terug
Uit: India Nu 173/174 (mei-aug 2008)







Broedertwist

Splitsing India en Pakistan bron van conflict



Klokslag middernacht 15 augustus 1947. Brits-Indië hield op te bestaan door de splitsing ('Partition') in twee soevereine staten: Pakistan en India. De koloniale tijd legde de kiem voor rivaliteit tussen moslims en hindoes, die leidde tot grootschalig geweld rondom de Partition. Die twist is zestig jaar later nog altijd actueel en een reële bron voor oorlog.


In 1906 richtten moslims in Dhaka de All India Muslim League (AIML) op. Zij wantrouwden het seculiere maar door hindoes gedomineerde Indian National Congress (INC). In hun optiek zouden na een eventuele onafhankelijkheid de hindoes door hun numerieke overmacht alle hoge posities naar zich toetrekken. Bovendien deden de Engelsen er alles aan hun eigen positie zo lang mogelijk veilig te stellen, door hindoes en moslims actief tegen elkaar uit te spelen en op te zetten - (koloniale) verdeel- en heerspolitiek. Dat blijkt ook uit de splitsing in 1946 van Bengalen in een overwegend hindoeïstisch westen en een overwegend islamitisch oosten, die beiden verschillende - soms tegenstrijdige - privileges kregen. De Engelsen deden dit om te voorkomen dat het verenigde Bengalen een te machtig blok zou vormen. Diverse scenario's voor een eerlijke verdeling van de macht tussen hindoes en moslims passeerden de revue. Een van de eersten die openlijk over de mogelijkheid van een aparte moslimstaat sprak, was dichter-filosoof Mohammed Iqbal in zijn rede tot de AIML in 1930. De meest vooraanstaande moslim in het INC, Mohammed Ali Jinnah, was tot dan toe een voorstander van eenheid tussen moslims en hindoes. Hij werkte nauw samen met Gandhi en Nehru, die hoopten de eenheid te bewaren op het Indiase subcontinent. Maar gaandeweg werd Jinnah meer en meer beïnvloed door afscheidingsdenkers als Iqbal. Jinnah begon te betogen dat het INC ongevoelig was voor de belangen van moslims. In 1940 hield hij een toespraak voor de AIML in Lahore waarin hij zich uitsprak voor twee aparte staten na onafhankelijkheid: 'Hindoes en moslims behoren tot twee verschillende religies en hebben hun eigen filosofieën, sociale gebruiken en literatuur. Twee dergelijke groeperingen samenbrengen in één afzonderlijke staat - de een als een numerieke minderheid en de ander als een meerderheid - zal onherroepelijk leiden tot groeiende onvrede en uiteindelijk de ondergang.' Nadien week de AIML nooit meer af van dit standpunt.


  Indiërs in de Tweede Wereldoorlog

Als onafhankelijkheid er eenmaal zou komen, zou een splitsing van Brits-Indië onafwendbaar zijn. Daar twijfelde vrijwel niemand meer aan. Maar Engeland was nog alles behalve verslagen. De Tweede Wereldoorlog bracht daar verandering in. De strijd tegen de Asmogendheden onder leiding van Nazi-Duitsland verzwakte Engeland dusdanig dat het steeds minder grip hield op Brits-Indië. Terwijl de Britten loyale Indiase soldaten in Europa en Azië inzetten in de oorlog, vochten andere Indiërs mee aan de kant van de Duitsers en de Japanners. De Bengaalse held Netaji
 Zowel in India als in Pakistan vonden ware heksenjachten plaats op religieuze minderheden 
('leider') Subhas Chandra Bose was een belangrijke opposant van de Engelsen. Enige tijd bestond er hoop dat de Indiase Kemal Ataturk was opgestaan die eenheid zou brengen onder de vele groeperingen die streden voor onafhankelijkheid in India. Elke medestander in de strijd tegen de Engelsen was acceptabel. Zo vond Netaji bondgenoten in de Duitsers en de Japanners.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde Bose in ruil voor steun tegen de Engelsen, Indiase soldaten aan de Duitsers. De Indiërs werden ingezet voor de controle over bezette gebieden. Maar omdat de Duitsers hun buitenlandse bondgenoten niet geheel vertrouwden, kwamen de Indiërs vaak in betrekkelijk rustige gebieden terecht, zoals Nederland. Daar vielen ze niet zelden uit hun rol van bezetter, en hielden er opvallend warme contacten op na met de plaatselijke bevolking. Diverse liefdesgeschiedenissen speelden zich af in de Hollandse duinen. Netaji verklaarde de geallieerden in 1943 de oorlog. Hij leidde het Indian National Army (INA) dat de Engelsen in het oosten van Brits-Indië flink dwars zat, maar de kracht miste om hen te verslaan. Tijdens deze strijd moesten Indiërs regelmatig tegen elkaar vechten, omdat zowel Netaji als de Engelsen veel Indiase soldaten hadden. Door toenemende onenigheid met de Japanners en het besef dat het Britse leger te sterk was voor hen, liepen steeds meer INA-soldaten over naar de Engelsen. De INA was dan niet bij machte geweest de Engelsen te verslaan in Zuid-Azië, het Britse imperium kwam ernstig verzwakt uit de Tweede Wereldoorlog. De onafhankelijkheid was nog maar een kwestie van tijd. Laatste bemiddelingspogingen tussen moslims en hindoes mislukten. Jinnah dreigde in de onderhandelingen met een islamitisch Pakistan dat zich zou afsplitsen als zijn eisen niet ingewilligd zouden worden. Hij hoopte op maximale toezeggingen voor controle over gebieden met een aanzienlijke moslimpopulatie. Hindoeïstische en islamitische leiders waren te wantrouwig geworden jegens elkaar - door de tweedracht die de Engelsen gezaaid hadden en door te zeer tegengestelde belangen - om elkaar nog concessies te kunnen doen.


