terug
Uit: India Nu 170 (nov-dec 2007)




Schaalvergroting detailhandel

Einde fruitwallah nabij?


De auteur houdt u de komende maanden op de hoogte van de razendsnelle economische hervormingen in de verschillende sectoren in India. Deel 5: De straat- en detailhandel.

Groente- en fruitverkopers op straat
Wie India bezoekt, kent de vele handelaren op straat. En de piepkleine winkels met letterlijk van alles en nog wat weggestopt in hoekjes en gaatjes. Door de voortgaande economische liberalisering van de markt neemt het aantal supermarkten en winkelcentra snel toe. Is daarmee het einde van de kleine zelfstandige ondernemer in zicht? Een van de belangrijkste gebieden waar de strijd tussen grote en kleinere ondernemers zich concentreert, is die van de grootstedelijke winkelcentra. De spanning is voelbaar op straat. In Bhopal en Indore (Madhya Pradesh), in Ranchi (Jharkhand), Chennai (Tamil Nadu) en in New Delhi. Kleine zelfstandige ondernemers hebben winkelcentra en warenhuizen aangevallen. Daar heeft namelijk het Indiase Reliance Fresh outlets met groente- en fruitwinkels zijn intrede gedaan. Dat kost de zelfstandige groente- en fruitverkopers veel koopkrachtige klanten. Voor de nieuwe winkels is zeker markt. Zoals ieder ander, zijn ook koopkrachtige klanten van de hogere en middenklasse geïnteresseerd in aanbiedingen. Reliance Fresh outlets biedt daarom concurrerende prijzen. Naast de lagere prijzen spreken ook de representatieve winkels de koopkrachtige consumenten aan. Het geeft een zeker aanzien om daar te winkelen.


  Schaalvergroting

De regering onder leiding van het National Congress worstelt met de vraag in hoeverre buitenlands kapitaal de detailhandel in India mag beheersen. Belangrijk element in de strijd om de markt is Walmartisering. Het Amerikaanse warenhuis Wal-Mart beheerst in de Verenigde Staten met succes de gehele productie- en bevoorradingsketen. Daarmee is het concern niet meer afhankelijk van externe leveranciers. Ook in India proberen Wal-Mart en diverse andere buitenlandse bedrijven dit concept door te voeren. Maar de regering aarzelt. De linkse (communistische) coalitiepartners van de Congres partij zijn tegen. Zij menen dat de regering het land op deze manier in de uitverkoop doet. Dat zullen zij niet ondersteunen. Voorzichtigheid van de Congres partij is geboden omdat zij van de steun van de linkse partijen afhankelijk is voor behoud van de meerderheid in het parlement. Intussen staat de deur voor investeringen door grote bedrijven uit India wagenwijd open. De economische liberalisering is namelijk in volle gang en schijnbaar niet te stuiten. Zij kunnen hun belangen eenvoudig behartigen.
De overheid slaagt er niet in om bij de slag om de markt onafhankelijk op te treden tussen de verschillende sectoren binnen de markt. Deels komt dit door de betrekkelijk geringe financiële armslag van de kleine zelfstandige ondernemers ten opzichte van die van de grote bedrijven. Dat betekent dat grote bedrijven met veel financieel krediet royaal kunnen investeren in grote projecten. Tegelijk kunnen zij door omkoping vergunningen voor bouwprojecten regelen via bevriende hoge ambtenaren. Daarnaast gaan grote bedrijven samenwerkingsverbanden aan om een nog groter deel van de markt te beheersen en lagere prijzen aan de consument te kunnen bieden. Dit gaat ten koste van de handelaar op straat. Die heeft het nakijken, zelfs al opereert deze in een gezamenlijk netwerk.


