terug
Uit: India Nu 73 (jul-aug 1991)


De (on)zin van Ontwikkelingshulp

Een Indiase visie



Onlangs waren Theresa Achary en Maurice Joseph met hun zoon Prashanth in Nederland. Zij leiden in het Krishna district (Andhra Pradesh) een plattelandsontwikkelingsproject. In 1977 kwamen zij naar dat gebied, dat toen was getroffen door een zeer zware cycloon (zo'n 10.000 doden). In eerste instantie richtten zij hun activiteiten op het lenigen van de directe noden. Na zo'n anderhalf jaar besloten zij om op een eiland in de rivierdelta te gaan wonen en werken. Hun aandacht ging daar in het begin uit naar de slechte gezondheidssituatie, waarvoor zij een programma ontwikkelden. In 1982 stichtten zij de organisatie Praja Shakti Vidya Sangham (PSVS). Meer en meer kozen zij voor het organiseren van de mensen (samen sta je sterk) en het hen bewust maken van hun wettelijke rechten door middel van o.a. volwassenenonderwijs. Het verbeteren van de gezondheidssituatie veranderde namelijk niet echt iets aan de positie van de allerarmsten in hun werkgebied.
Tijdens hun bezoek aan Nederland sprak XXX met hen over ontwikkelingssamenwerking.


Wat doet de Indiase overheid zelf aan de ontwikkeling en de verbetering van de positie van de allerarmsten?

"India kent meerdere programma's die gericht zijn op verbetering van de positie van de allerarmsten. Dit geldt zowel voor de steden als voor het platteland. Er zijn binnen ons district een aantal ambtenaren aangesteld die zich met deze programma's bezighouden. Het vervelende was echter dat het hoofd van de afdeling onlangs is weggepromoveerd, mede omdat ze de programma's te goed uitvoerde. Hetzelfde is met de Joint-Collector (een hoge ambtenaar op districtsnivo) geschied.
De wetten die er bestaan zijn zo slecht nog niet. In ons project maken wij de mensen dan ook duidelijk welke zij kunnen gebruiken voor de verbetering van hun positie. Verder is er door CAPART (Council for Advancement of Peoples Action and Rural Technology - een semi-overheidsinstelling -) onlangs over het hele land een programma gefinancierd voor de training van 'social-animators' in de dorpen. Het was een training van twee weken, waarbij het onder andere ging om het wegwijs maken van mensen in de overheidsmachinerie. De medewerking van sommige lokale ambtenaren was zeer slecht. Ze voelden zich blijkbaar bedreigd in hun positie of zagen al die mensen al komen met hun wensen die op de Indiase wetgeving zijn gebaseerd."

Heeft financiële steun, vanuit bijvoorbeeld Nederland, eigenlijk wel zin of is het een doekje voor het bloeden wat ervoor zorgt dat mensen niet echt in verzet komen zoals sommigen beweren?

"Van die bewering heb ik nooit echt iets begrepen", zegt Theresa. "Als dat zo was geweest zouden de mensen toch lang geleden al in verzet gekomen zijn tegen de wantoestanden. Als er niemand is die duidelijk maakt dat het anders kan, dan wordt de huidige toestand als zijnde normaal blijvend geaccepteerd.
Reeds eeuwen lang worden de mensen uitgebuit en leven ze onder erbarmelijke omstandigheden. Als er geen geld komt van de Indiase overheid, of van anderen, om mensen bewust te maken van het feit dat het abnormaal is zoals ze worden behandeld kan dat nog eeuwen doorgaan. Wij vinden dan ook dat het een goede zaak is dat er geld beschikbaar wordt gesteld voor programma's die mensen bewust maken.
Er moet echter een goede controle zijn op de besteding, daar misbruik van fondsen natuurlijk altijd mogelijk is. Een regelmatige gedegen evaluatie is noodzakelijk. Binnen onze eigen organisatie merken we zo nu en dan dat werkers niet doen waarvoor ze betaald worden. Soms is dat bij te sturen, maar het leidt ook wel eens tot ontslagen. Daar speelt de 'tegenpartij' - zij die het grote geld of veel land bezitten - dan weer op in. Dat hebben ze gedaan door de ontslagene te benaderen en die van allerlei onzin te laten vertellen in de lokale Telegraaf. Zo zijn we al beschuldigd van het feit dat onze organisatie een bordeel zou runnen, we zouden geweldadig verzet stimuleren en meer van dat soort onzin. Het is erg vervelend vooral als je dan ook nog eens met de dood bedreigd wordt wat inmiddels ook al gebeurd is. Maar we vinden dat we, nu we het 'gevecht' eenmaal begonnen zijn, niet zomaar mee kunnen ophouden.
Laten we vooral blijven discussiëren over het nut van de samenwerking en welke kant de ontwikkeling op moet. Als we denken dat we er zijn, roesten we misschien vast en dat is strijdig met het begrip ontwikkeling."

Wat is volgens jullie de taak van de Derde Wereld Beweging in Nederland?

"Het is vreemd om te zeggen wat wij vinden dat jullie moeten doen, maar misschien is het wel net zoiets als dat jullie tegen NGO's zeggen wat ze moeten doen om in aanmerking te komen voor financiering. Het meeste baat hebben wij bij druk op jullie politieke partijen en het ministerie van Ontwikkelingsamenwerking. Laat ze hun voornemens om het geld aan de verbetering van de positie van de allerarmsten te besteden maar waarmaken. Het 'Trickle Down Effect', waar sommigen het over hebben, is niet meer dan een Trick. Er zal onderaan in de samenleving wat moeten veranderen en steun daarbij vanuit bijvoorbeeld Nederland is welkom.

Er bestaan mogelijkheden genoeg om de Indiase regering te steunen bij het uitvoeren van de bestaande goede wetten. Daarnaast is directe financiering van NGO's mogelijk."

Wat is jullie tijdens je bezoek aan Nederland het meest opgevallen?

"Uiteraard de goede wegen, de smalle rivieren en de hoge levensstandaard van de meeste mensen. Wat ons echter zeer verbaasde was die mensen die we langs de waterkant zagen zitten. Ons werd verteld dat ze voor hun hobby zaten te vissen, niet met het doel om de vis na vangst op te eten. Dat is voor ons een onbegrijpelijke zaak.
Verbazingwekkend was het aantal zwervers wat we in de steden zagen. Verder was het goed om in contact te komen met mensen die solidair zijn met wat wij doen in India, zodat er achter de brieven die we krijgen nu gezichten zitten."

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 16 juli 2008