terug
Uit: India Nu 83 (mrt-apr 1993)


City of Joy

Roland Joffé verfilmt boek van Dominique Lapierre



In maart gaat de film 'City of Joy' in première naar het gelijknamige boek van Dominique Lapierre over het wel en wee van de bewoners van een slum in Calcutta, die ze zelf de stad der vreugde noemen. Aan het tot stand komen van deze film is heel wat vooraf gegaan. Roland Joffé en zijn producent Jake Eberts verworven de rechten van Lapierres boek al in 1985. Joffé wilde per se de film in Calcutta draaien, wat hem gigantische moeilijkheden opleverde. De minister van cultuur én stedelijke ontwikkeling werkte de film tegen. De communistische deelstaatregering en het stadsbestuur vreesden dat de film één grote anti-reclame voor Calcutta zou worden. Dat is behoorlijk meegevallen, hoewel sommige Indiase recensenten daar anders over denken. 'City of Joy' is vooral een film over arme mensen, hun onderlinge solidariteit en hun strijd tegen de ondergeschikte positie en de machteloosheid die hen in een ijzeren wurggreep houden. De film schetst de vitaliteit die de mensen aan de zelfkant van de Indiase samenleving ondanks alle ellende kunnen opbrengen.


Dominique Lapierre

Dominique Lapierre verbleef geruime tijd in Calcutta. De stad greep hem naar de strot zoals ze zo vele westerlingen doet. De oude hoofdstad van het Britse koloniale India ademt nog altijd de sfeer uit van grandeur en een rijk verleden, ondanks de vervallen staat waarin de meeste monumenten verkeren. De stad is het culturele hart van India en beschikt over de enige metro van het land, een supermodern net met airconditioned en brandschone stations, waarop Amsterdam jaloers kan zijn. Aan de andere kant telt de stad ruim elf miljoen inwoners op een veel te klein oppervlak. Ongeveer de helft daarvan woont in afschuwelijke omstandigheden in slums waarin het merendeel van de woningen opgebouwd is uit karton, blik of jute. Zo'n 300.000 mensen wonen helemaal niet en leven op straat. De Afghaanse windhonden van de upper-class hebben een oneindig veel beter bestaan. Calcutta is een stad met twee verschillende gezichten.


Ellende en hoop

Via een Franse priester kwam Lapierre in aanraking met de bewoners van een van de vele slums. Hij raakte zo onder de indruk dat hij het verhaal optekende van een van de bewoners, de riksjawallah Hasari Pal. Deze is de centrale figuur waaraan Lapierre zijn documentaire epos over armoede en ellende, maar ook over hoop en liefde ophangt. Een warm verslag van een onmenselijke werkelijkheid. Deze van het platteland van Bengalen afkomstige boer werd door opeenvolgende droogtes gedwongen steeds meer van zijn land te verkopen, in een later stadium moest ook zijn waterbuffel eraan geloven. Het water stond hem uiteindelijk zo na aan de lippen dat hij zich gedwongen zag zijn heil te zoeken in de grote stad. Lapierre beschrijft gedetailleerd en beeldend de hopeloze strijd van Pal tegen de natuur, en de enorme veranderingen die de migratie betekende voor het leven van Pal, zijn vrouw en kinderen. Het boek is in India niet overal even goed ontvangen. Lapierre zou de Indiase samenleving te eenzijdig afschilderen. Maar als er iets uit het boek spreekt is het juist Lapierres liefde voor India en haar bewoners. Lapierre is eerder een positivist dan iemand die gericht de Indiase samenleving negatief afschildert. De kritiek die je op het boek zou kunnen hebben is dat het de armoede en de saamhorigheid soms te mooi afschildert. Armoede kan net zo goed leiden tot verschrikkelijke onderlinge concurrentie, tot een situatie waarin degenen die op de laagste sporten van de maatschappelijke ladder staan, hun lotgenoten die nog net een sportje onder hen staan een trap geven, terwijl ze zelf zich tegenover hogeren gedragen als geslagen honden. En niet geheel onbegrijpelijk, want het 'fight for your rights' kan heel goed tegen je werken, wat Pal en de zijnen ook een paar keer ondervinden.



scene uit City of Joy

Romantisch waas

Komt de bijtende werkelijkheid in het boek nog wel voldoende naar voren, in de film is dat veel minder het geval. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de omstandigheden. 'City of Joy' is een duur project dat uiteindelijk zijn geld evengoed moet terugspelen. En de kassa's rinkelen in het westen, Amerika voorop. De film is dan ook duidelijk gericht op het westerse publiek. Dat begint al bij de taal. De film is in het Engels gedraaid, wat leidt tot de vreemde situatie dat de Amerikaanse arts die min of meer bij toeval in de slum verzeild raakt al vanaf het begin vlot kan communiceren met de slumbewoners. Nu spreken in India veel mensen Engels, maar juist niet de Indiërs die van het platteland naar de krottenwijken van de steden zijn getrokken. In de wat gladde produktie komt ook het schrijnende karakter van de armoede niet genoeg naar voren, de film is niet gemeen genoeg, te braaf. De hoofdrolspelers worden te veel tot helden, wier enige zwakheid is dat ze zich laten vernederen en onderdrukken door de maffioso Gathak en diens zoon Ashok, die de riksja's verhuren, het riksjamonopolie hebben in het gebied, onroerend goed bezitten en de bewoners beschermgeld aftroggelen. De confrontatie die volgt als de bewoners, opgezweept door de Amerikaanse arts, eindelijk in opstand komen staat centraal in de film. Joffé heeft dan ook forse delen uit het boek weggelaten. De situatie waarin Pal zich bevond in zijn geboortedorp op het platteland en zijn aankomst in Calcutta worden in enkele shots afgedaan. Ook zijn personages uit het boek (bv. de Franse priester) weggelaten. Wat overblijft is een ruim twee uur durende film die ondanks het wat brave karakter en het romantische waas die erover hangt, toch de volle tijd blijft boeien. Vooral de straatopnamen, met voorbij razend en zigzaggend verkeer en drommen mensen zijn soms adembenemend. Joffé had gelijk toen hij bleef bij zijn eis dat hij per se in Calcutta wilde filmen en niet in een andere Indiase stad. Op dat soort momenten straalt die broeierige sfeer die Calcutta zo kenmerkt van het doek af.

xxx


City of Joy
regie: Roland Joffé; produktie: Roland Joffé en Jake Eberts; scenario: Mark Medoff; muziek: Ennio Morricone; met: Pauline Collins, Om Puri, Shabana Azmi, Patrick Swayze, Art Malik e.a.
Het boek is in 1992 in een Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Bosch & Keuning, Baarn.




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 11 juli 2008