terug
Uit: India Nu 140 (nov-dec 2002)



Verkiezingen in Kashmir

Gemangelde burgers
verlangen stem in eigen toekomst


In Jammu & Kashmir wordt de balans opgemaakt van de deelstaatverkiezingen. Gewone Kashmiri's verwachtten van de uitkomst vooraf niet al te veel. Zij zitten klem tussen de terreur van militante separatisten en het tegengeweld van het staatsapparaat. Over hun toekomst, en die van de regio, wordt beslist in Delhi en Islamabad. De Jammu & Kashmir Coalition for Civil Society probeert de naar vrede snakkende burgers van Kashmir een eigen stem te geven.

Tussen 16 september en 8 oktober zijn in Jammu & Kashmir verkiezingen gehouden voor de 87 leden van het deelstaatparlement. Het waren pas de tweede regionale verkiezingen sinds in 1989 de gewapende opstand uitbrak. Verspreid over vier ronden, konden de Kashmiris uiting geven aan hun politieke opvattingen door al dan niet de gang naar de stembus te maken en te stemmen op een kandidaat-volksvertegenwoordiger van hun keuze. In alle vrijheid, zoals het 'the biggest democracy' betaamt. Tenminste, zo had het idealiter moeten zijn. Maar ook verkiezingen staan bloot aan de grimmige realiteiten in de getraumatiseerde deelstaat.


Wanhoop

In juli nog - de sterk opgelaaide spanningen tussen India en Pakistan waren een maand eerder op het nippertje niet ontaard in een derde grote oorlog om Kashmir - probeerde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Kashmir hoop te bieden, en uitzicht op Amerikaanse bemoeienis. De verkiezingen kunnen het begin zijn van een proces om iets te doen aan het lot van de Kashmiris, zo suggereerde Colin Powell. Vrije en eerlijke verkiezingen dienden te zorgen voor legitieme volksvertegenwoordigers, die zich vervolgens zouden kunnen gaan buigen over de toekomst van het omstreden gebied. Goed verlopende verkiezingen dus, als noodzakelijke opmaat voor het begin van een dialoog tussen India en Pakistan.

In werkelijkheid stonden de verkiezingen voor de Kashmiris niet in het teken van hoop, maar van wanhoop. Ze vonden immers plaats onder militaire bezetting in een economisch en sociaal volkomen ontwricht gebied dat blootstaat aan doorlopende terreur. Alleen al tussen augustus en begin oktober kwamen tenminste 750 mensen om het leven, waaronder deelstaatminister van Justitie Mushtaq Ahmed Lone. Sinds 1989 vielen over en weer tussen de 35.000 (cijfers India) en 80.000 (cijfers separatisten) slachtoffers. Te vrezen valt dat de verkiezingsuitkomst - op het moment van schrijven nog niet bekend; de voorspelling luidt dat de decennialang dominante National Conference Party van Farooq en Omar Abdullah haar absolute meerderheid nipt zal behouden en dus kan doorregeren - de oplossing van het conflict niet veel dichterbij brengt.


Boycot

De meeste gematigd separatistische groeperingen boycotten de verkiezingen. Daarmee volgden zij de stellingname van de All Parties Hurriyat Conference, geleid door Abdul Ghani Bhat. Hurriyat zei niet mee te doen aan verkiezingen omdat deze 'geen alternatief kunnen zijn voor een referendum, waarbij de regio kan kiezen voor aansluiting bij India of Pakistan'. Moslimextremisten deden ondertussen hun uiterste best de stembusgang door grof geweld te verstoren, daarbij deels met actieve steun vanuit Pakistan. Want hoewel er na de baanbrekende 12-januaritoespraak van president Pervez Musharraf signalen kwamen dat de Pakistaanse infiltraties afnamen, waren er in de aanloop naar de verkiezingen weer tekenen van een toename; ook volgens Amerikaanse en Engelse berichten.

