125-jarige Congrespartij verliest grip

Kansen voor de oppositie



De 83e algemene vergadering van de Congrespartij eind 2010 stond niet alleen in het teken van feestelijkheden rondom het 125-jarig bestaan van de partij. Ook kwamen problemen als corruptie en verdeeldheid binnen de Congrespartij aan bod. Dat was hoognodig, omdat zij een gevaar vormen voor de stabiliteit van de nationale regering. Oplossingen zijn niet direct in zicht.

Sonia Gandhi prees in haar openingsrede de kracht van haar Congrespartij, somde behaalde successen op en wees op het 125-jarig jubileum. Applaus. Zij noemde ook uitdagingen: de corruptie moest worden aangepakt, op alle niveaus in de samenleving. Opnieuw applaus.
Ook de Indiase premier Singh kon op instemming rekenen toen hij zei dat hij niets te verbergen had over corruptie. Hij toonde zich bereid te verschijnen voor een parlementaire commissie die corruptiezaken onderzoekt. Ook met betrekking tot de zaak tegen voormalig minister van telecomaangelegenheden, Andimuthu Raja, tevens van de Congrespartij, die in ruil voor steekpenningen licenties verstrekte aan telecombedrijven voor onvoorstelbaar lage tarieven, waardoor de staatskas miljoenen dollars is misgelopen. Zoiets mag niet meer gebeuren. Opnieuw luid applaus.

5-stappenplan tegen corruptie
Sonia Gandhi bleef lof oogsten onder de aanwezigen met de aankondiging van een 5-stappenplan om corruptie aan te pakken. Zij pleitte voor invoering van door de staat gefinancierde partijcampagnes, waardoor partijen niet meer afhankelijk zijn van zakenmensen die gunsten willen in ruil voor de financiële steun aan de campagnekas. Ook moet er snelrecht komen bij corruptiezaken tegen ambtenaren en politici. En transparantie bij publieke aanbestedingen. Voor de commerciële en industriële winning van natuurlijke grondstoffen moet een open en competitief systeem worden ingesteld. Daarnaast moeten ministers in deelstaatregeringen en in de nationale regering het recht verliezen om afzonderlijke kiezers en gebieden met veel kiezers voor hun stem te belonen met gunsten. Stilte. ‘Geen applaus hiervoor?’, vraagt Sonia Gandhi aan de zwijgende tienduizend afgevaardigden. Nee, geen applaus.
De stilte maakte heel wat duidelijk: populistische oneliners uitspreken over het kwaad van corruptie is één, maar acties doorvoeren om die corruptie daadwerkelijk bij de wortel aan te pakken, te beginnen in eigen gelederen, is iets heel anders. De weerstand bleek ook de volgende dagen van de algemene vergadering. Op veel medewerking van hooggeplaatste afgevaardigden uit het land bij de aanpak van corruptie hoefde de leiding van de Congrespartij en Sonia Gandhi zelf niet te rekenen.

Geen draagvlak
Corruptie is zo diepgeworteld en wijdverbreid, dat het nauwelijks mogelijk lijkt het structureel uit te bannen. En juist omdat het zo’n vertrouwd en vanzelfsprekend fenomeen binnen de Indiase samenleving is, waarvan iedereen vindt dat het slecht is, wil niemand er echt afstand van doen. Er is geen revolutie geweest die de corruptie in India geïntroduceerd heeft. Het is sluipenderwijs de samenleving binnengedrongen en heeft deze beetje bij beetje uitgehold. Harde taal over de aanpak van corruptie krijgt daarom pas betekenis als concrete maatregelen ook daadwerkelijk doorgevoerd en nageleefd worden. En daar lijkt voorlopig geen draagvlak voor, ondanks alle onvrede onder de bevolking over corruptie.

Beloftes niet waargemaakt
Deze zorgelijke conclusie trekt ook de leiding van de Congrespartij uit de stilte die volgt op het ontvouwen van het 5-stappenplan van Sonia Gandhi. Zorgelijk, omdat de Congrespartij weinig heeft in te brengen tegen beschuldigingen dat zij geambieerd maar gefaald heeft corruptie te bestrijden in de vele jaren dat zij aan de macht is geweest. Zij heeft er zelfs eigenhandig aan bijgedragen.
Bij het eeuwfeest van de Congrespartij in 1985 sprak de toenmalige Indiase premier Rajiv Gandhi ook over corruptie. Hij beloofde de cultuur van nepotisme en vriendjespolitiek aan te pakken. Dat de toon en inhoud van zijn redevoering 25 jaar geleden nauwelijks anders is dan die van Sonia Gandhi en Manmohan Singh nu, laat zien dat Rajiv Gandhi zijn belofte niet heeft waargemaakt en hoe hardnekkig het probleem van corruptie is.

