terug
Uit: India Nieuwsbrief 40 (jan-feb 1986)



Devadasis: traditionele prostitutie?



Over prostitutie en de situatie van prostituees in India wordt zelden geschreven. Hoewel bekend is dat het om zeer grote aantallen vrouwen gaat, verspreid over steden in heel India, met enorme concentraties in m.n. Bombay en Calcutta, zijn exacte cijfers moeilijk te vinden. Een indicatie zou de voor Indiase begrippen bescheiden stad Agra kunnen geven, waar volgens officiŽle cijfers minstens 6000 prostituees hun beroep uitoefenen, verspreid over 8 'red-light districts'. Hun situatie is uitzichtloos. Verzameld door professionele ronselaars worden ze in piepkleine hokjes gezet, en voortdurend in de gaten gehouden. Van hun inkomen dienen ze percentages af te dragen aan een hele groep mensen, waar ze afhankelijk van zijn: politieagenten verlangen hafta (beschermgeld), de bordeelhouders huur, de pooiers hun aandeel en geldschieters gigantische rentesommen. Van het geld dat overblijft kan vaak alleen wat eten gekocht worden.
De zogenaamde 'government protection homes' die hier en daar zijn opgezet om wat aan de situatie van deze vrouwen te doen, geven een zo mogelijk nog triester beeld te zien. In Agra bijv. verblijven 50 ex-prostituees in een ruimte, die voor de opvang van 5 vrouwen nog ontoereikend zou zijn. Veertig van hen leiden aan geslachtsziekte, t.b.c. en verschillende vormen van psychische problemen en dat terwijl ze volgens medische rapporten nog vrij waren van deze ziekten toen ze in het tehuis werden opgenomen!
Naast de "gewone" prostitutie, waarin vooral vrouwen terecht komen uit de omvangrijke groep kastelozen in India, en de prostitutie die bedreven wordt door vrouwen die uit afgelegen streken naar de stad getrokken zijn, of uit landen als Tibet en Bangladesh gevlucht zijn, bestaat er een vorm van prostitutie, die berust op traditie: een van oudsher bestaand, traditioneel, door de samenleving gesanktioneerd systeem, waarbij vrouwen zich "ten dienste stellen" van mannen. Het gaat daarbij om twee groepen, nl. de Beria-kaste, waarvan de vrouwen al sinds mensenheugenis prostitutie als beroep uitoefenen, en de
Devadasis. Op de vroegere en huidige situatie van de tweede groep zullen we hier wat dieper ingaan.



    De wortels van de Devadasi-traditie

De traditie van zangeressen en danseressen, werkzaam als rituele specialisten in de tempels van Zuid-India gaat minstens 1200 jaar terug. Om een konkrete indruk te geven van de historisch-kulturele kontekst van het Devadasi-fenoneen beschrijven we een tempelvariant die in onze tijd ontaard is in een legitimatie voor het verdwijnen van duizenden kasteloze meisjes in bordelen van Bombay en de uitbuiting van evenzovele arbeidsters in de tabaks- en beedi (sigaret)-industrie in Karnataka.

De wortels van de Devadasi-traditie zijn terug te vinden in de Yellama-mythe, die in allerlei varianten in Zuid-India voorkomt. Volgens deze overlevering liet de wijze Jamadagni zijn echtgenote Yellama in een woedeaanval door hun zoon Parashuram onthoofden. Door wroeging gekweld kreeg deze zijn vader echter zover Yellama weer tot de levenden terug te roepen door haar het hoofd van een (kasteloze) Mang-vrouw op te zetten. Voortaan werd zij aanbeden als een godin, en werden jongen meisjes aan haar uitgehuwelijkt teneinde ze voor de rest van hun leven tot liefje van haar zoon Parashuram te maken, d.w.z. te verplichten iedere man te accepteren als manifestatie van deze goddelijke persoon.
Tekens voor ouders om een dochter aan Yellama te wijden zijn er vanuit de traditie in overvloed, variŽrend van ziekte in de familie, trance-toestanden of hysterie van de toekomstige bruid, tot het klitten van het hoofdhaar. Daar komt bij, dat, tenzij een Devadasi haar bij de wijding ontvangen halsketting aan een nieuwe Devadasi doorgeeft, haar ziel geen rust zal vinden (hetgeen tot aktief rekruteringswerk van oudere Devadasis in de dorpen leidt). Dit geheel aan mythen vormt dus een sluitend en zichzelf in stand houdend systeem.

