![]()
|
| India stond op scherp aan de
vooravond van de uitspraak
van het Hooggerechtshof
over de betwiste grond waar
in 1992 de Babri Masjid (Babri moskee)
door hindoes werd gesloopt.
Meer dan 200 duizend politiemensen
werden ingezet,
tienduizend mensen werden
uit voorzorg gearresteerd en
100 duizend personen moesten
beloven geen onrust
te stoken tussen hindoes
en moslims. Tot sektarisch
geweld kwam het niet, ook
niet nadat het hof de grond
verdeelde tussen twee
hindoe-organisaties en de
moslimgemeenschap.
Een datum die altijd in de geschiedenisboeken van India zal blijven staan, is 6 december 1992. Op die dag lopen in de stad Ayodhya 25 duizend hindoe vrijwilligers, of kar sevaks, samen met 150 tot 180 duizend toehoorders de politie volledig onder de voet (zie ook India Nu 82). Binnen twaalf uur wordt de moskee van Ayodhya, die in 1527 werd gebouwd, met de grond gelijk gemaakt. Want volgens veel hindoes was juist dit de plek waar de belangrijke hindoegod Ram werd geboren. Bij het geweld tussen hindoes en moslims dat volgde, vielen tweeduizend doden. Was het voor deze tijd nog mogelijk op te gaan in een illusie van een seculaire Indiase samenleving, de sloop van de Babri Masjid in Ayodhya bracht de spanningen tussen moslims en hindoes in India scherp in beeld. |
|
De uitspraak
Omdat Ayodhya zo’n politiek beladen zaak
was, werd er met grote interesse en ook met
vrees uitgekeken naar de uitspraak van het
Hooggerechtshof. Als de plek aan slechts één
van de belanghebbende partijen in de zaak
werd toegewezen, kon een heftige reactie van
ofwel hindoefundamentalisten ofwel moslim-
fanatici niet uitblijven. Maar het gerechtshof
in Allahabad velde een Salomonsoordeel.
Van de omstreden locatie werd een derde
toegewezen aan moslims, een derde aan de
Hindoeïstische Ramlila stichting en een derde
aan Nirmohi Akhara, een hindoesekte en de
derde belanghebbende in de zaak. Het is nu
de bedoeling dat er op de locatie zowel een
tempel als een moskee worden gebouwd.
Reacties
De publieke reacties op het besluit varieerden
van louter positieve geluiden tot negatieve kreten als ‘weg met alle moslims’.
Zoals te verwachten waren de hardliners
aan beide kanten het meest ontevreden.
Sommige moslims vroegen zich af waarom
|
Genuanceerd
Toch blijkt de werkelijkheid, zoals zo vaak
in India, genuanceerder te zijn. Allereerst
dateert de rechtszaak over wie de plek
toebehoort van ver voor de sloop van de
moskee. De oorspronkelijke eis werd in
1950 bij de rechtbank neergelegd. Pas in
de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam
de zaak in een stroomversnelling toen de
BJP en andere hindoe-organisaties er een politieke
kwestie van maakten. Hoewel de rechtszaak
en de sloop van de moskee met elkaar
verbonden zijn, moeten zij eigenlijk los van
elkaar gezien worden. Vanwege de politieke
lading van de zaak bleek dat lastig, zelfs voor
het gerechtshof.
Daarnaast is gebleken dat de locatie al heel
lang door beide geloven wordt gebruikt. Verschillende
berichten uit het koloniale tijdperk
laten zien dat de plek door zowel hindoes
als moslims gebruikt werd om hun geloof
te belijden. Joseph Tieffenthaler, een van de
vroegste Europese reizigers in India, berichtte
in 1767 dat hindoes gebruikmaakten van de
locatie om Rama Navami (de geboorte van
Ram) te vieren. In 1858 wist de muezzin van de
Babri Masjid de Britse administratie te vertellen
dat hindoes ‘al honderden jaren gebruikmaakten van de plek’.
Archeologisch onderzoek
Veel hindoes blijven zich erop beroepen dat
de Babri Masjid werd gebouwd op de ruïnes
van een vroegere hindoetempel. Nadat Babur
de heerschappij over Noord-India had verkregen,
zou hij de tempel hebben gesloopt om
er vervolgens zijn moskee te bouwen. Daar
was echter nooit wetenschappelijk bewijs
voor en de meningen liepen sterk uiteen. Om
duidelijkheid hierover te krijgen, gelastte
het gerechtshof in 2003 een archeologisch
onderzoek op de locatie. Dit werd uitgevoerd
door de Archeological Survey of India (ASI)
en heeft in totaal zes maanden geduurd. Er
zijn toen verschillende constructieve elementen
gevonden die wezen op het bestaan van
een Noord-Indiase hindoetempel. Ook
de vondst van een bijna vier meter hoog
standbeeld van de hindoegod Hanuman,
wees erop dat de plek al voor de komst van
de Mogols gebruikt werd voor religieuze
doeleinden.
Al met al houdt de uitspraak van het Hooggerechtshof
in Allahabad rekening met de
belangen van alle partijen. Wat had het hof
anders kunnen beslissen? Als het partij had
gekozen voor één van de belanghebbenden,
dan had de partij die niet in het gelijk werd
gesteld de uitspraak kunnen gebruiken om
de zaak weer politieke lading te geven. Met
hoogstwaarschijnlijk sektarisch geweld als
gevolg. Iets waar niemand in India (behalve
een kleine minderheid) baat bij heeft.
De reactie op de uitspraak laat ook zien,
net zoals de reactie in de giframpzaak van
Bhopal enkele maanden geleden (zie ook
India Nu 187), dat India een wezenlijk ander
land is dan twintig jaar geleden. De jeugd
is meer geïnteresseerd in het verkrijgen
van een baan en werken aan de toekomst
dan in het voortborduren op grieven uit het
verleden. De samenvatting van de zaak die
het Hooggerechtshof gaf, is in die zin veelzeggend:
‘On God, no dispute. On property,
compromise. On history, move on’, ofwel:
Wat betreft God, geen geschil. Wat betreft
eigendom, compromis. Wat betreft het
verleden, laat het achter.
terug
|
Dalits
| HOME Landelijke India Werkgroep
|
tijdschrift INDIA NU
|
Landelijke India Werkgroep - 28 januari 2011