Voer voor de oppositie
Vanzelfsprekend komt corruptie niet alleen voor bij de Congrespartij. Maar zij heeft zich wel meermalen hard uitgesproken tegen corruptie en de belofte gedaan om corruptie uit te bannen. Daarnaast zijn er in de loop van het bestaan van de Congrespartij diverse grote corruptieschandalen geweest nota bene rondom hooggeplaatste partijleden en ministers op deelstaat- of landelijk niveau. Dat maakt de Congrespartij extra kwetsbaar, op het ongeloofwaardige af, als zij de ambitie uitspreekt corruptie uit te bannen. Zij geeft de oppositie daarmee een kans om te scoren voor open doel.
Een ander punt dat de oppositie zal uitbuiten, is het feit dat tijdens de huidige tweede regeertermijn van de door de Congrespartij geleide United Progressive Alliance (UPA) de corruptie snel is toegenomen. Tijdens haar eerste regeerperiode waren diverse kopstukken van de UPA, onder wie één minister, al verwikkeld in schandalen. De politieke schade viel toen nog redelijk te overzien. Maar kort na aanvang van de tweede regeerperiode van de UPA in 2009 nam het aantal corruptieschandalen snel toe: al na een half jaar waren maar liefst zes ministers aangeklaagd wegens corruptie.
Onder leiding van de BJP, waarmee het na de grote nederlaag bij de algemene verkiezingen van 2009 nog steeds niet goed gaat, ziet de oppositie toch kans steeds machtiger te worden. Dat is niet zozeer een verdienste van de BJP, maar een zorgwekkende zwakte van de Congrespartij. In haar eerste regeerperiode grapte de comfortabele UPA steevast: ‘Waar is de oppositie?’. In deze tweede regeerperiode zegt niemand dat meer binnen de coalitie.

Instabiel
De weerstand onder hoge partijfunctionarissen om corruptie aan te pakken, duidt niet alleen op de diepe wortels die corruptie in de samenleving heeft. Ook laat het zien dat de leiding van de Congrespartij, en tevens de familie Gandhi zelf, aan gezag inboet. Zowel binnen de landelijke coalitieregering als in diverse door de Congrespartij geleide deelstaatregeringen zijn er ernstige conflicten en schandalen. De familie Gandhi en de partijleiding blijken niet in staat met hun invloed een adequate oplossing voor deze problemen te vinden.
Binnen de UPA praten bijvoorbeeld de ministers van Staal en van Mijnen niet meer rechtstreeks met elkaar. Daarnaast zijn er slepende conflicten tussen aan de ene kant de ministers van Industrie en Burgerluchtvaart en aan de andere kant de minister van Milieu. Omdat de partijleiding en de familie Gandhi niet in staat blijken hun ministers in het gareel te houden, zijn zij gedwongen om machteloos toe te zien. Daarmee voorkomen zij wel dat de ministers, deels afkomstig van coalitiepartners, uit de regering stappen waardoor de Congrespartij haar meerderheid in het parlement zou verliezen.
Ook in diverse deelstaatregeringen lukt het de Congrespartij niet om tot eenheid te komen. In Andhra Pradesh is het sinds de plotselinge dood van deelstaatpremier Rajasekhara Reddy door een onopgehelderd helikopterongeval in september 2009, nog altijd politiek instabiel. In korte tijd kwamen en gingen twee deelstaatpremiers. Ook in Maharashtra en Rajasthan heerst politieke instabiliteit, waarbij diverse deelstaatpremiers elkaar in korte tijd opvolgden.
De overeenkomst tussen deze situaties is dat de leiding van de Congrespartij en de familie Gandhi blijkbaar niet in staat zijn om de onrust en machtsstrijd te controleren. Voorheen vaardigden zij dictaten uit om een oplossing voor een conflict op te leggen. In de regel legde iedereen zich daar dan bij neer. Die tijd lijkt voorbij. Dat betekent aan de ene kant dat er democratisering gaande is binnen de Congrespartij. Aan de andere kant betekent het, al voor de nabije toekomst, ook grote onzekerheid en een uitdaging om de UPA-coalitie en de partij zelf bijeen te houden.

xxx
terug
Dalits
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 22 maart 2011