terug
Uit: India Nu 147 (jan-feb 2004)



Onrust in Assam

Protesten, buitenlandse inmenging en geweld rond het spoor


Reizigers uit de noordoostelijke deelstaat Assam werden eind december bedreigd toen ze met de trein Bihar passeerden. Bihari's waren op hun beurt niet veilig in Assam. De directe aanleiding voor deze vijandigheid tussen Bihar en Assam was onenigheid over sollicitatieprocedures bij de Indiase Spoorwegen. Deze strijd om banen liep uit op een grootschalig legeroffensief tegen rebellengroepen in Assam, waarbij ook buurland Bhutan betrokken raakte. Assamese rebellen leden zware verliezen in deze strijd die diepe wortels kent: het verzet in Assam tegen sterkere invloed van de Indiase overheid.

Half november 2003. Gewapende jongeren in Bihar vallen op verschillende stations Assamese passagiers aan in treinen op weg naar het noordoosten van India. Tientallen mensen, inclusief vrouwen en kinderen, raken gewond en worden naar ziekenhuizen in West-Bengalen overgebracht. Met onmiddellijke ingang krijgen sommige treinen van en naar Assam extra politiebewaking, en worden andere om Bihar heengeleid.

Het geweld volgt op berichten dat Assamese jongeren Bihari's hebben tegengehouden bij hun sollicitatie voor banen bij de Indiase Spoorwegen in Assam. Hoewel de banen weinig aanzien genieten, is de belangstelling ervoor groot vanwege goede sociale voorzieningen. Bihari's tegenhouden bij sollicitaties is discriminatie op grond van afkomst, en dat is verboden volgens de Indiase Grondwet.

een demonstratie van All Assam Students' Union (AASU) leden

In een brief aan premier Vajpayee en president Qalam in New Delhi stelt de All Assam Students' Union (AASU) echter, dat discriminatie niet Bihari's maar Assamezen ten deel valt. Volgens de AASU krijgen niet-Assamezen (concreet gaat het dan vooral om Bihari's) bij sollicitaties bij de spoorwegen in Assam voorrang ten opzichte van Assamezen. Dit zou passen bij pogingen van de landelijke overheid om Assam (en het hele noordoosten van het land) meer bij India in te lijven. Bovendien zou de landelijke minister voor spoorwegen Nitish Kumar, zelf Bihari, zijn invloed hebben aangewend om Bihari's te bevoordelen bij sollicitaties in Assam, aldus de AASU.

In Assam reageert de rebellengroep United Liberation Front of Assam (ULFA) door te dreigen Hindi-sprekers uit de deelstaat te verdrijven als ze niet onmiddellijk zelf zouden vertrekken. Paresh Barua, leider van de gewapende tak van ULFA, kondigt grootscheepse vergeldingsacties aan voor de aanvallen op Assamese treinpassagiers in Bihar. De deelstaatregering van Assam zegt daarop alles in het werk te stellen om de veiligheid van alle in Assam verblijvende Indiase burgers te waarborgen.


  Diepgeworteld sentiment

Politiechef van Assam, Khagen Sarmah, zegt dat ULFA de gespannen situatie uitbuit. Met diverse publieke verklaringen, tegen de dominantie van New Delhi en van het Hindi binnen de regio, speelt de groep in op sentimenten die onder de Assamese bevolking leven. Het idee heerst dat de regering in Delhi de regio vooral wil benutten voor winning van grondstoffen zonder veel geld te steken in verdere ontwikkeling. Geld dat wél geïnvesteerd wordt in de regio,
Het idee heerst dat de regering in Delhi de regio vooral wil benutten voor winning van grondstoffen zonder veel geld te steken in verdere ontwikkeling
bereikt voor een deel de bestemming niet door corruptie.

Er is dus veel aversie tegen de dominantie van het centrale gezag. De Bihari's in Assam zijn in ULFA's ogen een concrete uitingsvorm van die dominantie. Zij zouden met hun aanwezigheid de etnische balans in de regio verstoren.

Het Indiase leger is allang actief in de regio, om rebellengroepen als ULFA te bestrijden. ULFA is actief sinds 1979, maar ook lang daarvoor streden dergelijke groepen voor meer autonomie. Vóór de Britten lukte het geen enkel rijk om het gebied onder controle te krijgen, en was de regio onafhankelijk. Toen het gebied werd ingelijfd bij Brits India en later bij het onafhankelijk India, besloten diverse groepen de wapens op te pakken. Door onderling botsende belangen bestreden ze soms meer elkaar dan het centrale gezag. Alleen al sinds de jaren tachtig zijn meer dan tienduizend mensen omgekomen in het geweld, voor een deel burgers.


  Gewelddadige aanvallen

Om twee redenen is de militaire druk op de ULFA wat afgenomen de laatste tijd. Een deel van het in Assam gestationeerde leger is tijdelijk overgeplaatst naar andere deelstaten om lokale verkiezingen te begeleiden. Bovendien moet het deel van het leger dat wél is achtergebleven niet-Assamezen, vooral Hindi-sprekers, in dorpen en steden beschermen. Daarom zijn er minder manschappen beschikbaar voor concrete acties tegen ULFA. Deze ruimte geeft ULFA de gelegenheid om het niet te laten bij dreigementen en over te gaan tot actie.

