terug
Uit: India Nu 118 (maart-april 1999)


Geweld tegen christenen

Een kruistocht tegen bekeringen


De regering onder leiding van de nationalistische hindoepartij BJP is nu een jaar aan de macht in India. Naast de kernproeven van mei vorig jaar is het meest opvallende feit uit deze regeerperiode waarschijnlijk de reeks gewelddadige incidenten die de christelijke gemeenschap in India het afgelopen jaar heeft getroffen. Hoewel de regering iedere betrokkenheid bij deze gebeurtenissen ontkent, is het duidelijk dat er een verband bestaat tussen het aan de macht komen van de BJP en het toenemende geweld tegen de christelijke minderheid.

De cijfers spreken voor zich. Tussen 1964 en 1996 registreerden de Indiase autoriteiten in totaal 38 geweldsincidenten gericht tegen christenen. In 1997 werden 15 van dergelijke gevallen gemeld. Tijdens het afgelopen jaar, waarin de BJP aan de macht kwam, groeide dit aantal plotseling tot over de honderd. En alleen al in de eerste maand van dit jaar werden 38 incidenten geteld. Toeval lijkt hier uitgesloten.


Inheemse kerk

Van de inmiddels 980 miljoen inwoners die India telt behoort slechts een schamele 2½% tot het christendom. Dit aantal loopt procentueel zelfs iets terug, omdat de groep christenen relatief minder snel groeit dan sommige andere bevolkingsgroepen. Toch vormen christenen na de 11% moslims de tweede minderheid in India.
  Het christendom heeft al een lange geschiedenis in India. Eeuwenlang bestond de christelijke gemeenschap uit kleine enclaves, gevestigd langs de kusten van Zuid- en West-India. Pas na de komst van de koloniale mogendheden (Portugezen, Hollanders, Fransen en Engelsen) kreeg het christendom een grotere verspreiding door de actieve inzet van missionarissen en zendelingen, die in het kielzog van kooplieden en soldaten naar India kwamen. In tegenstelling tot veel andere gebieden in de wereld, waren zij echter niet de eersten. Volgens de overlevering bezocht de apostel Thomas India al in de eerste eeuw na Christus, en stichtte er de eerste christelijke gemeenschappen. Historisch bewijs is hiervoor niet, maar het is een feit dat de eerste Portugezen die landden op de Malabaarse kust van het huidige Kerala tot hun verbazing al christenen aantroffen in het gebied. Deze 'inheemse' christenen zijn in de Keralese kerk nog altijd in de meerderheid, en behoren tot de zogenaamde 'Syrische riten'. Pas na de komst van missionarissen en zendelingen kregen ook de Latijnse riten (de kerk van Rome) en het protestantisme voet aan de grond in India.
  Zoals ook elders in de wereld richtte de christelijke missie zich naast de verbreiding van het geloof vooral op onderwijs en gezondheidszorg. De door missionarissen gestichte ziekenhuizen en scholen zijn vaak uitgegroeid tot gerenommeerde instituten. Vooral christelijke scholen staan in hoog aanzien in India. Veel leden van de hogere klassen, waaronder BJP-kopstukken als minister van binnenlandse zaken L.K. Advani, hebben op christelijke scholen gezeten.
  De missionarissen richtten zich vooral op groepen die door de dominante hindoecultuur eeuwenlang bewust verwaarloosd waren, zoals de kastelozen (dalits) en tribals. Het percentage christenen onder deze groepen is in de loop van de tijd gegroeid tot om en nabij de 15%. In sommige streken bestaat bijna 70% van de christenen uit kastelozen. Deze groepen hadden niets te verliezen bij een afscheid van het hindoeïsme en het kastensysteem, en maakten soms massaal de overstap naar het christendom. Dit werkte overigens niet altijd in hun voordeel. Zo zijn er na de onafhankelijkheid van India wetten van kracht geworden die een voorkeursbehandeling voor achtergestelde groepen regelen. In tegenstelling tot kasteloze hindoes, kunnen christendalits echter geen gebruik maken van deze regelingen omdat het kastenstelsel binnen het christendom officieel niet bestaat.


