terug
Uit: India Nu 78 (mei-jun 1992)


Ontwikkelingshulp: geen blanco cheque

Kritiek op campagne 'Werk tegen Armoede' misplaatst



De actie 'Werk Tegen Armoede' "is niets anders dan een moderne vorm van paternalisme of, zoals u wilt, neo-kolonialisme", meent Fons van der Velden in India Nu 77. Het stellen van voorwaarden aan hulp is in zijn visie onaanvaardbaar. De LIW zou zich meer moeten concentreren op voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten in plaats van de Nederlandse regering of de EG te verzoeken 'druk uit te oefenen' op een soevereine staat die geregeerd wordt door een democratisch gekozen regering. En waarom voert de LIW geen campagne voor landhervormingen en wel voor recht op werk? Gerard Oonk, als medewerker van de Landelijke India Werkgroep verantwoordelijk voor de uitvoering van de campagne 'Werk Tegen Armoede', reageert op de forse aantijgingen van Fons van der Velden.


Voorwaarden

De LIW is blijkbaar ernstig ziek: paternalisme - gelukkig wel in een moderne variant - neo-kolonialisme en inmenging in de zaken van een soevereine staat zijn geen geringe beschuldigingen tegen een solidariteitscomité met de armen in India. Het is alleen vreemd dat we dat niet horen van de talloze Indiase NGO's en vakbonden waarmee de LIW contact heeft. Natuurlijk zijn er wel mensen, groepen en partijen - voor een groot deel uit de orthodox communistische hoek - die alle voorwaarden voor hulp afwijzen, maar meestal zijn ze dan wel zo consequent om ook de hulp zelf af te wijzen. De doorsnee opinie van degenen die zich direct voor de armen inzetten wordt goed verwoord door Theresa Acharya en Maurice Joseph die in India Nu 73 stellen: 'Het meeste baat hebben wij bij druk op jullie politieke partijen en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Laat ze hun voornemens om het geld aan de verbetering van de positie van de armen besteden maar waarmaken'.

Ook is het frappant dat de door Van der Velden gekritiseerde acties 'Melk India Niet Uit' en 'Werk Tegen Armoede' nooit door de Indiase ambassade als ongewenste inmenging zijn betiteld. Dat is wel eens anders geweest toen de LIW de hulpleveranties van grote visserijtrawlers (die de ambachtelijke vissers brodeloos maakten), de kunstmesthulp en de mensenrechtensituatie kritiseerde. In die tijd - begin jaren tachtig - werd de LIW wel van inmenging beschuldigd en werd het bij de Indiase ambassade bekende leden moeilijk gemaakt om een visum te krijgen, En juist de trawler- en kunstmestactie konden volgens Van der Velden wel door de beugel! De logica is mij duister. Net als nu was echter ook toen het uitgangspunt van de LIW: in Nederland-Europa opkomen voor de belangen van de armen en rechtelozen in India, vooral wanneer Nederland daarbij via hulp, handel en investeringen betrokken is en wanneer organisaties die direct met de armen in India werken kenbaar maken dat wij een zinvolle rol kunnen spelen.


Actie 'Werk Tegen Armoede'

Met de actie 'Werk Tegen Armoede' zou de LIW - hardleers en gewaarschuwd door discussie binnen en kritiek van buiten de vereniging als zij is - 'opnieuw dezelfde fouten maken'. Een minderheid binnen het bestuur van de LIW meende een jaar of zes geleden inderdaad dat bilaterale hulp zonder enige voorwaarden gegeven moest worden. Kritiek op sommige hulpvormen kon nog net, maar het doen van beleidsaanbevelingen was zowel paternalistisch als het maken van 'gemene zaak met de vijand': het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Als deze onze aanbevelingen zouden overnemen dan hadden we ons toch mooi afgegeven met de imperialistische buitenlandse politiek van Nederland.

En wat gebeurt er? De LIW start de actie 'Werk Tegen Armoede' en minister Pronk is bereid om eventueel hulp voor werkgarantieprogramma's aan te wenden. De Indiase regering gaat akkoord met een onderzoek naar de mogelijkheden daartoe want ze had even niet in de gaten dat Nederland zich met binnenlandse aangelegenheden aan het bemoeien is.


