(april 2011)
              vorige / volgende aflevering / overzicht


Hindoe-deïties voor westerse lezers

Kaliya Mardanam (25)





Was het tot nu toe kinderspel waar Krishna de boerenbevolking uit het Braj-gebied mee vermaakte, ouder geworden werd de inbreng van ons goddelijk joch serieuzer van aard. Dat kwam goed uit, want ook toen al hadden ze het op het Indiase platteland niet breed. Als dan ook nog eens een milieuramp dreigt ... het lijkt wel een verhaal van vandaag ...

PARADIJS (MET SLANGEN IN DE UITHOEK)

Luister naar wat Krishna, intussen gepromoveerd van kalfjesknuffelaar tot koeherdershulpje, overkwam. Heet was het, snikheet. Koe en herder, jong en oud, iedereen zocht verkoeling aan de waterkant. Dus op naar de rivier. Een duik er in, een dronk ervan. Het bekwam hen slecht. Water, oever, bosrand, alles bleek vergiftigd. Het was slangenkoning Kaliya, die dat op zijn geweten had. Zevenkoppig, zeven maal zo giftig dus. Niet te stoppen verspreidde het gif zich verder en verder het bos, de weilanden in. Geen helder water meer, bomen die verschroeiden, gras dat verdorde, er dreigde een ramp. “Gopal, Gopal”, hoorde je overal. Gelukkig, daar kwam Krishna al aan. Op zijn gemak. “Geen paniek, ik was dat varkentje wel, die slang.”

Zijn dans op Kaliya (kaliya mardanam) duurde slechts kort, op elk van zijn hoofden een hupje of daar bezweek hij al. “Ach spaar toch mijn man”, smeekten Kaliya’s meerminvrouwen, half vrouw, half slang. “Het spijt me zo”, voegde Kaliya er aan toe. “Giftig zijn is mijn natuur” ... Had Krishna zonder meer al moeite om oprechte smeekbeden te weerstaan, Kaliya’s zelfkennis gaf de doorslag. Hij liet hem in leven, in een uithoek ver weg. Daar waar giftige slangen horen ... Dat ze af en toe toch nog hun kop opsteken valt niet te vermijden. Zelfs heiligen en guru’s hebben er last van. Zeker als de een meer succes heeft - meer wonderen op zijn naam, meer volgelingen - dan de ander. Maar als je ze rustig in de ogen kijkt, doen ze niets, die slangen. Blijft het, u voelde het al aankomen, een paradijs hier.


Slangen staan niet alleen voor afgunst, jaloezie en ander kwaad. Slangen hebben ook een positieve kant. In de vroegste tijden representeerden ze de geest van bronnen en rivieren. Tot op de dag van vandaag kom je ze, als vruchtbaarheidssymbolen, in India tegen. Zoals aan de voet van heilige bomen, in reliëfsteen uitgehouwen. Om extra vruchtbaarheidskracht te verwerven liggen ze eerst een aantal jaren in de rivier. Wilt u meer weten van dit soort gebruiken, wilt u de avonturen van Krishna en consorten blijven volgen, klik dan af en toe op www.yoga-intervision.com/productions.html. Of ga rechtstreeks naar www.indianet.nl/in-deities-ov.html.



Namaste, gegroet zij uw onsterfelijke ziel.
Uw vriend Muraliprabhu (Anthony Draaisma).