw 'die naar buiten gaat' een bedreiging voor de familie-eer. Als zij wordt verkracht, verliest de familie het gezicht; als zij zelfbewustzijn wint en zich ontworstelt aan haar 'natuurlijke' gedrag van tedere zorg, zelf-ontkenning en timiditeit, staat de familie te kijk. Daarom wordt veel meisjes al vroeg geleerd hun morele rol in het huiselijk domein te accepteren. Ze leren dat vrouwen graag binnen blijven en er met liefde zorgen voor gezin en huishouden.
Met als gevolg, zo blijkt uit een onderzoek uit 1989, dat plattelandsmeisjes in India zich gemiddeld negen uur per dag, 315 dagen per jaar bezighouden met wassen, koken, schoonmaken, vegen, schrobben, het halen van water, het verzamelen van hout, het onderhouden van dieren en het verzorgen van jongere kinderen. Met als gevolg ook, dat grote aantallen meisjes - soms niet ouder dan vijf - zijn verwikkeld in industrieel thuiswerk of als dienstbode werken in het huis van een ander. Er wordt gefluisterd dat India alleen al 100 miljoen huisslavinnetjes telt.


Zorgsector

Daarnaast is er de opvatting dat vrouwen in essentie toch vooral verzorgende en dienende wezens zijn. In die gevallen waarbij meisjes de huisdeur achter zich dicht doen om elders arbeid te verrichten, valt dan ook op dat hun werk vaker wel dan niet in het verlengde ligt van de zorgrol van thuis.
Zo bleek dat in 1981 (meer recente gegevens zijn nog steeds niet vrijgegeven) veruit het grootste deel van de formeel werkende meisjes in de Indiase steden, werkzaam was in de zorgsector: 30,6%. In Bangladesh was dat percentage in 1984-1985 zelfs 62%. Ook in de industrie hebben meisjes vaak een 'dienende' taak. In de bouw brengen meisjes metselkalk naar de mannen en jongens die de muren metselen; in de leisteenmijnen doen jongens het hakwerk en ruimen meisjes de onbruikbare lei op.
Hoewel het met zorg misschien weinig te maken heeft, zijn bovendien miljoenen meisjes die hun - en nog vaker, andermans - brood verdienen als prostituee. Sextoerisme, de angst voor AIDS, het Aziatische geloof dat seks met een maagd zakelijk succes brengt of een man van z'n geslachtsziekten afhelpt, hebben de vraag naar, steeds jongere, meisjes alleen maar doen toenemen. Thailand telt intussen zo'n 800.000 kinderprostituees; India 400.000.


Meisjessterfte

Tot slot is er in heel wat ontwikkelingslanden de overtuiging dat vrouwen tweederangsmensen zijn. Werk gedaan door vrouwen en meisjes heeft een lage status. En omgekeerd wordt werk met een lage status overgelaten aan hen. Als gevolg hiervan zijn meisjes te vinden in de meest tijdrovende, saaie, zware, routineuze, slecht betaalde baantjes. Dat in de luciferfabrieken van Sivakasi bijvoorbeeld 90% van de 45.000 werkende kinderen meisjes zijn, is terug te voeren op het feit dat het loon gruwelijk laag is, de arbeid monotoon en geen vaardigheden oplevert of vereist. "Zelfs van jongens", schrijft een onderzoekster, "wordt niet verwacht dat ze hier werken".
De onderwaardering van meisjesarbeid heeft grote gevolgen. Want het simpele feit dat voor jongens de meer gewaardeerde werkzaamheden zijn weggelegd, draagt er toe bij dat jongens in Afrika en AziŽ (zoals blijkt uit onderzoeken van de Verenigde Naties) over het algemeen meer persoonlijke verzorging ontvangen dan meisjes, meer gezondheidszorg en meer en beter voedsel. Een jongen wordt gezien als producent, een extra paar handen dat het gezinsinkomen opvijzelt. Maar de onbetaalde arbeid van meisjes blijft onzichtbaar waardoor meisjes minder lang borstvoeding ontvangen, ze minder snel medische hulp krijgen en vaker bezwijken aan kinderziektes - ondanks hun grotere 'biologische duurzaamheid'. Per jaar sterven er in Bangladesh, Pakistan en India zo ťťn miljoen meisjes.


Rugmark-keurmerk

In deze context is het goed dat de LIW in haar publikaties onderscheid maakt tussen werkende jongens en meisjes - en niet, zoals zovelen, slechts praat over wonderbaarlijk geslachtsloze 'kinderen'. Door zich te realiseren dat gender zich niet pas opdringt wanneer mensen hun achttiende verjaardag hebben gevierd, heeft de LIW oog voor de verschillen tussen meisjes en jongens bij kinderarbeid. Zij beschrijft hoe dienstmeisjes ten onrechte veilig gewaand worden in de huiselijke omgeving, omdat dit juist de meest kwetsbare en uitgebuite kinderen zijn. Wanneer de deuren dicht zijn en de ramen getralied, kunnen kinderen makkelijk misbruikt worden. De LIW wijst ook op het gegeven dat veel meisjes lijden aan een enorm gebrek aan eigenwaarde doordat hun werk maar weinig wordt gewaardeerd. En ze signaleert dat met name de arbeid van meisjes door geen enkele arbeidswet wordt gedekt.
Maar wanneer het om concrete plannen gaat, hebben meisjes bij de LIW toch weer de rol van stiefkind. Alledrie de concentratiepunten van haar projecten hebben een onbewuste 'jongensfocus'. Om te beginnen heeft de LIW het Rugmark-keurmerk voor tapijten in een liefhebbende omarming gesloten als hťt voorbeeld van hoe een sociaal verantwoord product (gemaakt zonder kinderhanden) kan worden beloond met een fair trade-label. Als 'schoon' kleed promoot ze het Rugmark tapijt niet alleen, maar wil ze het ook ontheven zien van invoerrechten en hoge BTW-tarieven om zo de internationale producent te stimuleren geen kinderen in te zetten. Ze schrijft: "Het keurmerk wordt door exporteurs met een Rugmarklicentie op de tapijten aangebracht."


