terug

Kasten en klassen



Traditionele en moderne ongelijkheid

In het dorp Ranmalpoer in de deelstaat Gujarat aan de westkust, overvallen hindoes van hoge kaste de hutten van harijans (onaanraakbaren), slaan de vrouwen en roven hun schamele bezittingen. Het doel van de actie is de 65-jarige Devdji Dahya en de 42-jarige Bidjal Govind te vinden. Devdji heeft zich in een aarden trog in zijn hut verstopt maar wordt ontdekt en doodgestoken, evenals Bidjal Govind.

De vrouwen moeten hulpeloos toezien hoe hun man wordt vermoord.
De twee slachtoffers hebben in het dorp een actie gevoerd voor het gebruik van de waterput in het dorp door harijans.

Bovenstaande toestanden kun je overal in India tegenkomen of je leest erover in de kranten. Deze berichten geven duidelijk weer hoe ellendig de positie is van de harijans, de paria's. Deze mensen worden door kaste-hindoes gezien als de meest minderwaardige mensen die er bestaan. Ze mogen hen vaak zelfs niet aanraken. Religie speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven.


Hindoeïsme, fundament van het kastenstelsel

Het kastenstelsel kan niet goed begrepen worden zonder de relaties met het hindoeïsme aan te geven. Deze religie geeft het hele systeem van kasten namelijk haar bestaansgrond. Het hindoeïsme is gegrondvest op de Veda's. Dit is een verzamelnaam van het oudste deel van de Indiase literatuur. In de Veda's vindt men lofzangen, hymnen 'offerspreuken, speciale riten, maar ook regels voor het dagelijks leven. Er zijn twee hoofdgedachten te onderscheiden in het hindoeïsme:
  • De leer van Atman en Brahman. Brahman is de oergod van alle dingen en Atman is het diepste innerlijk van de menselijke persoon. De hindoe vindt nu dat de oergod van alle dingen hetzelfde is als het diepste innerlijk van de menselijke persoon. Brahman = Atman. De nadruk wordt dus niet gelegd op een God als Heer en de mens als dienaar zoals bijvoorbeeld in het christendom. De hindoe legt vooral de nadruk op de wezenlijke gelijkheid van beiden.
  • De gedachte van zielsverhuizing en verlossing. Wat wordt een hindoe na z'n dood? Wie in z'n leven goed was wordt weer als goede herboren, wie kwaad doet zal weer als boosdoener geboren worden. Het streven van de hindoe is er nu op gericht los te komen van het steeds weer herboren worden, van de zielsverhuizing. De verlossing (mooksja) van deze kringloop is het hoogste wat de hindoe wil bereiken.
Het hindoeïsme staat aan de ene kant bekend om z'n verdraagzaamheid. Deze verdraagzaamheid geldt echter vooral tussen hindoes onderling. Iedere hindoe de vrijheid de oude boeken op eigen wijze uit te leggen en een eigen God te vereren, bijvoorbeeld Vishnu, Ganesh, Sjiva.
Het hindoeïsme gaat van de andere kant ook uit van een fundamentele ongelijkheid. De Indiase maatschappij wordt ingedeeld in meerdere en mindere Indiërs. Voor het beter begrijpen van het kastenstelsel zijn twee hindoe-begrippen van wezenlijk belang: karma en dharma.
Het begrip karma verklaart dat de hindoe in een bepaalde kaste geboren is wegens zijn daden in een voorgaand leven.
Het begrip dharma legt er de nadruk op dat de hindoe deze plaats moet accepteren zonder protest en er dan maar het beste van moet maken.
De religie geeft dus weinig aanknopingspunten om veranderingen aan te brengen in het hele Indiase maatschappelijke stelsel en vooral in het kastenstelsel.


