|
|
Door de afschaffing van de slavernij in 1863 verlieten veel voormalige slaven de plantages. Suriname, kolonie van Nederland, ging op zoek naar nieuwe en vooral goedkope arbeidskrachten. Werken op de plantages heette voortaan geen slavernij meer, maar contractarbeid. Dat was meer dan alleen een naamsverandering. De contractarbeiders kregen loon voor hun werk. Maar misstanden en uitbuiting bleven voorkomen.
De contractarbeiders werkten voor een aantal jaren in loondienst op de plantages. Al voor de afschaffing van de slavernij kwamen Chinezen uit China en Java en Portugezen uit Madeira naar de plantages via wervingsbureaus. Maar door een tekort aan arbeidskrachten gingen de plantage-eigenaren op zoek naar nieuwe gebieden waar zij arbeiders konden werven. Brits-Indië bleek voor hen een goede optie: de Engelsen en Fransen vonden daar al geruime tijd contractarbeiders om de vooral Afrikaanse slaven in hun kolonies te vervangen.
Hindoestaanse immigranten kwamen vanaf 1868 uit het Engelse deel van West-Indië (onder andere Brits-Guyana) naar de Surinaamse plantages. Dat waren vooral Indiase immigranten die als contractarbeider naar Britse kolonies in West-Indië waren gekomen. Na afloop van hun contract voor West-Indië sloten zij nieuwe contracten om op de plantages in Suriname te gaan werken.
Op zoek naar een beter leven
In 1872 ondertekenden Engeland en Nederland een verdrag dat Nederland het recht gaf om in Brits-Indië arbeidskrachten voor Suriname te werven. Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname. Voor de 399 passagiers was bij vertrek uit Kolkata, destijds hoofdstad
van Brits-India, onduidelijk waar ze precies terecht zouden komen. Ze zetten voet aan wal bij Fort Nieuw Amsterdam, tegenwoordig de hoofdplaats van het district Commewijne.
De Indiase contractarbeiders waren vooral afkomstig uit de huidige deelstaten Uttar Pradesh en Bihar. Deze streken waren arm en dichtbevolkt, en de inwoners hadden weinig andere bestaansmogelijkheden dan landbouw. Dit maakte het voor de wervingsbureaus in Kolkata makkelijk om met de (valse) belofte van goede banen en lonen arbeiders aan te trekken, zelfs als zij daarvoor naar de andere kant van de wereld moesten reizen. Vanuit Varanasi, Allahabad, Basti en Muzzafarpur werden de contractarbeiders per trein vervoerd naar de haven van Kolkata. Van daaruit maakten zij de zeereis naar Suriname per zeil- of stoomschip. Al zeilend duurde de reis drie maanden, per stoomschip zes tot acht weken.
Weinig verbetering
Tussen 1873 en 1916 maakten ongeveer 35 duizend Hindoestanen de overtocht vanuit Brits-Indië naar Suriname. Het leven op de plantages was een zware tegenslag. In de hoop op betere leefomstandigheden hadden de contractarbeiders de armoede in India achter zich gelaten, maar de situatie op de plantages in Suriname was niet veel beter. De lonen waren zeer laag en de arbeiders werden daarom 'cent-slaven' genoemd. Veel immigranten keerden na afloop van
hun contract terug naar hun geboorteland. Maar vele anderen konden die terugreis niet betalen. Zij bleven. De onvrede over de leefomstandigheden op de plantages groeide. Opstanden konden niet uitblijven.
