terug
Uit: India Nu 184 (mrt-apr 2010)






AOW-behoud in India

Verdrag tussen Nederland en India na 7 jaar strijd



Behoud van AOW in het buitenland na een werkzaam leven in Nederland. Klinkt logisch, maar dat is het niet. Want als Nederland geen afspraken daarover heeft gemaakt met het betreffende land, wordt de uitkering verlaagd of zelfs gestopt. Ook voor India gold dat Indiėrs - en ook Nederlanders - die na hun 65e vanuit Nederland naar India vertrokken hun uitkering (gedeeltelijk) verloren. ‘Onrechtvaardig’, oordeelde Wahid Saleh. Hij zette zich daarom in voor behoud van AOW in India. Een lange strijd, die zeven jaar duurde. Hier zijn verhaal.

Vóór de invoering van de Wet Beperking export uitkeringen (BEU) op 1 januari 2000 was het in principe al mogelijk om in India een volledige AOW-uitkering te ontvangen. De Wet BEU heeft hierin beperkingen aangebracht. In de wet zijn richtlijnen opgenomen op grond waarvan uitkeringen als AOW niet naar alle landen kunnen worden meegenomen, tenzij Nederland met het desbetreffende land een verdrag inclusief handhavingsafspraken heeft gesloten. Zonder een dergelijk verdrag wordt soms de uitkering verlaagd of zelfs helemaal stopgezet als men buiten Nederland gaat wonen. Ook als een kind voor wie kinderbijslag wordt betaald buiten Nederland gaat wonen, kan dat gevolgen hebben. De gedachte hierachter is dat de overheid alleen nog uitkeringen in een ander land wil betalen, als er met dit land goede afspraken zijn gemaakt over controle op die uitkeringen.
Oorspronkelijk zou de Wet BEU per 1 januari 2003 definitief ingevoerd worden. Maar omdat de Wet BEU in strijd was met de internationale ILO-conventie 118, die gelijke behandeling nastreeft van eigen onderdanen en vreemdelingen op het gebied van de sociale zekerheid, kon de wet op dat moment nog niet ingevoerd worden. Nederland heeft deze conventie toen opgezegd en de invoering van Wet BEU opgeschort tot 1 januari 2006.


  Onrechtvaardig

Op 21 september 2001 maakte toenmalig staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid (SZW) Hoogervorst de namen van de landen bekend waar op grond van de Wet BEU recht op een sociale verzekeringsuitkering bestond. India behoorde niet tot deze landen. Aangezien veel Indiėrs woonachtig in Nederland mij als hun nestor beschouwen, heeft een kennis mij deze informatie doorgespeeld met het verzoek: doe iets zodat Indiėrs na hun 65e ook in India hun AOW uitbetaald krijgen. Indiėrs die de beste jaren van hun leven in Nederland gewoond en gewerkt hadden om aan de welvaart van Nederland bij te dragen, zouden als ze op hun oude dag terugkeerden naar India geen recht op export van AOW hebben of de uitkering zou worden verlaagd. Dat was niet rechtvaardig. Ik heb toen besloten contact met de Indiase regering op te nemen.
Om de Nederlandse AOW-uitkering in India niet stop te laten zetten en/of de volledige uitkering van de AOW in India te handhaven,

Kantoor in India (foto: flickr, Brombags)
Betekenis van het verdrag

Wat betekent het verdrag voor de Indiėrs en de Nederlanders woonachtig in Nederland die na hun 65e in India hun AOW willen genieten? En wat betekent het voor de kennismigranten van beide landen die tijdelijk voor werk van en naar een van beide landen emigreren?

Het verdrag maakt het mogelijk dat Indiėrs die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd naar India willen teruggaan daar hun AOW-pensioen ontvangen. Dit geldt eveneens voor Nederlanders. De overeenkomst voorziet tevens in nauwere samenwerking tussen Nederland en India en beoogt de migratie van hoogopgeleiden en experts tussen beide landen over en weer gemakkelijker te maken. Naast het eenvoudiger maken voor de Indiėrs die al lang in Nederland wonen en terug willen, heeft Nederland er belang bij dat het met dit verdrag makkelijker wordt voor Indiase kenniswerkers om in Nederland te werken. In het verdrag wordt onder meer geregeld dat de kenniswerkers geen dubbele premies meer betalen om te voorkomen dat ze zowel in Nederland als in India uitkeringsrechten opbouwen. Omdat de belemmeringen voor de migratie van hoogopgeleiden tussen beide landen door het verdrag wordt weggenomen, wordt Nederland voor Indiase bedrijven aantrekkelijker als vestigingsplaats. Omgekeerd wordt het voor Nederlandse bedrijven aantrekkelijker om zich in India te vestigen.