Politieke kandidaten en Indiase gezagsdragers zijn hun leven in Kashmir niet zeker, maar ook 'gewone' Kashmiris vormen een geliefd doelwit voor de gewapende militanten. Onder die laatsten zijn mede-Kashmiris, maar ook Pakistanen, Arabieren en andere zelfverklaarde jihadi's die zich verzetten tegen Indiase zeggenschap over het gebied. Zonder scrupules plegen zij aanslagen en verminken of doden zij burgers die ze verdenken van heulen met de vijand. Het enige belang van de militanten bij de verkiezingen was het falen ervan. Zij intimideerden kiezers dan ook om vooral niet te gaan stemmen.


Free and fair?

Aan de andere kant staan de Indiase veiligheidstroepen, inmiddels meer dan een half miljoen man sterk: leger- en politie-eenheden, maar ook allerhande schimmige, paramilitaire hulptroepen. Vooral de Special Operations Groups hebben een lange geschiedenis opgebouwd van gewelddadig optreden tegen echte én vermeende militante separatisten. Willekeurige arrestaties, marteling, standrechtelijke executies en mysterieuze verdwijningen zijn helaas geen incidenten. Vaak worden ook onschuldige Kashmiris het slachtoffer van dergelijke 'counter-terror'.

De veiligheidstroepen hebben groot belang bij een hoge stembusopkomst, want dat legitimeert India's gezag. Net als in 1996, klinken ook rond deze verkiezingen beschuldingen: burgers zouden geregeld, met grote druk en vaak hardhandig zijn gedwongen hun stem uit te brengen. Vooral de Border Security Force en de Rasthriya Rifles zouden hierbij zijn betrokken. En dat terwijl Chief Election Commissioner J.M. Lyndogh, die
(foto: Henk Braam)
er met zijn commissie voor moet zorgen dat Indiase verkiezingen free and fair verlopen, het leger vooraf expliciet had voorgehouden zich niet met het stemgedrag van burgers te bemoeien. Waarnemers hebben incidentele gevallen van stembusfraude gerapporteerd. Toch is er een lichtpuntje. De bemoeienis van de veiligheidstroepen lijkt zich nu vooral te richten op ongeoorloofde 'opkomstbevordering' (dat mensen stemmen), en minder op de inhoudelijke keuze van de kiezers (wat ze stemmen), zoals in 1996. Maar zelfs al zou ditmaal inderdaad sprake zijn van relatief 'eerlijke' verkiezingen, van 'vrije' verkiezingen kun je in deze omstandigheden niet spreken.


Aparte identiteit

Noch de militanten die met geweld pleiten voor onafhankelijkheid of aansluiting bij Pakistan, noch de Indiase status quo, vertegenwoordigen ondertussen de wens van de doorsnee-Kashmiri. Volgens opinieonderzoek uit 2000, gedaan in opdracht van het Indiase tijdschrift Outlook en aangehaald in Newsweek, staan 82 van elke honderd Kashmiris achter een staakt-het-vuren als aanloop naar een politieke dialoog. Ongeveer driekwart van de valleibewoners geeft aan voor Kashmir het liefst 'een aparte identiteit te zien, los van zowel India als Pakistan'.

De burgerbevolking van Kashmir bestaat grotendeels uit moslims, maar dat maakt hen nog niet tot fundamentalisten. Gevangen op de nucleaire breuklijn tussen twee vijandige grootmachten, zitten de burgers klem tussen het geweld van militanten en dat van de staat. India doet er alles aan om de gewapende opstand, maar ook elk ander streven naar autonomie de kop in te drukken. En dat terwijl juist de teloorgang van de relatieve autonomie die Kashmir aanvankelijk genoot binnen de Indiase Unie, door veel commentatoren wordt gezien als belangrijkste aanleiding voor het uitbreken van de gewapende rebellie. Hiermee is de vicieuze cirkel rond: het geweld en de roep om autonomie, in welke vorm dan ook, zwellen alleen maar verder aan.


