terug
Uit: India Nieuwsbrief 50 (sep-okt 1987)



10 jaar LIW

Van Derde-Wereldgroep tot uitgeverij?



Dit jaar bestaat de Landelijke India Werkgroep ruim tien jaar. Op verzoek van de redaktie geeft XXX - die vanaf het begin bij de LIW betrokken is - in vogelvlucht een overzicht van de ontwikkeling die de vereniging heeft doorgemaakt. Graag hadden wij naast zijn visie ook de mening van de drie andere mede-oprichters afgedrukt, maar dat stuk heeft de redaktie nog niet ontvangen.


    Fase 1: De kelder

In de zomer van 1975 riep Indira Gandhi de noodtoestand uit: vele politieke organisaties werden verboden, duizenden mensen werden om politieke redenen gevangen gezet en de pers sterk gecensureerd. Onvrede met kwaliteit en omvang van de berichtgeving over deze drakonische ontwikkelingen vormden de belangrijkste drijfveer voor een kleine groep mensen, die zich om uiteenlopende redenen persoonlijk betrokken voelden bij de ontwikkelingen in India, om in 1976 bijeen te gaan zitten. Het kwam in die jaren van de Noodtoestand immers nog voor dat (ook sociaal-demokratische) bewindslieden als Owen in Groot-BrittanniŽ en Jan Pronk in Nederland spraken over "hoopgevende ontwikkelingen in India".

De eerste jaren van haar bestaan - zeg maar in de formatieperiode - vond de LIW onderdak bij het Mondiaal Informatie en Aktie Centrum (MIAC) aan de Oudegracht 237 te Utrecht. In de koude, vochtige kelder (met schimmel op de muren en slechte sanitaire voorzieningen) werd door een groepje het eerste halfjaar van 1977 gewerkt aan de eerste publikatie: een door de NOVIB uitgegeven landendokumentatie-map over India. Van het materiaal dat overbleef werd in eigen beheer de eerste LIW-publikatie gemaakt. Een boekje over de sociaal-ekonomische ontwikkelingen tijdens de noodtoestand, eigenhandig getypt, gelay-out en gedrukt. (In de loop der jaren zouden nog meer dan tien andere publikaties volgen.) Deze twee uitgaven vormden eind 1977 de basis voor een geslaagde verbreding van de groep: besloten werd een poging te wagen tot het opzetten van een gedecentraliseerde organisatie: een vereniging bestaande uit regionale groepen die hun aktiviteiten zouden koŲrdineren via een landelijk sekretariaat te Utrecht. Als belangrijkste doelstelling van de vereniging werd de trits: voorlichting, vorming en aktie geformuleerd.

Voorlichting: over de sociaal-ekonomische ontwikkelingen in India, waarbij bijzondere aandacht zou moeten worden geschonken aan de relatie India-Nederland en de aktiviteiten van progressieve groeperingen in India;
Vorming: om door middel van ontwikkelingsedukatie-aktiviteiten aan de hand van het voorbeeld India bij te dragen aan "politieke bewustwording" in Nederland;
Aktie: in solidariteit met de onderdrukte groeperingen in India.

Er werden al snel regionale groepen opgericht in Nijmegen, Utrecht, Amsterdam en Den Haag en vanwege het allengs groter worden van de groep werd er voortaan "boven" op de begane grond van het MIAC-gebouw vergaderd, of in de kelder van een huis aan de Buys Ballotstraat. De sfeer binnen de vereniging sloot perfekt aan bij die van het gebouw: nog vrij amateuristisch, maar iedereen werkte met veel plezier, inzet, motivatie en betrokkenheid.
De India Nieuwsbrief werd opgezet (zie artikel "Het vijftigste nummer"), die sindsdien onafgebroken verschenen is, en met name inhoudelijk steeds goed verzorgd is, en er werden in deze jaren druk bezochte informatiecycli uitgevoerd in o.a. Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Bovendien werd vanaf deze tijd een permanent grote stroom van individuele informatie-aanvragen afgehandeld.


