print terug


Aan: de Minister van Buitenlandse Zaken
Dr. B.R. Bot
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Betreft: Wapenexportbeleid India en Pakistan

1 Maart 2005

Geachte heer Bot,

Met deze brief willen wij blijk geven van onze sterke afkeuring van de onlangs door u aangekondigde beleidswijziging omtrent wapenleveranties aan India en Pakistan (uw brief van 22 december 2004 met kenmerk DVB/WW-725/04)1.

In de lente van 1998 schokten India en Pakistan de wereld met een serie kernproeven die hen definitief de ons inziens dubieuze status van nucleaire natie gaven. In de jaren daarop kwam het enkele keren tot grootschalige militaire confrontaties tussen beide aartsvijanden. De angst voor een nucleair treffen was dan ook groot.

Sinds 2003 zijn de verhoudingen tussen India en Pakistan gelukkig enigszins verbeterd en zijn er eerste voorzichtige stappen tot toenadering gezet. Van substantiële stappen in de richting van een vredesregeling voor Kasjmir, dan wel nucleaire ontwapening is echter geen sprake.2
Daarmee blijft de regio naar ons idee een kruitvat met een reëel explosiegevaar.

Direct na hun kernproeven in 1998 besloot minister Van Mierlo tot een volledige stop op wapenleveranties naar India en Pakistan. Hoewel een breed EU embargo kennelijk niet tot de mogelijkheden behoorde, maakte de Nederlandse opstelling, samen met de Amerikaanse wapenboycot, wel degelijk een verschil, zo is ons gebleken uit contacten met zowel parlementariërs als de industrie. Niettemin is van regeringswege, kennelijk vooral vanuit handelsdiplomatiek oogpunt, verscheidene malen vanaf 1999 gepoogd om weer van deze sancties af te komen. Daarnaast golden toegenomen diplomatiek overleg tussen India en Pakistan alsmede beider steun aan de internationale strijd tegen het terrorisme als argumenten om van de vergunningsstop af te komen. Op verschillende momenten hebben ondergetekenden de afgelopen jaren hun ongenoegen geuit over deze weinig geloofwaardige benadering van zowel het wapenexportbeleid in het algemeen, als het voortdurende conflict tussen India en Pakistan.3

Meermaals vond de regering ook een meerderheid in de Tweede Kamer - die van mening was dat er geen vooruitgang geboekt was die een wijziging van het beleid zou rechtvaardigen - op haar weg. Uiteindelijk kreeg de regering in de zomer van 2003 alsnog de ruimte om de vergunningsstop feitelijk op te heffen, zij het dat voor nieuwe orders aan alle krijgsmachtdelen en na-leveranties aan de landmacht een “terughoudend beleid” gevoerd zou worden.4
Op basis van een niet nader gespecificeerde “positieve ontwikkeling” in de relatie tussen beide kernmachten bent u afgelopen jaar het beleid verder gaan verruimen.

Wij hebben daarbij de volgende vragen:
  1. Op welke concrete positieve ontwikkeling(en) baseert u zich? Vindt U het voldoende dat er tussen India en Pakistan onderhandelingen plaatsvinden ongeacht concrete resultaten?

  2. Waarom wordt een vermeende verbetering van de op zijn minst zeer broze relatie tussen India en Pakistan steeds ‘beloond’ met een verruiming van het wapenexportbeleid? Is het niet prematuur om zonder concrete resultaten wapenhandel toe te staan?

  3. Al in juli 2003 gaf de regering aan bij de beoordeling van nieuwe orders een restrictief beleid te voeren. Ook nu schrijft u dat vergunningsaanvragen strikt getoetst zullen worden aan de EU gedragscode5. Kunt u aangeven welke soort goederen op basis van het beleid van juli 2003 tot op heden nog níet, maar op basis van het nieuwe beleid in de toekomst mogelijk wél voor export in aanmerking zouden komen?

  4. Wij kunnen ons weinig voorstellen bij een ‘Kasjmir-toets’ op vergunningen voor de landmacht. Kunt u aangeven welke criteria u gebruikt om uit te sluiten dat goederen daar door het Indiase, alsook Pakistaanse leger gebruikt worden, hoe controle en toezicht gegarandeerd worden?
Ondergetekenden zijn van mening dat de politieke ontwikkelingen in Zuid-Azië van de laatste jaren geen aanleiding geven tot al te groot optimisme. Op twee cruciale punten – een vredesregeling voor Kasjmir en nucleaire ontwapening – is in ieder geval weinig positiefs te melden. De aangekondigde troepenterugtrekking van november jl. heeft zeker symbolische waarde, maar niet vergeten moet worden dat:
  • het daarbij gaat om hooguit 10% van het totaal aan Indiase troepen in de deelstaat;
  • de Indiase overheid bij herhaling benadrukt dat de troepen gereed blijven om eventueel elders in de deelstaat ingezet te worden;
  • gezien de jaarlijkse reductie van militaire presentie alsook van ‘cross border militancy’ in de wintermaanden, op z’n vroegst pas in het voorjaar helder wordt of de aangekondigde troepenreductie substantieel en blijvend is.
Voor een beoordeling van de huidige situatie in Kasjmir door de lokale bevolking zelf, verwijzen we graag naar de reacties en ervaringen zoals verwoord door onafhankelijke vredesactivisten die in partnerschap werken met Nederlandse NGO’s, zoals de JKCCS (Jammu & Kashmir Coalition for Civil Society) en de PIPFPD (Pakistan- India People's Forum for Peace and Democracy), locale partners van IKV ter plekke.6

