terug

BRIEF

aan de Tweede Kamer (d.d. 15 december 2000) waarin de Landelijke India Werkgroep (LIW) en de Campagne tegen Wapenhandel (CtW) hun verontrusting uitspreken over het besluit van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) de vergunningenstop voor de export van militaire goederen aan India en Pakistan op te heffen.

    



Tweede Kamerfractie PvdA
t.a.v. dhr. Apostolou
Postbus 20018
2500 EA 's-Gravenhage

betreft: opheffing wapenembargo India en Pakistan


Utrecht, 15 december 2000
Geachte heer Apostolou,

Bij deze willen de Landelijke India Werkgroep en de Campagne tegen Wapenhandel hun grote verontrusting kenbaar maken over het opheffen door de regering van de vergunningenstop voor de export van militaire goederen naar India en Pakistan (zie brief 12 december jl., DVB/WW-688/00). Om de volgende redenen keuren wij deze stap van de regering ten zeerste af.

  1. Ten opzichte van de situatie in mei 1998, toen beide landen een serie kernproeven hielden en Nederland besloot met een wapenexportstop haar verontwaardiging daarover kracht bij te zetten, is in geen enkel opzicht een wezenlijke verbetering in de verhoudingen tussen India en Pakistan opgetreden.
  2. Op de kernproeven volgden in april 1999 van beide kanten tests met raketten die de twee landen in staat zouden moeten stellen om elkaars grote steden te vernietigen.
  3. Kort daarna volgde het zogeheten Kargil-conflict in Kashmir (mei-juli 1999), de eerste grote militaire confrontatie tussen beide landen in bijna dertig jaar. Het was tevens het eerste en enige grootschalige conventionele treffen ooit tussen twee kernmachten, waarbij zowel marine, land- en luchtmacht waren betrokken. Hoge functionarissen aan beide kanten wisselden in vijf weken tijd niet minder dan dertien keer bedreigingen van nucleaire aard uit.
  4. In oktober 1999 kwam generaal Musharraf met een staatsgreep aan de macht in Pakistan. Er is nog altijd geen duidelijk zicht op een terugkeer naar de democratie. Ook onder Musharraf houdt Pakistan vast aan de optie als eerste kernwapens te gebruiken.
  5. Als direct gevolg van het treffen in Kashmir verhoogde de Indiase regering in februari van dit jaar de defensiebegroting met liefst 28 procent.
  6. Ondertussen verschijnen nog steeds met grote regelmaat berichten in de (militaire) pers over nieuwe nucleaire ontwikkelingen in Zuid-Azië. Enkele voorbeelden:
    * In september verklaarde de architect van Pakistan's kernwapenprograrnma, Abdul Qadir Khan, dat zijn land in de positie was om bijna alle grote lndiase steden te kunnen treffen nu het de beschikking had over de daartoe benodigde raketten en kernkoppen.
    * 30 oktober jl. kondigde de voorzitter van India's Atomic Energy Commission aan dat het land een kernbom kan produceren die zestien maal krachtiger is dan de bom die in 1945 Hiroshima verwoestte.
India en Pakistan hebben met hun kernwapenstatus hun bijzonder ontvlambare relatie verder op scherp gezet. Experts beschouwen de Zuid-Aziatische regio dan ook als 's werelds meest explosieve kruitvat. De Landelijke India Werkgroep en de Campagne tegen Wapenhandel vinden daarom dat de regering een bijzonder slecht signaal afgeeft met het weer toestaan van wapenexporten.

De brief van de regering van 12 december jl. doet bij ons het vermoeden rijzen dat de regering meer waarde toekent aan het economisch belang van enkele Nederlandse bedrijven, die nu militaire orders dreigen mis te lopen, dan aan het belang van een veilige en stabiele Zuid-Aziatische regio. Vredesactivisten uit India en Pakistan hebben ons bij herhaling verteld juist duidelijke militaire sancties een uitstekend politiek drukmiddel te vinden.

De toezegging dat nieuwe vergunningsaanvragen in alle gevallen kritisch zullen worden beoordeeld stelt ons niet gerust. Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo vertelde de Kamer in 1996 al dat Nederland "grote terughoudendheid betracht" bij leveranties aan India en Pakistan. Toch ontvingen beide landen tussen 1990 en 1998 voor ruim driehonderd miljoen gulden aan militair materieel. Over die periode was India Nederlands vierde wapenafnemer buiten de NAVO.

Grootste leverancier op dit gebied is Hollandse Signaal dat in India nauw samenwerkt met het Indiase Bharat Electronics. Dit bedrijf staat al jaren op de zwarte lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de productie van massavernietigingswapens.

Dat Nederland met haar tot dusver gevolgde beleid in internationaal verband uit de pas loopt, zoals de regering in haar brief stelt, bestrijden wij. Ook de Verenigde Staten, 's werelds grootste wapenexporteur, houdt nog onverkort vast aan een breed wapenembargo tegen India en Pakistan. Wij zijn verder van mening dat het recent versoepelen van het beleid door andere landen (vooral Frankrijk, Zweden en Groot Brittannië) juist reden te meer zou moeten zijn voor Nederland om een diplomatiek offensief te ondernemen voor een striktere toepassing van de EU-gedragscode ten aanzien van wapenexporten. Bij herhaling heeft Nederland te kennen gegeven een voortrekkersrol te willen spelen waar het een restrictief wapenexportbeleid betreft.

Dit alles overwegend vragen wij u er bij de regering op aan te dringen terug te keren naar een volledige vergunningenstop voor de export van militaire goederen aan India en Pakistan.

Met vriendelijke groet,



Gerard Oonk (Landelijke India Werkgroep),
Frank Slijper (Campagne tegen Wapenhandel)


cc:
  de Minister van Buitenlandse Zaken, dhr. van Aartsen
  de Staatssecretaris van Economische Zaken, dhr. Ybema




HOME Landelijke India Werkgroep

begin document

Landelijke India Werkgroep - 18 december 2000