terug
Uit: India Nieuwsbrief 65 (mrt-apr 1990)


Filmrecensie

Ganashatru, Ray's nieuwste



Satyajit Ray op de set van Ganashatru

Satyajit Ray behoort tot een van de belangrijkste filmregisseurs uit de tweede helft van deze eeuw. Hij werd in 1922 geboren in Calcutta uit een gegoede familie van geleerden, musici en schrijvers. Zijn grootvader experimenteerde met fotografie en startte een pioniersdrukkerij. Zijn vader was een bekend schrijver van fictie. Ray groeide op in een omgeving, waarin zowel de Indiase cultuur als Westerse invloeden sterk vertegenwoordigd waren.

Voor zijn Bachelor's Degree of Arts ging Ray naar de universiteit 'Shantinikatan', gesticht door Rabindranath Tagore met het doel de Indiase cultuur te behouden. Na twee jaar verliet hij 'Shantinikatan', ervan overtuigd dat hij nooit een goed schilder zou worden. Vervolgens werkte Ray gedurende 13 jaar als illustrator voor een Brits reclamebureau. Voor dit bedrijf maakte hij in 1950 een reis naar Londen. Daar kwam hij sterk onder de indruk van de neo-realistische film, waarin veel op locatie en met amateurs gewerkt wordt. Terug in Calcutta gaf hij enkele jaren later zijn baan op en begon met vrienden, net als hij zonder ervaring met film, aan de verfilming van de klassieke Bengaalse roman Pather Panchali (1956) ("Het lied van het kleine weggetje"), over het leven van een arme brahmanenfamilie op het platteland buiten Calcutta. In hetzelfde jaar werd de film op het festival van Cannes bekroond met de prijs voor het beste 'menselijk document'. Ray was toen 36 jaar oud en verwierf met z'n eerste verfilming meteen internationale bekendheid.


    Middenklasse

Vanaf zijn debuut in 1956 heeft Ray zowat elk jaar een nieuwe film gemaakt. Op Pather Panchali volgde een tweede en derde deel over het leven van de brahminfamilie. Het laatste deel uit deze klassieke trilogie ,"Het leven van Apu", werd een groot kassucces in India. Op het filmfestival in Wenen (1959) werd de film onderscheiden met de Golden Lion Award. Ray versloeg er concurrenten met grote naam mee, zoals Visconti. Hoewel hij verschillende aanbiedingen kreeg om in Europa en zelfs in Hollywood te filmen, koos hij ervoor in Calcutta te blijven werken onder omstandigheden, waar de meeste westerse filmregisseurs nachtmerries van zouden krijgen: bouwvallige studio's waar het lawaai van scooters en ander straatverkeer onbeschaamd binnendringt.
Ray's werkwijze is uniek: hij hanteert niet alleen regelmatig zelf de camera, hij componeert ook de muziek voor de film, ontwerpt de kleding en doet eigenhandig de inkopen van de stoffen. Al zijn films concentreren zich op individuen die tot de middenklasse behoren en waarvan het leven zich afspeelt tegen de achtergrond van veranderende sociale en politieke omstandigheden. In The Adversary (1970) staan de persoonlijke relaties van een jonge man in Calcutta centraal tegen de achtergrond van de studentenrellen, de gewelddadigheden in de stad, de opstand van de Naxalieten en de afkondiging van de noodtoestand. The Big City gaat over een vrouw uit de middenklasse die de gewoontes en tradities van haar milieu aan haar laars lapt, een baan neemt en moet opboksen tegen de weerstand die ze daarbij ontmoet in haar directe omgeving. De film Deliverance, in 1981 gemaakt in opdracht van de Indiase televisie, speelt op het platteland en handelt over het probleem van de 'onaanraakbaarheid'; een kasteloze sterft van pure uitputting op het landgoed van de brahmaan voor wie hij zich letterlijk dood heeft gewerkt. De brahmaan moet het lijk vr zonsondergang van zijn grond verwijderd hebben. Zijn kaste verbiedt hem echter het 'onreine' lichaam aan te raken. Met takken weet hij uiteindelijk de dode aan een touw te binden en door het slijk te trekken naar neutraal terrein in de hoop daarmee elke verdenking op zijn persoon te ontwijken. De armen in de dorpsgemeenschap willen het er echter niet bij laten zitten en klagen de brahmaan aan. De film veroorzaakte een schok en verontwaardiging in heel India.


