terug
Uit: India Nu 157 (sep-okt 2005)




Indiase film

Verbreding op het kruispunt
van oude en nieuwe waarden


Deze zomer vond de uitreiking van IIFA-awards (International Indian Film Academy) plaats in de Amsterdamse Arena. Bij die gelegenheid verscheen ook het boek Behind the Scenes of Hindi Cinema van Marijke de Vos en Johan Manschot. Lex Veldhoen interviewde De Vos en scenarist Javed Akhtar uit Bombay over huidige ontwikkelingen in de Indiase filmwereld.

Marijke de Vos: Een opvallende verandering met betrekking tot de Indiase Cinema is dat er meer eigenzinnige films verschijnen, mede door een groter verschil qua publiek. Je hebt de commerciële films voor stadsmensen en NRI's (Non-Residential Indians, die in Londen en Amerika leven) die inspelen op waarden en tradities die binnen de Indiase samenleving sterk heersen, zoals het respect tussen ouders en kinderen en in hoeverre je eigen keuzes mag maken - zoals zelf je bruid of bruidegom kiezen - nadat je afgestudeerd bent en zelfstandig in een verwesterde stad leven. Ze spelen ook in op het sentiment voor het moederland bij mensen die buiten India leven, wat er vele miljoenen zijn. Het zijn glamerous familiefilms als Kabhi Khushi Kabhie Gham en Kal Ho Naa Ho, die een gevoelige snaar raken bij stadsjongeren en NRI's.
Er zijn inmiddels ook heel wat eigenzinnige, commerciële films geproduceerd. Ragu Romeo bijvoorbeeld; met heel veel flair gemaakt, een humoristische persiflage over een arme sloeber die verliefd is op een filmactriceyuppie. Dit soort films spreekt veel mensen aan, maar zijn toch onafhankelijke producties, niet volgens de formule van commerciële films gemaakt. Zelfs Amitabh Bachchan speelt in zo'n film, Black, zonder liedjes of dans, en met als thema's een gehandicapt meisje en alzheimer. Daarin wordt geprobeerd zo'n gevoelig thema op een andere manier te behandelen. Daarnaast worden er nog steeds films gemaakt voor 'India', voor de mensen op het platteland, in de kleinere dorpen. Die gaan over wraak, eer, het land, het verleden, kolonialisme, de relatie met Pakistan en tussen hindoes en moslims; films in het verlengde van Mother India: 'We moeten het land opbouwen'. Daarin speelt de liefde voor India en het platteland een grote rol.
Jonge filmmakers proberen onder stereotiepen uit te komen en proberen al dan niet met gebruik van liedjes en dans film te maken over sociale onderwerpen, zoals het verschil tussen HIV en Aids; een groot probleem, want veel HIV-geïnfecteerden lopen met een stigma rond. Daar vallen films als Phir Milengue en My Brother Nikhil onder. Ze maken tevens films met persiflages op het fenomeen Bollywood, zoals Page3, die uit irritatie, maar ook met veel humor over die wereld is gemaakt.
Nieuw is ook dat er sinds kort erotische films en (psychologische) thrillers worden geproduceerd. Er is nu een publiek voor, ze krijgen aandacht en goede kritieken. Ik vind dat heel fascinerend. Er gebeurt veel meer dan tien jaar geleden. Ik denk dat het komt, omdat India snel verandert sinds de grenzen op economisch gebied in 1992 zijn opengegooid. Er wordt sindsdien veel meer gekeken naar wat buiten India speelt, ook doordat veel meer mensen in het buitenland zijn gaan wonen, die daar andere invloeden hebben ondergaan. De scripts zijn beter, de regisseurs werken veel efficiënter en de sterren zijn gedisciplineerder. Met als groot voorbeeld Amitabh Bachchan qua punctualiteit, vakmanschap en perfectie. Door zijn houding gingen mensen denken: 'Als hij het kan, moeten wij het ook kunnen.'
Regisseurs als Mani Ratnam hebben de politiek in de film gebracht, zoals in Roja, Dil Se, Bombay en Iruvar. Ratnam is veel realistischer films gaan maken, wel nog met zang en dans, maar ze handelen bijvoorbeeld over de rellen in Bombay en grensconflicten in Noordoost- en Noordwest-India.

