terug
Uit: India Nu 73 (jul-aug 1991)


De 'Icha Khariar' Beweging

levert strijd tegen de bouw van stuwdammen in Bihar



Eén van de grote irrigatieprojecten in India, die door de Wereldbank wordt gefinancierd, is het Suvernarekha Irrigatie Project in Singhbhum district in Bihar. Het project omvat de bouw van twee grote dammen in de Suvernarekha rivier, waardoor 180 dorpen onder water zullen verdwijnen. Vanaf het prille begin heeft de tribale bevolking zich tegen de plannen verzet. Onlangs heeft de beweging tegen de dammen een nieuw hoogtepunt bereikt, met acties waaraan duizenden dorpelingen meededen. De reactie van de autoriteiten van Bihar was hard: 700 mensen, meest vrouweb en kinderen, werden gearresteerd. XXX, stafmedewerkster van het Humanistisch Instituut Voor Ontwikkelingssamenwerking (HIVOS), was in India en sprak met de actievoerders.
Op haar vraag wat wij in Nederland zouden kunnen doen, kreeg ze van hen te horen: "We willen jullie steun, maar geen geld. Geld kan namelijk heel gemakkelijk aanzetten tot corruptie. Zorg er vooral voor dat onze actie bekend wordt."

Srimati, Nirmal en Sinimai zijn drie jonge vrouwen uit het dorp Barkundia, dat - als de plannen doorgaan - binnen twee jaar onder water zal staan. Als het aan hen ligt zal het zo ver niet komen. Alle drie zijn ze vastbesloten om hun actie voort te zetten tot de bouw van de dam definitief is stopgezet.
"We hebben niets te verliezen. Wij hebben hier onze familie, onze kinderen, onze huizen en ons land. Waar moeten we heen? Als je de krotten in Jamshedpur ziet, in de grote stad, weet je hoe het gaat als je niets meer hebt". We zitten op een gevlochten bed voor het huisje van de organisatie 'Beweging voor de Bevrijding van de Ontheemden (Visthapit Mukti Vahini)'. Het is namiddag en stil, de zon is verzadigd, er is niet veel geluid behalve als af en toe een kudde verdwaasde traag kauwende koeien langs schuifelt. Een vrouw takelt water uit de put en de emmer schraapt tegen de wand. Een paar terugkerende landarbeiders strijken neer bij de buurvrouw die rijstwijn verkoopt. Voor het huisje van de organisatie is inmiddels een oploopje ontstaan, jongens, meisjes en ouderen, die hun verhaal graag kwijt willen. Juist de rust die hier heerst maakt het bijna onvoorstelbaar dat dit dorp binnenkort onder water zal staan. Stilte voor de storm.


Wat speelt er?

De Suvernarekha, de 'gouden rivier', stroomt door het Singhbhum district op het Chota Nagpur plateau (een mijngebied in Bihar) en voedt het land van verschillende stammen: de Santhali, de Ho, de Bhumij, de Gond, de Munda en anderen. Deze tribalen zijn de oorspronkelijke bewoners van het gebied. Singhbhum is het 'hart' van Jarkhand (letterlijk het 'Land van de Bossen'). Jarkhand is voor veel tribalen het 'Beloofde Land' van de politieke beweging voor relatieve autonomie voor tribalen.
Halverwege de jaren zeventig werd de bevolking van Singhbhum opgeschrikt door berichten dat de Suvernarekha getemd zou worden. Een plan was ontworpen om twee dammen in de rivier aan te leggen: één in de Chandil (in de Suvernarekha zelf met een reservoircapaciteit van 1.963 mln. m3) en één in de Icha (in de Kharkai rivier, van 1.043 mln. m3). Beide dammen zouden verbonden worden met een uitgebreid irrigatiesysteem. Het argument voor de bouw van de dammen is gebrek aan irrigatiewater. Volgens de staf van de Wereldbank is waterschaarste de belangrijkste belemmering voor agro-economische groei, vooral in het Bihar-gedeelte van het projectgebied. Uitvoering van het Suvernarekha irrigatiesysteem zou dat tekort verhelpen en groei mogelijk maken.
Het prestigieuze project, officieel Suvernarekha Multipurpose Project (SMP) geheten, is een joint venture van de overheden van Bihar, Orissa en West-Bengalen en het beslaat in totaal een gebied van bijna 200.000 ha. De kosten van de dammen werden aanvankelijk geraamd op 129 crore rupees (1.290 mln. rupees) maar zijn inmiddels opgelopen tot 1005 crore rupees (ruim 10 miljard rupees).
Voor de dorpen in de wijde omgeving van de dammen is het project desastreus. Honderdtachtig daarvan zullen onder water komen te staan. Vijfenveertigduizend hectare vruchtbaar land zal verdwijnen, waaronder 10.000 hectare bosgrond waarvan de meeste tribalen voor hun bestaan afhankelijk zijn. In totaal 150.000 mensen, vooral van de Santhal en de Kol stam, zullen ontheemd worden en het land van hun voorouders kwijtraken waar ze 'als met een navelstreng' mee verbonden zijn.