Verkrachting

Het verzet tegen de activiteiten van missionarissen en zendelingen is al zo oud als India zelf. Voor veel nationalistische hindoes was en is het christendom een westerse en anti-Indiase religie. Al ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd deden deze nationalistische krachten van zich spreken, maar de aandacht richtte zich vooral op de grootste minderheid in India, de moslims. De christelijke gemeenschap heeft altijd in betrekkelijke harmonie met de andere geloofsgroepen geleefd. Tot voor kort was er slechts sprake van incidentele gevallen van geweld tegen christenen. De scherpe toename van het aantal incidenten sinds het aan de macht komen van de BJP lijkt er echter op te wijzen dat dit aan het veranderen is.
  In de nacht van 22 op 23 september vorig jaar meldt zich een groep van vijftien tot twintig jongemannen aan de poort van een afgelegen zusterklooster in Navapada, in het Jhabua district in Madhya Pradesh. Zij komen met een onduidelijk verhaal dat er iemand is die hulp nodig heeft. De zusters vertrouwen het niet en zeggen dat ze de volgende dag maar terug moeten komen. Dan verschaffen de mannen zich met geweld een toegang. Het klooster wordt geplunderd en de vier aanwezige nonnen worden door de groep mannen verkracht. Zodra dit nieuws de volgende dag bekend wordt, spoelt een golf van protest over India. Ook internationaal wordt de alarmbel geluid. Het is het zoveelste incident in een reeks van gewelddadigheden die de christelijke gemeenschap in de voorafgaande maanden heeft getroffen.
  Met name in de westelijke deelstaat Gujarat, maar ook elders in Madhya Pradesh, Bihar en Orissa zijn christelijke bijeenkomsten aangevallen, individuele priesters en evangelisten gemolesteerd, kerken in brand gestoken en christelijke begraafplaatsen geschonden. Er lijkt een patroon in de gewelddadigheden te zitten, die zich ook in bepaalde gebieden concentreren. Het meest opvallend is het aantal incidenten in het Dangs district in Zuid-Gujarat. Dit gebied, waar veel tribals wonen, wordt opgeschrikt door een ware golf van communaal geweld, gericht tegen christenen.
  Hoewel niet bij alle incidenten de betrokkenheid van hindoe-fundamentalisten vaststaat, wordt een aantal aanslagen expliciet opgeëist door de militante Bajrang Dal, de 'partij van de apengod'. Ook leden van de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), het nationale vrijwilligerskorps, en de Vishwa Hindu Parishad (VHP) zijn bij verschillende acties betrokken.
  De protesten blijven niet uit. Vier december wordt uitgeroepen tot een landelijke protestdag. Christelijke scholen en andere instituten blijven op die dag gesloten en door het hele land gaan honderdduizenden de straat op om protestmarsen te houden. Ook verschillende hindoe- en moslimorganisaties nemen deel aan de protesten.