Gewelddadige opstanden
Een van de eerste opstanden van Hindoestaanse contractarbeiders tegen het plaatselijke gezag vond plaats in 1879 op de plantages Alliance en De Resolutie. In september 1884 was er verzet tegen een aantal gezagsfunctionarissen op de plantages Zoelen en Zorg en Hoop onder leiding van de vrijheidsstrijder Mathura. Aan dit verzet werd met militaire middelen een eind gemaakt. Maar aan de reden van de opstand, de klachten van de arbeiders over hun slechte leef- en arbeidsomstandigheden, werd niets gedaan. Er braken opnieuw opstanden uit. Honderd arbeiders kwamen voor hun rechten op met stokken en houwelen. Evenals bij eerdere opstanden openden militairen het vuur op de opstandelingen. Zeven arbeiders werden daarbij gedood. Niet alleen onder de contractarbeiders vielen slachtoffers tijdens de opstanden. Zo werd in 1902 op de plantage Mariënburg de Schotse directeur Mavoe gedood door tweehonderd razende arbeiders onder leiding van Jumpa Ray Garoo. Tijdens het gerechtelijk onderzoek kort daarop schoten militairen op de arbeiders. Er vielen zeventien doden en veel gewonden, van wie er later nog zeven overleden.
Mahatma Gandhi
De berichten over slechte leefomstandigheden en - volgens tegenstanders van contractarbeid - het de facto voortbestaan van de slavernij, bereikten uiteraard ook India zelf. Daar was al geruime tijd een onafhankelijkheidsstrijd gaande tegen de koloniale macht van de Britten. Die strijd werd steeds feller, en nam steeds grotere vormen aan. In 1916 zette de Britse regering de emigratie van contractarbeiders naar alle delen van de wereld stop, onder druk van de nationalistische beweging onder leiding van Mahatma Gandhi.
Ruim 25 duizend Hindoestanen bleven in Suriname. Zij gingen definitief deel uitmaken van de Nederlandse kolonie. Van de 300 duizend nakomelingen woont nu ongeveer de helft in Nederland.
Onafhankelijkheid Suriname
Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. Dat had grote consequenties voor de migratiestromen. Vele Surinamers maakten de overtocht naar Nederland.
Die grote aantallen immigranten zorgden voor problemen. Nederland was niet voorbereid op deze toestroom en er was aanvankelijk onvoldoende opvang en huisvesting. Dit leidde vanaf 1974 tot felle protesten van Surinaamse zijde. Een groot aantal Surinamers werd tijdelijk opgevangen, onder andere in kazernes. Met de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 wilde de Nederlandse regering meteen een einde maken aan het Nederlandse staatsburgerschap van Surinamers, om extra migratie te voorkomen. De Surinaamse regering ging hier niet mee akkoord.
Uiteindelijk werd een overgangsregeling van vijf jaar overeengekomen. Van 1975 tot 1980 bleef vrij verkeer van personen tussen Nederland en Suriname bestaan. Deze overgangsregeling leidde tot een grote stroom immigranten. Surinamers vreesden dat Nederland zijn deuren voorgoed voor hen zou sluiten. Zij hadden nu een definitieve keus te maken tussen Suriname en Nederland.
Hindoestanen in Nederland
|
Rechtstreekse emigratie van Indiërs naar Nederland vond vrijwel uitsluitend plaats na de Tweede Wereldoorlog. De reden van emigratie was vaak economisch, of hereniging met familie. De Non-resident Indians of NRI's vormen een diverse groep zonder een gemeenschappelijke vestigingsplaats zoals de Surinaamse Hindoestanen dat wel hebben. Velen van de ongeveer twintigduizend NRI's zijn goed geschoold. Maar door hun achterstand qua beheersing van de Nederlandse taal en het ontbreken van een directe historische band met Nederland, zoals bij de Hindoestanen, staan zij verder af van de Nederlandse samenleving dan de Hindoestanen. De twee migrantengroepen leven in Nederland veelal langs elkaar heen, maar begin jaren negentig van de vorige eeuw kwamen beide groepen toch nader tot elkaar. Samen zetten zij zich toen in om geld in te zamelen voor een standbeeld van Mahatma Gandhi aan de Churchilllaan in Amsterdam.
terug
|
MVO
| HOME Landelijke India Werkgroep
|
tijdschrift INDIA NU
|
Landelijke India Werkgroep - 20 oktober 2010