terug
Uit: India Nieuwsbrief 44 (sep-okt 1986)



Bossen

Moet Chipko India redden?



Gunapati Pulliah, een 37-jarige boer uit het distrikt Guntur in Andhra Pradesh, werd op een morgen in november vorig jaar kotsmisselijk toen hij bezig was pesticiden te spuiten op zijn rijstveld. Hij moest vreselijk braken, gooide zijn spuitmachine aan de kant, en rende naar de dichtstbijzijnde dokter. Ironisch genoeg was hij gedeeltelijk het slachtoffer geworden van zijn eigen handelen; onwetendheid deed de rest. Hij had namelijk de gebruikelijke hoeveelheid pesticide vermengd met slechts 10 liter water i.p.v. de benodigde 100 liter. Bovendien droeg hij geen masker. Maar Pulliah had geluk. Hij herstelde snel en voorspoedig.
Anderen zijn minder gelukkig geweest. Vorig jaar raakten een groot aantal dorpelingen uit de regio Malnad in Karnataka permanent verlamd, nadat ze krab hadden gegeten die ze op rijstvelden verzameld hadden - de krabben waren vergiftigd door de pesticiden die op de rijstplantjes gespoten waren.
"De jungle!", riep Gulab, een Santhal-tribaal uit de Ayodhiya-heuvels in West-Bengalen begin dit jaar verbaasd uit, als antwoord op een belangstellende vraag van een journalist. "Waar is hier nog jungle te zien? Alles is weg. Elke dag komen er mensen uit de vlakte die de bomen kappen. Maar wij mensen uit de dorpen hier worden beschuldigd van diefstal van dat hout. Waar moeten wij anders onze brandstof vandaan halen? Wie is er nu schuldig?"

Drie voorvallen, die op zichzelf niet erg spectaculair zijn, maar wel tekenend voor wat er zich dagelijks in India afspeelt. Bhopal en andere rampen halen in Nederland nog wel de pers, maar vormen uiteindelijk slechts het topje van de gigantische ijsberg welke de doorlopende aantasting van het natuurlijke milieu in India voorstelt. Een paar cijfers, voortgekomen uit recente onderzoeken, mogen dit verduidelijken: in 1960 bestond de landoppervlakte van India nog voor 23% uit bos, een percentage dat ook nu nog officieel geclaimd wordt. In werkelijkheid is de grootte van het bosgebied in India razendsnel teruggevallen tot minder dan 12% vorig jaar. Deskundigen zijn het er over eens, dat een verdere daling tot onder de 10% fataal voor het Indiase milieu zal zijn. Min of meer direkt in verband hiermee staat de toestand van de grond. Als gevolg van erosie, grondverzilting en monocultuur is intussen een derde, sommigen beweren zelfs de helft van alle land verdroogd, en gedegenereerd tot 'wastelands' waar nauwelijks nog iets op groeit. De vervuiling van lucht en water, met name in de stedelijke gebieden, overtreft die van de geÔndustrialiseerde landen in West-Europa, en die van Japan en de Verenigde Staten.
Een alarmerende situatie. De problemen zijn natuurlijk nog verre van opgelost. Integendeel, want waar men zich op het ogenblik het meest druk om maakt, is de schuldvraag: wie zijn er verantwoordelijk voor de gigantische ontbossing en water- en luchtvervuiling die er dagelijks plaatsvindt? Bijna onontwarbare kluwens van beschuldigingen, tegenbeschuldigingen, belangen(groeperingen), aktievoerders en slachtoffers maken het soms zeer moeilijk een juist antwoord te vinden. Meestal echter liggen de zaken toch redelijk duidelijk.


De makkelijkste oplossing: geef de tribalen een transistorradiootje en laat ze zelf verder uitzoeken waar ze terecht komen wanneer hun bossen gekapt zijn en hun valleien onder water staan.
(foto: P r a m o d   P u s h k a r n a)