Bekeringen

Op 5 december legt premier A.B. Vajpayee een verklaring af, waarin hij het geweld tegen christenen veroordeelt. Hij breekt een lans voor religieuze tolerantie en noemt de seculiere staat een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor alle Indiërs. Bij die gelegenheid roemt hij ook de 'enorme bijdrage' van de christelijke gemeenschap aan de opbouw van het land. Ten overvloede voegt hij hieraan toe dat "noch de regering, noch mijn eigen partij BJP iets te maken heeft met deze aanslagen." Er zit echter een adder onder het gras. "Ieder heeft volledige vrijheid van geloofsuitoefening zolang anderen het recht wordt gelaten datzelfde te doen", zo stelt de premier.
  Wat hij hiermee bedoelt, wordt duidelijk wanneer hij op 10 januari het getroffen Dangs district in Gujarat bezoekt. Bij die gelegenheid roept hij op tot een nationaal debat over bekeringen. Wanneer wij vrijheid van religie prediken, moeten wij eens serieus bij onszelf te rade gaan hoe wij staan tegenover bekeringen van mensen tot een ander geloof, zo redeneert de premier. Daarmee heeft hij het probleem van het geweld tegen christenen op een subtiele manier verlegd naar een kwestie die ook bij de radicale hindoe-groeperingen hoog in het vaandel staat.
  Het bekeringswerk van de christelijke missionarissen onder achtergestelde groepen als kastelozen en adivasi (tribalen) is de radicale hindoepartijen van oudsher een doorn in het oog. De sociale achterstand van deze groepen wordt misbruikt om ze op aantrekkelijke voorwaarden tot het christendom over te halen, zo stellen zij. Dit wordt als een serieuze bedreiging voor het hindoeïstische India beschouwd. Zozeer zelfs, dat de VHP, de op de hindoeïsering van India gerichte 'Wereldraad van Hindoes', onlangs heeft opgeroepen tot een herbekeringscampagne in het noordoosten van India, een gebied waar veel adivasi wonen en de enige regio in India met een christenmeerderheid.
  Leden van de VHP trachten begrip te kweken voor het recente geweld als een begrijpelijke reactie op de bekeringsijver van christenen, die opereren met hulp van buitenlandse missionarissen en fondsen. Zij zien zelfs een internationale samenzwering in de toekenning van de Nobelprijs aan Moeder Teresa en aan Amartiya Sen (oorspronkelijk afkomstig uit de christengemeenschap in India), en niet aan bijvoorbeeld Gandhi. Recentelijk hebben VHP-functionarissen het christendom een "kankergezwel in de hindoesamenleving" genoemd dat "met wortel en tak moet worden uitgeroeid."
Chronologie der gebeurtenissen

Sinds maart vorig jaar zijn talloze incidenten gemeld van geweld tegen christenen. Een selectie:

(1998)
2 maart:
Een groep christenen die brochures uitdeelt op een markt in Gujarat wordt aangevallen door hindoe-activisten.
16 maart:
Bajrang Dal activisten verstoren een bijeenkomst van evangelisten in Kanpur. Verscheidene mensen raken gewond.
11 april:
Hindoe-activisten gewapend met hockeysticks en ijzeren staven vallen een groep christenen aan tijdens een kerkelijke viering.
11 mei:
Shiv Sena activisten vallen een missionaris aan in Ambernath.
15 mei:
Het hoofd van een katholieke school in Ranchi wordt aangevallen.
21 juni:
Een gebedsruimte in een dorp in het Dangs district (Gujarat) wordt in brand gestoken.
8 juli:
Het lichaam van een overleden christen wordt opgegraven en voor een kerk gedeponeerd (Gujarat).
18 juli:
In Gujarat wordt een christelijke school vernield. Het schoolplein wordt omgeploegd met een tractor.
20 juli:
VHP en Bajrang Dal activisten verbranden Bijbels van een christelijke school in Rajkot.
9 augustus:
Leden van het plaatselijke RSS kader vernielen een kerk in Ahmedabad.
15 augustus:
Bajrang Dal en VHP leden vallen kerkelijke activisten aan in Robertsganj (Uttar Pradesh).
23 september:
Een groep onder leiding van een BJP-parlementslid valt een christelijke priester aan in Madhya Pradesh.
23 september:
Een bende jongemannen overvalt een zusterklooster en verkracht de vier aanwezige zusters.
18 oktober:
Christelijke dorpelingen worden bedreigd in Maharashtra, en hun kerk wordt vernield.
30 oktober:
Bajrang Dal en VHP leden vallen gewapend met stokken en kettingen gedelegeerden op een nationale christelijke conventie in Baroda aan.
5 november:
Een kerk in Gadhavi, Dangs district wordt in brand gestoken.
12 november:
Twee kerken in het dorp Kamath (Gujarat) worden in brand gestoken.
14 december:
Op verschillende plaatsen in Gujarat worden kerken gebrandschat.
25 december:
Tijdens de kerstdagen worden in het Dangs district verscheidene christelijke bijeenkomsten verstoord, groepen christenen aangevallen, en kerken vernield.

(1999)
23 januari:
In een dorp in Orissa komen de Australische zendeling Staines en zijn twee zoontjes om het leven als de jeep waarin zij slapen in brand wordt gestoken.
24 januari:
Vier christelijke jongeren worden het ziekenhuis in geslagen door Bajrang Dal activisten wanneer zij op een markt pamfletten uitdelen.