Waarom zijn films uit Bombay - Bollywood - zo bekend geworden en films uit Chennai, Calcutta en bijvoorbeeld Kerala veel minder, terwijl daar misschien nog wel meer films geproduceerd worden?
Omdat de Hindi-films zich veelal afspelen in een stedelijke omgeving, rond problemen van de middenklasse. De makers hebben meer gekeken naar het Westen en er zit meer invloed in van het uit Perzië afkomstige Parsi-theater. De Hindi-film is bovendien van oudsher de hele wereld rondgegaan, zowel naar Arabische landen, Perzië, Irak, Egypte als naar Rusland, waar ze het enorm goed hebben gedaan. Inmiddels zie je ze ook meer in het Westen waar veel Noord-Indiërs wonen. De Zuid-Indiase cinema is veel meer regionaal gericht gebleven, hoewel hij wel populair is
<< Voor de Indiase film en de hele samenleving is het een ongewone tijd, waarin traditionele, feodale normen en waarden op de helling gaan. Tegelijkertijd bevindt het nieuwe waardensysteem zich nog in een stadium van ontwikkeling en acceptatie >>
in Sri Lanka en Indonesië. Zowel de muziek als de thema's gaan over het dorp, het platteland en kastenconflicten. Dat speelt in Zuid-India veel sterker dan in het noorden. Het kastensysteem heeft een enorm stempel op die samenleving gedrukt. In Tamil Nadu en Kerala speelt de film als politiek middel een belangrijke rol, om ideeën te verkondigen en een massabeweging op gang te krijgen, zoals gebeurde met de DMK, de partij die door Tamil Nadu's beroemdste ster, MGR, werd aangevoerd en gericht was tegen brahmaan, de machtigste kaste. Het showeffect speelt daar nog een grotere rol: sterren die heel bombastisch acteren. Vaak vormt de Mahabharata, de mythologie en het romantische paar nog het basisgegeven en goden worden heel realistisch uitgebeeld in kostuumdrama's. In de Hindi-films zijn die archetypen meer geabstraheerd, gewone mensen geworden. Kerala is door het communisme een apart eiland, waar nog steeds dagelijks demonstraties plaatsvinden. Daar is een heel kritische, westerse manier van filmmaken gegroeid, waarin kasten, man-vrouwverhoudingen en analfabetisme vaak filosofisch worden benaderd.

Welke rol speelt de film in plaatsen als Hyderabad, Bangalore en Calcutta?
Hyderabad en Bangalore liggen in het verlengde van de Zuid-Indiase film, waarbij Chennai als voorbeeld dient. Calcutta heeft een lange reputatie wat filmtalenten betreft. Mensen als Satyajit Ray, met een Oscar voor het hele oeuvre, Mrinal Sen, Aparna Sen en bijvoorbeeld Buddhadeb Das Gupta, die op het filmfestival van Venetië een leeuw won. Calcutta heeft ook belangrijke schrijvers gekend, zoals Tagore. Er worden meer boeken verfilmd en de films zijn over het algemeen veel psychologischer dan in Bombay. De filmers daar vinden Bollywood enorm commercieel en oppervlakkig; puur business en geld. Maar ook iemand als Aparna Sen gaat nu samenwerken met sterren uit Bombay.


Mr. & Mrs. Iyer: commercie met inhoud
Hoe moet je het begrip Art House film binnen deze context plaatsen?
Satyajit Ray begon in 1957 met Art House films, met eigen muziek, zonder liedjes of dans. Hij werkte niet met bekende sterren, maar met vrienden en bekenden. Hij produceerde realistische films, bijvoorbeeld over een jongetje dat opgroeit en alle drama's die zich er omheen afspelen. Hij kreeg enorm veel navolging van mensen als Aparna Sen. Ze filmden op een manier die voor ons in het westen veel herkenbaarder was, beïnvloed door vooral Franse en Italiaanse filmmakers, de Nouvel Vague. Ze hadden veel meer moeite hun films op grotere schaal vertoond te krijgen. Er is altijd wel belangstelling voor geweest, maar bij een kleine groep, de intelligentsia. Hun films worden vooral vertoond in filmhuizen in Calcutta, Bombay en Trivandrum. Tussen de commerciële en zogenaamde Art House filmmakers heerst altijd spanning. In Bombay wordt Satyajit Ray graag aangehaald als iemand die ten koste van armen wereldberoemd werd. Een ander argument is: 'Zij zeggen dat ze films maken die ertoe doen, maar de mensen komen naar onze films. Wij geven hen drie uur lang vermaak, zodat ze hun zorgen kunnen vergeten.'
De goede Art House filmers - met visie en gevoel voor beeld - maken prachtige films. Helaas denken vele anderen dat ze er ook wel één kunnen maken: "Als het maar over kastenproblemen en weduwen gaat, krijgen we geld van de overheid uit filmfondsen." Ik heb de meest dramatisch slechte films gezien. Het werd helemaal uitgehold en het publiek nam af voor die New Indian Cinema, ook wel Parallel Cinema genoemd. Nu zitje dat steeds meer mensen films willen maken met inhoud, zoals Kalpana Lajmi en Mani Ratnam uit het zuiden al in de jaren negentig deden. In het verlengde daarvan worden nu films met inhoud geproduceerd, die wel iets commerciëler zijn. Zelfs een film als Mr. & Mrs. Iyer zou je daar onder kunnen scharen: je gebruikt een of twee sterren, richt je op een wat groter publiek, maar probeert wel iets verder te gaan.

