Bhopal 1984:

DOOD DOOR SCHULD


In de nacht van 2 op 3 december 1984 ging het afschuwelijk mis in de pesticidenfabriek Union Carbide bij de stad Bhopal in de deelstaat Madhya Pradesh. Veertig ton giftig methylisocyanaat (MIC) ontsnapte als gaswolk uit opslagtanks. Het werd de grootste industriële ramp ter wereld, en de gevolgen zijn nog dagelijks merkbaar.
Daarom in deze India Nu 212 veel aandacht voor Bhopal: de feiten; een interview met Anita Kluge die het van nabij meemaakte; en een bijzondere fotoreportage.


an de giframp van Bhopal lag grove nalatigheid ten grondslag. Er was water in de opslagtanks gekomen, wat een fatale chemische reactie veroorzaakte. Het systeem dat het gas had moeten neutraliseren was vanwege reparaties buiten gebruik en zeker vijf andere veiligheidssystemen werkten ook niet. De gaswolk trok s nachts over dichtbevolkte woonwijken en verraste mensen in hun slaap. Volgens de deelstaatregering zijn alleen al die nacht 2.259 mensen overleden en snel daarna nog ruim 1.500. Regionale NGOs denken dat het aantal doden boven de 16.000 ligt. Meer dan een half miljoen mensen werd ziek; ze kregen bijvoorbeeld vocht in de longen en beschadigingen aan nieren, lever en zenuwstelsel. Ook lang na de directe blootstelling blijven er slachtoffers vallen onder mensen die in de nabijheid van de verontreinigde fabrieksgrond leven en het vervuilde grondwater drinken.

Wie is verantwoordelijk?
Warren Anderson, toenmalig directeur van het Amerikaanse bedrijf Union Carbide Corporation (UCC), vloog na de ramp naar India. Daar werd hij aangehouden op verdenking van dood door schuld. Op borgtocht vrijgekomen vertrok hij naar Amerika. De VS hebben uitleveringsverzoeken van de Indiase regering genegeerd. Anderson ging in 1986 met pensioen en werd na zijn dood op 29 september jl. samen met zijn geweten begraven. UCC heeft altijd volgehouden niet verantwoordelijk te zijn voor de ramp, omdat de fabriek eigendom was van de Indiase dochteronderneming Union Carbide India Limited (UCIL). Wel betaalde het Amerikaanse bedrijf in 1989 een schadevergoeding, die in 2014 een waarde heeft van ruim 900 miljoen dollar. De uitbetaling verliep uiterst moeizaam en traag; veel van het geld heeft de slachtoffers nooit bereikt. In 2004 gaf het Indiase Hooggerechtshof de regering opdracht de resterende gelden te verdelen over de slachtoffers. In 2001 werd UCC overgenomen door Dow Chemical Company, dat alle juridische claims naast zich neerlegde.

Nog altijd verontreinigd
Ook de schoonmaak van het verontreinigde terrein verloopt moeizaam. In 1994 verkocht UCC zijn aandelen in het dochterbedrijf UCIL aan de batterijenfabrikant Eveready Industries India Limited. Die beëindigde de schoonmaak van het bedrijventerrein in 1998 en droeg de controle ervan over aan de deelstaat. Bodem en grondwater zijn nog altijd verontreinigd. Het feit dat UCC heeft geweigerd de precieze samenstelling van het ontsnapte gifgas prijs te geven, bemoeilijkt de sanering.
Pas in 2010 zijn acht voormalige leidinggevenden van de fabriek voor dood door schuld veroordeeld tot de maximumstraf van twee jaar cel en een geldboete van elk ruim $2000. Volgens UCC zijn met die veroordeling de verantwoordelijken bestraft en moet de zaak als gesloten worden beschouwd. Alle rechtszaken die in Amerika zijn aangespannen tegen UCC zijn afgewezen.

xxx


terug
Kinderarbeid & Onderwijs
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 11 november 2014