Vaardige meisjesvingers

Precies hier zit een adder onder het gras. ExportindustrieŽn, en zeker de tapijtenexportindustrie, biedt immers vooral werk aan jongens. In de zogenaamde carpet belt van Uttar Pradesh bijvoorbeeld - de grootschalige en op export gerichte productie die ver weg van huis plaatsvindt - knopen bijna alleen jongens (100.000) de tapijten. In Marokko en Jammu en Kashmir echter, waar het weven vooral thuis en voor de binnenlandse markt gebeurt, zijn het met name de vaardige vingers van meisjes die worden gebruikt. Terwijl de jongens van Uttar Pradesh via opvangprogramma's op Rugmarkschooltjes terecht komen, werken de meisjes van Jammu en Kashmir dus gewoon door.
Vervolgens heeft de LIW het 'uitbannen van extreme vormen van kinderarbeid' tot prioriteit gekozen. Onder deze 'extreme vormen' moet ook alle kinderarbeid onder de 13 jaar worden begrepen, benadrukt de LIW.
Maar wat verstaat de Werkgroep onder kinderarbeid? "Kinderarbeid heeft betrekking op werksituaties die schadelijk zijn voor de gezondheid, opvoeding en onderwijs belemmeren, kortom die situaties die kinderen belemmeren kind te zijn", staat er in de beleidsnotitie Teken Tegen Kinderarbeid. Een vrij onnauwkeurige definitie waarbij meisjes makkelijk uit het zicht verdwijnen. Vraag een Indiase plattelandsmoeder of zij niet vindt dat de lange werkdagen van haar dochter haar opvoeding in de weg staan, en ze zal hard lachen: het verrichten van taken in en rond het huis is de opvoeding van haar kind!
En wie bepaalt wat schadelijk is voor de gezondheid? Want dat werken met machines of giftige stoffen (zoals jongens vaak doen) de gezondheid bedreigt, weet iedereen wel. Maar het is veel minder bekend dat lange dagen huishoudelijk werk, verricht vanaf het zesde jaar, in combinatie met weinig zorg en kwaliteitsarm voedsel, leidt tot grote ontvankelijkheid voor ziektes, uitputting, verminderde groei en verminderde hormoonproductie. Zo zei minister Pronk enkele maanden geleden: "Wanneer kinderen hun ouders helpen rond het huis of in het veld, dan is dat gezond werk dat bijdraagt aan hun ontwikkeling". Aan de talloze overwerkte meisjes dacht hij blijkbaar niet.


Tegengif

Tenslotte ziet de LIW met name heil in onderwijs als tegengif voor kinderarbeid. En terecht; de kans is immers groot dat een ongeschoold kind straks onderaan de sociale ladder blijft bungelen zodat zijn of haar kinderen ook weer werken moeten. Omdat de Werkgroep heel goed weet dat vooral meisjes nooit een klaslokaal van binnen zien (van de 130 miljoen kinderen wereldwijd die niet naar school gaan, is tweederde een meisje), vindt ze dat het onderwijs "zich actief in moet zetten" om vooral hen op school te krijgen. Scholen moeten daartoe gemakkelijk bereikbaar zijn, moeten gratis en goed onderwijs bieden, en moeten voor extra voorzieningen zoals maaltijden zorgen.
De vooronderstelling hierbij is dat ouders als ze de mogelijkheid hebben, graag hun kind naar school willen laten gaan. Maar die ouderlijke wil ontbreekt nu juist ten aanzien van meisjes. De South Asia Regional Office vroeg ouders in acht Aziatische landen waarom ze hun dochters niet naar school stuurden. "Scholing maakt hen moeilijk handelbaar", noteerde men. "Op school worden ze gemanipuleerd en raken ze vervreemd van traditie"; "Ze worden minder bruikbaar voor verzorgende taken"; "Ze leren niets van nut"; "Teveel onderwijs geeft meisjes alleen maar grote ideeŽn, waardoor ze later geslagen worden door hun echtgenoot of misbruikt door hun schoonfamilie."
De LIW vindt wel dat initiatieven ter "verbetering van de nu meestal tweederangs positie van vrouwen en meisjes" moeten worden ondersteund, maar het zou beter zijn wanneer de LIW het ontwikkelen van die initiatieven tot eigen, vierde, prioriteit zou verheffen. Want wanneer meer en beter onderwijs wordt geboden, maar ouders van dochters er nog steeds het nut niet van zien, overziet de Werkgroep over een poosje de nieuwe klaslokalen, om wellicht te concluderen dat de verhouding tussen jongens en meisjes nog net zo scheef is als altijd.

xxx

Een reactie van de LIW op dit artikel kunt u lezen in "Werkende meisjes tellen wťl" (India Nu 109, sep-okt 1997)





begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 21 september 2007