    Ganashatru

Ray werd door een hartaanval in 1984 gedwongen het rustiger aan te gaan doen en zijn terugkeer naar het beroep van illustrator leek het einde van zijn loopbaan als filmregisseur te betekenen.
Daarom is het des te verwonderlijker dat er dit jaar een nieuwe film van zijn hand is verschenen. Ganashatru ("Een vijand van het volk") is als draaiproject aangepast aan zijn slechte gezondheid en lichamelijke beperkingen. Er zijn maar een paar shots buiten op lokatie, de rest van de film is in de studio opgenomen. Het beeld is korrelig, de belichting onregelmatig en de kleuren vaal. Zelfs als men rekening houdt met de

Ganashatru
bescheiden opzet van de film is er toch gebrekkig omgegaan met de middelen. Het camerawerk is relatief onbeweeglijk en traag en heeft zo nu en dan amateuristische trekjes.
Maar niet alleen de technische uitwerking, ook de inhoudelijke kant laat te wensen over. Ganashatru is Satyajit Ray's versie van Ibsen's toneelstuk "Een vijand van het volk", verplaatst naar Chandipur, een fiktieve stad in West-Bengalen. In Ibsen's toneelstuk wordt de hoofdpersoon door zijn stad, een badplaats, als een volksvijand gebrandmerkt nadat hij onthuld heeft dat het water er wordt vergiftigd. De man trekt daaruit de conclusie dat de maatschappij berust op de 'verpeste grondslag van de leugen' en dat alleen "hij, die alleen staat" de sterkste is. In Ray's Indiase versie is de hoofdpersoon een dokter die verontrust is door wat zich laat aanzien als een epidemie van hersenvliesontsteking. Hij stuurt watermonsters op voor onderzoek. Die blijken te krioelen van de bacteriën. Maar als hij over het gevaar wil publiceren en in zijn artikel pleit voor de sluiting van de plaatselijke tempel, waar pelgrims van heinde en ver naar toe komen om het heilige water te halen, ontdekt hij dat de verantwoordelijke personen, inclusief zijn eigen broer, hem het zwijgen willen opleggen.
Ibsen's toneelstuk is het prototype drama over een verdeelde samenleving, over korte en lange termijn belangen. In Ray's film is een vroege verwijzing naar een chemische fabriek die mogelijk betrokken is bij de vervuiling. Het probleem blijkt echter een lek in een ondergrondse waterleiding te zijn: dit is een onevenredig alledaags mankement in het hele reilen en zeilen van een samenleving. Het vereist geen sluiting van fabrieken of het bijstellen van beleidsprioriteiten.
Het kan best zo zijn dat hedendaags India verder van ons afligt dan negentiende-eeuws Noorwegen. Ongetwijfeld is het een bizar moment als de held in Ray's film instemt met een compromis. Het krantenartikel van de dokter komt er maar het maakt enkel gewag van het gevaar zonder enige details te geven, zelfs niet van de plaats. Het artikel verwijst alleen maar naar een "dichtbevolkt gebied". Hierdoor wordt een maximum aan alarm met een minimum aan informatie gecombineerd, maar iedereen lijkt met de oplossing tevreden.


    Bhopal

Met de introductie van het religieuze element verschuift de nadruk van de film naar het conflict tussen rationalisme en bijgeloof. De broer van de held houdt vol dat heilig water bij voorbaat nooit verontreinigd kan zijn. Het Tulsie-blaadje, dat aan het water is toegevoegd, verdrijft alle onzuiverheden, zo geloven de Hindoes.
Maar het rationele tegenargument van de held is niet bepaald sterk: de dokter heeft namelijk het heilige water zelf niet getest, en dus heeft hij geen direct bewijs tegen de tempel om zijn pleidooi voor sluiting ervan te rechtvaardigen. Door zijn held de enige stem van de wetenschap te maken laat Ray bovendien de mogelijkheid onbenut diezelfde wetenschap aan te klagen daar waar ze een ongebreideld vooruitgangsstreven nastreeft zonder oog te hebben voor bijkomende problemen als afval, vervuiling en nadelige lange termijn gevolgen. Per slot van rekening is het India waar de ergste industriële ramp uit de geschiedenis zich heeft voltrokken, de gasramp in Bhopal ramp. Die zou een betrokken filmregisseur als Ray toch voldoende stof tot nadenken moeten geven, temeer als men bedenkt dat de ellende van de slachtoffers nog een lucratieve zaak werd voor Amerikaanse advocaten. Kortom, het is jammer dat een land dat op zo'n afzichtelijke moderne manier geleden heeft, het thema van de leugenachtige samenleving in zo'n ouderwets jasje krijgt voorgeschoteld.
Ibsen's held, door de gemeenschap gebrandmerkt tot onruststoker, komt tot de ontdekking dat het isolement hem sterker heeft gemaakt dan ooit tevoren. Ray's held, gespeeld door zijn meest favoriete auteur Soumitra Chatterjee, lijkt alleen maar in de war gebracht door de vijandigheden die hij heeft opgeroepen. Hij wordt gered door een plotselinge inmenging van buitenaf, een groep studenten die voor hem demonstreren. De filmtechnische oppervlakkigheid van die scene maakt het einde van de film zwak: terwijl binnenshuis de dokter lovende woorden ten deel vallen zijn op de achtergrond alleen het geschreeuw van slogans op straat te horen, op de maat van de filmmuziek.

Al met al beantwoordt de film niet aan de hooggespannen verwachtingen die de naam Satyajit Ray oproept. Tegen de achtergrond van zijn meesterlijke oeuvre wekt deze laatste film de indruk geregisseerd te zijn door een uitgeputte man in uiterst ongunstige situaties.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 17 juli 2009