Voordat de rol van Devadasi door de wetgever in 1947 in de illigaliteit gedrongen werd lag voor een aan Yellama uitgehuwelijkt meisje een loopbaan als tempeldanseres in het verschiet. Het prestige van een tempel groeide met het aantal danseressen, en de soms wel 500 Devadasis die aan zo'n tempel verbonden waren brachten het vaak tot groot aanzien en een behoorlijke welstand. Devadasi worden gold als 'Bhakti', liefdevolle overgave aan de godheid en ging gepaard met beloften van 1000 jaren hemelse vreugden niet alleen voor de Devadasi zelf, maar ook voor haar familie. Dat de tempelpriesters belang hadden bij dit systeem van danseressen die tegen vergoeding de sexuele behoeften van reizigers, pelgrims en soldaten bevredigden, staat natuurlijk buiten kijf. 'Vestaalse maagden' waren het niet maar uitgebuite tempelprostituees evenmin. Hun welstand, vaak in de vorm van land, was vaak niet te onderschatten, hun status hoog en ze voelden zich eerder trots dan beschaamd over hun levenswijze.
Ook werden Devadasis bij allerlei godsdienstige rituelen, met name huwelijken, tegen betaling gevraagd Yellama gunstig te stemmen. Ze werden bovendien ekonomisch ondersteund door de vorsten; ofwel indirekt via de tempel, ofwel direkt, zeker vanaf de 17e eeuw, als danseres aan het hof. Hier ligt de oorsprong van de ook bij ons bekende Bharata Natyam, een technisch hoogstaande dansvorm die door haar beoefenaars, ook de huidige, echter niet alleen als een techniek maar eerder als een manier van leven beschouwd wordt.

Met de komst van de koloniale machten in India werd de geschetste sociale structuur, waarin de Devadasis hun eigen rol vervulden, langzaam maar zeker aangetast. Vanaf de 19e eeuw begon de invloed en de macht van de vorstenhoven te tanen, waarmee tevens de belangrijkste ekonomische basis van de Devadasis werd ondermijnd. Bovendien zorgde de Victoriaanse moraal van de Engelsen ervoor, dat het Devadasi-fenomeen in een steeds kwalijker daglicht kwam te staan, en uiteindelijk ook verboden werd.
De elite die India na de Onafhankelijkheid zou besturen, nam veel van haar voormalige overheersers over. Hun kijk op de samenleving was in bepaalde opzichten meer Brits dan Indiaas. Dus wekt het geen verbazing dat er in november 1947 al een wet kwam die de wijding van jonge vrouwen aan een god(in) verbood. Met deze juridische maatregel verbande de beschaafde verwesterde bovenlaag de Devadasis uit hun blikveld. Wat overblijft is een naar de illegaliteit verdreven volkstraditie, die op het platteland van Zuid-India onverminderd voortleeft. Welke gevolgen brengt deze illegaliteit nu met zich mee?


    De weg van tempels naar bordelen

Was dus de bovenbeschreven Devadasi-traditie, naast de kulturele funktie die ze vroeger vervulde, voor een deel een religieuze dekmantel ter uitbuiting van vrouwen, in deze tijd is het voor de betrokkenen steeds meer verworden tot een godsdienstig gesanktioneerde manier om een beter bestaan te verkrijgen, om geld te verdienen. Het wijdingsritueel bestaat nog steeds, en wordt ťťn maal per jaar, gedurende het vollemaansfeest in de Hindu-maand Magh (half jan.-half febr.) gevierd op verschillende plaatsen in Zuid-India. De bekendste hiervan is ongetwijfeld het grote wijdingsfeest in de Yellama-tempel van Saundatti, een dorp in de buurt van Belgaum, in de deelstaat