Beweging opgericht

Zodra de plannen rond de Suvernarekha-dam bekend werden ontstond er een protestbeweging. Vanaf 1978 zijn er demonstraties, handtekeningencampagnes, rally's en padayatra's (voettochten) georganiseerd. De reactie van de lokale autoriteiten was meestal hard: het verzet werd de kop ingedrukt en de prijs was hoog. Op 30 april 1978 werden actieleider Ghanshyam Mahto en 7 dorpelingen door gericht politievuur op een vreedzame groep hongerstakers gedood. Honderden mensen werden gearresteerd. Dat was de aanleiding tot de oprichting, ook in 1978, van de Vishtapit Mukti Vahini, de Bevrijdingsbeweging voor de Ontheemden. In 1987 waren er massale betogingen, en in november van dat jaar werd de Jarkhand-leider Nirmal Mahto door de politie gedood, volgens de actievoerders omdat hij zich had aangesloten bij de anti-Chandil-dam beweging.
Nog sterker was de beweging tegen de Icha Kharkai-dam. Eén van de leiders hier was de populaire Ganga Ram Kalundia, een ex-militair, ooit onderscheiden vanwege zijn aandeel in de oorlog tegen China. Op 3 april 1982 leidde hij een vreedzame demonstratie. De dag daarop werd Ganga Ram op brute wijze gedood door de politie. De bouw van de dam werd vervolgens een aantal jaren stilgelegd. De beweging stond op een laag pitje. Maar toen in 1987 de bouw werd hervat, laaide het verzet weer op, met telkens andere acties. Op 8 september 1987 trok een groep tribalen in een padayatra naar Jamshedpur. Begin december had een grote demonstratie plaats in het dorp Kokcho, waarbij de dorpelingen besloten hun geweldloze verzet voort te zetten. Bijna 50 bijeenkomsten werden in verschillende dorpen georganiseerd. Op 3 en 4 april vinden voortaan jaarlijks herdenkingen van de moord op Ganga Ram plaats. In juni 1988 hielden vrouwen een fakkelprocessie. In juli 1988 trokken dorpelingen naar Chaibasa om te protesteren tegen politiegeweld. En in juni 1989 werden 15 demonstranten gearresteerd tijdens een vreedzame demonstratie.
Veel lokale acties dus. Ondertussen werden er steeds meer contacten gelegd met verzetsbewegingen tegen dammen en irrigatieprojekten elders in het land. Tevens werd het langzamerhand van een lokale actie een nationale. Nationale bijeenkomsten, zoals die in 1988 in Anandwan en in Chaibassa, droegen daaraan bij. Doel van dat soort bijeenkomsten was uitdrukkelijk om de kwestie van de dammen onder de aandacht te brengen, maar tevens de ervaringen van verschillende bewegingen te bundelen en tot gemeenschappelijke actie te komen.