    Kwestie van macht

Een voorbeeld. Al meer dan 30 jaar bestaan er plannen voor een grootscheeps hydro-electrisch projekt in het zuiden van Bihar. De hoofdmoot hiervan is de bouw van een grote, 44 meter hoge aarden dam in de Koel-rivier, en een soortgelijke 55 meter hoge dam in de noordelijke Karo-rivier. De twee reservoirs die dan ontstaan zullen met elkaar verbonden worden door een 5 km lang kanaal. Dit alles om de energiesituatie in Bihar wat beter op peil te brengen, aldus de overheid. In 1973, toen de plannen definitief goedgekeurd leken, kwamen lokale dorpelingen in opstand. Wat zou er met hen gebeuren als hun dorpen in de immense waterreservoirs zouden verdwijnen? Daar had de overheid geen pasklaar antwoord op, en de plannen werden (tijdelijk) uitgesteld. Maar de overheid zat intussen niet stil. In het gebied, grotendeels bewoond door tribalen en zeer rijk aan mineralen en bossen, werden de mijnbouw en kommerciŽle houtkap grootscheeps aangepakt. Nu, 13 jaar later, zijn de bossen gekapt en is de grond leeggeschraapt en verarmd. De tribalen hebben nauwelijks nog middelen van bestaan. Een reden temeer om de oorspronkelijke plannen voor de bouw van de dammen alsnog uit te voeren, vindt de overheid.
Een typisch voorbeeld dat heel goed toepasbaar is op de schuldvraag-diskussie. Want het blijkt zoals zo vaak een kwestie van macht te zijn, welke, in kombinatie met de faktor korruptie, tot fatale gevolgen kan leiden. De overheid ziet voornamelijk de korte-termijnvoordelen voor industriŽlen, stedelingen en grootgrondbezitters, en offert daar zonder moeite de belangen van machteloze groeperingen als tribalen, landlozen en kastelozen aan op. En niet alleen op het gebied van hydro-electrische projekten, waar intussen al meer dan een miljoen mensen, voornamelijk tribalen, het slachtoffer van geworden zijn. Of het nu gaat om grootschalige kommerciŽle houtkap waardoor het arme, praktisch bezitloze deel van de Indiase bevolking met een akuut gebrek aan brandstof en veevoer komt te zitten, of de enorme industriŽle vervuiling van de rivieren waardoor er voor diezelfde armen en hun vee geen veilig drinkwater meer is, en waardoor hun land niet meer zonder risico te bevloeien is; telkens blijkt het een kwestie van overmacht van een kleine groep met korte-termijnoogmerken te zijn ten opzichte van de machteloosheid van de massa, die met de lange-termijngevolgen blijft zitten.


    De Chipko-beweging

Er zijn echter ook tegengeluiden te horen die steeds belangrijker worden. Twee elementen spelen hierbij een belangrijke rol: de signalerende en voorlichtende funktie die de pers vervult (in de plaats van de falende overheid) en de lokale initiatieven. Zo hebben de tribalen die het slachtoffer dreigen te worden van de Koel/Karo-dammen zich bijvoorbeeld verenigd in de Jan Sagathan-beweging die hun belangen tot in het Hooggerechtshof probeert te verdedigen. Op vele plaatsen in India zijn vergelijkbare groeperingen ontstaan, vaak naar voorbeeld van de oudste en meest invloedrijke van dit moment, de Chipko-beweging. Oorspronkelijk, in de jaren '60, is deze beweging ontstaan om de kommerciŽle belangen van de lokale bevolking in Uttar Khand (U.P.) te beschermen tegen grootindustriŽlen die de Himalaya-bossen in die streek wilden gebruiken als goedkope grondstoffenbron. Maar nadat de bevolking het verband begon te zien tussen de voortgaande ontbossing en erosie, landverschuivingen en overstromingen in hun woongebied, veranderde de beweging van doelstelling. Dit leidde in 1973 tot een protestaktie, waarbij mensen hun armen om bomen sloegen om zo te voorkomen dat ze geveld werden (chipko betekent letterlijk: omarmen). Deze geweldloze aktie verliep zeer succesvol, en werd al snel overgenomen door andere groepen in bedreigde bosgebieden. De beweging is steeds meer uitgegroeid tot een landelijke basisbeweging, gestoeld op oude hindoeÔstische geschriften, en de Sarvodaya-ideeŽn van Mahatma Gandhi. De nadruk ligt hierbij op de sociale en morele ontwikkeling van de mensheid op een geweldloze manier d.m.v. zelfvoorziening, ekologisch evenwicht, en betrokkenheid van alle bevolkingsgroepen. Typerend voor de beweging is onder meer het feit dat 80% van de aktieve aanhangers vrouwen zijn. Zij hebben immers, bij de afwezigheid van hun mannen die elders op zoek zijn naar werk, het meest direkt te maken met de gevolgen van de ontbossing. Vaak zijn ze uren onderweg voordat ze voldoende brandhout gevonden hebben voor de komende paar dagen.