Consensus

Het is Van der Velden's goed recht bij zijn standpunt van jaren geleden te blijven, maar binnen de LIW - en niet alleen daar - is er inmiddels een zeer brede consensus dat hulp in de eerste plaats aan de voorwaarde moet voldoen dat deze vooral ter bestrijding van armoede wordt aangewend. Daar pleit de LIW al tien jaar voor bij de Nederlandse regering. Onder Pronk is dit nu voor het eerst uitgangspunt van het 0ntwikkelingssamenwerkingsbeleid met India geworden. Nederland kan inderdaad voorwaarden stellen aan de hulp en er vervolgens op een volwassen manier met India over onderhandelen welke programma's en projecten gesteund worden. India en Nederland kunnen beide met voorstellen komen die aansluiten bij Indiase overheids- en particuliere initiatieven, maar uiteindelijk bepaalt India welke projecten en programma's doorgaan. Nederland heeft de vrijheid om bepaalde zaken niet te financieren. De hulp zonder voorwaarden die Van der Velden bepleit komt er op neer dat Nederland gewoon een bedrag overmaakt op de rekening van de Indiase regering. Een regering die - daar ben ik het helemaal met Van der Velden eens - te veel geld uitgeeft aan defensie en bv. te weinig aan onderwijs en gezondheidszorg. Daaruit kun je volgens mij twee conclusies trekken: geen hulp meer geven of een aanvullende bijdrage leveren aan armoedebestrijding waar dat mogelijk is. De LIW kiest voor dat laatste. Overigens: geen enkele regering geeft hulp zonder voorwaarden en bedoelingen, maar in Nederland zijn deze deels beïnvloedbaar door de publieke opinie en politieke en maatschappelijke discussie. Als de LIW en andere derde wereld organisaties niet zouden pleiten om de belangen van de armen prioriteit te geven bij ontwikkelingssamenwerking, dan zouden we vrij spel geven aan andere groepen in Nederland en India voor wie deze belangen niet voorop staan.
Van der Velden wekt de onjuiste suggestie dat de LIW voor meer voorwaarden aan de hulp is. Als hij de brochure 'Werk tegen Armoede' heeft gelezen dan weet hij dat daarin staat: 'De hulp zou uit schenkingen moeten bestaan die niet gebonden zijn aan bestedingen in Nederland of andere westerse landen.... Het beleid dat wij bepleiten kan worden samengevat als: bind hulp alleen aan de armen.'


Werk Tegen Armoede

Wat de LIW met haar campagne 'Werk Tegen Armoede' heeft gedaan is aansluiten bij wensen van NGO's en vakbonden, maar ook bij een redelijk succesvol overheidsprogramma: het Werkgarantie Programma in Maharashtra. Nederland kan met zijn beperkte hulp natuurlijk geen 'druk uitoefenen' om het Indiase overheidsbeleid ten aanzien van de armen te veranderen. Dat vraagt de LIW ook niet van de Nederlandse overheid zoals Van der Velden suggereert. Wij vragen wel om het toch niet onaardige hulpbedrag van jaarlijks 160 miljoen vooral te gebruiken voor programma's die aan landarbeid(st)ers ten goede komen omdat zij driekwart van India's armen uitmaken. En soms kan hulp een katalyserende werking hebben. Bijvoorbeeld door een experimenteel begin te maken met een werkgarantieprogramma in een of twee deelstaten, dat bij voldoende succes én politieke bereidheid van Indiase kant vervolgens uitgebreid kan worden. Het lijkt me trouwens dat de met geld van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking gefinancierde hulporganisatie ICCO - waar ëan der Velden werkzaam is - niet veel anders doet. Namelijk particuliere organisaties steunen die aan armoedebestrijding doen, mensen daartoe mobiliseren en daarmee zo mogelijk een 'inktvlekwerking' creren. Ik veronderstel tenminste niet dat ICCO blanco cheques naar India overmaakt omdat ze bang is van neo-kolonialisme beschuldigd te worden.