Ontstaan van het kastenstelsel

Al 1500 jaar voor Chr. vielen volksstammen (die nauw verwant waren met de volkeren van Perzië, Afghanistan en Baloetsjistan) Noord-India binnen. Deze stammen noemden zichzelf Ariërs, wat met "heren", "aanzienlijken" vertaald kan worden. Zij breidden hun heerschappij naar het oosten uit tot aan de Gangesdelta en vormden daar een maatschappelijke laag van heersers. De Ariërs waren in aantal verre de minderheid van de oorspronkelijke bevolking. Om hun ras zuiver te houden en niet in de oorspronkelijke bevolkingsgroepen onder te gaan zonderden ze zich scherp af.
De Arische veroveraars onderscheidden zichzelf in drie hoofdkasten:
  • brahmana's, de priesters;
  • ksatria's ,de krijgslieden en vorsten;
  • vaisya's, de kooplieden.
Beneden deze drie kasten stonden de sjoedra's, de boeren en arbeiders. Het waren overwonnen Indiase volkeren die zich bekeerd hadden en hand- en spandiensten verrichtten aan de drie kasten van de Ariërs.
De paria's - onbekeerde inboorlingen, stammen, krijgsgevangenen en slaven - behoorden tot geen enkele kaste. Deze mensen leefden en leven nog steeds als uitgestotenen in de krottenwijken en aan de rand van de Indiase dorpen. Ze worden ook wel harijans of onaanraakbaren genoemd.
In de loop der tijden vervaagde de hoofdindeling in de vier kasten ("varna's") steeds meer en ontstond een steeds verder doorgevoerde onderverdeling in talrijke subkasten, die ieder voor zich streng afgezonderd leefden. De Engelse overheersers gebruikten het kastenstelsel voor eigen doeleinden door de verschillende kasten tegen elkaar uit te spelen. Alleen de ergste uitwassen werden door hen aangepakt, zoals bijvoorbeeld het voorschrift dat weduwen samen met hun overleden man verbrand moesten worden.
De Engelse verdeel- en heerspolitiek zorgde er o.a. voor dat de Indiërs lange tijd geen verenigd front vormden tegenover de Engelsen.
Na de onafhankelijkheid in 1947 werden er allerlei wetten aangenomen die moesten zorgen voor de opheffing van het kastenstelsel en de extra onderdrukking van de paria's. De Wetgevende Vergadering heeft in 1947 de onaanraakbaarheid zelfs geheel opgegeven. De praktijk is echter anders. Als onaanraakbaren voor hun recht willen opkomen moeten ze naar de politie. Deze is echter vaak op de hand van de grootgrondbezitters. Als het een aantal paria's toch lukt om hun zaak voor de rechter te krijgen, dan krijgen ze te maken met rechters en officieren van justitie die in het algemeen tot de hogere kasten behoren. Deze voelen zich in het algemeen niet zo verbonden met het lot van de paria's.


Regels

Fundamenteel uitgangspunt van het kastenstelsel is de ongelijkheid die er tussen mensen bestaat: Door geboorte kom je in een kaste, een verwantschapsgroep terecht. Het hangt er dan maar vanaf ofje in een hogere kaste of in een lagere kaste terecht komt. Het is voor een hindoe dan ook nauwelijks mogelijk om door die ongelijkheid heen te breken. Soms lukt het wel door de economische successen die een bepaalde kaste behaalt en door een goede gezamenlijke organisatie. De sociale en rituele gebruiken van een hogere kaste worden dan overgenomen, de gebruiken van de lagere kaste worden afgezworen.
In de oude boeken worden nieuwe interpretaties gezocht voor het bestaan van de sociaal omhoog geklommen kaste. Dit proces wordt sanskritisering genoemd. Vele kasten zijn geheel of gedeeltelijk verbonden aan bepaalde beroepen. Zo zijn er de kasten van de kooplieden, landbouwers, veetelers, ambachtslieden en dergelijke.
In het alledaagse leven heeft iedere kaste zo z'n eigen regels over welk voedsel men wel en niet mag eten, over de manier van kleden, over de wijze van haardracht en zelfs over de frequentie van de geslachtsgemeenschap. Een bepaalde groep brahmana's heeft slechts op de vrijdagen geslachtsgemeenschap.
De stipte naleving van die regels verschilt nogal in hoge en lage kasten. In de hogere kasten worden de regels vaak strikter in acht genomen dan in de lagere kasten. Dit heeft te maken met de mate van economische afhankelijkheid van de leden van een kaste. Leden uit de hoge kasten hebben het vaak economisch veel beter. Zij kunnen het zich beter permitteren om stipt volgens de regels te leven dan de leden van de laagste kasten die alles op alles moeten zetten om in leven te blijven.