Van belang is het bovendien om in dit verband in herinnering te brengen dat ook van de in september 2004 genoemde vredesbesprekingen rond de Siachen gletsjer – ’s werelds hoogste militaire conflict - geen concreet resultaat bekend is.7

Ondanks beloften in die richting heeft president Musharraf nog geen terugkeer naar de democratie bewerkstelligd. Nog altijd handhaaft hij zijn omstreden dubbelrol als president en militair leider. Tegelijkertijd is zijn positie weinig stabiel, getuige ondermeer ook de mislukte moordaanslagen op zijn leven van het afgelopen jaar.
Daarnaast menen wij dat Pakistan’s (juridische) aanpak van A.Q. Khan en zijn nucleaire handelsnetwerk weinig bevredigend is. Vooralsnog ziet het er naar uit dat de Pakistaanse kant van dit netwerk feitelijk buiten schot blijft. Het is ons inziens verder ook weinig geloofwaardig dat Khan zonder medeweten van opeenvolgende Pakistaanse regeringen, dan wel hoge ambtenaren zou hebben gehandeld.8
Wapenexporten naar Pakistan kunnen dan al snel worden opgevat als legitimatie van zowel de militaire dictatuur als de aanpak van de zaak Khan door de Pakistaanse regering.

Dit alles beschouwend vinden wij het verontrustend dat deze regering van mening is de drempel voor wapenexporten naar India en Pakistan te moeten verlagen. De genoemde strikte toetsing biedt ons geen houvast: die geldt naar wij hopen standaard voor alle wapenexporten.

Wij doen daarom opnieuw een klemmend beroep op u geen exportvergunningen te verlenen zolang kernwapens en Kasjmir de verhoudingen tussen India en Pakistan op scherp blijven zetten.


Wij zien uw reactie graag tegemoet.

Namens ondergetekenden,
met vriendelijke groet


Marjan Lucas, IKV
Postbus 85893     NL – 2508 CN Den Haag
T: 070-3507100   F: 070-3542611   M: 06–25024357
mlucas@ikv.nl / www.ikv.nl


Karel Koster, PENN-NL
Marjan Lucas, IKV Projectleider Kasjmir
Gerard Oonk, Coördinator Landelijke India Werkgroep
Herman Spanjaard, NVMP Bestuur
Frank Slijper, Coördinator Zuid-Azië van 'Campagne tegen Wapenhandel’
Micha Hollestelle, Hoofd afd. Politiek & Beleid Pax Christi
Hans Gaasbeek, Vice-voorzitter van Advocaten zonder Grenzen Nederland
Rosan Huizinga, Voorzitter WILPF


Cc:Staatssecretaris van Economische Zaken Mevr. K van Gennip
Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer
Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer


Bijlage 1:
Statement on behalf of PIPFPD (Pakistani section) (January 18, 2005).
Additional remark (on behalf of Indian section) (January 25, 2005).

Bijlage 2:
Statement Jammu & Kashmir Coalition of Civil Society over wapenhandel met India en Pakistan.


Noten:
1 Zie: http://www.minbuza.nl/20041222-115826-A.
2 Zo testten India en Pakistan bijvoorbeeld nog in oktober en november 2004 ballistische raketten die met een nucleaire lading kunnen worden uitgerust. (GEO-TV World News, zie: http://www.geo.tv/main_files/world.aspx?id=48948, http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/south_asia/4050699.stm (29 november), http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/south_asia/3735380.stm (12 oktober). Zie voor een compilatie: India Pakistan Arms Race and Militarisation Watch Compilation (dd. 31/12/2004) (http://groups.yahoo.com/group/IPARMW/message/158).
3 Zie ondermeer onze brieven en persberichten op: http://www.indianet.nl/vr_f_n.html.
4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003, 22054 nr. 72 (7 juli 2003).
5 Zie: http://www.fas.org/asmp/campaigns/code/eucodetext.htm.
6 Zie bijlagen. Zie ook publicaties in Indiase en Pakistaanse media, als o.a.: ‘Talking Peace, making war’ in The News International dd 8 Jan. 2005, door Dr. Zia Man, Dr. A.H. Nayyar (beide uit Pakistan) en Dr. M.V. Ramana (India). Of het artikel van Dr. Praful Bidwai ‘Buying arms, talking peace’ in The Korea Herald, dd 23 dec. 2004.
7 Zie: http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/south_asia/3537960.stm.
8 Zie bijvoorbeeld ook het bij Greenpeace verschenen rapport over Khan’s banden met Nederland, en met name Urenco: http://www.antenna.nl/amokmar/pdf/KhanvoorGreenpeace.pdf, en VPRO Radio 1 Programma Argos van 14 januari 2005.


Landelijke India Werkgroep - 2 maart 2005