print terug

   Ministerie van Economische Zaken

Aan
Landelijke India Werkgroep
t.a.v. de heer Oonk
Mariaplaats 4
3511 LH UTRECHT



Datum
Uw kenmerk Ons kenmerk
BEB/HIB/IIB
03003370
Bijlage(n)
tussentijdse NCP-
mededeling
Onderwerp
Kennisgeving stand van zaken inzake LIW-vraagstuk over ********



Geachte heer Oonk,

Naar aanleiding van de door u gestelde vraag of ******** conform de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen handelt, wil het Nationaal Contactpunt (NCP) voor de Richtlijnen u met deze brief informeren over de stand van zaken met betrekking tot de behandeling hiervan.

Op 16 januari 2002 heeft het NCP met ******** gesproken over de vraag of het gedrag van de firma ******** als verkoper van voetballen geproduceerd in India conform de Richtlijnen is. Na dit gesprek is er conform afspraak met ******** geprobeerd reactie van haar Indiase toeleverancier Mayor te krijgen. Hiertoe heeft het NCP op 28 februari een fax naar de Engelse vestiging van Mayor gestuurd welke door ******** op 25 april 2002 is aangemaand. Mayor heeft hierop nooit inhoudelijk gereageerd. Aangezien ******** op 15 mei 2002 heeft aangegeven, dat zij niet bereid is om met de LIW te praten zonder een inhoudelijke reactie van Mayor en omdat zij geen zaken meer doet met Mayor, constateert het NCP dat er geen overeenstemming is bereikt tussen de vraagsteller (LIW) en het bedrijf (********) in de NCP procedure.

De NCP procedure schrijft voor dat wanneer er geen overeenstemming tussen de vraagsteller en het bedrijf is bereikt, het NCP een verklaring over de juiste toepassing van de Richtlijnen in het specifieke geval uitbrengt (zie deel 2 van de Richtlijnen, onderdeel C, paragraaf 3). Het NCP heeft tot op heden echter geen verklaring kunnen uitbrengen over dit vraagstuk. De reden hiervoor is dat het vraagstuk inzake ******** een pure handelsrelatie betreft, die niet in verband staat met een investering. Of de Richtlijnen ook van toepassing zijn op een dergelijke handelsrelatie, is een interpretatiekwestie van de Richtlijnen. Interpretatiekwesties kunnen niet door het NCP worden opgelost, maar dienen te worden voorgelegd aan de OESO in Parijs. Het Nederlandse NCP heeft dit gedaan. Het NCP zal de uitkomst van de discussie in de OESO over deze interpretatiekwestie afwachten alvorens te bepalen of het een verklaring met inhoudelijke aanbevelingen kan uitbrengen.

De uitkomst bij de OESO zal naar verwachting nog enige maanden op zich laten wachten. Daarom is het NCP voornemens binnenkort een tussentijdse mededeling over dit vraagstuk te publiceren, waarin de stand van zaken met betrekking tot de behandeling van het vraagstuk is opgenomen, maar waarin geen inhoudelijke aanbevelingen worden gedaan. Bijgevoegd vindt u ter informatie deze mededeling.

Hoogachtend,

drs. M.W. Sikkel
Voorzitter Nationaal Contactpunt voor Multinationale Ondernemingen



STAND VAN ZAKEN NCP PROCEDURE OVER LIW-VRAAG INZAKE MKB VOETBALIMPORTEUR

Samenvatting
In juni 2001 vroeg de Landelijke India Werkgroep (LIW) het Nederlandse Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (de Richtlijnen) na te gaan of het gedrag van een MKB voetbal importeur, die - net als Adidas waarover onlangs een verklaring is uitgebracht - voetballen uit India importeert, in overeenstemming is met de bepaling over relaties met zakelijke partners (hoofdstuk 2, paragraaf 10 van de Richtlijnen). LIW had reden te veronderstellen dat de MKB voetbalimporteur verzuimde haar Indiase leverancier aan te sporen maatschappelijk verantwoord te ondernemen op het gebied van arbeidsverhoudingen. Het NCP heeft de procedure voor wat betreft consultaties met de vraagsteller en het bedrijf afgerond, maar kan de behandeling van de vraag niet afronden. De reden hiervoor is het feit dat de MKB voetbalimporteur uitsluitend een handelsrelatie heeft met haar Indiase leverancier. Of de Richtlijnen ook van toepassing zijn op een handelsrelatie die los staat van een investering, is een interpretatiekwestie die voorgelegd moet worden aan de OESO. Het NCP kan niet vooruit lopen op een besluit van de OESO terzake en de gevolgen die dat kan hebben voor de bevoegdheid van NCP's om handelsrelaties buiten een investeringscontext te bespreken. Het Nederlandse NCP heeft dit specifieke geval in de jaarvergadering opgebracht. De OESO buigt zich thans over deze vraag. Indien de uitkomst van deze discussie is dat de Richtlijnen van toepassing zijn, dan zal het NCP de behandeling van de vraag voortzetten.