Op 19 november komen bij verschillende aanvallen binnen Assam zeker 25 mensen om, vooral Bihari's. Honderden woningen gaan in vlammen op. Hoewel de aanvallen niet officieel worden opgeëist, twijfelt niemand aan betrokkenheid van ULFA.
New Delhi besluit daarop zes extra bataljons van de Border Security Force (BSF) in Assam te stationeren om de orde te herstellen. Bovendien vindt intensief overleg plaats tussen vertegenwoordigers van de regering in Delhi en van de deelstaatregeringen van Bihar en Assam. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Woordvoerder Javadekar van de grootste landelijke regeringspartij BJP veroordeelt het geweld scherp en eist dat de deelstaatregeringen van Bihar en Assam de crisis snel bezweren en anders hun ontslag indienen. De deelstaatpremier van Assam, Tarun Gogoi, geeft de regering in Delhi de schuld door te stellen dat er te weinig leger op de been was in Assam. Javadekar speelt de bal terug en zegt dat als het deelstaatbestuur het leger op een efficiënte manier had ingezet, het geweld niet tot een uitbarsting was gekomen.

Binnen 24 uur lijkt de stationering van extra troepen effect te hebben. Er zijn geen grote geweldsincidenten meer. Uitgaansverboden worden weer ingetrokken om zo min mogelijk nadrukkelijk militair aanwezig te zijn. De spanning houdt echter aan.

Kort daarop laait het geweld weer op. Er vallen tientallen doden. Eind november slaan rond de twintigduizend Bihari's op de vlucht en komen terecht in aparte opvangkampen.


  Bewuste escalatie?

Deelstaatpremier Gogoi vraagt om een diepgaand onderzoek door het Central Bureau of Investigation (CBI). Dit doet hij na beschuldigingen vanuit Delhi dat Bangladesh betrokken zou zijn bij het geweld in Assam. Gogoi bestrijdt dit en meent dat de landelijke regeringspartij BJP een spel speelt en de situatie doelbewust laat escaleren. De landelijke regering zou dan grootschalig militair kunnen ingrijpen om de rebellen een beslissende slag toe te brengen. Bovendien kan de deelstaatregering dan afgezet worden en de macht tijdelijk overgedragen worden aan president Qalam in Delhi. Dat betekent een verdere vergroting van de macht van Delhi in het noordoosten van het land.


  Ingrijpen Bhutaans leger

Opzet of niet, het geweld loopt inderdaad uit de hand en Indiase leger grijpt verder in. Belangrijker is echter dat het Bhutaanse leger meedoet aan de operatie. Diverse rebellengroepen die actief zijn in Assam, hebben namelijk bases in het zuiden van het koninkrijkje in de Himalaya. Al langere tijd oefent India druk uit op Bhutan om de rebellen van zijn grondgebied te verdrijven, maar tot grote acties is het niet gekomen. Dat verandert.

Van de totaal tienduizend soldaten die Bhutan telt, wordt de helft ingezet in de strijd tegen de rebellen. Het Indiase leger biedt ondersteuning door transport van gewonde Bhutaanse soldaten te verzorgen naar Indiase ziekenhuizen. Die soldaten strijden hoofdzakelijk tegen drie rebellengroepen, namelijk ULFA, National Democratic Front of Bodoland (NDFB), en Kamtapur Liberation Organisation (KLO). ULFA strijdt voor Assam's onafhankelijkheid van India, terwijl NDFB en KLO aparte tribale thuislanden willen binnen Assam. Bij elkaar zouden zo'n drie duizend rebellen vanuit Bhutan opereren.

In een succesvolle actie vernietigt het Bhutaanse leger bijna alle van de dertig bases die de rebellen gebruiken. Om te voorkomen dat de rebellen massaal de grens naar India oversteken, sluit het Indiase leger de grens hermetisch af. Een aantal rebellen weet toch weg te komen uit Bhutan, maar de meeste anderen vluchten naar de bossen in het westen van Bhutan. Ook daar gaat het Bhutaanse leger in de aanval, gedeeltelijk met succes. Maar het gebied is onoverzichtelijk en dat maakt het voor rebellen eenvoudiger zich er schuil te houden.

De rebellen vragen het Rode Kruis om een veilige doortocht naar India voor families van rebellen te realiseren. Het Indiase leger wil dit niet toelaten uit vrees dat rebellen de wapens zullen verstoppen en zich dan bij

rebellenleider Bhimkanta Buragohain
het Rode Kruis laten registreren als ziek, gewond of niet-strijder. Op die manier zou ondanks de afsluiting van de grens met Bhutan een groot deel van de rebellen alsnog de wijk naar Indiaas grondgebied kunnen nemen.


  Zware verliezen voor rebellen

Generaal Vij van het Indiase leger zegt begin januari 2004 dat sinds de start van de gezamenlijke militaire operatie langs de Indiaas-Bhutaanse grens zeker 650 rebellen gedood of gevangen genomen zijn. Ze hebben zware verliezen geleden, maar lijken - in elk geval numeriek - niet uitgeschakeld.

De voornaamste gevangene is de oprichter van ULFA, de 79-jarige Bhimkanta Buragohain, van wie eerder was gemeld dat hij gedood was in de actie. Hij wordt op de Indiase televisie vertoond. De boodschap die hij heeft voor de rebellen is opmerkelijk: 'Persoonlijk denk ik dat het pad dat we gevolgd hebben, verkeerd is geweest. Gewapende strijd kan geen onafhankelijkheid brengen.'

Deze oproep uit zijn mond om een dialoog met de Indiase regering te beginnen, is een teken dat de rebellengroepen een zware slag is toegebracht. Of dat werkelijk zo is, en of de militaire operatie behalve tijdelijke verzwakking van de rebellen ook een oplossing voor de onderliggende problemen is, moet de tijd uitwijzen.

xxx



terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 4 januari 2005