Administratieve drempels weggenomen

Kenniswerkers vanuit Nederland, die tijdelijk in India werken, blijven rechten opbouwen voor bijvoorbeeld WIA (Wet werk en inkomensvoorziening naar arbeidsvermogen), arbeidsongeschiktheid en de AOW. Omgekeerd blijven de Indiase kenniswerkers die door hun werkgever tijdelijk in Nederland zijn gedetacheerd vallen onder het sociale zekerheidsstelsel van India. Zij worden voor maximaal zestig maanden vrijgesteld van het betalen van premies voor Nederlandse uitkeringen. Hierdoor verdwijnen de administratieve drempels om hier te komen werken en hoeven de Indiase werknemers niet ineens sociale premies voor Nederland af te dragen, zoals nu nog het geval is.

Indiase en Nederlandse werknemers of zelfstandigen die niet gedetacheerd zijn vallen onder het sociale zekerheidsstelsel van het gastland en niet onder het stelsel van het land van herkomst. Er zijn nu afspraken gemaakt over de controle op Nederlandse uitkeringen (AOW, WAO/WIA en ANW) die in India worden ontvangen. Op grond van de Wet Beperking export uitkeringen zijn dergelijke verdragsafspraken een voorwaarde om deze uitkeringen in het buitenland te (blijven) ontvangen.

heb ik in het derde kwartaal van 2002 een verzoek aan de Indiase ambassade te Den Haag gericht om bij de Indiase regering de invoering van de Wet BEU bekend te maken en onderhandelingen met de Nederlandse regering te starten voor het behoud van de AOW-uitkeringen. Door de ambassadeur van India werd op 14 april 2003 schriftelijk aan mij bevestigd dat de regering van India de nodige maatregelen zou nemen met betrekking tot ondertekening van de sociale uitkeringsovereenkomst met de Nederlandse overheid.


  Ommezwaai

In de loop der tijd heb ik het onderwerp ook onder de aandacht gebracht van de voormalig secretaris van het High Level Committee on Indian Diaspora, de voormalige ambassadeur voor Non Resident Indians & Persons of Indian Origin en de voormalig minister van het ministerie van Overseas Indian Affairs (MOIA). Ondanks herhaalde verzoeken had ik tot april 2005 over deze kwestie geen reactie van de Indiase regering ontvangen. Om die reden heb ik op 30 mei 2005 een petitie gestuurd aan de minister-president van India om zijn interventie te vragen. Deze petitie was mede ondertekend door ruim honderd in Nederland wonende Indiėrs.

Sinds de komst van Vayalar Ravi als minister van MOIA en zijn team is er een grote verandering in de communicatie tussen MOIA en de Indiase diaspora opgetreden. Ravi heeft dit onderwerp serieus opgepakt en de onderhandelingen met de Nederlandse regering voortgezet. Tijdens zijn bezoek aan Nederland eind 2005 heb ik hem vragen gesteld over de voortgang van de bilaterale overeenkomst. Na zijn terugkeer in Delhi is het MOIA zijn belofte nagekomen en heeft het informatie verschaft over de status van het bilaterale verdrag.


  'Vrijwel rond'

Inmiddels had ik op verzoek van de ambassade het aantal AOW-ontvangers in India uitgezocht. Begin 2006 heb ik deze informatie naar de Indiase ambassade gestuurd. Volgens de gegevens van de Sociale Verzekeringsbank waren er in 2002, 2003 en 2004 respectievelijk 61, 71 en 82 ontvangers van AOW in India. Hoewel het relatief weinig mensen betrof, was het voor mij een kwestie van gelijkheid. Ik ben daarom met mijn actie doorgegaan. De Indiase ambassade in Den Haag heeft gedurende het gehele proces meegewerkt en op haar beurt regelmatig met diverse instanties in India contact opgenomen.
Om achter de voortgang van het verdrag te komen heb ik een van mijn vrienden in Delhi verzocht een afspraak met het MOIA te maken. Volgens zijn bevindingen was in oktober 2006 het concept van de overeenkomst in het bezit van het ministerie van Justitie in Den Haag.
Tijdens de Kennisdag India, georganiseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken, heb ik op 23 mei 2008 over de voortgang van de onderhandelingen weer vragen gesteld. Toen vernam ik dat de overeenkomst vrijwel rond was. De Indiase regering was met alle wijzigingen van de overeenkomst akkoord gegaan. Het voorstel was ter goedkeuring aan de Nederlandse regering voorgelegd en dit was in een vergevorderde fase. Ik heb daarna vernomen dat de wijzigingen ook door het bevoegde Nederlandse ministerie geaccepteerd en ter goedkeuring aan de ministerraad aangeboden waren.


