![]() LIW-bijeenkomstHindoes en moslims in India: hoe moet het verder?Op zaterdagmiddag 25 mei organiseerde de Landelijke India Werkgroep een bijeenkomst over de op scherp gezette verhouding tussen de hindoes en moslims van India. Directe aanleiding vormde de geweldsexplosie in Gujarat. Sprekers waren de Indiase mensenrechten- en vredesactivist Imran W. Ahmad, en Jan Breman, emeritus-hoogleraar niet-westerse sociologie en kenner van Gujarat. Ook de kwestie-Kashmir kwam ruim aan bod. Terecht krijgt het conflict tussen India en Pakistan wereldwijd veel media-aandacht. Weten de buurlanden een nieuwe oorlog rond Kashmir te vermijden? En zo niet, ziet Pakistan zich dan - door militaire logica en de conventionele overmacht van India - genoodzaakt tot nucleaire escalatie? Terwijl westerlingen de regio begin juni ontvluchtten en hun leiders pressie uitoefenden op beide kemphanen om hun toon te matigen, joegen kranten hun lezers schrik aan met doemscenarios van twaalf tot achttien miljoen slachtoffers, alleen al in de Gangesdelta. Hoewel de spanning inmiddels iets lijkt afgenomen, blijft de situatie zeer ernstig.
Moslim-Indiërs worden in het overwegend hindoeïstische India het kind van de rekening. Zij dreigen vermalen te raken tussen de vijandschap van buurland Pakistan, de haat en agressie van hindutva-propagandisten, de onverschilligheid van een zwijgende meerderheid (in binnen- én buitenland), en de achterdocht van de eigen overheidsorganen. Het staatsapparaat neigt ertoe in elke moslim een potentiële terrorist of spion van Pakistan te vermoeden en zet steeds zwaardere repressiemiddelen in, waaronder de onlangs aangenomen Prevention of Terrorism Act. In Gujarat zitten 150.000 moslims feitelijk opgesloten in armzalige vluchtelingenkampen, zonder veel perspectief op terugkeer naar hun werk of huizen. Voor zover die er nog zijn.
Wat opvalt rond de vreselijke gebeurtenissen in Gujarat, is de wijdverbreide onverschilligheid onder grote delen van de bevolking, vooral de middenklasse. Volgens Jan Breman is dit anders dan bij de rellen van tien jaar geleden, toen een afkeer van communaal geweld en haat in aanzienlijk bredere kring werd gevoeld en uitgesproken: 'De meerderheid lijkt zich niet te schamen over de gruwelijkheden die hebben plaatsgevonden. Eerder valt een zekere voldoening of instemming te beluisteren. Zo van: "Die moslims hadden wel een lesje verdiend na alles wat ze ons hebben aangedaan. Ze moeten maar weten dat ze in een hindoeland leven."'
En die jacht zelf, die bleek door fanatieke leden van de BJP en (andere) Sangh Parivar-organisaties als de RSS, VHP en Bajrang Dal goed voorbereid, vaak met hulp van overheidsdiensten. Breman schetst een angstaanjagend beeld van dit planmatige karakter van de Gujarati 'Kristallnachten'. Niet alleen bleken er zeer gedetailleerde hit-lijsten van moslimslachtoffers klaar te liggen voor gebruik, maar ook in de logistiek rond het geweld was goed voorzien. Zo was overduidelijk sprake van een organisatie in ploegen, en doken er schijnbaar toevallig moord- en sloopmiddelen (gascylinders, bulldozers, etc.) op. Steeds net daar waar ze van pas kwamen. Politie en andere overheidsdiensten kozen veelvuldig de kant van de aanvallers of kwamen ondanks roepen om hulp niet opdagen. Functionarissen die wel hun werk wilden doen, werden op een zijspoor gezet.