Toelichting
NCP en de Richtlijnen in dit specifieke geval
Het NCP, een interdepartementaal orgaan onder voorzitterschap van Economische Zaken, heeft tot taak de effectiviteit van de Richtlijnen te bevorderen. Deze Richtlijnen zijn aanbevelingen van overheden aan bedrijven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De vraag van de LIW betreft de relaties met zakelijke partners (hoofdstuk 2, paragraaf 10) van twee Nederlandse bedrijven. Deze Richtlijn doet ondernemingen de volgende aanbeveling:

II ALGEMENE BEGINSELEN
Zakenrelaties, met inbegrip van leveranciers en onderaannemers, waar mogelijk te stimuleren in hun onderneming gedragsregels toe te passen die verenigbaar zijn met de Richtlijnen;

In dit specifieke geval zijn met name de volgende onderdelen van de Richtlijnen van belang:

ALGEMENE BEGINSELEN
Ondernemingen dienen het bestaande beleid in landen waarin ze werkzaam zijn, volledig te respecteren en rekening te houden met de standpunten van andere belanghebbenden.

IV. WERKGELEGENHEID EN ARBEIDSVERHOUDINGEN
Ondernemingen behoren, binnen het kader van van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de heersende gebruiken op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling:

1.a. Het recht van hun werknemers te respecteren om zich te laten vertegenwoordigen door vakbonden en andere bonafide werknemersvertegenwoordigers, en behoren met de desbetreffende vertegenwoordigers hetzij individueel, hetzij via werkgeversorganisaties, constructieve onderhandelingen te voeren om overeenkomsten over de arbeidsvoorwaarden te bereiken;

b. bij te dragen tot de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid;

2.a. De werknemersvertegenwoordigers de nodige faciliteiten te bieden om de totstandbrenging van doeltreffende collectieve arbeidsovereenkomsten te vergemakkelijken;

c. het overleg en de samenwerking tussen werkgevers, werknemers en hun vertegenwoordigers over onderwerpen van gemeenschappelijk belang, te bevorderen;

4.b. Doeltreffende maatregelen te nemen om de gezondheid en de veiligheid van hun werknemers in hun werkomgeving te waarborgen;

LIW vraagstelling
De LIW was van mening dat de MKB voetbalimporteur in strijd handelt met bovengenoemde onderdelen van de Richtlijnen door haar Indiase leverancier niet aan te moedigen conform de Richtlijnen te produceren. Zij baseerde zich hierbij op bevindingen in haar rapport "The Dark Side of Football - Child and adult labour in India's football industry and the role of FIFA (June 2000)" en daaropvolgend veldwerk. De LIW vermoedde dat de werknemers van de Indiase toeleverancier minder dan het minimumloon ontvingen, geen toegang tot vakbonden hadden noch tot adequate gezondheids- en veiligheidsstandaarden. Bovendien bestond het vermoeden dat kinderarbeid in het spel was. De LIW heeft daarom het NCP gevraagd na te gaan of het gedrag van de MKB voetbalimporteur in strijd is met de Richtlijnen.

Uitkomst NCP procedure
Het NCP heeft gesproken met de MKB voetbalimporteur. Uit het gesprek is gebleken dat de MKB voetbalimporteur een pure handelsrelatie en geen investeringsrelatie heeft met zijn Indiase toeleverancier, waardoor het NCP op dit moment de procedure niet kan afronden. Of een pure handelsrelatie die niet in een investeringscontext kan worden geplaatst binnen de reikwijdte van de Richtlijnen valt, is namelijk een interpretatiekwestie van de Richtlijnen. Dit dient door de OESO bepaald te worden.

Het Nederlandse NCP heeft naar aanleiding van dit specifieke geval dit onderwerp in de jaarvergadering in Parijs opgebracht. Dit onderwerp is thans een discussiepunt binnen de OESO werkgroep over de Richtlijnen. Indien de uitkomst van deze discussie is dat de Richtlijnen van toepassing zijn op pure handelsrelaties, dan zal het NCP de behandeling van deze vraag afronden.



Landelijke India Werkgroep - 16 februari 2004