  Niet ondertekend

Tijdens zijn bezoek aan Nederland op 4 juni 2008 heb ik aan de Indiase minister Ravi weer vragen gesteld over de status van de overeenkomst. Die vragen heb ik ook
Indiase kenniswerkers in Nederland

Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn de meeste kennismigranten die op dit moment naar Nederland komen afkomstig uit India. In 2008 werden 2.100 van de in totaal 7.200 vergunningen aan Indiėrs afgegeven. Verder worden jaarlijks circa duizend tewerkstellingsvergunningen aan Indiėrs afgegeven, voornamelijk in de ICT-sector. In India werken ruim 850 Nederlanders.

schriftelijk aan hem doorgestuurd. Op 17 juni 2008 kreeg ik het volgende antwoord van hem: ‘Ik ben op de hoogte van uw zorgen over het sociale zekerheidsverdrag, dat naar alle waarschijnlijkheid binnenkort door mijzelf en mijn Nederlandse collega wordt ondertekend. Met dat doel heb ik hem opnieuw uitgenodigd India te bezoeken. Net als u kijk ook ik ernaar uit het verdrag, waarover India en Nederland enthousiast hebben onderhandeld, in werking te laten treden.’
De overeenkomst was echter nog steeds de ministerraad niet gepasseerd. Volgens verkregen informatie heeft het ministerie van Justitie achteraf nog een voorstel gedaan om de door de Indiase regering geaccepteerde en goedgekeurde overeenkomst open te breken en de ‘Terug en Overnameclausule’ aan de overeenkomst toe te voegen. Het was wel vreemd om te vernemen dat na langdurige onderhandelingen en acceptatie van alle wijzigingen en goedkeuring door de onderhandelende partijen Nederland achteraf nog een nieuwe clausule wilde toevoegen. Gevolg ervan was dat de ondertekening van de overeenkomst toen niet heeft plaatsgevonden.


  Zeven jaar lange strijd ten einde

Om over de status van de overeenkomst informatie te krijgen heb ik in november 2008 schriftelijk contact met medewerkers van het ministerie van SZW opgenomen, gevolgd door nog een brief aan de minister van SZW. Bij navraag over de status van het verdrag bij de Indiase ambassade kreeg ik de volgende respons: ‘De overeenkomst ligt bij de Nederlandse regering en wij wachten op hun antwoord. Daarna kunnen wij actie ondernemen.’
Inmiddels waren de onderhandelingen tussen de beide partijen voortgezet en uiteindelijk is er een acceptabele oplossing voor de problemen gevonden. Tijdens de Bharatiya Pravasi Divas Europe (Europese bijeenkomst van de Indiase diaspora) op 19 september 2009 in Den Haag hebben minister Donner van SZW en de Indiase minister Ravi aangekondigd dat het verdrag over sociale zekerheid tussen India en Nederland zou worden ondertekend in New Delhi in oktober 2009. Het verdrag is inderdaad ondertekend, op 22 oktober 2009. Met de ondertekening van het verdrag is er ook een einde gekomen aan mijn zeven jaar lange strijd voor een regeling tussen Nederland en India.

Wahid Saleh

Wahid Saleh (1941) heeft zich lange tijd ingezet om migranten uit Zuid-Aziė en vooral India op weg te helpen in Nederland.
Saleh is ook de man achter de website Indiawijzer.nl, een uitgebreide database met informatie over India en de relatie Nederland-India.

Zie ook het artikel "AOW in India" (Trouw, 22 okt 2009).




terug
Duurzame Natuursteen
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 21 april 2011