Parvez Imroz

Voor de gemangelde burgers van Kashmir is het vrijwel onmogelijk aan polarisatie te ontsnappen, laat staan op te komen voor democratisering of zich uit te spreken over de toekomst van de eigen regio. Zelfs het aan de kaak stellen van mensenrechtenschendingen en excessen levert levensgrote persoonlijke risico's op.

Iemand die hier alles van weet, hij overleefde twee moordaanslagen, is Parvez Imroz, jurist en mensenrechtenactivist uit Srinagar. Tijdens de Vredesweek was Imroz op uitnodiging van het IKV in Nederland. Op 28 september sprak hij in Utrecht op een bijeenkomst van de Landelijke India Werkgroep. Centraal in zijn verhaal stond de moeilijke positie van het maatschappelijk middenveld in Kashmir en de pogingen van de Jammu & Kashmir Coalition for Civil Society (CCS) om daarin verbetering te brengen.


Coalition tor Civil Society

Parvez Imroz omschrijft de CCS - waarvan hij oprichter en voorzitter is - als een alliantie van ngo's die los van religieuze of politieke groeperingen willen werken aan democratisering in Jammu & Kashmir. Ze komen op voor mensenrechten, vrede en democratie en keren zich tegen het geweld. 'De kernvraag waarvoor we ons gesteld zien, is hoe we de burgermaatschappij (civil society), die altijd al slecht ontwikkeld was, maar sinds 1989 helemaal verlamd is geraakt, nieuw leven kunnen inblazen. Vrede, democratie en mensenrechten kunnen we gewoonweg niet aan de politici overlaten.'

In grote stappen, hij moet het verhaal al vele keren hebben gedaan, schetst Imroz de tragedie van Kashmir. Sinds 1947 zijn door de politiek steeds beloften gedaan die nooit zijn nagekomen. Onder invloed van de oorlog in Afghanistan en de val van de muur grepen militanten in 1989 naar de wapens om hun vrijheidsideaal naderbij te brengen. Aanvankelijk was het een inheemse beweging, maar daarna kwam er steeds meer buitenlandse inmenging. Eerst van Pakistan, later vooral van jihadi's uit de 'mosliminternationale'. Daartegenover stelde India vanaf 1990 alsmaar meer militairen. Na 1996, stelt Imroz, brak een nieuwe fase aan. De Indiase staat ging over tot het recruteren van spijtoptanten en zette hen in als contra-militanten. Zij begonnen op grote schaal vermeende militanten en hun sympathisanten uit de weg te ruimen, zonder zich daarbij te hoeven bekommeren om juridische obstakels. Ook de kern(raket)proeven in 1998 en de politieke ontwikkelingen tussen India en Pakistan sinds de aanslag van 13 december 2001 op het Indiase parlement, droegen hun steentje bij. 'Never before has society been so brutalised. Both sides are competing in human right violations.'


Onschuldige burgers

Imroz schetst een volkomen ontwrichte en geruïneerde samenleving, waarin angst hoogtij viert. Burgeractivisten worden door alle partijen als verdacht beschouwd. In zo'n situatie begon de High Court-jurist met enkele medestanders mensenrechtenschendingen te documenteren. Door zo objectief mogelijke informatie te verzamelen en te verspreiden over verkrachtingen, arrestaties, detenties, verdwijningen, moorden en executies, trachten ze hun onafhankelijke rol te waarborgen. In 1994 richtte Imroz een Organisatie voor Vermiste Mensen op. 'De staat spreekt van driehonderd onverklaarde, onvrijwillige verdwijningen. In werkelijkheid zijn het er zeker zesduizend. Als je de familieleden meerekent, worden hierdoor wel honderdduizend mensen geraakt. Van veel verdwenen mensen beweert India dat ze "hun kamp naar Pakistan hebben verplaatst", maar vaak zijn de vermisten gewone, onschuldige burgers - geen militanten.'
Op initiatief van Imroz bundelden enkele ngo's in Jammu & Kashmir in 2000 hun krachten in de CCS. Doel is druk uit te oefenen op beide kanten om mensenrechtenschendingen en het geweld te doen stoppen. Imroz: 'Daar hoort bij dat we de disinformatiecampagne van India willen tegengaan. We willen de buitenwereld informeren over de mensenrechtensituatie. Correcte beeldvorming is heel belangrijk, want niet alleen de staat maar ook de Indiase media belichten de situatie zeer eenzijdig vanuit het perspectief India-Pakistan. Als er in Kashmir een niet-moslim omkomt, wordt dat in India breed uitgemeten, maar bijna niemand staat stil bij de vele onschuldige moslims die dagelijks worden gedood.'