Dieven en plunderaars

Een eerste poging tot gesprek tussen kerkelijke vertegenwoordigers en hindoeleiders op 18 december leidde vooral tot een verscherping van standpunten. De hindoeleiders wonden er geen doekjes om dat het idee van Christus als enige redder een belediging is voor de overwegende hindoecultuur van India. Christenen en moslims zijn oorspronkelijk naar India gekomen als 'dieven en plunderaars', zo werd gesteld. En waarom werken missionarissen alleen onder arme hindoes, en niet onder arme moslims? De christelijke liefdadigheid is niet meer dan een façade voor bekeringswerk. Via de christelijke kerk wordt geld uit het buitenland gepompt in met name bekeringen in Noordoost-India. Bovendien blazen de media en de kerk de recente geweldsincidenten tegen christenen op om de BJP-regering in diskrediet te brengen. Bij dit soort aantijgingen lijkt de basis voor een gesprek wel erg smal. Op 16 januari gooide L.K. Advani, minister van binnenlandse zaken en BJP hardliner, nog eens olie op het vuur, door publiekelijk voor te rekenen dat tussen oktober en december 1998 70% van de buitenlandse privé-donaties voor India naar de christelijke kerk zijn gegaan.
  Deze opmerkingen staan op gespannen voet met het gematigde geluid dat premier Vajpayee laat horen. Op 30 januari, de sterfdag van Mahatma Gandhi, vastte hij in naam van religieuze tolerantie en openheid. Bij de gelegenheid noemde hij de recente aanvallen op christenen een 'smet' op het tolerante blazoen van de natie. Op dezelfde dag werd een grote protestmars gehouden voor religieuze tolerantie, waaraan o.a. voormalige premiers V.P. Singh en I.K. Gujral deelnamen. De meest opvallende daad van protest kwam echter voor rekening van M.L. Khurana, de minister voor parlementaire zaken, die ontslag nam uit protest tegen het geweld tegen de christelijke gemeenschap en het falende optreden van de regering hier tegen. Vanuit christelijke hoek zijn echter al vraagtekens geplaatst bij deze daad van solidariteit. Volgens sommigen is de actie van Khurana vooral het gevolg van een interne machtsstrijd binnen de BJP.

Priester voor z'n kerk, Pulluvilla, Kerala
(foto: Luuk Kramer)

Dieptepunt

De meest geruchtmakende aanslag tot nu toe vond plaats op 23 januari van dit jaar. De Australische zendeling Graham Staines had met zijn twee zoontjes van 8 en 10 jaar oud deelgenomen aan een bijeenkomst van christenen in een afgelegen dorp in Orissa. Nadat zij zich 's avonds hebben teruggetrokken in hun jeep om te gaan slapen, worden zij opgeschrikt door Bajrang Dal activisten, die de auto met stenen beginnen te bekogelen. Vervolgens overgieten zij het voertuig met benzine, en steken het in brand. Het wordt de vader en de twee jongetjes belet om de auto te verlaten, en ook de dorpelingen die te hulp willen schieten worden op een afstand gehouden. De drie komen op afschuwelijke wijze om het leven. Wanneer de politie de volgende dag arriveert zijn hun lichamen volledig verkoold.
  Deze moord vormt het voorlopige dieptepunt in de gewelddadigheden. Nationaal en internationaal wordt er schande van gesproken. Ook door de politieke leiders van BJP is de aanslag scherp veroordeeld, hoewel minister van binnenlandse zaken Advani aanvankelijk de betrokkenheid van de Bajrang Dal, waar inmiddels niemand meer aan twijfelt, ontkende. De Amerikaanse ambassadeur en de pauselijke nuntius (de ambassadeur van het Vaticaan) hebben hun bezorgdheid geuit bij de Indiase regering over de aanhoudende gewelddadigheden. De Australische regering heeft om een officieel onderzoek gevraagd. Inmiddels is de deelstaatpremier van Orissa, lid van de Congrespartij, onder druk van de partijleiding in Delhi afgetreden. Volgens de Congrespartij zou de nationale regering, die volgens haar alle geloofwaardigheid verloren heeft, er goed aan doen dit voorbeeld te volgen. "De BJP sympathiseert en spant samen met duistere krachten," aldus de Congresleiding.