Gujarat is gewild bij buitenlandse kapitaalverschaffers en kent een hoge groei, maar die is zeer eenzijdig. Zij creëert haast uitsluitend werk in de informele sector. Was Ahmedabad eens 'het Manchester van India', de laatste decennia sloten steeds meer textielfabrieken hun deuren. Meer dan honderdduizend mensen kregen ontslag. Het overgrote deel van de verarmde ex-arbeiders moet zijn geld bijeen zien te scharrelen door op straat, van dag tot dag, de eigen arbeid te verkopen. Veroordeeld tot seizoens- en conjunctuurgebonden baantjes tegen stukloonvergoeding, moeten zij genoegen nemen met extreem schamele inkomsten om zichzelf niet uit de markt te prijzen. Met hun vaste dienstbetrekking verloren de arbeiders de waardigheid van vast werk, evenals bestaanszekerheden als (hoe karig ook) pensioen, verzekering, etc. De teloorgang van de textielindustrie heeft volgens Breman het sociale raamwerk vernietigd dat mensen op 'de bodem van de stedelijke economie' met elkaar vervlocht. Vakbonden, gedeelde woonlocaties en andere sociale organisatievormen verbonden de moslimwevers en hindoespinners met elkaar. Ook vroeger waren er spanningen en onlusten, maar regelmatige contacten en onderlinge solidariteit tussen de werkers voorkwamen dat het zo uit de hand liep als nu. Breman: 'Het "succes" van de BJP is dat het verpauperde voetvolk, het "lompenproletariaat", dat nu de aanvallen uitvoerde, bestond uit dalits, lage-kastenhindoes en tribalen. Veelal dezelfde mensen die vroeger in de fabrieken naast de moslims werkten. Mobilisering op basis van kaste en religie begon al onder Congress. Maar de hindutva-beweging heeft de tribalen en lagere kasten bij hen weggetrokken en ze ingelijfd in de eigen achterban. "Lagere" hindoes wordt voorgehouden dat ze door de hogere kasten worden aanvaard als (tweederangs)hindoes, als ze zich maar bewijzen door zich te keren tegen niet-hindoes.' Vooral de gettovorming en de oproepen, na de pogroms, tot een economische boycot van moslims, baren Breman grote zorgen. Steeds meer hindoes en moslims groeien op in volledig gescheiden werelden.
Een tweede historische verklaring die Ahmad geeft, is slecht leiderschap. Deels van de leiders van de Congrespartij, deels van de moslimelite in onafhankelijk India. Volgens Ahmad heeft Congress rond de onafhankelijkheid teveel toegegeven en teveel compromissen gesloten om de deling met Pakistan erdoor te krijgen. De 130 miljoen (12%) moslims die in India achterbleven, werden een gemakkelijke zondebok voor hindoes die zich over die concessies opwonden. Ondertussen probeerde de moslimelite zich, aldus Ahmad, te distantiëren van de moslimmassa. Hierdoor zou ze zich hebben vervreemd van de eiegen achterban, die bij verkiezingen steevast koos voor de meest seculiere partij. De derde verklaring die Ahmad uitwerkt, is de opkomst van de 'poisonous' hindutva-ideologie, die voor een kleine, maar fanatieke minderheid onder de hindoes kennelijk zeer aantrekkelijk is. Ahmad gaat in op de opkomst, ideeën en daden van met name RSS en Shiv Sena. Beide groeperingen stelt hij vrijwel op één lijn met het nazisme, gezien de militante en absolutistische manier waarop ze het hindoeïsme herinterpreteren. Zij zouden in India een vergelijkbare 'zuivering' prediken ten aanzien van moslims en andere niet-hindoes als Hitler en de zijnen in Duitsland deden ten aanzien van joden. 'Racepride at its highest', concludeert Ahmad. Dat dit polariserend werkt op de verhouding tussen moslims en hindoes laat zich raden.
Hij verwijt de Indiase overheid nooit echt beleid te hebben gevoerd inzake Kashmir. 'Het centrale leiderschap heeft altijd gedacht dat het met geld op te lossen was. De lokale elite is door het centrum zwaar geïncorporeerd en er heerst veel corruptie. Er is maar één eerlijke verkiezing geweest, die van 1952. Dit alles heeft geleid tot vervreemding tussen de bevolking van Kashmir en de Indiërs in het algemeen. Welke oplossing er ook komt, de bevolking in de regio moet een duidelijke stem krijgen in het geheel, zodat Kashmir een integraal deel wordt van democratisch India in plaats van dat sprake is van een soort militaire bezetting.'
Hoewel de huidige situatie anders doet vermoeden, benadrukt Jan Breman dat het bestrijden van de hindutva-ideologie geen 'uphill fight' is. 'Wat helpt is te begrijpen dat de meeste hindoes dit niet willen. Het secularisme zit dieper dan je dacht, want het hindoeïsme is gekleurd door tolerantie, pluriformiteit en syncretisme.' De eigenlijke politieke agenda is volgens de oud-hoogleraar een sociaal-economische, en juist op dat vlak heeft de regeringspartij BJP veel krediet verspeeld, getuige de diverse verloren deelstaatverkiezingen van de laatste tijd. 'De werkelijke strijd is en blijft die tegen armoede, want arme mensen kunnen nu eenmaal gemakkelijk gemobiliseerd worden voor andermans doeleinden.'
xxx
|
terug
|
begin document
|
HOME Landelijke India Werkgroep
|
tijdschrift INDIA NU
|
Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2002