  Informele sector

India kent de hoogste concentratie van kleine zelfstandige ondernemers ter wereld. Op straat zie je het al: overal verkopers of wallahs van thee, tijdschriften, speelgoed, snoep, bloemen, groenten en fruit, de schoen- en paraplumakers en de stalletjes met paan (pruimtabak in een plantenblad). Het gaat om een totaal van vijftien miljoen. Dat zijn vijftien zelfstandige ondernemers per duizend inwoners, vier keer zoveel als in het Westen. Door de opkomst van grote winkelketens in India verliezen veel kleine ondernemers een deel van de markt. De vraag is wat deze ondernemers gaan doen. Sommige van hen zullen in de grote winkelketens kunnen werken. Maar velen zullen zonder werk komen te zitten. Zij hebben hun vermogen geïnvesteerd in hun winkel
"De piepkleine en propvolle winkels op de hoek zullen altijd deel van de Indiase markt blijven uitmaken"
en zullen die investering kwijtraken als de zaak over de kop gaat. Geboden compensatie of hulp vanuit de overheid is schaars. Van de kleine ondernemers opereert 95 procent in de informele sector. Om twee redenen is de overheid terughoudend om zaken met hen te doen. Allereerst omdat ondernemers in de informele sector formeel illegaal actief zijn. Zodra de overheid zaken gaat doen met illegale handelaars, geeft zij een verkeerd signaal af. Een overheid kan moeilijk optreden als werkgever van miljoenen mensen die illegaal werk verrichten en hen een sociaal plan bieden voor verlies van hun baan in de informele sector. Ten tweede zijn de kleine zelfstandige ondernemers zwak georganiseerd. Het management van grote bedrijven is een gemakkelijker gesprekspartner dan vele slecht georganiseerde ondernemers. Met die grote bedrijven is het voor de overheid daardoor eenvoudiger zaken doen dan met de veelheid aan kleine ondernemingen. Aan de andere kant kan de overheid onmogelijk zoveel mensen negeren. De informele sector is nu eenmaal sterk verweven in de Indiase economie en niet weg te denken uit het alledaagse leven. Bij zulke ingrijpende veranderingen als de intrede van landelijke en eventueel internationale winkelketens op de Indiase markt mag de overheid de gevolgen voor de kleine ondernemers niet uit het oog verliezen. De ondernemers zelf staan niet sterk als zij een vuist willen maken en tegelijkertijd illegaal werkzaam zijn.


  Belangenorganisaties en woede

Natuurlijk zijn er vakbonden. Maar deze zijn over het algemeen meer gericht op werknemers dan op zelfstandige ondernemers. Bovendien is hun macht afgenomen vergeleken met bijvoorbeeld de jaren negentig. In die tijd waren de vakbonden, vooral in de door communistische partijen bestuurde deelstaten zoals Kerala en West-Bengalen, oppermachtig. In het hele land is hun macht ingeperkt omdat zij economische groei blokkeerden door bedrijven in de wurggreep te nemen met hun altijd effectieve machtmiddel, stakingen. Naast vakbonden zijn er ook belangenorganisaties van zelfstandige ondernemers. Met hen kan de (lokale) overheid goed onderhandelen om nadelige gevolgen van economische ontwikkelingen en schaalvergroting op te vangen. Maar verdeeldheid binnen deze over het algemeen democratisch ingestelde organisaties doet af aan de daadkracht en macht ervan. Zij zullen nooit een even sterke vuist kunnen maken als de grote bedrijven. De conclusie is dat kleine ondernemers grotendeels voor zichzelf moeten opkomen bij een veranderende markt en de gevolgen daarvan. Hun onmacht om deze ontwikkeling te sturen uit zich steeds vaker in geweld, wanneer zij hun angst en woede richten op wat hun broodwinning direct bedreigt: de grote warenhuizen en supermarkten. De nu meest tastbare uiting van die bedreiging en wat verder komen gaat, zijn de Indiase winkelketens, zoals de Reliance Fresh outlets.


  Lichtpuntjes

Tegenover het sombere beeld dat doet vermoeden dat het einde van de kleine zelfstandige ondernemers nabij is en dat zij massaal zonder werk en inkomen zullen komen, staat het volgende. Niet iedereen heeft behoefte aan winkelen in grote warenhuizen. De kleine winkels in de buurt bedienen bij uitstek lagere inkomensgroepen en zullen dat blijven doen. Ook niet iedereen heeft toegang tot de grote warenhuizen. Deze bevinden zich namelijk vooral in stedelijke gebieden waar betrekkelijk veel mensen met midden- en hoge inkomens wonen. De relatief lage prijzen die warenhuizen bieden, gelden alleen voor grote hoeveelheden van producten. In een warenhuis kan je geen stuk touw van een halve meter kopen. Dat gaat in klossen van minstens honderd meter. En melk gaat niet per liter maar per pakket van twintig liter. Hoewel de prijs per eenheid laag is, kan de gemiddelde consument in India de prijs van dergelijke hoeveelheden niet betalen. Omdat de meeste koopkrachtige consumenten in de stad wonen, zijn op het platteland geen warenhuizen te vinden. Ondanks de snelle verstedelijking woont nog altijd een meerderheid van de Indiërs op het platteland, die is aangewezen op de kleine ondernemers. Al met al blijkt dat de positie van kleine zelfstandige ondernemers zeker aangetast wordt door de komst van grote bedrijven op de Indiase markt. Voor veel mensen is hun werk en inkomen onzeker. Een sociaal plan vanuit de overheid is nauwelijks te verwachten. Maar de piepkleine en propvolle winkels op de hoek zullen altijd deel van de Indiase markt blijven uitmaken. Vooral voor de consument uit lagere inkomensgroepen en in landelijke gebieden.

xxx


In het volgende nummer neemt de auteur u mee naar het zesde deel van zijn serie: Liefde en relaties.



terug
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 25 januari 2008