Prostituees in Bombay's "red-light-area"
Karnataka. Nog steeds worden daar meisjes van 3 tot 20 jaar gewijd aan de godin Yellama. Wegens het illegale karakter van de ceremonie vindt die wijding echter 's nachts plaats op een "verborgen" plek vlakbij de tempel. In Saundatti komen elk jaar ongeveer 500.000 pelgrims (meestal uit Karnataka, maar ook uit Maharashtra) bij elkaar om bij de wijding van naar schatting 5000 meisjes aanwezig te zijn. Hiervan komt de overgrote meerderheid binnen 1 jaar terecht in de goedkope bordelen van Bombay. Een aanzienlijk deel van de prostituees in die bordelen is oorspronkelijk Devadasi. Geen wonder dus dat de Bharata-Purnima feesten voor de souteneurs uit de grote stad een grote aantrekkingskracht hebben.

De reden voor ouders om hun kinderen deze weg te laten 'kiezen' is eenduidig: armoede. Door de lage lonen (koffiepluksters in Karnataka verdienen bijv. niet meer dan Rs. 4 per dag), en een slechte, onzekere arbeidssituatie kunnen vooral kasteloze ouders hun dochters nauwelijks nog onderhouden, laat staan hen uithuwelijken (het huwelijk van een dochter kost ouders immers al gauw duizenden roepies). Omdat een ongehuwde, kinderloze vrouw sociaal zeer laag staat aangeschreven, worden er alternatieve oplossingen gezocht. De Devadasi-traditie is zo'n oplossing. De dochter trouwt (met de godin Yellama), haar sociale status stijgt overeenkomstig, ze blijft niet neer afhankelijk van haar familie, maar kan zelf voor haar inkomen zorgen. Hetzij door het als Devadasi opluisteren van huwelijken en andere feesten met zang en dans (deze praktijk is zoals eerder beschreven al bijna uitgestorven), hetzij door als prostituee haar geld te verdienen. Dus is de kans groot dat ze het inkomen van haar ouders aan kan vullen.
De Devadasi die als prostituee begint langs de autosnelweg Belgaum-Bombay verdient weliswaar niet meer dan ± Rs. 10 per dag, maar eenmaal in Bombay beland, kan haar inkomen stijgen, zodat ze wat geld naar huis kan sturen. Aan deze praktische redenen is ook nog een religieuze verbonden. Men gelooft, of in ieder geval hoopt, de goden door de wijding van hun dochter(s) aan Yellama zo gunstig te stemmen, dat het lot een wending ten goede zal nemen.

Geen of slecht betaald werk drijft vrouwen richting stad
Zo hopen moeders bijv. bij de volgende bevalling met een zoon gezegend te worden.
De steeds eenzijdiger wending die de Devadasi-traditie aan het nemen is, roept natuurlijk reacties op. De elk jaar terugkerende wijding, en daarop volgend, de niet zelf gekozen weg van verloedering en uitbuiting van duizenden meisjes en vrouwen zorgt ervoor, dat de kultureel-godsdienstige functie van de Devadasis steeds verder op de achtergrond raakt, en het prostitutie-aspekt steeds meer op de voorgrond treedt. De houding van de officiŽle instanties houdt hiermee redelijk gelijke tred. Naast de al sinds 1947 bestaande wet, die de Devadasi-praktijk verbiedt, worden er steeds meer maatregelen genomen om verdere uitwassen te voorkonen. Zo is in de deelstaat Karnataka sinds 1982 de Devadasi-Abolishing-Act van kracht, die op de wijding strenge straffen stelt (3 jaar gevangenisstraf, of Rs. 2000 boete). De politie probeert een eind aan het prostitutiesysteem te maken door de betrokkenen middels de toepassing van een speciale Devadasi-Act te arresteren. Een misdrijf is echter zelden te bewijzen, en de souteneurs blijven als Julvas ('minnaars') van de vrouwen vaak buiten schot.