Vrouwen van de Chipko-beweging in Uttar Khand in aktie bij het beschermen van een boom. (foto: K.   P r a s u m)
Hun invloed is inmiddels zodanig gestegen, dat ze vaak de gelegenheid krijgen om in de panchayat (dorpsraad) hun woord te doen, iets wat tot voor kort ongekend was in India.

De basisbeweging richt zich op zeer konkrete doelen. De Ghatprabha-Malaprabha-groepering bijvoorbeeld keert zich tegen de uitdroging van gronden als gevolg van irrigatieprojekten voor waterintensieve cash-crops. Meestal blijven de groepen lokaalgericht, zoals verschillende groeperingen in Zuid-India die zich richten tegen de vervuiling van de Chaliyar-rivier in Kerala, de Tungabhadra in Karnataka, en de Chambal in Andhra Pradesh.
Eťn van de problemen waar al deze bewegingen mee te maken hebben is het feit dat hun kijk op de zaken en de daarmee in verband staande eisen, als zijnde onwetenschappelijk en irreŽel door overheid en industriŽlen worden afgedaan. De laatsten bekijken zelf de milieuproblematiek slechts vanuit ťťn, voor hen zaligmakend, perspektief. Zo wordt in de zogenaamde scientific forestry een monokultuur van eucalyptusbomen als profijtelijker en dus beter beschouwd (voor de pulpindustrie!) dan een natuurlijk bos. Wat tribalen ervan vinden is niet belangrijk.


    Schone energiebronnen

In hoeverre deze basisbeweging successen boekt valt te bezien. Wat we wel weten, is dat ze afhankelijk zijn van de bereidwilligheid van de staat om de zaken ook eens van hun kant te bekijken. Ook is bekend dat Rajiv een grondige modernisering en industrialisering voorstaat en dat deze over het algemeen zeer schadelijke gevolgen voor het milieu met zich meebrengen.
De ontwikkeling van alternatieve energiebronnen zou als een lichtpuntje aangemerkt kunnen worden. Hier is zelfs een apart ministerie voor opgericht. Conventionele energiebronnen als olie, steenkool en atoomenergie zullen de gigantische energiebehoeften van een super-geÔndustrialiseerd India op de lange duur niet meer kunnen dekken. Met waterkracht opgewekte energie is niet erg betrouwbaar vanwege de onregelmatige moesson. Op grote schaal worden daarom alternatieve energiebronnen onderzocht zoals windkracht, getijdenbewegingen, biogas en zonlicht. De meeste deelstaten hebben hun eigen onderzoeksafdelingen opgezet, die de mogelijkheden van al deze schone energiebronnen op hun waarde zullen testen. Een lange omweg, lijkt het, want India kent de toepassing van een aantal van deze 'alternatieve' energiebronnen al eeuwenlang. Er staan bijvoorbeeld meer dan 100.000, zij het primitieve, biogasinstallaties op het platteland.
De bereidheid van de Indiase overheid om werkelijk iets aan de milieusituatie te doen is echter twijfelachtig. Want hoe is het anders te verklaren dat India de weinige olie die het heeft, exporteert naar het Westen in ruil voor luxe goederen en deviezen (zie India Nieuwsbrief 39)? En waarom komt de overheid, die de enorme verborgen werkloosheid in India wel serieus lijkt te nemen (zie bijvoorbeeld de opzet van allerlei National Rural Employment Plans), niet op het idee om de 25 tot 50 miljoen landlozen die in en rond de nog resterende bossen leven in te zetten voor herbebossing? Zo zouden twee vliegen in ťťn klap gevangen worden, en zou India het grootste konstruktieve werkverschaffingsprojekt aller tijden in het leven roepen.
Nee, te vrezen valt dat Rajiv het voorlopig te druk zal hebben om zich hier daadwerkelijk mee bezig te houden. En als hij dan eindelijk eens met vakantie gaat in Rajasthan, zoals afgelopen maand, heeft hij nog maar de keus uit twee natuurparken aldaar. 0 nee, één: in het andere, het Sariska Wildlife Sanctuary, wordt momenteel een dam aangelegd...

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 5 maart 2010