Het is overduidelijk dat het kastenstelsel, met zijn fundamentele ongelijkheid, nogal belemmerend werkt op de progressieve veranderingen in de Indiase maatschappij. Dit geldt vooral voor het platteland. Grootgrondbezitters proberen gretig gebruik te maken van de economische afhankelijkheid van de laagste kasten en vooral van de onaanraakbaren. Ze slagen er vaak in de paria's voor niets of voor een zeer laag loon voor zich te laten werken. Als ze weigeren dan worden ze gewoon gedwongen of zelfs vermoord. Vooral in de oogsttijd, oktober-november en april-mei, komt dit geregeld voor. De laagste kasten en de onaanraakbaren hebben geen rechten, alleen plichten. Ook hier zien we weer dat deze groeperingen nogal eens tegen elkaar worden opgezet door grootgrondbezitters en andere belangengroepen. Het is duidelijk wie daarvan het meest profiteren.


Hervormingen

In de loop der tijd is er ook onder de hindoes zelf kritiek geuit op de grote mate van discriminatie die het bestaan van kasten oproept. Deze kritiek was vooral gericht op de ellendige situatie van de onaanraakbaren. Voor Indiase begrippen gaat het over een redelijk grote categorie mensen. Er zijn 90 miljoen onaanraakbaren op de ruim 660 miljoen Indiërs. Voor Nederlandse begrippen is dit een onvoorstelbaar aantal. Het komt overeen met de bevolking van Engeland, Ierland, Zweden, Denemarken, Luxemburg, België en Nederland samen. In het begin van deze eeuw werd de kwestie van de onaanraakbaren voor het eerst erkend als een politiek probleem.

Mahatma Gandhi was de grote stimulator van een beweging voor hervormingen binnen het kastenstelsel. Hij noemde de onaanraakbaren "harijans" wat betekent "kinderen van God". Het kastenstelsel als zodanig werd door Gandhi niet verworpen. Hij wilde vooral verbetering brengen in het lot van de onaanraakbaren. Volgens de uitgangspunten van Gandhi moesten de kaste-hindoes, en vooral de grootgrondbezitters onder hen, via overreding komen tot een betere behandeling. Ook nu nog gaan verschillende volgelingen van Mahatma Gandhi, zoals Vinoba Bhave, op een soortgelijke wijze te werk. Het blijkt echter dat mensen met vele voorrechten deze niet zomaar door overreding opgeven. Daar is wel wat meer voor nodig.

