terug
Uit: India Nu 130 (mrt-apr 2001)



Een Indiaas initiatief


De berichtgeving rond de aardbeving in India, zoals vaak bij grote rampen, richtte zich voornamelijk op noodhospitalen uit het buitenland en het rommelig verloop van de hulpverlening door het leger. Opmerkelijk weinig aandacht was er voor kleinere initiatieven van eigen bodem. Dat komt omdat er naar verhouding veel noodhulp uit buitenland kwam, maar ook omdat de buitenlandse organisaties meer toegang tot de media hebben. Vanuit het J. Watumull Global Hospital & Research Centre in Mount Abu (Rajasthan) bezocht een team van hulpverleners getroffen gebieden in Gujarat. Chirurg en keel-, neus- en oorarts Dr. Sharad Mehta leidde het team en brengt per e-mail kort verslag uit van het werk.

Wij bereikten Bacchau op 27 januari 's avonds laat. Het was aardedonker en mensen ontvluchtten de stad. Lichamen werden gecremeerd voor ingestorte gebouwen en in buitenwijken van de stad. Omdat deze stad al hulp kreeg van andere medische teams werd ons verteld dat we beter naar de dorpen in de omgeving konden doorrijden. We gingen verder naar Anjar, een andere plaats die zwaar was getroffen. We besloten in de omliggende dorpen te werken gedurende de hele volgende dag en 's avonds laat door te rijden naar een basiskamp in Gandhidham. Een orthopedisch chirurg had daar een kamp opgezet voor mensen bij wie ledematen geamputeerd of andere operaties uitgevoerd moesten worden. Er waren zo veel patiënten.
De volgende ochtend kregen we van de lokale autoriteiten een lijst van dorpen die bezocht moesten worden en een lokale onderwijzer werd met ons team meegestuurd om de betreffende gebieden te wijzen.
De meeste patiënten hadden primaire medische hulp nodig. Dit waren slachtoffers die zelfs 48 uur na de beving nog helemaal geen medische hulp hadden gekregen. Veel patiënten hadden weefselletsel, meervoudige botbreuken en beschadiging van ruggengraat en -merg. Een man had twee dagen niet kunnen urineren en had een opgezwollen blaas. Middels een katheter kon de urine afgevoerd worden. We maakten wonden schoon en verbonden ze, vaccineerden patiënten, verstrekten antibiotica en pijnstillende medicatie en brachten spalken aan bij gebroken ledematen. Patiënten en familie gaven we voorlichting over wondverzorging en de vervolgbehandeling. In het ziekenhuis in Gandhidham, waar we de volgende dag doorbrachten, waren vele trieste gevallen van patiënten die al hulp hadden gezocht bij noodkampen in Bhuj maar die wonden niet hadden kunnen laten verbinden door de enorme aantallen gewonden. Velen van hen kregen infecties en afstervend weefsel, en hadden geen andere keus dan ledematen te laten amputeren.
We waren vanuit Mount Abu vertrokken met een team van zowel medisch als technisch geschoold personeel. Hierdoor konden we op diverse manieren bijdragen aan de hulpverlening, namelijk door het maken van röntgenfoto's, opzetten van een provisorische apotheek en operatiekamer, en uitvoeren van en assisteren bij operaties. In de twee dagen die we bezig zijn geweest, hebben we 966 patiënten behandeld. De direct acute fase was toen voorbij. Meer hulpverlening kwam op gang. En wij moesten weer terug naar ons eigen ziekenhuis dat in een groot gebied het enige medische centrum is.
We hebben veel dorpen bezocht tussen Bacchau en Bhuj. We zagen ontstellende verwoesting van land en leven. Maar ondanks al het leed hielpen mensen elkaar. Ook mensen die zelf naasten hadden verloren, probeerden hun eigen verdriet opzij te zetten en deden mee aan de hulpverlening.

vertaling: xxx





India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 29 december 2004