Verklaringen

Echte verklaringen voor de plotselinge toename in het geweld tegen christenen zijn er niet. Als oorzaak wordt wel de falende rechtsorde in de getroffen gebieden genoemd. Het zijn vaak afgelegen gebieden, waar radicale groepen en bendes vrij spel hebben. Het is duidelijk dat er een verband is met sociale kwesties. De meerderheid van de christenen in bijvoorbeeld het Dangs district zijn adivasi. Zij behoren tot de armste groepen ter plekke. Veel christelijke organisaties werken met name aan de sociale en economische emancipatie van deze groepen. Dat wordt hen niet door iedereen in dank afgenomen.
  Hoewel er ook gesproken wordt over een gerichte campagne, is het onwaarschijnlijk dat de recente gewelddadigheden hebben plaatsgevonden op bevel van hogerhand. Waarschijnlijker is dat zij het werk zijn van lokale extremistische groepen, en het initiatief van enkele aanstichters. Dat neemt niet weg dat het klimaat voor de gewelddadigheden min of meer bewust gecreëerd is door de voorvechters van de hindutva, die van India een hindoenatie willen maken. Deze hindutva-ideologie heeft een vijand nodig om zich te handhaven en te verbreiden. Lange tijd was dit de islam, maar nu lijkt het de beurt aan de christenen. Binnen de christelijke gemeenschap roepen de aanslagen veel spanningen en angstgevoelens op. Dat is precies wat deze radicale groepen en hun politieke vertegenwoordigers, die profiteren van een verscherping van de tegenstellingen binnen de Indiase samenleving, beogen.

Christelijke kerk in 'Hindoe-stijl'
(foto: xxx)

  Veel verwijten gaan uit naar de deelstaatregering van Gujarat, die met haar aanvankelijk lakse en vergoelijkende optreden een verkeerd signaal heeft afgegeven. Zelfs de partijgenoten bij de nationale overheid hebben de deelstaatregering, die ook in handen is van de BJP, berispt. Velen zien ook het aantreden van Sonia Gandhi als leider van de Congrespartij als een belangrijke factor in het geheel. Als grootste rivaal van de BJP zouden de hindutva-krachten haar tot een pro-christelijk of anti-hindoe standpunt willen dwingen, om op die manier de aandacht op haar buitenlandse en christelijke afkomst te vestigen en zo haar electorale opmars een halt toe te roepen.
  Het blijft onduidelijk in hoeverre het geweld tegen christenen een onderdeel is van een lange termijn strategie van de hindutva-krachten in India. Aanwijzingen voor directe betrokkenheid van bijvoorbeeld de BJP zijn er niet. De BJP bevindt zich door de aanslagen zelfs in een lastig parket. Enerzijds wil zij de schijn hoog houden een respectabele politieke middenpartij te zijn, die de seculiere basis van de Indiase staat respecteert en veilig stelt. Anderzijds dreigt zij met een al te gematigde koers haar radicale achterban van zich te vervreemden. De discussies over een mogelijke opvolger van Vajpayee, bij uitstek de vertegenwoordiger van het gematigde gezicht van de BJP, zijn dan ook al losgebarsten.
  Maar zelfs als bij de uitslagen van de recente deelstaatverkiezingen, waarbij de BJP in een aantal staten het veld moest ruimen ten gunste van de Congrespartij, de schijn niet bedriegt, en het tij voor de BJP aan het keren is, is duidelijk dat daarmee geen einde komt aan de agitatie van de hindoenationalisten. De beweging is diep geworteld in de Indiase samenleving, en vertegenwoordigt een spanningsbron die op gezette tijden schokgolven teweegbrengt met onvoorspelbare gevolgen. De kans bestaat zelfs dat de gewelddadigheden toenemen na een vroegtijdig einde van de door de BJP geleide regering, omdat de radicale krachten zich dan niet meer geremd hoeven te voelen door het matigende geluid van boven.

Ton Groeneweg




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 oktober 1999