    Devadasi-traditie doorbroken

Ook op sociaal gebied worden pogingen ondernomen de Devadasi-traditie en haar uitwassen te ondermijnen. In 1983 startte de deelstaatregering van Karnataka een campagne om de Devadasis weer 'back to normal' te krijgen. Er werden opvangtehuizen opgezet, en scholen in de betrokken regio's opgericht voor het leren van een 'eerbaar' beroep, en er werden premies van Rs. 3000 uitgeloofd aan iedere man die met een Devadasi zou trouwen (uitgekeerd na 1 jaar huwelijk). In het distrikt Bijapur, in het noord-westen van Karnataka, pogen sociaal werkers de Devadasis door overredingskracht uit de prostitutiesfeer te halen. Oudere Devadasis, die niet meer praktizeren als prostituee en daardoor gedwongen zijn tegen zeer lage lonen in de beedi-industrie te werken (in bepaalde distrikten is hun aantal al opgelopen tot de helft van alle beedi-werksters) hebben met hulp van buitenstaanders, die zich hun lot aantrekken, een eigen organisatie, Saawli, opgericht. Saawli strijdt voor de verbetering van de positie van Devadasis, en voor een betere opvang voor prostituees. Men probeert ze bewuster te maken van hun rechten als arbeidster en als vrouw, en hen bewust te maken van de gevolgen die deze aloude Indiase traditie heeft voor hun eigen leven en dat van anderen. Ook hier wordt overredingskracht benut om de vrees van de Devadasis voor de godin Yellama weg te nemen, om hen over te halen de traditie te doorbreken. De overheid van haar kant subsidieert bepaalde aktiviteiten, zoals de gezondheidscontrole van de prostituees.
Hoe terecht al deze pogingen om het lot van de Devadasis te verbeteren ook zijn, het effekt wat ze sorteren is vaak erg gering. De vrouwen worden afgeschermd door hun souteneurs, en het is moeilijk hen te bereiken. Hun geÔsoleerde en afhankelijke positie is echter niet de belangrijkste oorzaak van het lage rendement van de hulp die geboden wordt. Die komt nl. uit een onverwachte hoek: van de Devadasis zelf. De meesten hebben een beeld van zichzelf dat niet overeenkomt met dat wat buitenstaanders, en dan met name de overheid, van hen hebben. Ze beschouwen hun werk niet als pure prostitutie, maar als een godsdienstige levenswijze, die moreel niet verwerpelijk is en die hen zelfs een zekere mate van materiŽle welstand bezorgt. In 1983 liet de journalist Chitra Subramaniam de vrouwen hun eigen standpunt verwoorden: "I see no harm. We don't want to be rehabilitated by the government, and receive money for marriage. The man who marries can leave us any time. Besides, we are married to Yellama, and cannot remarry". En een vrouw die dat toch geprobeerd had: "What can the Government do for us? My husband left me, was the Government able to do anything then? I have no faith in the Government". En zelfs de (oudere) Devadasis die in de beedi-industrie werken zijn er moeilijk van te overtuigen dat ze hun lot in zekere zin nog steeds in eigen hand hebben. Ze kunnen of willen het afschuwelijke van hun situatie niet inzien (uitzonderingen, zoals de al genoemde groep vrouwen, die zich onder de naam Saawli geŲrganiseerd heeft, daargelaten), en houden vast aan het geloof dat hen van kinds af aan is bijgebracht.
Tevens geven velen te kennen geen vertrouwen in de overheidsmaatregelen te hebben, zolang deze niet werkelijk iets doen aan de grote onderliggende oorzaak van de huidige situatie, nl. de steeds groter wordende armoede en sociale achterstelling van m.n. de kastelozen. Zolang dat niet gebeurt zal het cultureel-godsdienstige Devadasi-thema waarschijnlijk blijven voortleven, en dus een uitweg blijven vormen voor grote groepen mensen, wier leven door armoede en een kansloze maatschappelijke positie bepaald wordt.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 17 juni 2010