Is het acteren realistischer geworden, iets minder overacting? Zit daar een ontwikkeling in?
In sommige gevallen wordt er natuurlijker gespeeld. Maar het stamt uit de traditie dat films voor iedereen te begrijpen moesten zijn en uit het Parsi straattheater, met grote gebaren en veel dramatiek, net als in een Westerse opera, met eenduidige, archetypische emoties; bloed hoeft niet echt bloed te lijken en bij vechten stompen en slaan ze langs elkaar heen. Ook liedjes en droomverbeeldingen passen daar goed in. Bij de film Black van Amitabh Bachchan - dat verder bijna een Europese film zou kunnen zijn - zie je ook dat grote gebaar en het drama.

Wat is de positie van moslims in de filmindustrie?
Er werkt een groot aantal moslims, maar het worden uiteindelijk toch hindoe-films en veel moslimacteurs spelen hindoes. Andersom speelt iemand als Bachchan soms moslimrollen. Er zijn weinig moslimregisseurs - zoals Kalif Mohammed - die de moslimwereld centraal stellen. Ook Said Mirza heeft films gemaakt over de moslimwereld, zoals Nasseem, maar dat zijn uitzonderingen.

Is er sprake van een wisselwerking tussen de IT- en de filmindustrie?
Er worden nu iets meer animatiefilms gemaakt. Daar is men erg in geïnteresseerd en dat zal zich wel verder ontwikkelen. En je krijgt dat acteurs via computeranimatie tegen muren kunnen lopen. Maar nog niet zo sterk als in Chinese films. In die stadfilms over families werken mensen in moderne sectoren, zoals de IT-industrie. In die zin werkt het wel door.


Bollywood in Amsterdam: de Amsterdamse wethouder van Economische Zaken, Laetitia Griffith overhandigde in juni het eerste exemplaar van Behind the Scenes of Hindi Cinema aan Amitabh Bachchan (foto: KIT)
Wat is volgens jou de sterke kant van de Indiase film?
Dat zijn toch die films rond het familiegebeuren met discussies over hele menselijke zaken als de dood, eerbied, respect, goed en kwaad. Amerikaanse films gaan soms ook over vriendschap, maar daarnaast worden veel science fiction-, misdaad-, Robocop- en andere films geproduceerd. In India gaat het meer over mensen, heel begrijpelijk, dichtbij huis. Fascinerend is ook de spiritualiteit, die ingebed is in alles, zoals respect voor de goden. Sommige dingen zijn groter dan jezelf, je hoeft alles niet zelf op te lossen en dat wordt geaccepteerd. Het geeft openheid en hoop. Dat spreekt me erg aan, terwijl ik op zich niet pleit voor religie. Dat maakt het ook essentieel anders dan in het westen.

Javed Akhtar, scenarist, die voor veel belangrijke Bombay-producties het script heeft geschreven en deze zomer voor de IIFA-Award uitreiking in Nederland was:
Volgens mij is de Indiase film momenteel op een cruciaal punt aangeland, waarbij meerdere wegen worden ingeslagen. Ook voor de hele Indiase samenleving op zich is het een ongewone tijd, waarin traditionele, feodale normen en waarden op de helling gaan. Tegelijkertijd bevindt het nieuwe waardensysteem zich nog in een stadium van ontwikkeling en acceptatie. We ontberen een collectief idee over normen en waarden en een gemeenschappelijk streven. Dat zie je ook terug bij de film. We gooien de traditionele film overboord, maar mainstream-filmers hebben behoefte aan duidelijke normen en waarden. Tegelijkertijd biedt dit vrijheid en nieuwe mogelijkheden. Daardoor zijn jonge filmers zoekende en zwermen ze uit in allerlei richtingen. Er is verwarring en dat is te zien in hun werk. Door de nieuwe moraliteit en aspiraties ontstaan er nieuwe genres. Het zal nog wat tijd vergen voordat het uitgekristalliseerd is.