Steun, maar geen geld

Shenkar Sundi vergezelt me naar de dam in aanbouw. Sinds de dood van Ganga Ram, in 1982, geldt hij (als neef van Ganga Ram) als de leider van de Icha Kharkai-beweging. Sundi is een rustige, bedachtzame man, die duidelijk niet over één nacht ijs gaat.
"Hier is 3 april een grote demonstratie gepland. De dorpelingen zullen massaal naar de rivier gaan en niet weg gaan voordat de bouw van de dam gestopt wordt." Van de dam gaan we naar Barkundia: hemelsbreed niet ver, maar over een (voor een motor begaanbare) weg een paar uur rijden. We passeren tientallen dorpen, vrouwen die op het land werken, die met takken en met water sjouwen, kleine huisjes, grazende koeien en ik probeer me met de grootst mogelijke moeite voor te stellen hoe het er hier uitziet als al deze dorpen inderdaad binnenkort onder water staan. Het lukt me niet.
In Barkundia worden we geïnformeerd over de actieplannen. Srimati, Nirmal en Sinimai: "In Barkundia staat iedereen achter de campagne. Mannen en vrouwen. Maar het zijn de vrouwen die de campagne dragen. Aan de acties doen vooral vrouwen mee." Waarom vooral vrouwen? "Omdat de vrouwen het meest getroffen gaan worden." Een paar omstanders geven instemmend commentaar. Het wordt voor me vertaald. Een oude man: "De mannen kunnen overal heen. Zij kunnen vergoeding voor hun land krijgen en elders werk gaan zoeken. Maar de vrouwen moeten voor de kinderen zien te zorgen. Die hebben een huis nodig. Waar moeten die heen?"
Eén van de vrouwen: "Het districtshoofd gaat vergoedingen uitkeren voor het land. Mannen en vrouwen zouden een vergoeding krijgen. Maar als er een man in het huishouden is, krijgt de man het". Er zijn drie soorten vergoedingen: voor eerste-klas grond krijg je 25.000 rupees per acre (= eenderde hectare), voor tweede-klas Rs. 17.000,- en voor derde-klas grond 10.000 tot 11.000.
"Het probleem is, dat je daar geen nieuw land voor kunt kopen, want er is geen land te koop. En de mannen ... in een buurdorp hebben ze al vergoedingen uitgekeerd. Sommige mannen hebben het geaccepteerd. En wat denk je dat er gebeurt? Ze zijn niet gewend aan zoveel geld. Dus ze maken het op. Een radio. Een fiets. Rijstwijn. Dan is het zo op. En dan heb je niets meer".
"Ze bezwijken voor de grote hoeveelheid geld", zegt een oude man. "Maar ze kennen de waarde ervan niet. Hun land is veel waardevoller. De autoriteiten proberen de vergoedingen één voor één aan te bieden, om de beweging te splitsen. Dat doodt de beweging. Wij zullen proberen te belemmeren dat iemand de vergoeding accepteert".
"We gaan door met de actie tot het einde", zegt een andere oude man. "We zijn klaar om te vechten", zegt de tien jaar oude Kandey, beslist. Surender en Dobro, ongeveer even oud, herhalen het. "We zijn klaar om te vechten".
"En wat jullie kunnen doen? We willen jullie steun. Maar geen geld. Geld kan mensen makkelijk corrupt maken. Maar als jullie bekendheid willen geven aan onze actie...."