  Gewelddadige splitsing

Onafhankelijkheid kwam op 15 augustus 1947. Pakistan omvatte het huidige Pakistan en het huidige Bangladesh dat respectievelijk West- en Oost-Pakistan ging heten. Daartussen lag het huidige India. Zodra de Engelsen vertrokken waren en de Partition formeel een feit was, voltrok zich de grootste volksverhuizing ooit, waarbij miljoenen moslims, sikhs en hindoes vanuit India naar Pakistan vluchtten of andersom. Gewelddadige bendes in beide landen vielen treinen en bussen met emigranten aan. Ook de mensen die niet durfden te vertrekken uit angst voor geweld, waren hun leven niet zeker. Zowel in India als in Pakistan vonden ware heksenjachten plaats op religieuze minderheden. Naar schatting een miljoen mensen kwam om.

 India had belang bij een gesplitst en verzwakt Pakistan 

Families raakten van elkaar gescheiden. Nog vandaag de dag vinden - met de periodieke ontspanning van de relatie tussen Pakistan en India en versoepeling van visumbepalingen - familieherenigingen plaats, ruim zestig jaar na dato. Ook seksueel geweld was aan de orde van de dag. Islamitische vrouwen werden massaal verkracht door hindoes of andersom om families voorgoed te ontwrichten met kinderen van vaders van een andere religie. Een maand na de Partition was het meeste geweld tot een einde gekomen, als gevolg van de inspanningen van Indiase en Pakistaanse leiders. Mahatma Gandhi ging in hongerstaking in Calcutta (en later in Delhi) om mensen te kalmeren en om de vrede te benadrukken. De moord op hem op 30 januari 1948 door een ultrarechtse hindoe die Gandhi de splitsing van Brits-Indië en zijn verzoening met moslims verweet, was een grote tegenslag voor de nog jonge Indiase natie en voor de rust in het land.


  Vluchtelingen

Intussen bleven de vluchtelingen binnenstromen. Beide regeringen bouwden grote vluchtelingenkampen voor binnenkomende en vertrekkende vluchtelingen en de legers werden gemobiliseerd om op grote schaal humanitaire hulp te verlenen. De toestand van de vluchtelingen maakte de Indiase hindoes en nationalisten woedend, en het aantal vluchtelingen putte de middelen van de Indiase staten uit. Zonder een oorlog uit te sluiten, nodigde de Indiase regering van Jawaharlal Nehru de Pakistaanse minister-president Liaquat Ali Khan uit voor overleg in Delhi. Zij ondertekenden een verdrag waarin beide landen zich verplichtten om hun minderheden te beschermen. Ondanks oppositie tegen het verdrag, besloten de regeringen het wel uit te voeren ten behoeve van de vrede. Khan en Nehru ondertekenden ook een handelsverdrag en beloofden elkaar om de geschillen met vreedzame middelen op te lossen. Geleidelijk aan leek er van enige ontspanning sprake te zijn. Honderdduizenden hindoes keerden terug naar Oost-Pakistan.


  Kashmir

Maar de dooi in de onderlinge betrekkingen duurde niet lang. De twist om Kashmir deed de spanning tussen Pakistan en India snel oplopen. Het gebied met een moslim-meerderheid kwam bij de Partition in Indiase handen. De maharadja of prins van Kashmir had gekozen voor India nadat Pakistan een guerrilla was begonnen in het gebied om hem onder druk te zetten voor Pakistan te kiezen. In plaats daarvan richtte hij zich tot Lord Mountbatten die hem steun toezegde, op voorwaarde dat hij voor India zou kiezen. Aldus geschiedde. Deze keuze voor India is de wortel van het conflict tussen beide landen dat tot op de dag van vandaag voortduurt.
In 1947-1948 raakten India en Pakistan voor het eerst met elkaar in oorlog om Kashmir. De Verenigde Naties bracht hen naar de onderhandelingstafel, waar een bestandslijn werd vastgesteld. In 1965 ontstond nogmaals gewapend conflict om Kashmir. Ook in 1971 raakten India en Pakistan met elkaar in oorlog. Dat ging niet om Kashmir, maar om de onafhankelijkheidsstrijd van Oost-Pakistan. India raakte actief betrokken in de strijd omdat het belang had bij een gesplitst en verzwakt Pakistan. De Indiase rol in de strijd leidde inderdaad tot de splitsing van Pakistan en het ontstaan van onafhankelijk Bangladesh. In 2002 werd een grootschalig gewapend conflict om Kashmir maar net voorkomen toen twee miljoen soldaten aan beide zijden van de grens tegenover elkaar stonden na een aanslag op het Indiase parlement door islamitische terroristen. Hoewel de betrekkingen tussen India en Pakistan momenteel vrij goed zijn, blijft de twist om Kashmir een lont in een kruitvat. Een constructieve oplossing is voorlopig niet in zicht. En een betrekkelijk klein incident kan de spanning direct weer snel doen oplopen en tot oorlog leiden. Dat beide landen over kernwapens beschikken maakt de kans op een catastrofe reëel.

xxx





terug
Kruitvat India-Pakistan
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 11 juli 2008