Dr. Ambedkar, zelf een kasteloze advokaat, zag niets in een hervorming binnen het kastenstelsel om de toestand van zijn medebroeders te verbeteren. Hij verwierp het bestaan van het gehele systeem van kasten. "Niets kan de kastelozen emanciperen, behalve de vernietiging van het kastenstelsel zelf," verklaarde hij.
Dr. Ambedkar had vooral veel aanhang in Bombay en de staat Maharashtra, de staat waarin deze stad ligt. Hij raadde de kastelozen aan om boeddhist te worden, een religie die geen kastenstelsel kent. Miljoenen kastelozen bekeerden zich in 1956 tot het boeddhisme. Zij worden neo-boeddhisten genoemd.
Uiteindelijk bleek echter ook dit geen juiste oplossing te zijn. Fundamentele maatschappelijke verhoudingen kunnen nu eenmaal niet door grootschalige bekeringen alleen worden veranderd, of het nu gaat om bekeringen tot het boeddhisme, christendom of de islam. Vooral die laatste godsdienst oefent nu sterke aantrekkingskracht uit op de harijans.
In april 1972 richtte een groep kastelozen in Bombay de "Dalit Panther Party" op. Het woord "dalit" betekent 'onderdrukt' en het woord Panther is afgeleid van de Black Panthers in de Verenigde Staten. De beweging werd in het begin vooral aangevoerd door schrijvers en dichters.
Deze beweging vindt dat een hervorming binnen het kastenstelsel zelf of zelfs het verwerpen van het stelsel onvoldoende is. Alle onderdrukte groeperingen in India, zoals de paria's, landloze arbeiders, kleine boeren en de traditionele stammen, moeten de handen ineen slaan om aan een totale revolutionaire verandering in India te werken. Alleen dan kan er een eind komen aan de onrechtvaardigheid en uitbuiting in India. Toch wil de Dalit Panther Party nog speciale aandacht blijven schenken aan de ellendige toestand van de onaanraakbaren. Deze worden volgens de partij dubbel uitgebuit. De partij werkt alleen nog in de staat Maharashtra en heeft ongeveer 25.000 leden.
De Communistische Partij Marxist en andere radicaal linkse partijen staan wel sympathiek ten opzichte van de Dalit Panther Party, maar beschouwen de emancipatie van de kastelozen toch veel meer als onderdeel van de grotere strijd van álle onderdrukte groepen in de Indiase maatschappij tegen de onderdrukking. Die speciale aandacht voor de positie van de paria's is er bij hen dus niet. Deze partijen proberen te werken met en voor álle onderdrukte Indiërs.


Van kaste naar klasse

Evenals vele andere landen in de derde wereld is ook India meegezogen in de maalstroom van de moderne westerse maatschappij. In de afgelopen tweehonderd jaar is steeds meer de nadruk komen te liggen op het privé-eigendom, op een economie gebaseerd op geld en op een steeds verdere uitbreiding van de produktie. Vele westerse industriële produkten hebben hun intrede gedaan op de Indiase markten. Een belangrijk aspect is de opkomst van een kapitalistisch ingestelde arbeidsmarkt ten dienste van een zo hoog mogelijke produktie. Traditionele maatschappelijke verhoudingen zoals het kastenstelsel werkten vaak zeer belemmerend op de uitbouw van zo'n kapitalistische arbeidsmarkt en samenleving.

Daar waar de moderne westerse sectoren hun intrede hebben gedaan, wordt het kastenstelsel steeds minder belangrijk. Dit gebeurt vooral in de steden met hun industrieën, handelshuizen en westerse leefwijzen. De indeling in klassen, gebaseerd op economische verhoudingen en economisch bezit, krijgt daar steeds meer de overhand. Veel geld betekent veel macht en daarmee behoort men tot de hoogste kringen in het land. Of men tot een hoge of lage kaste behoort wordt hierbij steeds onbelangrijker, al speelt dit feit ook in de stad zeker nog een rol, zoals bij huwelijken.
Op het platteland waar de modernisering veel minder doorgedrongen is, is de indeling in kasten nog zeer sterk. Over het algemeen kan worden gezegd dat de hoogste kasten ook de groeperingen zijn die de economische macht in handen hebben, dus tot de hoogste klassen gerekend kunnen worden. Dit is echter niet altijd juist. In sommige regio's van India komt het voor dat de lagere kasten de grootgrondbezitters zijn en de hoogste kasten nauwelijks grond hebben. Deze laatsten hebben echter dan wel vaak meer opleiding genoten en komen daardoor toch tot een behoorlijke levensstandaard.
Het kastenstelsel zal vooral op het platteland nog lange tijd voort blijven bestaan.




terug

begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 6 februari 2001