De rivier is ons leven

Sunanda en Ravi Kumar, vertegenwoordigers van de in het getroffen gebied werkzame organisatie AID (Alternative for India Development) houden mij, sinds mijn terugkeer in Nederland, op de hoogte. Half maart zijn inwoners uit alle getroffen dorpen naar hun plaatselijke autoriteiten gestapt om stopzetting van de bouw te eisen. In de dorpen organiseerden ze culturele activiteiten om de andere dorpelingen te motiveren mee te doen. Vervolgens zijn ze in groepjes naar de bouwplaatsen getrokken, om alle arbeiders - de bulldozerbestuurders, de koelies en de chauffeurs - aan te spreken. "Wij hebben te lijden van jullie werk. Dat berooft ons van onze dorpen. We willen jullie steun. Jullie kunnen ons helpen door te gaan staken!" Het gevolg was dat er een wilde staking uitbrak. De aannemers dreigden de arbeiders met ontslag. De staking breidde zich uit tot een algemene van alle aan het project werkende bouwarbeiders.
De overheid, die er belang bij heeft het werk voor de regentijd af te hebben, zorgde voor nieuwe arbeiders. Op 3 april vormden 7000 dorpelingen een menselijke keten langs de rand van de rivier. Ze riepen leuzen als "Wij beschermen de rivier, de rivier is ons leven".
De district collector (een lokaal overheidsambtenaar), verantwoordelijk voor de voortgang van het werk, gaf de politie opdracht de bouwplaatsen te beschermen en stakende arbeiders te arresteren. Vrouwen uit de dorpen begonnen werktuigen zoals manden en schoppen te stelen tot zelfs de sleutels van de trucks. Op 8 april arresteerde de politie 120 activisten, vrijwel allemaal vrouwen en kinderen - waaronder kinderen van acht tot tien jaar. De vrouwen en kinderen werden in vrachtauto's geladen en veertig kilometer verderop in de jungle vrijgelaten. Dan reden de vrachtauto's terug om de volgende groep op te pakken. Zo werden er in vier tot vijf dagen honderden activisten gearresteerd. Tweehonderd activisten kwamen in de gevangenis: in Chaibasa, of in Hazaribage, driehonderd kilometer verderop.
De actievoerders protesteerden bij de district collector maar die weigerde de arrestanten vrij te laten, tenzij de actievoerders met een verklaring kwamen dat ze de actie zouden staken. Daar gingen zij niet op in, hun eis bleef: 'onvoorwaardelijke vrijlating'.
In aangrenzende districten zijn demonstraties georganiseerd en een aantal NGO's vrijwilligers-organisaties), die elders met "de dammenproblematiek" te maken hebben, staken de koppen bij elkaar. Omdat de verkiezingscampagne in volle gang was zetten de actievoerders de politieke partijen onder druk om een standpunt in het "Suvernarekha-conflict" in te nemen. Omgekeerd probeerden de politieke partijen de actieleiders over te halen zich kandidaat te stellen voor hun partij - één van de tribale leiders werd benaderd door Janata Dal, en ook Chandra Shekhar zocht contact met de actieleiders. Maar geen van de actievoerders ging op de avances in.


Perspectieven

Alles bij elkaar zijn in april ruim 700 activisten gearresteerd, waarvan er vervolgens een kleine 500 weer zijn vrijgelaten. Driekwart van hen zijn vrouwen en kinderen. Op dit moment zitten er nog ongeveer 250 actievoerders vast. Hoeveel het er precies zijn valt niet te zeggen: van een aantal actievoerders is niets meer vernomen sinds hun arrestatie; niet duidelijk is naar welke gevangenis ze zijn gebracht en of ze inmiddels vrij zijn. Tientallen rechtszaken tegen individuele actievoerders zijn gaande. Ze worden gesteund door een aantal sympathiserende advocaten die de verdediging op zich hebben genomen. Op 13 mei organiseerden basis-actiegroepen, mensenrechtengroepen en andere organisaties afkomstig uit het hele land gezamenlijk een grote demonstratie en meeting in Chaibasa, in het Woordpatroon district. Hieraan deden 700 mensen mee. Ze protesteerden tegen het gevangen houden van honderden tribale actievoerders, waaronder de tribale leider Kumar Mardi. Ze trokken langs de gevangenis en hieven leuzen aan, die door de gevangenen beantwoord werden.
De autoriteiten weigerden niet alleen de actievoerders te woord te staan, maar ze namen ook de vervoermiddelen waarmee de demonstranten waren gekomen in beslag. De meesten moesten daardoor lange afstanden teruglopen in de brandende zon.
De gevolgen voor de lokale bevolking is niet de enige reden om voor stopzetting van de bouw te pleiten.
Uiteindelijk gaat het om veel omvattender thema's: het ecologisch evenwicht in de regio, de overleving van de adivasi en van alle gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, de strijd voor een duurzame en een ook voor de armsten leefbare ontwikkeling.
De Suvernarekha-dam protestbeweging is opzienbarend vanwege de massaliteit van het verzet en de vasthoudendheid onder de actievoerders. Wat zijn de lange termijn perspectieven? De dorpelingen hebben een lange adem ("Wij hebben niets te verliezen"), maar de overheid heeft samen met de rijkere boeren, de aannemers en de Wereldbank grote belangen op het spel staan en heeft zich niet wars van geweld getoond.
De actievoerders zien in dat de acties versterking nodig hebben. Eén van de plannen is om een uitvoerige studie te laten verrichten naar zowel de ecologische als de sociale effecten van het project. Met een dergelijke studie zouden de Indiase autoriteiten en de Wereldbank wellicht voor meer rede vatbaar zijn. Belangrijk is het verstevigen van netwerken met andere bewegingen en organisaties.
Maar de drijvende kracht achter de Suvernarekha-actie zijn de dorpelingen zelf.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 juli 2008