    Fase 2: Professionalisering

Door de verhuizing naar het prachtige gebouw aan Voor Clarenburg 10-12 in 1980-81, kwam de LIW in een modern, goed geoutilleerd, toegankelijk en centraal gelegen pand in het centrum van Utrecht terecht. In deze jaren maakte de LIW een snelle ontwikkeling en bloeiperiode door, die opnieuw uitstekend korrespondeerde met de sfeer die het pand waarin de vereniging gehuisvest was, uitademde. Met behulp van subsidie van de Nationale Commissie Voorlichting Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking (NCO) werden vanaf 1981 in de loop der jaren drie betaalde part-time stafkrachten aangetrokken; het ledental nam toe tot ruim boven de honderdvijftig en organisatorisch kreeg de sterk gedemokratiseerde vereniging een solide basis.
Op het gebied van voorlichting werden vele aktiviteiten ondernomen: dagelijks werden individuele verzoeken om informatie afgewerkt, in diverse grote steden werden drukbezochte en goed georganiseerde informatiecycli verzorgd, brochures en boeken rolden van de pers en vanaf 1981 werd jaarlijks de zeer suksesvolle India Groepen Dag georganiseerd. Op deze dag komen steeds een veelheid van groepen en individuen die zich in Nederland en BelgiŽ "met India bezighouden" bijeen om ervaringen uit te wisselen, informatie te delen en indien mogelijk samen aktie te ondernemen. Tijdens deze jaren werden ook een aantal geslaagde akties uitgevoerd (o.a. tegen de leverantie van trawlers en kunstmest vanuit het ministerie van ontwikkelingssamenwerking aan India; voor de mensenrechten etc.) die de vereniging in Nederland een goed imago en grote naambekendheid bezorgden.


    Fase 3: Stagnatie

Eind 1984 verhuisde de vereniging vanuit Voor Clarenburg naar het minder toegankelijke en toen nog sombere en slecht onderhouden pand van de Kargadoor (Oudegracht 36), dat herinneringen oproept aan de amateuristische sfeer waarin de Derde-Wereldbeweging eind jaren zestig opereerde. De LIW heeft in dit pand weliswaar meer vloeroppervlak gekregen, maar het is vooral "meer van hetzelfde": de ontwikkeling van de vereniging stagneert de laatste jaren in zekere mate.

In grote lijnen kunnen drie probleemvelden onderscheiden worden. Nadat het type akties waar vrijwel iedereen binnen de vereniging zich kon vinden was uitgeput, werd de behoefte aan een inhoudelijke (politieke) diskussie over met name de relatie India-Nederland groter en dringender. Op de algemene ledenvergadering van eind 1984 (Nijmegen) werd daar een begin mee gemaakt.
Het debat duurt tot op de dag van vandaag voort, en heeft grote interne tegenstellingen binnen de vereniging aan het licht gebracht. In feite gaat het principiŽle debat over de vraag of een solidariteitsgroep als de LIW prioriteit moet leggen bij politiek lobbywerk en het bekritiseren van de Indiase overheid, en bij het doen van beleidsaanbevelingen (meer organische kunstmest gebruiken, de melkprijs verhogen, etc.) of dat het aksent moet liggen op het leveren van een bijdrage aan de politieke bewustwording in Nederland en op solidariteitsakties t.b.v. progressieve groeperingen in India.
Ondanks een nog redelijk suksesvol uitgevoerde aktie tegen de EG-melkpoederhulp aan India (Operatie Vloed) - die door betrekkelijk weinig mensen binnen de vereniging gedragen werd - had en heeft deze diskussie vanwege de grote verschillen van mening een verlammend effekt op de aktiviteiten van de vereniging.

Op de tweede plaats is er - zoals niet geheel ongebruikelijk bij dit soort van organisaties - een kloof ontstaan tussen de betaalde staf enerzijds, en (dagelijks) bestuur en vrijwilligersgroepen anderzijds. Vanwege een niet optimaal funktioneren zijn beleidsvoorbereiding (eigenlijk een taak van de algemene ledenvergadering, bestuur en dagelijks bestuur) en beleidsuitvoering (vrijwilligers en staf) door elkaar gaan lopen, waardoor de LIW nu voor de keuze staat een BV te worden of het demokratisch funktioneren van de organisatie weer nieuw leven in te blazen.
Een derde probleem vormt het grote verloop in de thema- en vooral lokale groepen. Dit is op zich ook geen verschijnsel dat uniek is; het is feitelijk inherent aan het karakter van een vrijwilligersorganisatie. Door dit grote verloop ontstaat er nog wel eens spanning t.a.v. de kontinuÔteit en kwaliteit van de beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie.


    Kracht

Toch ligt in het ruim 10 jaar geleden gekozen organisatiemodel de grote kracht van de LIW. Nog steeds zijn ruim 125 mensen op lokaal nivo erg aktief in een van de LIW-groepen en lokaal worden nog steeds vele voorlichtings- en vormingsaktiviteiten georganiseerd. Bovendien loopt de produktie van voorlichtingsmateriaal, vanwege de opgebouwde kennis en ervaring, voorspoediger dan ooit tevoren. De laatste maanden verschenen maar liefst vijf nieuwe LIW-boeken. Maar het blijft zaak erop toe te zien dat daarmee gewerkt blijft worden in het mondiaal vormingswerk in Nederland, anders reduceert de vereniging zichzelf tot uitgeverij van boeken over India.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 10 februari 2010