Wachten op Godot

Tenslotte heeft Van der Velden nog de nodige, zoals hij zegt 'inhoudelijke vraagtekens' bij de recht op werk maatregelen. Gaat het op het platteland niet om recht op toegang tot produktiemiddelen en waarom voert de LIW dan geen campagne voor landhervormingen? Natuurlijk zijn landhervormingen en andere vormen van herverdeling in India zeer belangrijk, zoals we ook in het campagnemateriaal van 'Werk Tegen Armoede' niet nalaten te betogen. Maar landhervormingen worden alleen uitgevoerd als landlozen genoeg macht hebben om dat politiek 'af te dwingen'. Die macht hebben ze niet en dus blijft het Wachten op Godot. Ook zijn landhervormingen alléén niet voldoende om de armoede uit te roeien. Daarvoor is gewoon te weinig land beschikbaar voor alle plattelandsbewoners. Het verschaffen van werkgarantie aan landarbeiders geeft niet alleen meer bestaanszekerheid maar ook meer mogelijkheden om zich met succes te organiseren voor andere sociale veranderingen, waaronder landhervormingen.
Een LIW-campagne voor landhervormingen, waar Van der Velden voor pleit, lijkt me in de toekomst denkbaar als daar ook van de kant van Indiase organisaties van landlozen behoefte aan bestaat. Het is me alleen niet duidelijk waarom dit in Van der Velden's optiek niet nog paternalistischer zou zijn, omdat je je dan uitspreekt tegen de heersende bezitsverdeling in India. Dat gaat veel verder dan pleiten voor steun aan werkgarantieprogramma's in het kader van de hulprelatie.
Bij het ventileren van zijn bedenkingen tegen werkgarantieprogramma's roept Van der Velden de hulp in van enkele Indiase wetenschappers die ik in een artikel in India Nu 75 heb geciteerd. Het Werkgarantie Programma in Maharashtra heeft inderdaad, ondanks grote verdiensten, ook zwakke kanten. Maar dat betekent niet dat de geciteerde wetenschappers en activisten die ik daarover tijdens het seminar 'Towards Right to Work' in Ahmadabad sprak, van het programma afwillen. Zij pleitten bijna unaniem voor verbetering van het werkgarantieprogramma in Maharashtra en voor uitbreiding van 'werkgarantiemodel' naar andere deelstaten. Inderdaad functioneert het huidige Werkgarantie Programma in Maharashtra nog te veel van boven af, maar het biedt wel meer bestaanszekerheid aan een groot aantal mensen. Daarnaast maken lokale organisaties en vakbonden - deels ook gesteund door ICCO - gebruik van de garantie op werk om zelf nieuwe iniatieven te ontwikkelen.

Overigens, in tegenstelling tot de door Van der Velden gewekte suggestie: in het Werkgarantie Programma in Maharashtra zijn verschillen in beloning tussen mannen en vrouwen nauwelijks aanwezig. Juist daarom zijn tweederde van de deelnemers vrouwen, want elders verdienen ze vaak minder. In het programma wordt ook het minimumloon betaald, hetgeen tot effectieve druk op de grote boeren heeft geleid om hun arbeiders een hoger loon te betalen.
De LIW heeft niet zelf verzonnen dat werkgarantie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de positie van landarbeiders. Het is de mening van een politiek breed scala aan organisaties die direct betrokken zijn bij het organiseren van landarbeiders en het opkomen voor hun belangen. De huidige centrale regering ziet, mede vanwege de door IMF afgedwongen bezuinigingen en haar eigen politieke prioriteit voor liberalisering, voorlopig af van een nationaal werkgarantie programma. In sommige deelstaten zit, door druk van onderop, wel beweging in de zaak. Zo is in Tamil Nadu onlangs een nieuw werkgarantieprogramma - om te beginnen in zes districten - aangekondigd.
Het lijkt me uiterst belangrijk om als Landelijke India Werkgroep, overigens gesteund door andere 'neo-kolonialen' als de FNV, de Vereniging Milieudefensie en de NOVIB, dit soort ontwikkelingen te steunen. Anders zijn het alleen instellingen als IMF en Wereldbank die 'steun geven' aan ontwikkelingen waar de armste helft van India veel minder van te verwachten heeft.

Gerard Oonk




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 juli 2008