terug
Uit: India Nieuwsbrief 48 (mei-jun 1987)



Film Genesis

Een parabel van Mrinal Sen



Genesis, de nieuwste film van de Indiase regisseur Mrinal Sen, scoorde hoog op het Rotterdamse filmfestival dit jaar. Het publiek was zeer enthousiast, en de film kreeg in de meeste kranten en filmbladen goede kritieken. Opmerkelijk voor een Indiase film, want ondanks het feit dat India met meer dan negenhonderd films per jaar de grootste filmproduktie ter wereld heeft, zijn de films voor het overgrote deel van een zeer povere kwaliteit. Toch scharen zich elke dag dertien miljoen IndiŽrs in lange rijen voor de kassa's van de droompaleisjes.


Mrinal Sen heeft een duidelijke mening over het gemiddelde Indiase filmprodukt: "Meer dan negentig procent is rommel, die cinematografisch niets voorstelt. Die films hebben ook niets met de realiteit van doen. Het middenklasse publiek dat er naar kijkt, vindt mijn films te stil en te ernstig." In het begin van zijn karriŤre sterk beÔnvloed door het neo-realisme van de Italiaanse cinema, ziet Sen het bijna als een roeping om de situatie van gewone mensen in India zo reŽel mogelijk weer te geven. Hij doet dat door sociale problemen als armoede, burokratie en uitbuiting, in zijn films aan de orde te stellen, een totaal andere formule dan die waarmee de meeste Indiase regisseurs werken.
Die lijken vooral van het vooroordeel uit te gaan dat het publiek behalve over weinig scholing ook over weinig verstand beschikt. Ze gaan daarom uit van simpele, Dallas-en-Dynastie-achtige verhaaltjes, opgesmukt met veel franje en liedjes. "De filmster is de verbeelding van de wensdromen van de mensen. Een filmster is wat mensen willen zijn, maar niet zijn. Als je het tegendeel neemt van alles wat Indiase filmsterren uitbeelden, dan heb je een exact idee van de Indiase gewone man of vrouw", aldus Firoze Rangoonwallah in 'A pictural History of Indian cinema'.
De films van Mrinal Sen trekken in dit licht gezien begrijpelijkerwijs weinig aandacht in eigen land. Vaak moeten ze al na twee, drie dagen van het programma genomen worden omdat ze blijkbaar niet voldoen aan het verwachtingspatroon van de Indiase filmkijker, die hunkert naar entertainment en kleurig amusement. Sen dwingt de mensen hun eigen realiteit onder ogen te zien. Hij analyseert de tekortkomingen en feilen van zijn land, die hij ondubbelzinnig en zeker niet objectief presenteert. Steeds weer kiest hij voor de optiek van de armen en onderdrukten. Hij probeert ze hoop te geven door in al zijn films te suggereren dat er (politieke) oplossingen voor de problemen mogelijk zijn. De mens zit niet verankerd in zijn situatie, hij kan er verandering in brengen. Een optiek die in de onderste laag van de Indiase samenleving nog steeds enigszins vreemd is.


    Intiem verhaal

De laatste jaren neemt Sen steeds meer afstand van de barrikaden, en kiest hij voor intiemere verhalen. "Een sociaal voelende film kan, net als sociaal voelende literatuur, een bepaald klimaat helpen scheppen. Persoonlijke geschiedenissen zijn niet los te zien van de grote problemen".
Met Genesis gaat hij nog een stap verder: hij presenteert de film als een parabel van de menselijke geschiedenis, waarin hij middels een beperkt aantal personages (vier om precies te zijn) de lotsgang van de mensheid probeert te verbeelden. Het verhaal van de film is zeer eenvoudig: twee mannen, een boer en een wever, onttrekken zich aan hun maatschappelijke rollen en bouwen in een verlaten ruÔnedorp een nieuw bestaan op. Ze zijn gelukkig, want ze denken ontsnapt te zijn aan het juk van dwang en verplichtingen, en daarom vrij te zijn. Ze leiden echter een zeer karig bestaan, en de handelaar die regelmatig op zijn kameel langskomt, moet hen, voorzien van het eten dat de boer niet in staat is te verbouwen, in ruil voor kleden die de wever maakt.
De mannen leiden een harmonieus bestaan totdat er een vrouw in het dorp verschijnt. Ze nemen haar op, en een nieuw evenwicht lijkt te ontstaan.

"Dat is echter schijn. De vrouw wijst hen op hun afhankelijkheid t.o.v. de handelaar. Bovendien strijden de mannen een stille strijd om het (lichamelijke) bezit van de vrouw. Als die uiteindelijk zwanger blijkt te zijn, ontaardt hun tweespalt in openlijke fysieke strijd op leven en dood. De vrouw vertrekt, de handelaar neemt het heft in handen.
In samenwerking met een Westeuropees produktieteam heeft Sen de parabel in prachtige, indringende beelden proberen te vangen. Dat is hem gelukt, al wordt het effect van die beelden in de loop van de film steeds kleiner, door gewenning en bij gebrek aan kontrast met "gewone" beelden van de Indiase wereld om de hoofdpersonen heen. De film gaat volgens Sen echter zeker niet (alleen) over India, maar heeft een universeel karakter. De film zou overal kunnen spelen, en Sen probeert dan ook slechts om overal voorkomende situaties uit te beelden: de opbouw en afbraak van menselijke relaties, van zeer dichtbij belicht.
De cirkelgang die in het Indiase denken dikwijls verweven zit, probeert hij in zijn film te doorbreken. "De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op dezelfde manier. Het gaat in een voorwaartse richting. Dat in deze film aan het eind de machines de mikro-kosmos [van de hoofdpersonen - auteur] vernietigen, betekent niet het einde. De twee mannen herenigen zich, zodra ze deze bedreiging zien. Dat is het begin van een nieuwe beschaving, waarin het verzet meer georganiseerd zal zijn."

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 22 februari 2010