terug
Uit: India Nu 188 (nov-dec 2010)




Ayodhya: Hooggerechtshof spreekt zich uit

Grond wordt verdeeld
tussen hindoes en moslims

India stond op scherp aan de vooravond van de uitspraak van het Hooggerechtshof over de betwiste grond waar in 1992 de Babri Masjid (Babri moskee) door hindoes werd gesloopt. Meer dan 200 duizend politiemensen werden ingezet, tienduizend mensen werden uit voorzorg gearresteerd en 100 duizend personen moesten beloven geen onrust te stoken tussen hindoes en moslims. Tot sektarisch geweld kwam het niet, ook niet nadat het hof de grond verdeelde tussen twee hindoe-organisaties en de moslimgemeenschap.

Een datum die altijd in de geschiedenisboeken van India zal blijven staan, is 6 december 1992. Op die dag lopen in de stad Ayodhya 25 duizend hindoe vrijwilligers, of kar sevaks, samen met 150 tot 180 duizend toehoorders de politie volledig onder de voet (zie ook India Nu 82). Binnen twaalf uur wordt de moskee van Ayodhya, die in 1527 werd gebouwd, met de grond gelijk gemaakt. Want volgens veel hindoes was juist dit de plek waar de belangrijke hindoegod Ram werd geboren. Bij het geweld tussen hindoes en moslims dat volgde, vielen tweeduizend doden. Was het voor deze tijd nog mogelijk op te gaan in een illusie van een seculaire Indiase samenleving, de sloop van de Babri Masjid in Ayodhya bracht de spanningen tussen moslims en hindoes in India scherp in beeld.


  Eigendomskwestie

Hoewel alweer achttien jaar geleden, is de zaak van de Babri Masjid nog altijd actueel. Eind vorig jaar kwam de commissie Liberhan met een 1029 pagina’s tellend rapport over de oorzaak en de aanstichters van het geweld op die dag. Het rapport zorgde voor veel ophef in de Lok Sabha, het Indiase parlement (zie kader). Parallel hieraan liep een rechtszaak over wie de rechtmatige eigenaar van de plek is. In september van dit jaar heeft het Hooggerechtshof in Allahabad zich uitgesproken over deze eigendomskwestie. Met een duur van zestig jaar was de zaak zelfs naar Indiase begrippen ongekend langgerekt.
Liberhan Commissie

De Liberhan commissie werd tien dagen na de sloop van de Babri Masjid ingesteld door de Indiase regering, om te bepalen hoe en waarom het allemaal heeft kunnen gebeuren. De commissie, bestaande uit één man, rechter M.S. Liberhan, zou binnen drie maanden verslag uitbrengen over de gebeurtenissen. Na 48 verlengingen en een vertraging van zeventien jaar, werd het rapport uiteindelijk aangeboden aan de Indiase overheid. Belangrijkste conclusie van het rapport: het geweld rondom de sloop van de moskee was ‘noch spontaan, noch ongepland’. Het rapport houdt verschillende kopstukken binnen de orthodoxe Hindutva-beweging verantwoordelijk voor de sloop van de moskee en de ontwrichting van de Indiase samenleving. Het rapport stelt Uma Bharti, Govindacharya, Kalyan Singh en Shankar Vagela volledig verantwoordelijk voor de geweldsexplosie. Atal Behari Vajpayee, L.K. Advani en Manohar Joshi, terwijl niet direct betrokken bij het geweld, worden door de commissie wel als medeplichtigen aangewezen. Het is overigens nog steeds niet duidelijk of deze mensen zich ooit zullen moeten verantwoorden voor het Gerechtshof.

Vooraf werd gevreesd voor een explosie van geweld en intimidatie naar aanleiding van de uitspraak. De centrale overheid had tweehonderdduizend veiligheidsmensen op de been gebracht om dit te voorkomen. Achteraf bleek deze vrees ongegrond. Voor zover er sprake was van ontevreden reacties, werden deze met name op verschillende forums en blogs op internet geuit. Confrontaties op staat bleven uit. Een opluchting voor de Indiase regering, die na alle negatieve publiciteit rondom de Gemenebest Spelen van oktober niet nog meer negatief nieuws kon gebruiken.


  De uitspraak

Omdat Ayodhya zo’n politiek beladen zaak was, werd er met grote interesse en ook met vrees uitgekeken naar de uitspraak van het Hooggerechtshof. Als de plek aan slechts één van de belanghebbende partijen in de zaak werd toegewezen, kon een heftige reactie van ofwel hindoefundamentalisten ofwel moslim- fanatici niet uitblijven. Maar het gerechtshof in Allahabad velde een Salomonsoordeel. Van de omstreden locatie werd een derde toegewezen aan moslims, een derde aan de Hindoeïstische Ramlila stichting en een derde aan Nirmohi Akhara, een hindoesekte en de derde belanghebbende in de zaak. Het is nu de bedoeling dat er op de locatie zowel een tempel als een moskee worden gebouwd.