Waar leidt dit uiteindelijk toe, denkt u?
Ik merk vooral dat de cinema zich momenteel verwijderd van sociale thema's, want daarin moet je een duidelijk standpunt innemen. Het leven was simpel toen men nog geloofde in socialistische idealen. Mensen zijn ambitieuzer geworden en minder bereid zich in te zetten voor een horizontaal gerichte maatschappij. In een situatie, waarin sociale onderwerpen op de achtergrond raken, komen andere thema's op de voorgrond, zoals misdaad, avontuur, de onderwereld, romantiek en bovennatuurlijke zaken en er wordt teruggevallen op traditionele familiewaarden, maar dan in een moderne setting.

Ziet u meer invloed van het Westen op de Indiase cinema, mede door de globalisering?
Niet direct. Sommige filmers proberen het te integreren, maar om succesvol te zijn, moeten films geworteld zijn in de Indiase voedingsbodem. We nemen wel invloeden over, maar alleen als het in ons culturele patroon past, ons voordeel oplevert en onze eigen keuze is. We hebben hier ook vee] Chinese restaurants, maar de gerechten zijn aangepast aan onze smaak.

Is er een groot verschil in de richting waarin films uit Bombay en bijvoorbeeld Tamil Nadu zich ontwikkelen?
De mainstream-cinema ontwikkelt zich overal ter wereld in eenzelfde richting. Zo ook de Bombay-films. De meer regionaal gerichte filmindustrieën genieten in dit opzicht voordelen: zij kunnen zich richten op regionaal gewortelde issues, omdat hun films alleen in een bepaald gebied worden vertoond, in de eigen taal. Ze zijn realistischer en geloofwaardiger, terwijl de mainstream Hindi-films over het hele land verspreid draaien, met achttien verschillende officiële talen plus dialecten en subculturen. Je moet je dan met iedere etnische groep identificeren, die weten te boeien en tevreden te stellen. Wat dat betreft verkeert de Hindi-cinema in een soort cultureel vacuüm.

Wat was en is de positie van Art House-films in India?
Ze speelden een veel actievere rol in de jaren zeventig. Het is ironisch dat de opkomst van video en televisie vooral schade heeft berokkend aan Art House-films. Door de geweldige economische groei is er vooral in stedelijk India in de afgelopen tien, vijftien jaar een nieuwe middenklasse ontstaan, bijna zeventig miijoen beter opgeleide mensen. Zij hebben wensen die aanvankelijk niet parallel liepen met wat de Art House-films te bieden hadden. Maar ik denk dat die terugslag tijdelijk is. De jongere generatie is er al meer in geïnteresseerd.

Zal de traditionele opbouw van Indiase films, bijvoorbeeld qua zang- en dansintermezzo's, verdwijnen?
Ja en nee. Ik denk dat zang en dans in de mainstream-films hun plek blijven behouden. Het is een traditie die tot 300.000 jaar teruggaat, naar allerlei vormen van volkstheater. Het is de manier waarop Indiërs hun verhalen vertolken. Waarom zouden ze dat opgeven? Tegelijkertijd komen er wel meer films zonder zang en dans.

In Indiase film zie je veel overacting. Blijft dat bestaan?
Ik denk het wel. Het is unfair te zeggen dat het geen bestaansrecht heeft, net zomin als dat je Kabuki-theater wilt veranderen, omdat de bewegingen niet realistisch zijn. Het heeft zijn eigen dramavorm en eigen normen. Als je daar eenmaal openstaat, het oppakt, valt alles op zijn plaats.

Lex Veldhoen

Behind the Scenes of Hindi Cinema, a visual journey through the heart of Bollywood,
Johan Manschot en Marijke de Vos, KIT Publishers, ISBN 9068321862, adviesprijs € 35,-



terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 25 november 2013