Dwarsliggers verdienen steun

Hoewel zij geen banden onderhoudt met de officiële partijen in het conflict, probeert de JKCCS wel in contact te komen met de Indiase burgermaatschappij. Op een bijeenkomst in Srinagar, twee jaar geleden, kwam voor het eerst een debat tot stand met enkele toonaangevende Indiase activisten, onder meer actief in het Pakistan India Forum for Peace and Democracy. Toch verloopt de dialoog in het algemeen moeizaam. Contacten met burgerrechtenorganisaties in Pakistan, laat staan in het Pakistaanse deel van Kashmir, zijn helemaal uit den boze. Imroz: 'De Line of Control is voor burgers ondoordringbaar.'

Al met al staan de burgeractivisten van Kashmir er dus betrekkelijk alleen voor. In Kashmir zelf én in het internationale krachtenveld. Vandaar dat Parvez Imroz erg blij is met het initiatief Dwarsliggers verdienen steun. Onder de vlag van dit project bieden IKV en ICCO morele en politieke steun aan burgeractivisten van organisaties in conflictgebieden die zich inzetten voor geweldloze oplossingen. Belangrijk element van de steun aan de CCS en andere vredespartners is het onderhouden van direct, persoonlijk contact. Imroz: 'Wij kunnen niet werken in isolatie. Daarom proberen we allianties te sluiten met burgerrechtenorganisaties in andere, democratische landen. Dat helpt ons bij het informeren van de buitenwereld en het opvoeren van de interne en externe druk op de Indiase overheid, maar ook bij het vergroten van ons persoonlijke gevoel van veiligheid.'

Parvez Imroz realiseert zich zijn precaire positie als gevolg van zijn publieke stellingname. Toch weigert hij zijn geweldloze strijd voor democratie en mensenrechten op te geven. 'We kunnen niet stil blijven, het gaat om de toekomst van ons nageslacht. Als coalitie is het onze taak te zorgen dat er een proces van zelf-introspectie ontstaat binnen Kashmir. De kleine ruimte die er nu is om in te opereren, moeten we groter maken. Alleen door de democratie en het secularisme te verbeteren, kan er een ruimte ontstaan waarbinnen we als Kashmiris kunnen debatteren over onze eigen toekomst. Persoonlijk ben ik voor onafhankelijkheid, zowel van India als van Pakistan, maar als CCS nemen we in zo'n debat geen inhoudelijk standpunt in. We vinden slechts dat de mensen van Kashmir recht hebben op zelfbeschikking. Alle opties moeten dus open liggen - aansluiting bij India, bij Pakistan of een onafhankelijk Kashmir.'

xxx

Voor het project Dwarsliggers verdienen steun kunt u contact opnemen
met Loes van Rosse van het IKV, tel: 070-350 71 00
of e-mail: lvanrosse@ikv.nl, internet: www.ikv.nl/dwarsliggers.
Mediaspecials over de verkiezingen in Kashmir:
www.hinduonnet.com/thehindu/nic/jkpoll/index.htm
www.rediff.com/election/jk2002.htm


terug
begin document
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 26 november 2002