  Reacties

De publieke reacties op het besluit varieerden van louter positieve geluiden tot negatieve kreten als ‘weg met alle moslims’. Zoals te verwachten waren de hardliners aan beide kanten het meest ontevreden. Sommige moslims vroegen zich af waarom
Reacties op internet

Ook de meer gematigde Indiër liet van zich horen naar aanleiding van de uitspraak van het Hooggerechtshof. Op internet werden verschillende suggesties gedaan voor de locatie in Ayodhya. Dit varieerde van herbouw van de voormalige moskee tot de bouw van een ziekenhuis. Iemand stelde voor een seculier gebouw neer te zetten dat open wordt gesteld voor alle religies. Misschien de meeste opvallende suggestie: de enige manier om hindoes en moslims te verenigen is door er een winkelcentrum te bouwen. Iedereen in India wil toch shoppen?! Zo zou iedere Indiër z’n geloof kunnen belijden, aldus de inzender.

er nu ook een hindoetempel op het terrein moet komen, terwijl de Babri Masjid er al sinds 1527 stond en met geweld is gesloopt. Aan de andere kant vragen hindoes zich af waarom er nu toch weer een moskee op de plek moet verrijzen. Zij stellen dat de tempel van Ram er eerder was en werd gesloopt door de eerste grote islamitische Mogol-heerser Babur, om er de Babri moskee te bouwen. Dus waarom hebben moslims überhaupt recht op een moskee op die plek? Op internet vroeg iemand zich af waarom moslims een derde van de locatie hebben gekregen, terwijl maar een zesde van Indiase bevolking uit moslims bestaat. Ook vanuit een meer gematigd standpunt lijkt de uitspraak in eerste instantie onbevredigend. Als er nu op de locatie ook weer een hindoetempel gebouwd mag worden, lijkt dat een beloning voor de gewelddadige sloop van de moskee in 1992.


  Genuanceerd

Toch blijkt de werkelijkheid, zoals zo vaak in India, genuanceerder te zijn. Allereerst dateert de rechtszaak over wie de plek toebehoort van ver voor de sloop van de moskee. De oorspronkelijke eis werd in 1950 bij de rechtbank neergelegd. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de zaak in een stroomversnelling toen de BJP en andere hindoe-organisaties er een politieke kwestie van maakten. Hoewel de rechtszaak en de sloop van de moskee met elkaar verbonden zijn, moeten zij eigenlijk los van elkaar gezien worden. Vanwege de politieke lading van de zaak bleek dat lastig, zelfs voor het gerechtshof.
Daarnaast is gebleken dat de locatie al heel lang door beide geloven wordt gebruikt. Verschillende berichten uit het koloniale tijdperk laten zien dat de plek door zowel hindoes als moslims gebruikt werd om hun geloof te belijden. Joseph Tieffenthaler, een van de vroegste Europese reizigers in India, berichtte in 1767 dat hindoes gebruikmaakten van de locatie om Rama Navami (de geboorte van Ram) te vieren. In 1858 wist de muezzin van de Babri Masjid de Britse administratie te vertellen dat hindoes ‘al honderden jaren gebruikmaakten van de plek’.


  Archeologisch onderzoek

Veel hindoes blijven zich erop beroepen dat de Babri Masjid werd gebouwd op de ruïnes van een vroegere hindoetempel. Nadat Babur de heerschappij over Noord-India had verkregen, zou hij de tempel hebben gesloopt om er vervolgens zijn moskee te bouwen. Daar was echter nooit wetenschappelijk bewijs voor en de meningen liepen sterk uiteen. Om duidelijkheid hierover te krijgen, gelastte het gerechtshof in 2003 een archeologisch onderzoek op de locatie. Dit werd uitgevoerd door de Archeological Survey of India (ASI) en heeft in totaal zes maanden geduurd. Er zijn toen verschillende constructieve elementen gevonden die wezen op het bestaan van een Noord-Indiase hindoetempel. Ook de vondst van een bijna vier meter hoog standbeeld van de hindoegod Hanuman, wees erop dat de plek al voor de komst van de Mogols gebruikt werd voor religieuze doeleinden.

Al met al houdt de uitspraak van het Hooggerechtshof in Allahabad rekening met de belangen van alle partijen. Wat had het hof anders kunnen beslissen? Als het partij had gekozen voor één van de belanghebbenden, dan had de partij die niet in het gelijk werd gesteld de uitspraak kunnen gebruiken om de zaak weer politieke lading te geven. Met hoogstwaarschijnlijk sektarisch geweld als gevolg. Iets waar niemand in India (behalve een kleine minderheid) baat bij heeft.
De reactie op de uitspraak laat ook zien, net zoals de reactie in de giframpzaak van Bhopal enkele maanden geleden (zie ook India Nu 187), dat India een wezenlijk ander land is dan twintig jaar geleden. De jeugd is meer geïnteresseerd in het verkrijgen van een baan en werken aan de toekomst dan in het voortborduren op grieven uit het verleden. De samenvatting van de zaak die het Hooggerechtshof gaf, is in die zin veelzeggend: ‘On God, no dispute. On property, compromise. On history, move on’, ofwel: Wat betreft God, geen geschil. Wat betreft eigendom, compromis. Wat betreft het verleden, laat het achter.

xxx

Verder lezen: Liberhan rapport (in pdf)



terug
Dalits
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 28 januari 2011